Meest recente stand van zaken
In een zin
| Broeikasgassen — en met name kooldioxide — nemen snel toe in de atmosfeer waardoor die opwarmt tot gevaarlijke waarden, daardoor nemen allerlei extreme weerstypen toe, zoals droogte en extreme neerslag, met ernstige gevolgen voor de voedselvoorziening en veiligheid. |
Eenvoudig uitgelegd
De wereld heeft te maken met een klimaatcrisis — in real time.
Door de klimaatcrisis is de gemiddelde temperatuur wereldwijd gestegen, wat leidt tot vaker voorkomende hittegolven.
- Januari 2025 was wereldwijd de warmste januari ooit gemeten, met 1,75°C boven het pre-industriële niveau.
- Het Britse Met Office verwacht dat de gemiddelde wereldwijde temperatuur in 2025 1,29 °C tot 1,53 °C boven het pre-industriële niveau zal liggen.
Extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven, overstromingen en orkanen, komen wereldwijd steeds vaker voor.
- Klimaatverandering heeft vorig jaar bijgedragen aan 41 extra dagen van extreme hitte.
- Deskundigen waarschuwen dat zolang er fossiele brandstoffen worden verbrand, extreme weersomstandigheden alleen maar erger zullen worden.
- Poolijskappen smelten en de zeespiegel stijgt.
Ontwikkelingslanden worden geconfronteerd met de zwaarste gevolgen van klimaatverandering, ondanks het feit dat ze het minst bijdragen aan de uitstoot van broeikasgassen.
Stand van zaken op dit moment
Sinds het begin van de Industriële Revolutie, ruim 200 jaar geleden, is de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer enorm gestegen tot een niveau dat de afgelopen 800.000 jaar niet is voorgekomen. Dit heeft ons in onbekend terrein gebracht, waarbij het risico bestaat dat de aarde onleefbaar wordt voor de meeste planten en dieren inclusief de mens, als deze trend zich voortzet.
De opwarming is in 2024 gestegen tot 1,6 °C. Voorlopig gaat het slechts om één meetwaarde en één jaar, maar onderzoekers zeggen dat het niettemin dient als een scherpe herinnering dat de wereld zich op gevaarlijk terrein begeeft — sneller dan eerder werd gedacht. Het langjarig gemiddelde komt met 1,3 °C al dicht in de buurt van de 1,5 °C van het Akkoord van Parijs.
Gemiddeld werden mensen in 2024 blootgesteld aan zes extra weken van gevaarlijke hitte. Hoewel er andere factoren zijn die bijdragen aan de extremen van 2023 en 2024, is het een onomstotelijk bewezen feit dat de opwarming versnelt als gevolg van voortdurende uitstoot van broeikasgassen.[1]
Dit hoofdstuk bespreekt de huidige toename van broeikasgassen, de stijging van de temperatuur en de gevolgen voor de rest van het systeem.

De opwarming van het Noordelijk Halfrond gaat in een sneller tempo dan die op het Zuidelijk Halfrond.

Bronnen:
Update van IPCC AR6
De rapporten van het IPCC over klimaatverandering zijn de meest gezaghebbende rapporten die we hebben. Maar deze beoordelingen vinden niet zo vaak plaats, en de laatste (AR6) dateert van 2021. Nu de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde blijven toenemen, is het belangrijker dan ooit om over betrouwbare, actuele informatie over klimaatverandering te beschikken.
Het Indicators of Global Climate Change (IGCC) initiatief vult deze leemte aan met een jaarlijkse update.

De figuur geeft een overzicht, maar hier zijn enkele van de belangrijkste punten:
- Dit is echt slecht nieuws voor het klimaat: we stoten nog steeds recordhoeveelheden broeikasgassen uit in de atmosfeer. Dit is te wijten aan menselijke activiteiten die hebben geleid tot recordhoge wereldwijde broeikasgasemissies.
- Dit versnelt de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde. De door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde bereikte het afgelopen decennium een recordhoogte van 1,22 °C en in 2024 zelfs 1,36 °C. De waarde voor 2024 van 1,1-1,7 °C is al vrij onzeker en ligt nu al onder de limiet van 1,5 °C van het Akkoord van Parijs.
- De opwarming van de aarde die we nu zien, is grotendeels te wijten aan de activiteiten van de mens en was de belangrijkste oorzaak van de recordtemperaturen in 2024. Het wordt 0,27 °C warmer per decennium – dat is de snelste stijging ooit.
- Kortom, hoe meer opwarming van de aarde, hoe minder koolstof we hebben om de opwarming tot een bepaald niveau te beperken. Het budget om de opwarming met 50% kans tot 1,5 °C te beperken is in het IPCC-rapport teruggebracht van 500 miljard ton CO2 vanaf 2020 tot 130 miljard ton vanaf 2025. Dat is evenveel als drie jaar van de huidige uitstoot.

Bron:
KNMI Klimaatdashboard
Het KNMI publiceert een klimaatdashboard dat dagelijks wordt bijgewerkt.[1]

De toekomstprojecties zijn gebaseerd op vier klimaatscenario’s: Hd — Hoge CO2-uitstoot, verdroging, Hn — Hoge CO2-uitstoot, vernatting, Ld — Lage CO2-uitstoot, verdroging en Ln — Lage CO2-uitstoot, vernatting. Hieruit blijkt dat bij hoge CO2-uitstoot de temperatuur in 2100 wel 4 graden hoger kan zijn dan nu en meer dan 6 graden hoger dan in 1900.
Zie ook De Staat van ons Klimaat 2024 van het KNMI.[2] Samengevat:
- Warmste jaar ooit gemeten
- Geen ijsdagen voor tweede jaar op rij
- Meer dagen met zware neerslag
- Bovengemiddeld warm jaar in Caribisch Nederland
- Tropische cycloon Kirk bereikt Europa
- Zeespiegel op recordhoogte
Bronnen:
Global Climate Highlights 2025
Begin januari 2026 publiceerde de Copernicus Climate Change Service (C3S) van de EU het rapport Global Climate Highlights 2025. Rapporten van Berkeley Earth, Global Temperature Report for 2025, en van Carbon Brief geven vergelijkbare resultaten. Hier de belangrijkste punten.[1] [2] [3] [4]

- 2025 is het op twee na warmste jaar ooit gemeten, na de ongekende temperaturen die in 2023 en 2024 werden waargenomen.
- 2025 was slechts iets koeler dan 2023, terwijl 2024 het warmste jaar ooit blijft en het eerste jaar met een gemiddelde temperatuur die duidelijk meer dan 1,5 °C boven het pre-industriële niveau ligt.
- In 2025 lagen de jaarlijkse oppervlaktetemperaturen in 91% van de wereld boven het gemiddelde van 1991-2020, hetzelfde percentage als in 2024. Bijna de helft van de wereld (48%) kende veel warmere temperaturen dan het jaarlijkse gemiddelde.
- De afgelopen 10 jaar (2015-2025) waren de 10 warmste jaren ooit gemeten.
- De temperatuurafwijkingen in de poolgebieden waren opvallend hoog, met een recordhoogte in het Antarctische gebied en de op één na hoogste temperatuur in het Noordpoolgebied.
- In 2024 lag in Europa de gemiddelde temperatuur op 10,69 °C, 1,47 °C boven het gemiddelde voor de referentieperiode 1991-2020, en 0,28 °C warmer dan het vorige record in 2020.
- Een nieuwe recordhoogte voor de dagelijkse wereldwijde gemiddelde temperatuur werd bereikt op 22 juli 2024, met 17,16 °C, volgens ERA5.[5]
- De wereldwijde temperatuur van het zeeoppervlak bleef in 2025 historisch hoog, ondanks het uitblijven van El Niño-omstandigheden. Die lag +0,38 °C boven het gemiddelde van 1991-2020. Dit was de op twee na hoogste temperatuur ooit gemeten.
- In februari 2025 werd de laagste wereldwijde oppervlakte aan zee-ijs gemeten sinds het begin van de satellietwaarnemingen eind jaren zeventig.
- In 2025 had de helft van de wereld meer dagen dan gemiddeld met ten minste sterke hittestress (een gevoelstemperatuur van 32 °C of hoger).
- Sinds 2020 zijn de atmosferische concentraties van de twee belangrijkste antropogene broeikasgassen, kooldioxide (CO2) en methaan (CH4), jaarlijks met respectievelijk ongeveer 2,4 ppm en 12 ppb toegenomen.
Volgens Berkeley Earth[2] was afkoeling in de equatoriale Stille Oceaan de reden dat 2025 het op twee na warmste jaar ooit was. Deze La Niña was relatief zwak, maar heeft de wereldwijde gemiddelden niet onder de langetermijntrendlijn gedrukt. De schommelingen in temperatuur tussen El Niño en La Niña zijn de belangrijkste oorzaak van de voorspelbare jaarlijkse variatie in het wereldwijde temperatuurrecord.
Versnelde opwarming
Een artikel in de New York Times[6] stelt dat de temperatuurstijging sinds 1880 steeds sneller gaat. Dat artikel, gebaseerd op een publicatie in Earth System Science Data (ESSD),[7] laat zien dat de opwarming in de jaren '70 nog 0,2 ºC per tien jaar was en sindsdien is gestegen naar 0,27 ºC per tien jaar.

Deze versnelling is onderwerp van een debat in de wereld van klimaatwetenschappers.[9] De periode van 2010 tot 2025 wordt als te kort beschouwd om daaraan conclusies te verbinden over een lange-termijn versnelling van de opwarming. Volgens Zeke Hausfather, die dit debat bespreekt op zijn blog The Climate Brink,[9] verschilt dit structureel van het debat tijdens de 'opwarmingspauze', niet omdat het bewijs alleen op basis van de oppervlaktetemperatuur veel sterker is (hoewel dat wel het geval is), maar omdat zoveel andere gegevens – klimaatmodellen, de warmte-inhoud van de oceanen en veranderingen in de energiebalans van de aarde – ook wijzen op een versnelling.
De grafiek laat een afwisseling zien met perioden van tragere en versnelde opwarming. Die kan deels worden toegeschreven aan natuurlijke variabiliteit. Echter, die zorgt alleen voor warmteoverdracht tussen de oceanen en de atmosfeer – in het geval van El Niño en La Niña – of voor tijdelijke afkoeling van de aarde – in het geval van vulkaanuitbarstingen. Natuurlijke variabiliteit kan de hoeveelheid warmte die op lange termijn in het aardoppervlak en de oceanen wordt vastgehouden niet doen toenemen; daarvoor is een externe 'forcing' nodig.
De opwarmingspauze of ‘global warming hiatus’[10] verwijst naar een periode van trager dan verwachte opwarming van het aardoppervlak tussen ongeveer 1998 en 2012/2013. Uit later onderzoek is echter gebleken dat deze vertraging waarschijnlijk te wijten was aan natuurlijke variabiliteit, waaronder een herverdeling van warmte binnen het klimaatsysteem van de aarde, en niet aan een stopzetting van de opwarming. De opwarmingstrend is sindsdien weer ingezet, met recordtemperaturen in de afgelopen jaren.
Sommige externe 'forcing', zoals veranderingen in zonnestraling en vulkanisme, komen van nature voor en dragen bij aan de totale natuurlijke variabiliteit van het klimaatsysteem. Andere externe veranderingen, zoals de verandering in de samenstelling van de atmosfeer die begon met de industriële revolutie, zijn het gevolg van menselijke activiteiten. (Zie ook Andere oorzaken.)
Er zijn ook andere aanwijzingen voor een versnelling, zegt Hausfather:[9]
- De versnelling van de oppervlaktetemperaturen is duidelijker zichtbaar en significanter wanneer natuurlijke variabiliteit (zoals het El Niño effect en vulkanisme) wordt weggenomen.
- Onze klimaatmodellen voorspellen een snellere opwarming bij de huidige (tekortschietende) beleidsmaatregelen.
- We hebben een duidelijk mechanisme in de afnemende uitstoot van aerosolen (onder andere schonere scheepsmotoren) om de recente versnelling te verklaren.
- Versnelling is duidelijk zichtbaar in zowel metingen van de warmte-inhoud van de oceanen als van de energie-onbalans op aarde.

Deze overeenstemming van bewijzen wijst op een vrij duidelijke versnelling in de afgelopen jaren.
Bronnen:
- ↑ 1,0 1,1 Global Climate Highlights 2025 | Copernicus Climate Change Service
- ↑ 2,0 2,1 Global Temperature Report for 2025 | Berkeley Earth
- ↑ State of the climate: 2024 sets a new record as the first year above 1.5C | Carbon Brief
- ↑ State of the climate: 2025 in top-three hottest years on record as ocean heat surges | Carbon Brief
- ↑ New record daily global average temperature reached in July 2024 | Copernicus Climate Change Service
- ↑ The World Is Warming Up. And It’s Happening Faster | New York Times
- ↑ Indicators of Global Climate Change 2024: annual update of key indicators of the state of the climate system and human influence | Earth System Science Data
- ↑ HadCRUT.5.0.2.0 analysis | Met Office Hadley Centre
- ↑ 9,0 9,1 9,2 The great acceleration debate | The Climate Brink
- ↑ Factcheck: No, global warming has not ‘paused’ over the past eight years | Carbon Brief
- ↑ Climate Change: Ocean Heat Content | NOAA
Alarm
Een inventarisatie van klimaatindicatoren in 2024 concludeert dat we op de rand staan van een onomkeerbare klimaatramp. Dit is zonder enige twijfel een wereldwijde noodsituatie. Een groot deel van de bestaansvoorwaarden van het leven op aarde is in gevaar. We komen in een kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase van de klimaatcrisis.[1]

Al vele jaren luiden wetenschappers, waaronder een groep van meer dan 15.000,[4] de noodklok over de dreigende gevaren van klimaatverandering door toenemende uitstoot van broeikasgassen en verandering van ecosystemen. Al een halve eeuw wordt de opwarming van de aarde correct voorspeld, zelfs voordat deze optrad - en niet alleen door onafhankelijke academische wetenschappers, maar ook door bedrijven die fossiele brandstoffen gebruiken.
Ondanks deze waarschuwingen gaan we nog steeds de verkeerde kant op; de uitstoot van fossiele brandstoffen is gestegen tot een recordhoogte en het huidige beleid zet de wereld op koers naar een temperatuurverhoging van minstens 2,7 °C in 2100. Tragisch genoeg slagen we er niet in om dit te voorkomen en we kunnen nu alleen maar hopen dat we de omvang van de schade kunnen beperken.
We zijn getuige van de grimmige realiteit van de voorspellingen nu de gevolgen van het klimaat escaleren, met ongekende rampen over de hele wereld en menselijk en niet-menselijk lijden tot gevolg. We hebben de planeet nu in een abrupte omslag van het klimaat gebracht, een nijpende situatie die nog nooit eerder is voorgekomen in de geschiedenis van de aarde en de mensheid.
Bronnen:
- ↑ The 2024 state of the climate report: Perilous times on planet Earth | BioScience
- ↑ Understanding the Forces Behind 2024’s Extreme Weather | SciTechDaily
- ↑ A Year Marked by Extreme Precipitation and Floods: Weather and Climate Extremes in 2024 | Advances in Atmospheric Sciences
- ↑ The 2023 state of the climate report: Entering uncharted territory | BioScience
Klimaatindicatoren
Een hele reeks indicatoren in onderstaande grafiek laten de samenhang zien tussen de toename van broeikasgassen, opwarming van de aarde en andere verschijnselen die daarvan het gevolg zijn. Indicatoren (van boven naar beneden) zijn: kooldioxideconcentratie in de atmosfeer, warmte-inhoud in de oceanen, zeespiegelstijging, gemiddelde temperatuurstijging, stijging van temperaturen in de troposfeer, afname van hoeveelheid Arctisch zee-ijs, eerdere bloei van de kersenbloesems in Kyoto, stijging van vochtigheid boven land. De linkerkant van de grafiek laat zien dat de veranderingen in de afgelopen 200 jaar veel sneller hebben plaatsgevonden dan ooit eerder sinds het begin van de jaartelling. Dat geldt ook voor perioden verder terug in de aardgeschiedenis.

Bron:
Toename van concentratie broeikasgassen
Op de pagina Broeikaseffect wordt uitgelegd hoe broeikasgassen de atmosfeer verwarmen. Broeikasgassen — met name CO2 — houden warmte in de atmosfeer vast en hoe hoger de concentratie broeikasgassen, hoe groter de opwarming. De huidige CO2-concentratie is bijna 430 ppm, wat heeft geleid tot een wereldwijde stijging van de temperatuur van gemiddeld 1,3 °C (gemiddeld over 30 jaar).

Sinds 1880 is de gemiddelde temperatuur op aarde met ongeveer 1,3 °C gestegen, en sinds 1975 is de opwarming versneld met ongeveer 0,2°C per decennium. Op het land zijn de maximumtemperaturen sinds 1975 nog sneller gestegen, tot meer dan 1,7 °C. De oceanen warmen langzamer op maar door hun grotere oppervlak ontvangen ze het grootste deel van de warmte-energie. Zie daarvoor Verdieping: Wat warmt op?
Elke zomer verschijnen er meer verhalen over extreem en dodelijk weer, waarbij wetenschappers nu in staat zijn deze gebeurtenissen direct te koppelen aan klimaatverandering. (Zie Verdieping: Attributie.)
De temperatuurveranderingen vanaf het begin van onze jaartelling worden vaak geïllustreerd met de bekende 'hockeystickgrafiek', die voor het eerst in 1999 is gepubliceerd door Michael Mann, Raymond Bradley en Malcolm Hughes. Deze toont een sterke correlatie tussen stijgende CO2-niveaus en de opwarming van de aarde.

Die correlatie is geen toeval. De natuurkundige principes van de relatie tussen de CO2 concentratie en de temperatuur van de atmosfeer zijn al sinds de 19e eeuw volledig bekend. Er is dus ook sprake van een duidelijk causaal verband. De stijgende CO2-concentratie is de oorzaak van de temperatuurstijging.
De pagina Natuurlijk broeikaseffect legt dit uit. In het kort: zonnestraling verwarmt het aardoppervlak. Dat zendt vervolgens langgolvige infraroodstraling (warmtestraling) omhoog. Een deel daarvan wordt opgenomen door de CO2 in de atmosfeer die daardoor warmer wordt. Hoe hoger de concentratie CO2, hoe meer warmte in de atmosfeer wordt vastgehouden, dus hoe hoger de temperatuur.
Animatie door Berkeley University van de relatie tussen de CO2-concentratie en de gemiddelde temperatuur op aarde vanaf 1850. CO2-concentratie op de x-as en temperatuur op de y-as. De animatie eindigt met drie verschillende uitstoot scenario's die respectievelijk uitkomen op 1,8, 2,2 en 2,7 °C. Carbon Dioxide and Global Temperature Visualization.
Bronnen:
WMO Greenhouse Gas Bulletin 2024
De World Meteorological Organization (WMO) van de VN publiceerde in oktober 2024 het WMO Greenhouse Gas Bulletin No. 20. De concentratie broeikasgassen in de atmosfeer heeft in 2023 een recordhoogte bereikt. Koolstofdioxide hoopt zich sneller op dan ooit tevoren in de geschiedenis van de mensheid.[1]
De voornaamste conclusies zijn:
- De CO2-concentraties zijn in slechts 20 jaar met 11,4% gestegen.
- De lange levensduur van CO2 in de atmosfeer zet toekomstige temperatuurstijging vast.
- El Niño en vegetatiebranden hebben de temperatuurpiek van eind 2023 veroorzaakt.
- De effectiviteit van koolstofputten zoals bossen is niet meer vanzelfsprekend.
Zie Kosten van de transitie naar netto-nul.
Bron:
Niets doen is geen optie
Het rapport van de VN milieu-organisatie UNEP uit 2023 stelt dat de wereld koerst op 2,6 tot 3,1 °C opwarming. Alleen als de internationale gemeenschap ‘meedogenloos’ ingrijpt, kan de opwarming van de aarde beperkt blijven tot de 2°C die de wereld als uiterste grens heeft gesteld. Om de opwarming te beperken tot 1,5 °C, moeten er vier keer zoveel klimaatmaatregelen komen als tot nu toe afgesproken.[1]

Zoals de zaken er nu voor staan, zou het volledig uitvoeren van alle onvoorwaardelijke Nationally Determined Contributions (NDC's) die alle deelnemende landen in het kader van het Akkoord van Parijs plechtig hebben beloofd, leiden tot een temperatuurstijging eind deze eeuw van 2,9 °C. Door ook de voorwaardelijke NDC's volledig uit te voeren, zou dit dalen tot 2,5 °C. Omdat het Akkoord van Parijs uitgaat van een temperatuurstijging van maximaal 1,5 °C, is dit doel al feitelijk achterhaald.
Het rapport roept alle landen op om de transformatie naar koolstofarme ontwikkeling in de hele economie te versnellen. Landen die verantwoordelijk zijn voor grotere emissies zullen ambitieuzere maatregelen moeten nemen en ontwikkelingslanden moeten ondersteunen bij hun streven naar groei van een economie met lage uitstoot.
Uit een onderzoek van The Guardian onder 380 vooraanstaande klimaatexperts die betrokken zijn bij IPCC, bleek dat 77% van hen verwachtte dat de temperatuur deze eeuw wereldwijd met minstens 2,5 °C zal stijgen. Veel van hen gaan zelfs uit van een nog veel sterkere stijging. Hierdoor zullen catastrofale gevolgen optreden voor de mensheid en de planeet. Het aantal klimaatwetenschappers aan de andere kant dat erop vertrouwt dat de temperatuurstijging onder de 1,5 °C zal blijven, is verwaarloosbaar klein.[3]

"De klimaatcrisis is DE bepalende uitdaging waar de mensheid voor staat en is nauw verweven met de ongelijkheidcrisis - zoals blijkt uit de toenemende voedselonzekerheid en migratiestromen — en het verlies aan biodiversiteit", aldus Celeste Saulo, vice-president van de World Meteorological Organization (WMO).
Bronnen:
- ↑ Emissions Gap Report 2023 | United Nations Environment Programme (UNEP)
- ↑ Highlights of the Findings of the U.S. Global Change Research Program Climate Science Special Report | U.S. Global Change Research Program
- ↑ 3,0 3,1 World’s top climate scientists expect global heating to blast past 1.5C target | The Guardian
Wat kost niets doen?
Een post op de website Climate Policy Initiative[1] geeft een goed gedocumenteerd overzicht van de economische en sociale verliezen. De directe economische verliezen als gevolg van klimaatverandering, zoals hogere temperaturen, zeespiegelstijgingen en extreme weersomstandigheden:[2]
- Zelfs een temperatuurstijging van 1,5°C zal naar verwachting het aantal werkuren wereldwijd met 2,2% doen afnemen tegen 2030, wat de wereldeconomie 2,4 biljoen dollar kost (ILO, 2019)
- Klimaatgerelateerde rampen (bijv. orkanen, overstromingen, bosbranden) waren alleen al in 2022 verantwoordelijk voor 299 miljard dollar aan economische verliezen door schade aan bezittingen en kapitaal (Aon, 2022).
- De stijging van de zeespiegel kan nog eens USD 400-520 miljard per jaar aan verliezen toevoegen tegen 2100 in de meest extreme opwarmingsscenario's (Depsky et al., 2022).
We zijn ook in staat om klimaatgerelateerde gezondheidskosten te kwantificeren, als gevolg van stijgende temperaturen en verslechterende luchtkwaliteit:
- Alleen al in de VS bedragen de gezondheidskosten van luchtvervuiling en klimaatverandering veel meer dan 800 miljard dollar per jaar (NRDC, 2021).
- Wereldwijd zullen stijgende temperaturen tussen 2030 en 2050 naar verwachting 250.000 extra sterfgevallen per jaar veroorzaken, alleen al door ondervoeding, malaria, diarree en hittestress (WHO, 2021). Ontwikkelingslanden en gebieden met een zwakke gezondheidsinfrastructuur zullen de ergste gevolgen ondervinden.
Deze gevolgen leiden allemaal tot directe verliezen en zullen alleen maar in omvang toenemen met elke graad extra opwarming. Omdat deze verliezen gemakkelijker te kwantificeren zijn, worden ze meestal meegenomen in projecties van klimaatgerelateerde kosten.
De minstens even belangrijke sociale kosten, die moeilijker te kwantificeren omvatten kosten die het gevolg zijn van schade aan de natuur en afname van biodiversiteit, en algemene sociale kosten. Die laatste zijn het gevolg van een toename van klimaatgerelateerde oorzaken van conflicten, zoals voedselonzekerheid en waterschaarste. Het IEP (2020) voorspelt dat:
- Het aantal mensen met onzekere toegang tot voedsel zal toenemen van 2 miljard tot 3,5 miljard in 2050.
- Het aantal mensen met een hoge of extreme waterstress zal toenemen van 2,6 miljard tot 5,4 miljard in 2040. In de afgelopen tien jaar is het aantal geregistreerde conflicten en gewelddadige incidenten gerelateerd aan water wereldwijd met 270% toegenomen.
- Vaker voorkomende en intensere extreme weersomstandigheden zullen leiden tot massale migratie; tegen 2050 zouden wereldwijd 1,2 miljard mensen ontheemd kunnen zijn, wat enorme economische kosten en politieke instabiliteit met zich meebrengt.
Modellen van het Swiss Re Institute (2021)[3] proberen de kosten van deze “bekende onbekenden” in kaart te brengen door vermenigvuldigingsfactoren toe te passen, maar er blijft grote onzekerheid bestaan en daarom zullen veel projecties van de kosten van maatregelen waarschijnlijk dramatische onderschattingen zijn.
Günther Thallinger, topman van Allianz, een van de grootste verzekeringsmaatschappijen ter wereld, zei in februari 2025: “De kosten van niets doen zijn hoger dan de kosten van transformatie en aanpassing. Als we slagen in onze transitie, zullen we genieten van een efficiëntere, concurrerende economie [en] een hogere levenskwaliteit.”[4]
Bronnen:
- ↑ Cost of Inaction | Climate Policy Initiative
- ↑ N.B. Genoemde bronnen zijn te vinden in de publicatie van Climate Policy Initiative.
- ↑ The economics of climate change: no action not an option | Swiss Re
- ↑ Why climate action remains essential | Allianz
Temperatuurstijging

Op veel plaatsen in de wereld zijn weerstations die dagelijks de temperatuur meten. Die gegevens worden door meteorologische diensten en onderzoeksinstituten samengevat. De methoden om daaruit de gemiddelde temperatuur op aarde te berekenen verschillen enigszins, maar er is een grote overeenstemming in resultaten.

Hoewel er kleine variaties zijn van jaar tot jaar, vertonen alle vijf de databases pieken en dalen die synchroon lopen. Ze laten allemaal een versnelde opwarming zien in de afgelopen decennia en allemaal laten ze het laatste decennium zien als het warmste.

De grafiek laat een aantal interessante trends zien. In lijn met de wereldwijde stijging van de temperatuur zien we ook in Nederland een stijging vanaf de Industriële Revolutie en een versnelde stijging vanaf 1950. Het 11-jarig gemiddelde geeft de variatie van de zonneactiviteit weer. Het 30-jarig gemiddelde laat zien dat er inderdaad sprake is van klimaatverandering.
Uit wereldwijde waarnemingen blijkt dat de gemiddelde temperatuur op aarde sinds de Industriële Revolutie met ongeveer 1,3 °C is gestegen. Hoewel sommige gebieden sneller opwarmen dan andere, zien we overal een stijging van de gemiddelde temperatuur.
Deze kleurgecodeerde wereldkaart toont een steeds grotere afwijking van de gemiddelde temperatuur wereldwijd. Normale temperaturen worden in het wit weergegeven. Hoger dan normale temperaturen worden weergegeven in rood en lager dan normale temperaturen in blauw. Normale temperaturen zijn berekend over de 30-jarige basisperiode 1951-1980. Het laatste frame geeft de 5-jaars mondiale temperatuurafwijkingen van 2018-2022 weer.
Bronnen:
Gevolgen voor de rest van het systeem
De opwarming van de atmosfeer en oceanen heeft verstrekkende gevolgen voor andere elementen van het systeem aarde, omdat onze planeet één onderling verbonden geheel vormt. Het is lastig om exacte veranderingen te voorspellen, aangezien het gaat om complexe en niet-lineaire processen. Bovendien blijken nieuwe voorspellingen doorgaans zorgwekkender dan eerdere inschattingen.
De volgende pagina's in deze Klimaatwiki inventariseren de gevolgen van de opwarming voor de verschillende componenten van het systeem aarde: de atmosfeer, de waterhuishouding, de cryosfeer, de oceanen, de biosfeer, de gezondheid, de economie en de sociale en politieke omstandigheden.
Verdieping
Verdieping: Energie onbalans
De energie onbalans van de aarde dient als een criterium waarmee wetenschappers en het publiek kunnen beoordelen of de mensheid in staat is de klimaatverandering onder controle te krijgen.

Een onderzoek gepubliceerd in Copernicus Marine Service,[1] de meest nauwkeurige warmte-inventarisatiestudie tot nu toe, berekent de totale energie onbalans van de planeet, dat wil zeggen het verschil tussen de hoeveelheid energie van de zon die bij de aarde aankomt en de hoeveelheid die terugkeert naar de ruimte. Het onderzoek laat zien dat de onbalans onverminderd blijft toenemen en de afgelopen tien jaar (2010-2018) is verdubbeld ten opzichte van de gemiddelde waarde van 1971-2018.
Slechts ongeveer 1% van deze warmte bevindt zich in de atmosfeer.
Het overgrote deel van de warmteoverschot (89%) wordt geabsorbeerd door de oceaan. Nieuwe evaluaties van boorgatmetingen laten zien dat de opwarming van het land 6% is. Ongeveer 4% van de overtollige warmte veroorzaakt het afsmelten van zowel landijs als drijfijs. Directe gevolgen van deze opwarming zijn onder andere zeespiegelstijging, ijsverlies en opwarming van de oceaan, het land en de atmosfeer.
Factoren zoals de afname van wolken en zee-ijs, en de toename van sporengassen en waterdamp, dragen gezamenlijk bij aan de versnelde opname van warmte door de aarde, waardoor de positieve trend in de energie onbalans verder wordt versterkt.
Deze onbalans is meteen een sterk argument tegen de bewering van klimaatsceptici dat de opwarming van de aarde wordt veroorzaakt door grotere zonne-activiteit.Bronnen:
Verdieping: Wat warmt op?

De opwarming van de oceanen (verandering van de warmte-inhoud) domineert, waarbij het bovenste deel van de oceaan (lichtblauw, tot 700 m diep) een grotere bijdrage levert dan de diepe oceaan (donkerblauw, meer dan 700 m diep; inclusief schattingen onder 2000 m vanaf 1992). De andere domeinen leveren kleinere bijdragen: ijssmelt (lichtgrijs; voor gletsjers en ijskappen, schatting van de Groenlandse en Antarctische ijskappen vanaf 1992, schatting van het Arctische zee-ijs vanaf 1979-2008), opwarming van land (oranje) en opwarming van de atmosfeer (paars; schatting vanaf 1979). De onzekerheid in de oceaanschatting domineert ook de totale onzekerheid (stippellijnen over de fout van alle vijf domeinen met 90% betrouwbaarheidsintervallen).
Nieuw onderzoek, gepubliceerd in 2025, laat zien dat de opwarming van de oceanen gedurende de laatste 40 jaar vier keer zo snel gaat als in de periode ervoor. Aan het eind van de jaren tachtig steeg de temperatuur van de oceanen met ongeveer 0,06 °C per decennium. Inmiddels is dat cijfer gestegen tot 0,27 °C per decennium. De uitkomsten geven aan dat de algehele snelheid van opwarming van de oceanen die de afgelopen decennia is waargenomen, toekomstige trends mogelijk niet betrouwbaar voorspelt. Het is denkbaar dat de temperatuurstijging van de oceanen die de afgelopen 40 jaar is geregistreerd, binnen de komende 20 jaar wordt overtroffen. Aangezien de temperatuur van het oceaanoppervlak een cruciale rol speelt bij de opwarming van de aarde, heeft deze ontwikkeling belangrijke gevolgen voor het klimaat als geheel.[2]
Volgens een rapport dat in januari 2026 is gepubliceerd in Advances in Atmospheric Sciences[3] is de totale warmte-inhoud van de oceanen (OHC) in 2025 voor het negende achtereenvolgende jaar gestegen. De studie, een samenwerking tussen meer dan 50 wetenschappers van 31 internationale instellingen, mat temperatuurschommelingen in de bovenste 2000 meter van de wateren van de planeet en constateerde de grootste stijgingen in de Zuid-Atlantische Oceaan, de Noordelijke Stille Oceaan en de Zuidelijke Oceaan. Opwarming van het water houdt verband met steeds extremere weerspatronen, het afsterven van koraalriffen en de stijging van de zeespiegel.
De oceanen hebben een enorme thermische massa vergeleken met de atmosfeer en het land. Ze fungeren bovendien niet alleen als warmteopslag, maar ook als warmtetransportsysteem van de planeet, omdat de oceaanstromingen de warmte herverdelen. De opgeslagen warmte in de oceanen zal de lagere atmosfeer blijven opwarmen, ongeacht welke veranderingen we in de toekomst in de atmosfeer teweegbrengen.
Bronnen:
- ↑ AR5 Synthesis Report, IPCC
- ↑ Quantifying the acceleration of multidecadal global sea surface warming driven by Earth's energy imbalance | Environmental Research Letters
- ↑ Ocean Heat Content Sets Another Record in 2025 | Advances in Atmospheric Sciences
- ↑ Global Warming Components | Skeptical Science
Verdieping: Verder terug in de tijd

De gegevens laten zien dat er nu in de moderne periode iets heel anders gebeurt dan in het verleden. Ook in de vaak genoemde Middeleeuwse warme periode en Kleine IJstijd veranderde de temperatuur, maar veel minder en veel trager dan nu. De Middeleeuwse warme periode was koeler dan de huidige periode. Afkoeling na grote vulkaanuitbarstingen, zoals in de grafiek aangegeven, duurt meestal maar een paar jaar en heeft weinig effect op de langdurige temperatuurontwikkeling.
Het Maunder Minimum is een periode tussen 1645 en 1715 waarin zonnevlekken zeldzaam waren. Dat wijst op een lagere zonneactiviteit en daarmee een daling van de hoeveelheid stralingsenergie op aarde. Dit wordt wel in verband gebracht met de Kleine IJstijd, tussen ongeveer 1350 en 1850, waarin de gemiddelde temperatuur ongeveer 1 °C lager was dan het gemiddelde. Of er sprake is van een causaal verband is allerminst zeker.[2] [3]Bronnen:
Verdieping: Regionale verschillen


Bronnen: