Economische gevolgen

Uit Klimaatwiki

In een zin

Klimaatverandering heeft ingrijpende economische gevolgen door directe schade aan infrastructuur, landbouw, en gezondheid, en indirecte verstoring van toeleveringsketens, energiesystemen, toerisme, en economische ongelijkheid. Dit leidt tot lagere wereldwijde economische groei en hogere kosten, maar biedt ook kansen voor duurzame investeringen en groei.

Eenvoudig uitgelegd

Klimaatverandering heeft ingrijpende economische gevolgen, zowel direct als indirect.

Direct veroorzaakt klimaatverandering schade aan:

  • Infrastructuur en eigendommen door vaker voorkomende en hevigere weersomstandigheden zoals orkanen en bosbranden. Dit leidt tot dure reparaties en vervangingen.
  • De landbouw wordt beïnvloed, met mislukte oogsten en verminderde productiviteit die leiden tot problemen met de voedselvoorziening en hogere prijzen.
  • Bovendien leiden warmere temperaturen tot meer gezondheidsproblemen en hogere medische kosten.

Indirect verstoort klimaatverandering:

  • De toeleveringsketens, waardoor de levering van goederen en diensten wordt beïnvloed.
  • Energiesystemen komen onder druk te staan, wat leidt tot hogere kosten voor verwarming en koeling.
  • Toerisme en recreatie worden beïnvloed, vooral in regio's die afhankelijk zijn van specifieke klimaatomstandigheden.
  • Huishoudens met een laag inkomen lopen een groter risico op inkomensverlies en armoede.

Economische impact en duurzame groei:

  • Op macro-economische schaal kan klimaatverandering het wereldwijde BBP aanzienlijk verlagen en leiden tot inflatie en banenverlies. Overheden kunnen meer schulden maken om de kosten van rampen en aanpassingsmaatregelen te dekken. Investeren in hernieuwbare energie en klimaatbestendigheid kan echter banen creëren en groei stimuleren.
  • Het invoeren van een koolstofprijs kan emissiereducties aanmoedigen, hoewel dit aanvankelijk tot hogere kosten kan leiden. In het algemeen vereist de aanpak van klimaatverandering een evenwicht tussen economische risico's en mogelijkheden voor duurzame groei.

Economische gevolgen

De economische schade als gevolg van klimaatverandering is zes keer erger dan eerder werd gedacht. De opwarming van de aarde zal de welvaart doen krimpen in een tempo dat overeenkomt met het niveau van de financiële verliezen van een permanente oorlog, zo wijst onderzoek uit.

Een wereldwijde temperatuurstijging van 1 °C leidt tot een daling van het bruto binnenlands product met 12%. Een temperatuurstijging van 3 °C zal leiden tot “steile dalingen in productie, kapitaal en consumptie van meer dan 50% tegen 2100”.[1] [2]

Een artikel in 2025 in Nature[3] stelt de vraag: “Zal het ooit mogelijk zijn om iemand aan te klagen voor het beschadigen van het klimaat?” De auteurs beantwoorden die vraag bevestigend en leggen uit wat de wetenschappelijke en juridische gevolgen zijn van een 'end-to-end'-toeschrijving die producenten van fossiele brandstoffen koppelt aan specifieke schade door opwarming. Ze schetsen een transparant, reproduceerbaar en flexibel kader dat formaliseert hoe end-to-end-toerekening kan worden gebruikt in rechtszaken door te beoordelen wiens uitstoot verantwoordelijk is voor welke schade. Het is nu mogelijk om kwantitatieve verbanden te leggen tussen individuele uitstoters en specifieke schade, waardoor de wetenschap niet langer een obstakel vormt voor de justitiabiliteit van klimaataansprakelijkheidsclaims.

Relatie met de opwarming

Klimaatverandering brengt wereldwijd grote economische uitdagingen met zich mee en heeft gevolgen voor verschillende sectoren.[1] De belangrijkste gevolgen zijn:

  • Schade aan infrastructuur: Toename van extreme weersomstandigheden leidt tot dure reparaties, kostbare verplaatsingen van woon- en industriegebieden en verstoringen in toeleveringsketens, wat de productiviteit en economische groei negatief beïnvloedt.
  • Achteruitgang van de landbouw: Gewasopbrengsten zullen naar verwachting afnemen door droogtes en overstromingen, waardoor de voedselzekerheid in gevaar komt en de prijzen stijgen. Dit kan tevens leiden tot politiek instabiele situaties
  • Inkomensongelijkheid: Huishoudens met lage inkomens hebben te maken met een onevenredig inkomensverlies, mogelijk tot 19% tegen het einde van de eeuw.
  • Verlies van banen: Klimaateffecten kunnen leiden tot een verlies van miljoenen banen, vooral in kwetsbare sectoren zoals landbouw en toerisme.
  • Stijgende kosten: Door de toegenomen vraag naar energie en de schaarste van hulpbronnen zullen de kosten in de hele economie stijgen.

Omdat de opwarming van de aarde onverminderd doorgaat en de klimaatrampen navenant frequenter en heviger zullen worden, zullen de hier benoemde effecten van klimaatverandering ook steeds groter, desastreuzer, duurder en frequenter worden, zich op steeds meer plaatsen op aarde manifesteren en steeds meer menselijk leed veroorzaken.

Deze effecten zullen op zich ook weer oorzaak zijn van ingrijpende maatschappelijke veranderingen en ontwrichtingen, die op hun beurt het vermogen van de mensheid om de uitdagingen het hoofd te bieden, zullen verkleinen.

Onderschatting door neoklassieke economen

Het artikel 'The appallingly bad neoclassical economics of climate change' (De verschrikkelijk slechte neoklassieke economie van klimaatverandering)[2] bekritiseert het dominante neoklassieke economische kader dat wordt gebruikt om de monetaire schade van de opwarming van de aarde te ramen. Het stelt dat de voorspellingen van economen – met name die van Nobelprijswinnaar William Nordhaus en het DICE-model (Dynamic Integrated Climate-Economy) – te optimistisch zijn omdat ze gebaseerd zijn op drie fundamenteel onjuiste aannames.

  1. Ze beschouwen ongeveer 90% van het bruto binnenlands product (bbp) als geïsoleerd van klimaateffecten, met als redenering dat de meeste economische activiteit binnenshuis plaatsvindt en daarom niet wordt beïnvloed door veranderingen in het milieu.
  2. Ze leiden toekomstige klimaatschade af uit de huidige statistische correlatie tussen temperatuur en bbp, en gebruiken deze relatie als een proxy voor langetermijneffecten, ondanks de zwakke causale basis ervan.
  3. Ze nemen op enquêtes gebaseerde verwachtingen mee die de strenge wetenschappelijke waarschuwingen afzwakken, waarbij ze optimistische standpunten van economen vermengen met de somberdere voorspellingen van klimaatwetenschappers.

Afgezien van deze methodologische kwesties stelt het artikel dat het toepassen van standaard kosten-batenanalyses op een dergelijk onzeker probleem met hoge inzet ongepast is; een benadering op basis van het voorzorgsbeginsel zou het risico op catastrofale gevolgen beter weergeven.

Wanneer de geïdentificeerde fouten worden gecorrigeerd, stijgen de verwachte economische verliezen dramatisch – mogelijk een orde van grootte groter dan conventionele schattingen – en kunnen ze het voortbestaan van de menselijke beschaving bedreigen. De auteurs concluderen dat de neoklassieke klimaateconomie, zoals die momenteel wordt toegepast, de werkelijke belangen van klimaatverandering ernstig onderschat en beleidsbeslissingen op een verkeerde manier stuurt.

Wat merken we nu al?

In 2024 veroorzaakten klimaatrampen, zoals bijvoorbeeld extreem weer, aanzienlijke kosten, met schattingen variërend van 182,7 miljard dollar alleen al in de VS tot 320 miljard dollar wereldwijd. In de VS vonden 27 rampen ter waarde van een miljard dollar plaats, waarmee dit het op drie na duurste jaar ooit was. Met name orkaan Milton en orkaan Helene behoorden tot de duurste gebeurtenissen en kostten respectievelijk ongeveer 60 miljard dollar en 55 miljard dollar. Wereldwijd bedroeg de totale schade van de tien duurste rampen ongeveer 229 miljard dollar.[1] [2]

De enorme branden in Los Angeles begin januari 2025 kostten de stad en de staat Californië meer dan $250 miljard.

Schade aan infrastructuur Europa

De schade als gevolg van de klimaatrampen van de afgelopen jaren, overstromingen, natuurbranden, extreem weer en zeespiegelstijging, loopt al in de miljarden euro’s. In 2024 veroorzaakten klimaatrampen in Europa aanzienlijke schade aan de infrastructuur, waarbij de kosten naar schatting meer dan €77 miljard bedroegen.[3]

In 2024 had Europa te maken met aanzienlijke economische gevolgen van klimaatrampen, met drie van de tien duurste gebeurtenissen ter wereld in de regio. Storm Boris en zware overstromingen in Spanje en Duitsland kostten samen ongeveer 13,87 miljard dollar (13,5 miljard euro). Bij deze rampen vielen 258 dodelijke slachtoffers, voornamelijk door de overstromingen in Valencia. Over het geheel genomen zullen klimaatgerelateerde rampen in Europa naar schatting meer dan €77 miljard per jaar kosten, wat de dringende behoefte aan betere strategieën voor rampenparaatheid en veerkracht onderstreept.[4] [5] [6]

De catastrofale overstromingen door de storm Boris hadden grote gevolgen voor landen als Oostenrijk, Polen en Tsjechië, wat leidde tot grote schade aan infrastructuur, huizen en essentiële diensten. Alleen al in Polen leidden de overstromingen tot herstelkosten die werden geraamd tussen € 2,3 en € 5,3 miljard, wat de zware economische tol van deze gebeurtenissen benadrukt. Over het geheel genomen wijst de trend op toenemende financiële verliezen door toenemende klimaatgerelateerde rampen op het hele continent.[7]

Landbouw als oorzaak van de klimaatcrisis

De landbouw is zowel ‘veroorzaker’ als ‘slachtoffer’ van de klimaatverandering.

De landbouw en voedselindustrie vormen één van de grootste uitstoters van broeikasgassen, met naar schatting 25% van de totale broeikasgasemissie. Dan gaat het om CO2 emissies door onder meer kunstmestproductie, glastuinbouw en voedseltransport, en is ook de grootschalige kap van bossen voor meer landbouwgrond meegenomen, alsmede de verdroging van veengronden in landbouwgebieden. Naast deze CO2-emissies zorgt de landbouw ook voor grootschalige uitstoot van andere broeikasgassen als methaan (door het vee) en lachgas (door overmatige stikstofbemesting).

De landbouw is de absolute grootverbruiker van grond: ze neemt wereldwijd 40% van alle beschikbare grond (zonder woestijnen en poolgebieden) in beslag.

De aanspraak van landbouw op grond neemt nog steeds toe, door groeiende vraag naar landbouwproducten en in het bijzonder naar dierlijke producten.

Ook in watergebruik staat de landbouw aan kop: wereldwijd wordt 2/3 van alle watergebruik bestemd voor irrigatie van landbouwgebieden.

De dierlijke sector heeft wereldwijd een zeer dominante positie, die op verschillende manieren zichtbaar is. Allereerst in grondgebruik: naar schatting is 2/3 van het grondgebruik voor landbouw wereldwijd bestemd voor veeteelt, danwel direct als land om te grazen, danwel indirect als akkerland voor de teelt van veevoer. In de EU heeft de dierlijke sector een aandeel van 84% van de uitstoot van broeikasgassen voor de Europese voedselproductie.[1]

Daarnaast wordt de dominante positie van de veeteelt weerspiegeld in de EU-landbouwsubsidies. In 2024 ging maar liefst 82% van de subsidies naar de diersector.[1]

De op intensieve veeteelt gerichte landbouw berokkent wereldwijd enorme ecologische schade. Habitatverlies is de belangrijkste oorzaak voor de achteruitgang van op het land levende dier- en plantpopulaties. Deze populaties zijn in totaal met 73% geslonken sinds 1970.[2]

Om het in perspectief te plaatsen: ruim 97% van het gewicht van alle zoogdieren op het land in de hele wereld bestaat momenteel uit vee + mensen + gezelschapsdieren. Daarvan maakt vee 67% uit, in de vorm van 1,5 miljard koeien, 27 miljard kippen en 780 miljoen varkens (www.fao.org). Krap 3% van het gewicht van alle landzoogdieren leeft nog maar in het wild en die zijn aangewezen op een steeds beperkter gebied.[3]

De landbouw- en voedselsector kent ook grote maatschappelijke tegenstellingen. Ging het vroeger om arme landarbeiders versus rijke landheren, nu is de grote tegenstelling die tussen hoogtechnologische intensieve landbouw en kleine boeren. Laatstgenoemde groep omvat 70% van alle boeren wereldwijd en is essentieel voor de lokale voedselzekerheid. Het is opmerkelijk dat 95% van de mondiale onderzoeksfinanciering van de landbouw bestemd is voor de intensieve landbouw en slechts 5% voor de 70% kleine boeren.[4] Voor de zo noodzakelijke transitie van landbouw en voedselsystemen wordt ervoor gepleit deze kennisongelijkheid te overbruggen en het landbouw- en voedselonderzoek fundamenteel anders in te richten.[5]

Landbouwcrisis in Nederland

Ook in Nederland is sprake van een ernstige landbouwcrisis, die de klimaatcrisis in grote mate verergert en zich met name manifesteert in de volgende aspecten:

  • een kapitaalintensieve grootschalige veehouderij, die boeren afhankelijk heeft gemaakt van veevoerleveranciers en de banken (voornamelijk Rabobank). De dominante plaats van de veehouderij blijkt uit het feit dat een derde van het landoppervlak van Nederland (1,2 miljoen ha van de in totaal 3,8 miljoen ha) in gebruik is voor de veehouderij en dat daarnaast nog eens 1,6 miljoen ha grond in het buitenland in gebruik is ten dienste van de Nederlandse veehouderij, vooral voor de productie van veevoer (CBS). In Nederland worden jaarlijks 400 miljoen landbouwdieren gefokt; 95% daarvan in de intensieve veehouderij onder dieronvriendelijke omstandigheden (Dierenbescherming).
  • een grootschalig nitraatprobleem (het welbekende stikstofprobleem): dat wil zeggen een enorm mestoverschot doordat de vele dierlijke mest uit de intensieve veehouderij niet in verhouding staat met de vraag naar mest uit de akkerbouw.
  • verdroging, verzuring en vermesting (‘eutrofiëring’) van natuurgebieden, waardoor de biodiversiteit sterk afneemt. De biodiversiteit van het boerenland zelf is in vrije val.
  • grootschalige uitbuiting van arbeidsmigranten in kassen en slachterijen: in Nederland zijn 80% van de werkers in die bedrijfstakken arbeidsmigranten.[1]
  • een intensief gebruik van kunstmest, die de bodem verarmt en waarvan de productie extreem grote hoeveelheden CO2 uitstoot.
  • een intensief gebruik van pesticiden, die grond, water, natuur, boeren en omwonenden vergiftigen.
  • een krachtige landbouwlobby die erin slaagt de politieke besluitvorming over de benodigde transitie in de landbouw tegen te houden tegen alle feitelijke ontwikkelingen in een romantisch beeld van de Nederlandse landbouw in stand houdt.
  • Een nationaal en Europees subsidiestelsel dat de grootschalige intensieve landbouw bevoordeelt en, fraaie politieke uitspraken ten spijt, biologische boeren benadeelt.
  • een stagnerende sector van biologische en andere klimaatvriendelijke boeren. Slechts 4,9% van de landbouwgrond in Nederland is in gebruik op biologische manier of in omschakeling naar biologisch.[2] Dit aandeel groeit al vele jaren niet of nauwelijks.
  • een onderstroom van bezorgde burgers die zich aansluiten bij de vele initiatieven voor een klimaatvriendelijke landbouw.

Wat merken we nu al van de klimaatcrisis mondiaal

Het zesde Assessment Report van IPCC (2023)[1] geeft een overzicht van de effecten van klimaatverandering die nu al zichtbaar zijn. Op het gebied van landbouw en voedsel noteert IPCC onder meer:

  • De landbouwproductiviteit is weliswaar gestegen, maar door klimaatverandering is deze stijging de afgelopen 50 jaar afgezwakt.
  • Klimaatverandering veroorzaakt met name negatieve gevolgen op de landbouwproductie in de tropische en sub-tropische klimaatzones. Vooral Afrika, Australië, Latijns-Amerika, de kleine eilandstaten en het Middellandse Zeegebied worden hierdoor getroffen. Ook de dierlijke productie ondervindt hiervan wereldwijd de negatieve gevolgen.
  • Door de opwarming en verzuring van de oceanen worden de visserij en de teelt van schaal- en schelpdieren negatief beïnvloed.
  • De toename van weersextremen heeft een sterke teruggang veroorzaakt in voedselzekerheid en waterzekerheid bij miljoenen mensen, met name in gemeenschappen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika, de kleine eilandstaten en de Noordpoolgebieden.
  • In tal van gemeenschappen is de incidentie van ondervoeding gestegen als gevolg van misoogsten, onvoldoende toegang tot voedsel en een grotere eenzijdigheid van voedsel. Hier is vooral sprake van bij inheemse bevolkingsgroepen, kleine boeren, bejaarden en arme gezinnen met kleine kinderen.
  • Ongeveer de helft van de wereldbevolking heeft thans te maken met waterschaarste gedurende een deel van het jaar, als gevolg van een combinatie van klimaatverandering en andere oorzaken. De meest getroffen gebieden zijn Afrika, de Kleine eilandstaten en het Middellandse Zeegebied.

De volgende figuur uit het IPCC rapport AR6[1] vat samen welke schadelijke gevolgen van door de mens veroorzaakte klimaatverandering zullen blijven toenemen.

(a) Klimaatverandering heeft wereldwijd al wijdverspreide gevolgen en daarmee samenhangende verliezen en schade aan menselijke systemen veroorzaakt en ecosystemen op het land, in zoet water en in de oceanen veranderd. Fysieke beschikbaarheid van water omvat de balans van het beschikbare water uit verschillende bronnen, waaronder grondwater, de waterkwaliteit en de vraag naar water. Wereldwijde mentale gezondheid en verplaatsing beoordelingen weerspiegelen alleen beoordeelde regio's. Betrouwbaarheidsniveaus weerspiegelen de beoordeling van de toeschrijving van de waargenomen gevolgen aan klimaatverandering. (b) Waargenomen effecten houden verband met fysieke klimaatveranderingen, waaronder vele die worden toegeschreven aan menselijke invloed, zoals de geselecteerde klimaatimpact veroorzakers. De betrouwbaarheids- en waarschijnlijkheidsniveaus geven de beoordeling weer van de toeschrijving van de waargenomen klimaatimpact-driver aan menselijke invloed.[1]

Stagnatie in de landbouwtransitie in Nederland

Alhoewel de landbouw één van de grootste bronnen is van broeikasgassen, vinden nauwelijks inspanningen plaats om dit te verminderen.

De landbouwcrisis wordt elk jaar erger; de nadelige effecten stapelen zich op en komen dagelijks in het nieuws. Maar politieke besluitvorming blijft achterwege, waardoor boeren in onzekerheid blijven verkeren. De grote agrofoodbedrijven houden zich ondertussen op de achtergrond en maken vage claims over verduurzaming die weinig of niets voorstelt. Sommige, zoals Unilever, verlagen hun duurzaamheidsdoelen uit angst voor hun aandeelhouders. Ondertussen voert de klimaatbeweging de druk op de grote agrofoodbedrijven op om met concrete afspraken te komen om de doelstelling van de Parijse Akkoorden te halen. Niet zelden moet de rechter eraan te pas komen om die bedrijven in beweging te krijgen.

De opbrengst van de Nederlandse landbouw stagneert inmiddels al meer dan 10 jaar, met name door klimaatverandering: grotere onvoorspelbaarheid van het weer, meer hittegolven en droogtes, vaker zware neerslag en overstromingen. Naar verwachting zal dit toenemen in de komende jaren. In een onderzoek van de boerenorganisatie LTO Nederland in 2024 bleek dat er nu al bij 61% van de respondenten sprake is van oogstverliezen door klimaatverandering. In meer dan de helft van de gevallen gaat het om meer dan 10% verlies. (Volkskrant 4/5/2024).

Wat staat ons deze eeuw te wachten?

Het gemiddelde inkomen zal de komende 26 jaar met bijna een vijfde dalen als gevolg van de klimaatcrisis, volgens een onderzoek dat voorspelt dat de kosten van de klimaatschade zes keer hoger zullen zijn dan de prijs voor het beperken van de opwarming van de aarde tot 2 ºC.[1]

Stijgende temperaturen, heviger regenval en frequenter en heviger extreem weer zullen naar verwachting tegen het midden van de eeuw jaarlijks 38 duizend miljard dollar aan schade veroorzaken, volgens de meest uitgebreide analyse van dit type, gepubliceerd in het tijdschrift Nature.[2]

Het is te verwachten dat elk jaar hogere bedragen nodig zijn voor de reparatie van klimaatschade. Voor Europa komen concrete cijfers daarover van een studie door de Universiteit van Mannheim, uitgevoerd met economen van de Europese Centrale Bank.[3] Die schat de directe economische schade in Europa door de hittegolven, droogtes en overstromingen van de zomer 2024 op ongeveer 43 miljard euro. De verliezen waren ongelijk verdeeld: regio’s met lagere inkomens of hogere temperaturen werden harder getroffen. Vooral Spanje, Frankrijk en Italië leden elk meer dan 10 miljard euro verlies.[4]

De analyse combineerde meteorologische data met economische modellen en voorspelt dat, als soortgelijke extreme weersomstandigheden zich blijven voordoen, de cumulatieve macro‑economische kosten tegen 2029 kunnen oplopen tot 126 miljard euro. Deze cijfers onderstrepen de dringende noodzaak van betere klimaataanpassing en preventieve maatregelen in heel Europa.

Gevolgen voor de landbouw, mondiaal

Een statistische meta-analyse levert projecties op van de afname van de landbouwproductiviteit in de tweede helft van deze eeuw. De schattingen laten een verwachte opbrengst reactie zien van - 22% (maïs), - 9% (rijst), - 15% (soja) en - 14% (tarwe) van 2015 tot 2080-2100 in het business-as-usual scenario van SSP5-8.5. In het lagere emissiescenario van SSP1-2.6 neemt die af tot respectievelijk - 3,8%, - 2,7%, 1,4% en - 1,5%.[1]

Gevolgen voor de voedselzekerheid. Boven: Vermindering van het totale voedselaanbod in calorieën ten opzichte van de uitgangssituatie in 2015 (%) voor SSP2-4,5 (a) en SSP5-8,5 (b). Onder: Verandering in het risico dat niet aan de nationale vraag naar calorieën wordt voldaan door productie en invoer voor SSP2-4.5 (c) en SSP5-8.5 (d).[1]

De figuur laat projecties zien voor twee scenario’s, SSP2-4.5 – het ‘middle of the road scenario – en SSP5-8.5 – het meest ongunstige, business as usual scenario.

Zonder mitigatie en aanpassing lopen landen in Zuid-Azië, Afrika ten zuiden van de Sahara, Noord-Amerika en Oceanië het risico dat ze tegen het einde van de eeuw niet meer kunnen voldoen aan de nationale vraag naar calorieën in het strengste emissiescenario.

In het Zesde Assessment Report (2023)[2] heeft het IPCC een verdienstelijke poging gedaan om op basis van wetenschappelijke waarschijnlijkheid een vooruitblik te geven over de effecten van verdergaande klimaatverandering op de landbouw.

Enkele van de IPCC-prognoses het gebied van landbouw en voeding zijn de volgende, gekoppeld aan het aantal graden opwarming en een middellang (2040 - 2060) of lang (2060 – 2100) tijdsperspectief.

  • Op middellange tot lange termijn en zal er bij 2 ºC opwarming 20% minder smeltwater in rivieren en vanuit gletsjers beschikbaar zijn voor irrigatie, waterkrachtcentrales en menselijk gebruik. Bij 4 ºC opwarming zal dat 40% minder zijn.
  • De schade door overstromingen zal bij 2 ºC opwarming 1,4 tot 2x zo groot zijn als bij 1,5 ºC opwarming. Bij 3 ºC opwarming zal dit 2,5 – 4 maal zo groot zijn als bij 1,5 ºC.
  • Bij 4 ºC zal 10% van het totale landoppervlak van de planeet te maken krijgen met zowel extreem hoge als extreem lage waterstanden in rivieren, met enorme consequenties voor watergebruik, landbouw en watermanagement.
  • Hoe groter de opwarming van de aarde, hoe groter de toename van het risico dat mensen niet aan genoeg eten kunnen komen (voedselonzekerheid):
    • bij 1,5 – 2 ºC stijgt de voedselonzekerheid van matig naar hoog in kwetsbare gebieden door meer en sterkere droogtes, overstromingen, hittegolven plus doorgaande zeespiegelstijging.
    • bij meer dan 2 ºC opwarming zal de voedselonzekerheid op middellange termijn (2040 – 2060) stijgen met als gevolg een toename van de ondervoeding en micronutriëntentekorten, met name in Sub-Sahara Afrika, Zuid-Azië, Latijns Amerika en de kleine eilandstaten. Klimaatopwarming zal in toenemende mate de bodemgezondheid en ecosysteemdiensten zoals de bestuiving van bloemen verzwakken, de druk van plantenziekten verhogen en leiden tot minder zeedieren. Dit ondermijnt de voedselproductiviteit in veel gebieden op land en in de zee.
    • Bij meer dan 3 ºC opwarming zal op de langere termijn (2060 – 2100) een grote toename plaats vinden van gebieden met klimaatrampen. Dit zal de voedselonzekerheid in die gebieden ernstig vergroten en daarmee de verschillen in voedselzekerheid met andere gebieden doen toenemen. Onvrijwillige migratie zal daardoor op grote schaal toenemen.

Omdat het klimaat zelf en de impact van klimaatveranderingen een veelheid aan terreinen beslaan, is het van belang om ook te kijken naar combinaties van klimaatrisico’s.

IPCC schetst enkele van dergelijke combinaties, die verre van hypothetisch kunnen blijken te zijn.

  • Boven 1,5 oC opwarming neemt, door steeds verder toenemende weersextremen, het risico steeds verder toe op gelijktijdig optredende verliezen van de maisoogst in belangrijke productiegebieden. De zeespiegel stijgt sowieso. Als dan ook nog orkanen en hevige regens plaats vinden, neemt het overstromingsrisico sterk toe. De combinatie van deze risico’s, versterkt door productiviteitsverlies in de landbouw doordat landarbeiders moeten werken in te hoge temperaturen, veroorzaakt al met al een verhoogd risico op ondervoeding en klimaat-gerelateerde sterfte, met name in tropische gebieden. Een dergelijke voedselcrisis kan verder verergeren doordat klimaatverandering ook de voedselveiligheid kan bedreigen door contaminatie van gewassen met mycotoxinen (gifstoffen uit schimmels) en contaminatie van voedsel uit zee door schadelijke algenbloei, mycotoxinen en chemische verontreiniging. (B.5.1)
  • De zeespiegelstijging zal een cascade van effecten teweegbrengen die zal leiden tot het verdwijnen van natuur- en landbouwgebieden in kustgebieden. Het zal leiden tot verzilting van het grondwater, overstromingen en aantasting van de infrastructuur langs de kust. Op de lange termijn leiden tot risico’s voor kustbewoners, hun levensonderhoud, gezondheid, welzijn, voedsel- en waterzekerheid en culturele waarden.
  • Internationale conflicten kunnen ontstaan bv. als vissen door klimaatverandering collectief migreren buiten de nationale visgronden, of als rivieren niet meer voldoende water leveren voor alle functies zoals energie-opwekking, koeling van fabrieken en irrigatie.
  • In al deze gevallen zal met grote waarschijnlijkheid op grote schaal sprake zijn van toenemende conflicten, verarming, ziekte en sterfte en onvrijwillige migratie.

Recent onderzoek van de Aalto University in Finland[3] laat zien dat de teelt van tal van gewassen in met name de tropische en sub-tropische gebieden steeds moeilijker wordt naarmate de temperatuurstijging doorzet. Daardoor wordt het in die gebieden ook steeds moeilijker om alternatieve gewassen te kiezen, waardoor de voedselzekerheid ernstig in de knel komt en grootschalige honger op de loer ligt. In Sub-Sahara Afrika, de regio die het zwaarst wordt getroffen door deze ontwikkeling, komt bij 3 graden C temperatuurstijging bijna ¾ van de landbouwproductie in gevaar. Dit nog los van andere oogstbedreigingen door klimaatverandering, zoals droogtes, overstromingen, branden en ziektes.

Bij geringere opwarming zullen de oogsten in de gematigde klimaatzones niet zozeer bedreigd worden door de temperatuurstijging, maar andere bedreigende factoren zoals extreem weer en plantenziekten kunnen wel een grote schadelijke invloed hebben.

Landbouw in Europa

Regionale impact van droogte als percentage van het bbp als de gemiddelde temperatuur 3 °C boven het pre-industriële gemiddelde stijgt — een scenario dat steeds waarschijnlijker wordt. De droogte zal naar verwachting verergeren in Zuid- en West-Europa. Met dank aan The Guardian.[1]

Voedselproductie wordt steeds moeiljiker als gevolg van extreme weersomstandigheden — met name droogte — en dat heeft ook gevolgen voor de economie van landen die het sterkst getroffen worden.[1] Onderzoek in het begin van de hete zomer van 2025[2] concludeert:

  • De opwarming van de aarde versterkt de regionale verschillen in de gevolgen van droogte in Europa.
  • De gevolgen van droogte zullen in de zuidelijke en westelijke regio's van Europa toenemen.
  • Sommige regio's kunnen te maken krijgen met verwachte jaarlijkse verliezen van 1-2 % van hun regionale bbp.
  • In sommige regio's zou de landbouwsector 10-15% van zijn economische output kunnen verliezen.

Nederland zal zich in de loop van deze eeuw moeten voorbereiden op een drastische krimp van de intensieve landbouw. Dit kan grofweg op twee manieren gaan. Als we de maximale temperatuurstijging 2 oC (afgesproken in het Akkoord van Parijs) serieus nemen dan komen we als maatregel niet om de krimp van de intensieve landbouw heen. Doen we dat niet dan zal (volgens de meerderheid van klimaatwetenschappers) de aarde afstevenen op een temperatuurverhoging van 2,5 tot 3 oC.

In dat geval dwingt klimaatverandering tot een krimp van de landbouw, maar dan kwaadschiks. De enorm toegenomen wateroverlast, de verzilting van het grondwater door zeespiegelstijging en overmatige regenval, maken dat akkerbouw en veeteelt in grote delen van Nederland niet meer mogelijk zullen zijn. Dat betekent dat Nederland voor zijn voedselzekerheid in hoge mate van de andere EU-landen afhankelijk zal zijn.

Gelukkig vindt al een krimp van de veestapel plaats, maar dat gaat nog veel te langzaam.

Nederland zal toe moeten naar een agro-ecologische landbouw, waar ook plaats is voor dieren maar alleen als dat in balans is met de rest van de landbouw. En een landbouw die niet gebaseerd is op grootschaligheid en uitbuiting, maar op kringlopen en respect voor mens en dier.

Ongelijkheid

De gevolgen van klimaatverandering verschillen aanzienlijk tussen huishoudens met een laag inkomen en huishoudens met een hoog inkomen.[1] [2] [3] [4]

Huishoudens met een laag inkomen lopen een groter risico op inkomensverlies en armoede omdat ze afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van essentiële goederen en diensten, waardoor ze kwetsbaarder zijn voor prijsstijgingen en tekorten. Huishoudens met een hoog inkomen kunnen deze schokken beter opvangen dankzij grotere financiële middelen en toegang tot vervangende producten.

Gemeenschappen met een laag inkomen hebben vaak onvoldoende toegang tot gezondheidszorg, verzekeringen en aanpassingsmiddelen, waardoor de gezondheidsrisico's van klimaatverandering toenemen. Huishoudens met een hoog inkomen hebben meestal betere gezondheidsdiensten tot hun beschikking en een beter aanpassingsvermogen, waardoor ze effectiever kunnen reageren op klimaatgevolgen.

In ontwikkelingslanden worden bevolkingsgroepen met een laag inkomen onevenredig zwaar getroffen door klimaatgerelateerde rampen, omdat ze vaak in kwetsbare gebieden wonen waar de negatieve effecten van klimaatverandering het grootst zijn en de infrastructuur minder veerkrachtig is. Huishoudens met een hoog inkomen in ontwikkelde regio's ondervinden over het algemeen minder directe gevolgen door de betere infrastructuur en systemen om op noodsituaties te reageren.

Over het algemeen verergert klimaatverandering bestaande ongelijkheden, waardoor huishoudens met een laag inkomen het zwaarst worden getroffen.

De gevolgen van klimaatverandering voor huishoudens met een laag inkomen zijn bijzonder ernstig in specifieke regio's:[5] [6] [7]

Afrika bezuiden de Sahara: Deze regio herbergt een aanzienlijk deel van de armen in de wereld: ongeveer 80% van de mensen die het risico lopen op mislukte oogsten en honger woont hier. Extreme weersomstandigheden hebben de landbouwproductiviteit drastisch verminderd, waardoor de voedsel- en waterschaarste is toegenomen.

Zuid-Azië: Landen als Pakistan en Bangladesh worden ernstig bedreigd door overstromingen en een stijgende zeespiegel, waardoor miljoenen mensen ontheemd raken en ze hun middelen van bestaan kwijt raken. Tegen 2050 zou Bangladesh tot 17% van zijn landoppervlak kunnen verliezen als gevolg van klimaatverandering.

Zuidoost-Azië: Kwetsbare bevolkingsgroepen in deze regio ervaren verhoogde risico's van klimaatgerelateerde rampen, omdat velen voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de landbouw, waardoor ze gevoelig zijn voor klimaatschommelingen.

Over het algemeen zijn deze regio's extra kwetsbaar voor klimaatverandering, wat leidt tot meer armoede en gezondheidsrisico's onder huishoudens met een laag inkomen.

Solvabiliteit

De wereldeconomie kan tussen 2070 en 2090 te maken krijgen met een verlies van 50% van het bnp door klimaatverandering, tenzij er onmiddellijk beleidsmaatregelen worden genomen tegen de risico's van de klimaatcrisis. Bevolkingen worden al getroffen door schokken in het voedselsysteem, wateronzekerheid, hittestress en infectieziekten. Als hier niets aan wordt gedaan, worden massale sterfte, massale ontheemding, ernstige economische krimp en conflicten waarschijnlijker.

Planetary Solvency - finding our balance with nature is het vierde rapport van de Instituut en Faculteit van Actuarissen (IFoA) van de Universiteit van Exeter in samenwerking met klimaatwetenschappers.[1] Het rapport ontwikkelt een raamwerk voor mondiaal risicobeheer om deze risico's aan te pakken en laat zien hoe deze aanpak toekomstige welvaart kan ondersteunen. Het laat ook zien hoe een gebrek aan realistische berichtgeving over risico's als leidraad voor beleidsbeslissingen heeft geleid tot langzamere actie dan nodig is.

Het rapport stelt een nieuw Planetair Solvabiliteit Risico Dashboard voor, om beslissingsrelevante risico-informatie te verschaffen ter ondersteuning van beleidsmakers om menselijke activiteiten aan te sturen binnen de eindige grenzen van de planeet waarop we leven.

Infrastructuur

In een reeks rapporten die de Wereldbank in samenwerking met de Europese Commissie heeft uitgebracht, wordt een verontrustend beeld geschetst van de mate waarin Europa is voorbereid om de gevolgen van klimaatverandering de komende jaren het hoofd te bieden.[1]

Een van de meest verontrustende bevindingen is deze: de Europese Unie zou tegen 2030 zeven procent van haar bnp kunnen verliezen door de gevolgen van klimaatverandering.

2023 was het warmste jaar in Europa ooit gemeten, en weersomstandigheden die verband houden met klimaatverandering kostten volgens het rapport meer dan €77 miljard. En hoewel de Europese landen grote stappen zetten om zich voor te bereiden op deze gevolgen, concluderen de rapporten dat er meer moet gebeuren - vooral in kritieke sectoren zoals de hulpdiensten.

In slechts de helft van de EU-lidstaten zijn er bijvoorbeeld brandweerkazernes in gebieden waar meer dan één natuurramp voorkomt. Een dergelijk gebrek aan voorbereiding voor hulpdiensten heeft al gevolgen gehad.

Inflatie

Onderzoekers van de Europese Centrale Bank (ECB) rapporteren toenemende inflatie als gevolg van klimaatverandering. Met name hete zomers leiden tot voedselschaarste en drijven de prijzen op, zowel van voedingsmiddelen als non-food. Het effect is het sterkst voor opkomende economieën, maar is ook merkbaar in ontwikkelde economieën. Economische belangen en klimaatactie worden vaak voorgesteld als tegenstrijdige belangen. Dit rapport laat zien dat dat een drogredenering is.[1]

Volgens nieuw Duits onderzoek kan klimaatverandering, en in het bijzonder stijgende temperaturen, ervoor zorgen dat de voedselprijzen met 3,2% per jaar stijgen. Als de klimaatverandering verder verergert, zal deze prijsinflatie ertoe leiden dat steeds meer mensen over de hele wereld geen gevarieerd en gezond eetpatroon kunnen hebben, of gewoon niet genoeg voedsel.[2] [3]

Dezelfde opwarming zal een kleinere stijging van de algehele inflatie veroorzaken (tussen 0,3 en 1,2 procentpunten), waardoor een groter deel van het huishoudinkomen zou moeten worden besteed aan voedsel.

Dit effect zal wereldwijd worden gevoeld, zowel in landen met een hoog inkomen als in landen met een laag inkomen, maar nergens sterker dan in het zuiden van de wereld. Net als bij diverse andere gevolgen van klimaatverandering zal Afrika het zwaarst getroffen worden, ondanks het feit dat het continent weinig bijdraagt aan de oorzaken ervan.

Verzekeringen

"Verminder de uitstoot vandaag om morgen te verzekeren", waarschuwt een rapport van verzekeraars nu 2024 het eerste jaar is waarin de rode lijn van 1,5 °C opwarming wordt overschreden.

Het achtste scorecard report Within Our Power van Insure Our Future (2024)[1] onthult dat klimaatverandering verantwoordelijk is voor naar schatting 600 miljard dollar, oftewel meer dan een derde van de wereldwijde verzekerde weersverliezen in de afgelopen twintig jaar — een immens prijskaartje aan het klimaat dat verzekeraars al lange tijd doorberekenen aan polishouders. De door het klimaat veroorzaakte verliezen stegen de afgelopen tien jaar van gemiddeld 31% naar 38% van de totale verzekerde weersverliezen en overtroffen deze met 6,5% tot 4,9% in termen van jaarlijkse groei.

Door het klimaat veroorzaakte verzekerde verliezen bedragen in totaal $600 miljard (2002-2022) - een jaarlijks gemiddelde van $30 miljard. Grafiek uit het rapport Within our Power.[1] [2] Met toestemming van The Sunrise Project Inc.

Stijgende schade als gevolg van toenemend extreem weer verhoogt de druk op verzekeringsmaatschappijen, huishoudens en bedrijven. Sommige risico’s kunnen al niet meer, of alleen onder strenge voorwaarden worden gedekt, zoals het wonen in uiterwaarden of dichtbij rivieren. Veel verzekeringsmaatschappijen verhogen de premies voor schade door storm of overstroming. Zonder effectieve maatregelen tegen klimaatverandering verwacht de verzekeringssector dat de verzekeringspremies over tien jaar zullen verdubbelen.

De Italiaanse verzekeraar Generali heeft in oktober de lat hoger gelegd door het eerste beleid ter beperking van fossiele brandstoffen aan te nemen dat de hele olie- en gaswaardeketen dekt en ook nieuwe LNG-projecten met methaan omvat die een bedreiging vormen voor de klimaatdoelstellingen. Uit de analyse van Insure Our Future blijkt echter dat de industrie als geheel is gestagneerd in het nemen van effectieve klimaatmaatregelen, terwijl ze gemeenschappen over de hele wereld laat opdraaien voor toenemende risico's zonder bescherming en voor torenhoge kosten die ze zelf nauwelijks hebben kunnen maken.

De totale commerciële verzekeringsmarkt voor fossiele brandstoffen is de afgelopen twee jaar marginaal gegroeid. De totale verzekeringspremies voor hernieuwbare energie zijn nog steeds minder dan 30% van de omvang van de verzekeringsmarkt voor fossiele brandstoffen ($6,5 miljard vergeleken met $22 miljard) - een potentieel verzekeringstechnisch knelpunt voor tot $10 biljoen aan klimaattransitie-investeringen in 2030.

Munich Re Group, een van de grootste herverzekeraars ter wereld, is sinds 1 januari 2025 gestopt met investeren in en verzekeren van olie- en gasprojecten.[3] In de afgelopen jaren hebben Europese herverzekeraars, waaronder Swiss Re, Hannover Re, Scor, Axa XL, Mapfre, Generali en Fidelis, allemaal beperkingen ingevoerd op het herverzekeren van olie, en in sommige gevallen gas.

Vanaf 1 januari 2025 moeten alle bedrijven in Italië verzekerd zijn tegen natuurrampen. Soortgelijke regels bestaan al in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. In de VS trekken steeds meer verzekeraars zich terug uit gebieden zoals kustgebieden die bedreigd worden door klimaatverandering.[4]

Miljoenen Amerikanen zien de premies voor hun inboedelverzekeringen stijgen terwijl hun dekking krimpt. Landelijk stegen de premies tussen 2017 en 2023 met 34%, en in 2024 bleven ze in een groot deel van het land stijgen. En om het nog erger te maken, worden die tarieven nog hoger als je een schadeclaim indient - tot wel 25% als je je huis volledig hebt verloren.[5]

De belangrijkste reden is dat klimaatverandering leidt tot extremer weer, en verzekeraars reageren daarop met stijgende premies. De verliezen worden verergerd door het vaker voorkomen van extreem weer in dichtbevolkte gebieden, stijgende bouwkosten en huiseigenaren die schade ondervinden die vroeger zeldzamer was.

Delen van de VS hebben grotere en schadelijker hagelbuien gezien, hogere stormvloeden, massale en wijdverspreide bosbranden en hittegolven die metaal doen buigen en asfalt doen smelten. In Houston is wat vroeger een 100-jarige ramp was, zoals orkaan Harvey in 2017, nu een gebeurtenis van 1 op de 23 jaar, volgens schattingen van risicobeoordelaars van First Street Foundation. Daarnaast verhuizen meer mensen naar kustgebieden en gebieden in het wild die een hoger risico hebben op stormen en bosbranden.

Als, zoals verwacht, de opwarming verder doorzet, zullen de premies verder stijgen en de dekkingsgraad verder afnemen.

Einde kapitalisme

Günther Thallinger, een topman bij Allianz SE, een van de grootste verzekeringsmaatschappijen ter wereld, zegt dat klimaatverandering een groot probleem is voor het kapitalisme.[6] Stijgende temperaturen en extreem weer maken het moeilijk voor verzekeraars om klimaatrisico's te dekken. Dit zou kunnen betekenen dat financiële diensten zoals hypotheken en beleggingen in de toekomst niet meer werken. Het huidige beleid zal naar verwachting een temperatuurstijging tussen 2,2C en 3,4C veroorzaken. Dit zal catastrofale gevolgen hebben die overheden en financiële systemen niet aankunnen.

Thallinger zegt dat als we niet snel actie ondernemen om de koolstofuitstoot te verminderen, sommige gebieden wel eens te riskant zouden kunnen worden om te verzekeren. Dit zou een groot probleem kunnen vormen voor de financiële sector. Een temperatuurstijging van 3 graden Celsius zou zoveel schade aanrichten dat het onmogelijk zou zijn om ons aan te passen, en de financiële stabiliteit zou instorten. De oplossing is om zo snel mogelijk af te stappen van fossiele brandstoffen en om duurzaamheid een prioriteit te maken naast financiële doelen. Deskundigen zijn het erover eens dat de waarschuwingen van de verzekeringssector duidelijk maken dat er dringend actie moet worden ondernomen om de klimaatverandering aan te pakken en de ineenstorting van de economie en de beschaving te voorkomen.

Toerisme

In de zomer op vakantie naar Spanje of Griekenland gaan kan gevaarlijk worden. Hittegolven zijn dodelijk, met name voor kinderen en ouderen. Toeristen die tijdens een wandeling onwel worden en overlijden, zijn regelmatig in het nieuws. In de Middellandse Zee kunnen toeristen ook niet meer afkoelen wanneer het water rond de 30 graden is opgewarmd. Wintersportgebieden worden kleiner, gebruik van kunstsneeuw kan dit niet compenseren. Als koraalriffen afsterven worden die bestemmingen minder aantrekkelijk. De verandering van de biodiversiteit heeft gevolgen voor het ecotoerisme.

Intussen draagt toerisme steeds meer bij aan de uitstoot van broeikasgassen.

Een rapport van de Universiteit van Cambridge vat de gevolgen van klimaatverandering voor het toerisme samen.[1]

Toerisme en klimaatverandering. Bron: Climate Change: Implications for Tourism.[1] Creative Commons License BY 4.0.

De toeristische sector wordt geconfronteerd met zowel directe als indirecte gevolgen van klimaatverandering. Zeespiegelstijging en oceaanverzuring vormen een bedreiging voor kustinfrastructuur en natuurlijke attracties. Hogere temperaturen zullen het wintersportseizoen verkorten en de levensvatbaarheid van sommige skigebieden ondermijnen. Daarnaast zal klimaatverandering leiden tot verschuivingen in biodiversiteit, met gevolgen voor het ecotoerisme. Veranderende neerslagpatronen zullen de beschikbaarheid van water beïnvloeden.

Hoewel er aanpassingsmogelijkheden zijn, brengen deze vaak extra kosten met zich mee en bieden ze vooral op korte termijn verlichting. Risicolocaties kunnen investeren in veerkrachtige infrastructuur, terwijl aanbieders van wintersport kunstmatige sneeuw kunnen gebruiken, naar hoger gelegen gebieden kunnen verhuizen of het hele jaar door nieuwe activiteiten kunnen promoten. Bij scenario's met hoge emissies en stijgende temperaturen is het echter de vraag of aanpassing op de lange termijn haalbaar is.

Skigebieden zonder sneeuw

Door de klimaatverandering moeten steeds meer skigebieden zich voorbereiden op de tijd dat er niet meer genoeg sneeuw zal zijn. Het Europese project “BeyondSnow” ondersteunt hen daarbij.[2] In Slovenië ligt de focus op wandelaars en fietsers als toekomstige gasten.

Zie:

Verdieping: Uitstoot door toerisme.

Verdieping: Verdwijnende skigebieden

Regionale verschillen

Rapporten van de OECD uit 2015[1] en het World Economic Forum (WEF) uit 2021[2] laten zien dat de economische effecten van de opwarming van de aarde aanzienlijk verschillen per regio, waarbij sommige gebieden voordelen ondervinden terwijl andere aanzienlijke verliezen lijden. Deze verschillen zijn het gevolg van verschillen in klimaat, geografische en sociaaleconomische omstandigheden en regionale economische structuren.

Simulatie van de gevolgen van economisch verlies door opwarming in % van het BBP in het midden van deze eeuw, vergeleken met een wereld zonder opwarming. Bron: Swiss Re, geciteerd in het WEF rapport (2021).[3] Creative Commons License BY-NC-ND 4.0

Zuid- en Zuidoost-Aziatische economieën zijn bijzonder kwetsbaar voor de fysieke risico's van de opwarming van de aarde en beschikken mogelijk niet over de middelen om zich aan te passen. China loopt het risico om bijna 24% van zijn BBP te verliezen in een ernstig scenario.

Volgens onderzoek gepubliceerd in Nature Communications hebben hittegolven in Europa geleid tot verliezen in het BBP, waarbij zuidelijke regio's meer getroffen zijn door warmere temperaturen en doordat een hoger aandeel van de productie in de open lucht plaatsvindt.[4]

Het onderzoek keek naar vier jaren waarin het bijzonder warm was (2003, 2010, 2015 en 2018) en vergeleek de bevindingen met de periode 1981-2010. In deze jaren bedroegen de totale geschatte kosten van de hittegolven tussen 0,3% en 0,5% van het Europese BBP. Maar de verliezen waren niet overal hetzelfde. Ze waren veel hoger op plaatsen die kwetsbaarder zijn. Het onderzoek keek ook naar wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren. Het zegt dat de gevolgen in 2060 bijna vijf keer zo groot kunnen zijn als in de periode 1981-2010. Dit is als we niet meer actie ondernemen om de klimaatverandering te beperken of ons eraan aan te passen. Het lijkt waarschijnlijk dat de gevolgen erger zullen zijn op plaatsen waar de gevolgen al ernstig zijn.

a Kosten van hittegolven op regionaal niveau (als deel van het regionale BBP) in de vier geanalyseerde jaren. b Regionale gevolgen van hittegolven op verschillende breedtegraden. Verticale lijnen tonen de gemiddelde, regio-overschrijdende, jaarlijkse gevolgen van hittegolven voor het BBP (ononderbroken rode lijn) en het overeenkomstige effect over de historische periode 1981-2010 (ononderbroken grijze lijn), zoals verkregen door simulatie van alle jaren over de historische periode. Grijs gearceerde gebieden beschrijven de distributiepercentielen van schade (1e, 10e, 25e, 50e, 75e en 99e percentiel) over 1981-2010. Rood gearceerde gebieden geven positieve afwijkingen aan in de economische schade vergeleken met het historische mediane effect. Bron: García-León, D., Casanueva, A., Standardi, G. et al. Current and projected regional economic impacts of heatwaves in Europe. Nat Commun 12, 5807 (2021). Creative Commons License 4.0[4]

Sommige regio's op hogere breedtegraden, zoals Canada en Siberië, zouden de welvaart kunnen zien toenemen als gevolg van de opwarming van de aarde. Dat blijkt uit een studie uit 2024.[5]

Ruimtelijke gevolgen van klimaatverandering voor de welvaart. Bron: CEPR.[5]

Een onderzoek gericht op China vond een omgekeerd U-vormig verband tussen temperatuur en economische groei (zie de volgende grafiek), met een omslagpunt bij een gemiddelde jaartemperatuur van 12,28°C. Als de temperatuur stijgt, kunnen regio's rechts van het omslagpunt positieve economische gevolgen ondervinden, terwijl regio's links van het omslagpunt negatieve gevolgen kunnen ondervinden.[6]

Omgekeerde U-vormige relatie tussen de jaarlijkse gemiddelde temperatuur en de verandering in de groei van het BBP per hoofd van de bevolking (%). De verticale stippellijn geeft het omslagpunt aan en de verticale ononderbroken lijnen zijn de gemiddelde temperaturen van de provincies. Het blauw gearceerde gebied geeft het 95% betrouwbaarheidsinterval weer. Bron: J.-L. Chang et al. (2020). The Nonlinear Impacts of Global Warming on Regional Economic Production: An Empirical Analysis from China. Weather, Climate, and Society.[6] © American Meteorological Society. Used with permission.

De verdeling van economische verliezen als gevolg van de opwarming van de aarde is tweeledig, waarbij de armste locaties op dit moment naar verwachting het meest te lijden zullen hebben, terwijl de rijkste regio's op dit moment mogelijk slechts marginaal getroffen zullen worden.

Verdieping

Verdieping: Uitstoot door toerisme

Tussen 2009 en 2019 groeide de hoeveelheid CO2 veroorzaakt door toerisme elk jaar met 3,5%. Dit is twee keer zo snel als de groei van de wereldeconomie. In 2019 was toerisme verantwoordelijk voor 5,2 Gt CO2-e, dat is 8,8% van alle broeikasgasemissies.[1]

De belangrijkste redenen voor deze groei zijn trage verbeteringen in technologie (0,3% per jaar) en een voortdurende stijging van de toeristische vraag (3,8% per jaar). De uitstoot van de sector zal tussen 2005 en 2035 naar verwachting met 130% stijgen, blijkt uit een onderzoek in 2018.[2]

De toeristische uitstoot is zeer ongelijk verdeeld. Bij gebruik van verschillende berekeningsmethoden blijkt dat toeristen uit de twintig landen die het meest uitstoten driekwart van het wereldwijde totaal voor hun rekening nemen. Het verschil in de hoeveelheid toeristische uitstoot per persoon tussen rijke en arme landen is nu meer dan twee keer zo groot.

Om de toeristische uitstoot te verminderen, moeten landen bepalen hoeveel toeristen ze willen aantrekken. Dit zal helpen om ervoor te zorgen dat het wereldwijde toerisme het Akkoord van Parijs volgt.

Verdieping: Verdwijnende skigebieden

De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), die deel uitmaakt van de Verenigde Naties, heeft eigenaren van skioorden gewaarschuwd dat het “nul-gradenniveau” — de hoogte waarop temperaturen een blijvend sneeuwdek mogelijk maken — zal stijgen van ongeveer 850 meter boven zeeniveau nu tot 1500 meter in 2060 naarmate de wereld warmer wordt.[1]

Dit zou betekenen dat elk skioord dat lager ligt dan 1.500 meter zijn pistes alleen nog zou kunnen onderhouden door kunstsneeuw te maken, een proces dat enorme hoeveelheden water en energie verbruikt, wat ten koste gaat van landbouw en natuur en verdere klimaatverandering in de hand werkt.