Strategieën tegen klimaatverandering
In een zin
| Vooruit, twee zinnen:
Klimaatverandering vraagt zowel snelle mitigatie—door broeikasgasuitstoot te verlagen via hernieuwbare energie, energie‑efficiëntie, bosbehoud en duurzamere landbouw—als robuuste adaptatie, zoals weerbestendige infrastructuur, betere waarschuwingssystemen, waterbeheer en hitte‑tolerante gewassen. Terwijl geo‑engineering zoals stralingsbeheer en CO₂‑afvang potentieel biedt, blijven de risico’s en onzekerheden hoog, waardoor zorgvuldig onderzoek en internationale samenwerking cruciaal zijn voor een duurzame, economisch levensvatbare toekomst. |
Eenvoudig uitgelegd
Klimaatverandering is een grote bedreiging voor onze planeet. We moeten veel verschillende dingen doen om de schade die klimaatverandering veroorzaakt te beperken en met de gevolgen om te gaan.
- Eén manier om dit te doen is het verminderen van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering, namelijk de uitstoot van broeikasgassen. We zouden zuiniger met energie moeten omgaan.
- Het is belangrijk om hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie te gaan gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen.
- Ook kunnen we de uitstoot verminderen door efficiënter gebruik te maken van energie in gebouwen en op transport.
- Het is belangrijk om bossen te beschermen en meer bomen te planten omdat ze kooldioxide absorberen, wat helpt om de hoeveelheid CO2 in de lucht te verminderen.
- Landbouwpraktijken moeten verbeterd worden, zodat vee minder methaangas produceert en de bodem gezonder wordt.
We moeten voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Dit omvat:
- Het ontwerpen van infrastructuur die bestand is tegen extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen en stormen.
- Het verbeteren van systemen voor vroegtijdige waarschuwing, zodat gemeenschappen zich beter kunnen voorbereiden op rampen en er effectiever op kunnen reageren.
- Beter waterbeheer, zodat we kunnen omgaan met veranderende neerslagpatronen en droogtes.
- Het ontwikkelen van gewassen die bestand zijn tegen stijgende temperaturen om ervoor te zorgen dat we genoeg voedsel kunnen verbouwen op plaatsen waar het warmer wordt. Echter, dit is een van die technologische oplossingen die het gevaar met zich meebrengen dat de weg naar netto nul vertraagd wordt.
Geo-engineering, hoewel controversieel, biedt mogelijke oplossingen door het klimaatsysteem van de aarde te beïnvloeden. Eén idee is het gebruik van stralingsbeheer, dat zonlicht van de aarde weerkaatst, en een ander idee is het opvangen en opslaan van CO2. Deze methoden hebben grote risico's en onzekerheden, dus we moeten er goed over nadenken en meer onderzoek doen.
Het is dus belangrijk om mitigatie (dingen doen om klimaatverandering te verminderen), adaptatie (onze gemeenschappen en economieën in staat stellen om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering) en het onderzoeken van geoengineering op een zorgvuldige manier te combineren. Samenwerken en nieuwe oplossingen vinden zijn belangrijk als we onze planeet willen beschermen voor toekomstige generaties.
Onderzoek laat zien dat investeren in een duurzame samenleving economisch haalbaar is en zelfs winstgevend kan zijn.
Strategieën tegen klimaatverandering
Er is geen reden om het tegengaan van klimaatverandering op te geven. Er zijn nog allerlei oplossingen die we kunnen inzetten. We weten hoe het klimaatsysteem werkt. We weten wat de oorzaken zijn van de huidige opwarming. We weten wat we eraan kunnen doen. Weliswaar is het terugdraaien van de gevolgen van klimaatverandering op de korte termijn niet mogelijk, maar we hebben wel invloed op hoe ernstig die gevolgen zullen zijn.
Introductie: mitigatie, adaptatie, veerkracht
Dit zijn de drie strategieën om klimaatverandering en de gevolgen ervan te verminderen en te weerstaan.
Mitigatie is wanneer mensen het gehalte aan broeikasgassen en andere schadelijke stoffen proberen te verminderen. Dit kan zijn door de uitstoot te verminderen, door te stoppen met fossiel, of de opname in ecosystemen (‘putten’) te vergroten. (Zie Mitigatie.)
Adaptatie is wanneer een natuurlijk of menselijk systeem zich aanpast als reactie op het klimaat, door feitelijke of verwachte veranderingen. Dit kan de schade beperken of kansen creëren. (Zie Adaptatie.)
Veerkracht (resilience) is het vermogen van mensen en sociale, economische en ecologische systemen om gevaren te weerstaan, te absorberen of op te vangen, zich aan te passen en tijdig en efficiënt te herstellen van de gevolgen van een gevaar, onder andere door het behoud en herstel van de essentiële basisstructuren en -functies, terwijl het vermogen tot aanpassen, leren en transformeren behouden blijft.
De strategie waarover klimaatwetenschappers het eens zijn en die zeker werkt, is het direct minderen van de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van het verbranden van fossiele brandstoffen, kortom stoppen met fossiel! De verschillende IPCC scenario’s laten zien wat de gevolgen zijn van meer of minder snel stoppen met fossiel.
Naast stoppen met fossiel zijn er verschillende methoden om de gevolgen van klimaatverandering te verminderen (mitigatie). Sommige kunnen meteen worden toegepast, zoals overgaan naar hernieuwbare energiebronnen en efficiënter gebruik van energie, herbebossing en duurzame landbouw. Andere, zoals koolstofafvang, zijn nog in ontwikkeling en vinden plaats op een veel te kleine schaal om enig effect te maken.
Dat laatste geldt ook voor de verschillende vormen van klimaatengineering die als doel hebben de hoeveelheid inkomende zonnestraling te verminderen. Er bestaan nog geen praktisch toepasbare technieken op voldoende grote schaal. Bovendien zijn de meeste onbetaalbaar.
Omdat klimaatverandering, met alle schadelijke gevolgen van dien, niet binnen een of enkele generaties terug te draaien is, wordt in een groot deel van de wereld aanpassing (adaptatie) aan de nieuwe omstandigheden onvermijdelijk. Grote gebieden worden onleefbaar en onveilig. Systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor gevaarlijke situaties moeten worden uitgebreid. Infrastructuur moet worden verbeterd en aangepast aan extreme omstandigheden. Waterbeheer moet worden aangepast aan een afwisseling van extreme droogte- en neerslagperioden.
En tenslotte, misschien wel het belangrijkst, zal de kapitalistische groeieconomie moeten plaatsmaken voor een duurzame, rechtvaardige samenleving. De postgroei economie benadrukt welzijn, duurzaamheid en gelijkheid boven economische groei, waarvoor veel energie en grondstoffen nodig is.
Zie Fossiele subsidies en en Waarom elke tiende graad telt.
Niets doen is duurder dan klimaatactie
In de jaren '80 bedroegen de gemiddelde kosten van rampen in Europa ongeveer 8 miljard euro per jaar. Recent onderzoek toont aan dat de jaarlijkse schade door extreme weersomstandigheden en natuurrampen in 2021 en 2022 meer dan 50 miljard euro bedroeg. Dit laat zien dat de kosten van nietsdoen nu al aanzienlijk hoger zijn dan de kosten van klimaatactie. Het illustreert dat preventieve maatregelen om klimaatverandering te bestrijden niet alleen cruciaal zijn voor het voorkomen van toekomstige rampen, maar ook voor het beperken van de economische impact ervan.
Tegelijkertijd heeft de EU moeite om snel op te treden tegen klimaatverandering en stuit ze op politieke weerstand in veel lidstaten. Milieukwesties en maatregelen zoals regelgeving rond huisverwarming en landbouwvervuiling worden steeds vaker bekritiseerd.
The Green Deal, het uitgebreide EU-plan om als eerste continent tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, staat onder toenemende druk van critici die het te ambitieus en te kostbaar vinden. Populistische en extreem-rechtse partijen grijpen het plan aan als kritiekpunt op de EU-instellingen.
EU Crisis Management Commissioner Janez Lenarcic benadrukte dat de urgentie van de kwestie overduidelijk is. “We leven in een Europa dat zowel overstroomt als in brand staat. Deze extreme weersomstandigheden zijn nu bijna een jaarlijks terugkerend fenomeen,” zei hij. “De wereldwijde realiteit van klimaatafbraak dringt door tot in het dagelijks leven van de Europeanen.”[1]
Klimaatactie is goed voor de economie
Uit onderzoek van de denktank van 38 van de belangrijkste kapitalistische landen, de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), is gebleken dat krachtige maatregelen om de klimaatcrisis aan te pakken de economische groei van landen zal doen toenemen. Dit ondanks beweringen van critici van klimaatmaatregelen dat het de economie zal schaden.
Als landen ambitieuze doelen stellen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en vervolgens het beleid uitstippelen om deze doelen te bereiken, zou dit rond 2040 resulteren in een nettogroei van het wereldwijde BBP. Dit staat in een gezamenlijk rapport van de OECD en het Ontwikkelingsprogramma van de VN.[2] [3] De berekening van de nettowinst van 0,23% in 2040 zou in 2050 nog groter zijn, als de baten van het terugdringen van de uitstoot voor de economie zou worden meegerekend.
Tegen 2050 zou het BBP per hoofd van de bevolking van de rijkste landen met 60% toenemen, terwijl in landen met lagere inkomens die toename in 2050 ten opzichte van 2025 124% zou zijn. Ook ontwikkelingslanden zouden profiteren, met in 2030 175 miljoen minder mensen onder de armoedegrens, als regeringen nu zouden investeren in het terugdringen van emissies.
Daarentegen zou het mondiale BBP deze eeuw met éénderde kunnen dalen als we de klimaatcrisis ongecontroleerd laten voortduren.[4]
Daarbij is het de vraag of economische groei wenselijk is. Zie een kritische bespreking van 'Groene Groei' en Ontgroeien.
Bronnen:
- ↑ EU warns deadly flooding and wildfires show climate breakdown is fast becoming the norm | AP
- ↑ Tackling climate crisis will increase economic growth, OECD research finds | The Guardian
- ↑ Nine key takeaways about the ‘state of CO2 removal’ in 2024 | Carbon Brief
- ↑ Why Investing in Climate Action Makes Good Economic Sense | BCG
Internationale verdragen
Sinds de jaren ‘80 van de vorige eeuw zijn verschillende internationale overeenkomsten tot stand gekomen om vervuiling en klimaatverandering aan te pakken door internationale samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Protocol van Montreal
Het Protocol van Montreal,[1] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.
United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC)
Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC)[2] is een internationaal milieuverdrag dat in 1992 werd aangenomen om klimaatverandering aan te pakken. Het uiteindelijke doel is om de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op een niveau dat gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem voorkomt. Het UNFCCC vormt de basis voor de jaarlijkse Conferences of the Parties (COPs), waarin alle aangesloten landen de wereldwijde klimaatonderhandelingen voeren, nationale commitments voor broeikasgasreductie afspreken en onderhandelen over financiering van klimaatschade en klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden. Ook wordt daar de stand opgemaakt van de resultaten van de acties tegen klimaatverandering tot nu toe.
COP28 in 2023 in Dubai maakte geschiedenis doordat voor het eerst, ondanks de aanwezigheid van duizenden lobbyisten van de fossiele industrie, werd afgesproken fossiele brandstoffen op termijn uit te faseren.
COP30
COP30 vond plaats in november 2025 in Belém, Brazilië. Het resultaat van de bijeenkomst viel tegen. Climate Action Tracker concludeert dat de conferentie weinig vooruitgang laat zien voor wat betreft de projecties van de opwarming.[3] Er wordt nog steeds niet serieus nagedacht over stoppen met fossiel. Fossiele brandstoffen kwamen zelfs niet voor in de slotverklaring. Toezeggingen van de meeste landen schieten tekort en de wereld is nog steeds op weg naar 2,6 °C opwarming in 2100.
Een rapport van Global Witness over COP30[4] concludeert dat, ondanks de intensieve campagne van de coalitie "People In Polluters Out",[5] de belangen van fossiele brandstoffen nog steeds diep verankerd zijn in de top. Uit analyse van de voorlopige deelnemerslijst blijkt dat meer dan 1600 lobbyisten die banden hebben met de olie- en gassector toegang hebben gekregen, waardoor de industrie ongeveer één zetel per 25 deelnemers krijgt – een hoger aandeel dan bij eerdere COP's. Deze lobbyisten zijn in aantal groter dan veel nationale delegaties; zo zijn ze bijvoorbeeld bijna 50 keer zo talrijk als het officiële Filipijnse team.
Het rapport stelt dat deze onevenredige aanwezigheid de "people-first"-agenda ondermijnt die wordt verdedigd door frontline-gemeenschappen, inheemse groepen en klimaatrechtvaardigheidsactivisten die strijden voor een snelle uitfasering van fossiele brandstoffen en robuuste klimaatfinanciering. Hoewel het VN-handboek voor waarnemers nu optionele openbaarmakingsmaatregelen voor deelnemers bevat, sluit het nog steeds deelnemers uit die via nationale delegaties zijn geregistreerd, waardoor er een maas in de wet blijft bestaan voor de vertegenwoordiging van vervuilers.
Global Witness roept op tot strengere firewallmaatregelen, het beginsel "de vervuiler betaalt" en wettelijke verplichtingen om de invloed van de industrie te beteugelen, en benadrukt dat echte vooruitgang op klimaatgebied alleen kan worden geboekt als mensen echt aan tafel zitten en vervuilers worden uitgesloten. Door de voortdurende verbranding van fossiele brandstoffen komen enorme hoeveelheden CO₂ en andere broeikasgassen vrij, waardoor de opwarming van de aarde wordt versneld. Dat onderstreept nog eens waarom hun invloed moet worden beperkt.
Kyoto en Parijs
De belangrijkste resultaten van deze jaarvergaderingen zijn het Kyoto-protocol (1997) en de Overeenkomst van Parijs (2015). Ze bepalen de internationale samenwerking op het gebied van klimaatmitigatie en adaptatie en de steun aan ontwikkelingslanden.
Het IPCC (zie de wikipagina over de scenario's van het IPCC) is een wereldomvattend wetenschappelijk samenwerkingsverband van ongekende omvang en relevantie, dat de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering evalueert en samenbrengt en zo de basis legt onder het UNFCCC. Het IPCC produceert rapporten die een overzicht geven van de huidige staat van kennis over klimaatverandering, de impact ervan en opties voor adaptatie en mitigatie. Deze rapporten zijn cruciaal voor het informeren van beleidsmakers en onderhandelaars binnen het UNFCCC-proces.
Kyoto-protocol
Het Kyoto-protocol,[6] aangenomen in 1997, is een internationale overeenkomst die gekoppeld is aan het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC). Het verplicht de ondertekenende landen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen op basis van de principes van het verdrag. Het protocol introduceerde bindende emissiereductiedoelstellingen voor ontwikkelde landen, met als doel de emissies in de periode 2008-2012 met gemiddeld 5% te verlagen ten opzichte van 1990. Het stelde ook marktmechanismen in zoals de handel in emissierechten om deze doelen te helpen bereiken. Het Kyoto-protocol was een belangrijke stap in het mondiale klimaatbeleid, hoewel de effectiviteit ervan wordt betwist vanwege de verschillende niveaus van deelname en naleving.
Overeenkomst van Parijs
De Overeenkomst van Parijs,[7] aangenomen in 2015, is een internationaal verdrag binnen het kader van het UNFCCC dat als doel heeft de opwarming van de aarde te beperken tot "goed beneden" 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau, met inspanningen om de stijging te beperken tot 1,5 graden. In het verdrag verplichten alle deelnemende landen zich om bij te dragen aan het verminderen van broeikasgasemissies en het aanpassen aan klimaatverandering, door middel van Nationally Determined Contributions (NDCs). Deze NDCs worden door de deelnemende landen zelf vastgesteld. De Overeenkomst introduceert ook een mechanisme om de inspanningen elke vijf jaar te verhogen en bevordert financiering en technologische ondersteuning voor ontwikkelingslanden.
Volgens een analyse van Climate Analytics[8] is er nog steeds een kans dat de wereld de ergste gevolgen van de klimaatverandering kan vermijden en kan terugkeren naar het doel van 1,5 °C als regeringen gezamenlijk actie ondernemen tegen de uitstoot van broeikasgassen, zo stelt een nieuwe beoordeling.
Het rapport stelt ook dat de doelstellingen van regeringen ontoereikend zijn en snel moeten worden herzien, en roept op tot een snelle opschaling van het gebruik van hernieuwbare energie en de elektrificatie van belangrijke sectoren, waaronder transport, verwarming en industrie.
Biodiversiteit
Naast de COPs in het kader van de UNFCCC is er ook sprake van Conferences of the Parties (COPs) binnen het UN Verdrag inzake Biologische Diversiteit. Dit verdrag is tot stand gekomen op de VN conferentie inzake milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro (1992) en is ondertekend door alle lidstaten van de Verenigde Naties behalve de VS. De meest recente Conferentie van de Partijen van dit verdrag (COP16)[9] vond plaats eind oktober 2024 in Cali, Colombia, en leverde belangrijke resultaten op. Inheemse volken werden erkend voor hun rol in bescherming van de biodiversiteit, wat leidde tot een nieuw programma en een permanent orgaan. Het Cali-fonds werd opgezet om de voordelen van digitale genetische informatie te delen, met industriële bijdragen.
Uiteindelijk, na hervatting van de conferentie in februari 2025, werd overeenstemming bereikt over de financiering van 200 miljard dollar per jaar tot 2030 aan ontwikkelingslanden voor de instandhouding van de biodiversiteit. Volgens critici is dit onvoldoende.[10]
Bronnen:
- ↑ Montreal Protocol | Wikipedia
- ↑ UN Climate Change
- ↑ Little change in warming outlook for four years; new 2035 climate targets make no difference Climate Action Tracker
- ↑ COP30 verdict: People in, polluters still in? | Global Witness
- ↑ People in, polluters out: Join Global Witness at COP30 | Global Witness
- ↑ What is the Kyoto Protocol? | UN Climate Change
- ↑ The Paris Agreement | UN Climate Change
- ↑ Rescuing 1.5°C: new evidence on the highest possible ambition to deliver the Paris Agreement | Climate Analytics
- ↑ United Nations Biodiversity Conference | Convention on Biological Diversity
- ↑ Cop16 nature summit agrees deal at 11th hour but critics say it is not enough | The Guardian
Achterstand
Najaar 2024 kwam editie 15 van het Emission Gap Report van het UN Environmental Programme uit, getiteld ‘Emissions Gap Report 2024: No more hot air … please!’.[1] Het rapport vindt dat landen drastisch meer ambitie en actie moeten leveren in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions, anders is het doel van 1,5°C van het Akkoord van Parijs binnen een paar jaar niet meer haalbaar.
Het rapport inventariseert hoeveel landen moeten beloven om broeikasgassen terug te dringen en hoeveel ze moeten waarmaken in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions (NDC's), die begin 2025 moesten worden ingediend in de aanloop naar COP30. Er is een reductie nodig van 42 procent in 2030 en 57 procent in 2035 om op schema te komen voor 1,5°C.

Volgens het UNEP rapport zou het nog technisch mogelijk zijn om op een pad van 1,5°C te komen, waarbij zonne-energie, windenergie en bossen veelbelovende mogelijkheden bieden voor een drastische en snelle emissiereductie. (Maar zie voor de beperkingen van het aanplanten van bomen: Herbebossing.)
Om dit potentieel waar te maken, moeten de deelnemende landen voldoende ambitieuze NDC's formuleren en ondersteunen door een overheidsbrede aanpak, maatregelen die de sociaaleconomische en ecologische nevenvoordelen maximaliseren, door een versterkte internationale samenwerking die een hervorming van de mondiale financiële architectuur omvat, krachtige actie van de particuliere sector en minimaal een verzesvoudiging van de investeringen in emissiereductie. De landen van de G20, met name de landen met de grootste uitstoot, zouden het zware werk moeten doen.
Zoals op de pagina Meest recente stand van zaken wordt aangegeven, wordt die ambitie steeds onwaarschijnlijker.
Europa
Europa blijft op alle terreinen achter in het bestrijden van de klimaatcrisis, blijkt uit een analyse van Climate Action Tracker.[3] Of in het licht hiervan de netto nuldoelen van de EU voor 2050 haalbaar zijn, is de vraag, ook al zijn die volgens CAT acceptabel.

Volgens een analyse van BloombergNEF[4] zou Europa zijn energiegerelateerde CO₂-emissieplafond voor 2030 met negen procent kunnen overschrijden. Als de broeikasgasemissies van andere sectoren worden meegerekend, kan de overschrijding oplopen tot 29 procent (702 miljoen ton CO₂-equivalent) – in plaats van de beoogde emissiereductie van 55 procent in 2030.

De redenen voor het missen van de doelen zijn, volgens Bloomberg:
- Trage elektrificatie, bijvoorbeeld met betrekking tot warmtepompen, elektrische voertuigen en uitbreiding van het elektriciteitsnet.
- Lage investeringen in hernieuwbare energie, netwerkinfrastructuur en koolstofopslag (CCS).
- Technologische achterstand: Belangrijke technologieën zoals waterstofproductie en duurzame brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart zijn nog niet volwassen of rendabel.
Volgens analisten van Bloomberg blijft de EU ver achter bij de ambitie om netto nul ton broeikasgas uit te stoten in 2050. Om in 2050 op een netto-nulpad te blijven, zou de EU de uitstoot van de energiesector met 84 procent moeten verminderen tot slechts een halve gigaton CO₂ in 2040.
Het Net Zero scenario van Bloomberg, waarin de energiesector in 2050 volledig koolstofvrij is gemaakt, vereist ook dat de investeringen in hernieuwbare energie vanaf 2024 met 23 procent toenemen ten opzichte van 2023, terwijl de uitgaven voor de verkoop van elektrische voertuigen en oplaadinfrastructuur in de periode tot 2050 moeten verdrievoudigen.
Bronnen:
Fossiele subsidies
Fossiele energie krijgt in Nederland nog steeds veel meer subsidie dan duurzame energie. Volgens recente schattingen en overheidsdocumenten ontvingen fossiele bedrijven in Nederland jaarlijks tussen de €39,7 en €46,4 miljard aan fiscale voordelen, vrijstellingen en regelingen die het gebruik van fossiele brandstoffen ondersteunen. Het gros hiervan bestaat uit belastingkortingen, vrijstellingen voor grootverbruikers en specifieke regelingen voor industrieën als de glastuinbouw en zware industrie.[1] [2] [3]
Voor duurzame energie wordt er jaarlijks via bijvoorbeeld de SDE++-regeling een bedrag van €8 miljard beschikbaar gesteld in 2025. Ook zijn er miljarden beschikbaar via regelingen zoals de ISDE (o.a. voor warmtepompen en isolatie) en DUMAVA, vooral gericht op particulieren en maatschappelijk vastgoed. Het totaal van die directe subsidies en investeringsmogelijkheden blijft echter substantieel lager dan de fiscale voordelen voor fossiel.[4] [5]
De overheid is bezig met het afbouwen van (delen van) deze fossiele subsidies, maar in 2025 verloopt dit nog traag en zijn de verschillen tussen beide categorieën nog steeds zeer groot.[6] [7] Het kabinet-Schoof heeft hier niets aan gedaan en was zelfs van plan een deel van de maatregelen terug te draaien, bijvoorbeeld door zogeheten "rode diesel" weer toe te staan voor boeren. Uiteindelijk gaat dat niet door blijkens de beleidsvoornemens voor 2026.
Bronnen:
- ↑ Shell Nederland heeft het meest geprofiteerd van fossiele subsidies | Duuzaam Ondernemen NL
- ↑ Maak een einde aan fossiele subsidies | Milieudefensie
- ↑ Deze 10 grote bedrijven krijgen elk jaar miljarden voor vervuilen | Milieudefensie
- ↑ Vanaf oktober opnieuw subsidie voor meer duurzame energie | Rijksoverheid
- ↑ Welke energiesubsidies zijn er in 2025? | Energy Check
- ↑ Afbouw fossiele subsidies voor bedrijven. Duurzame energie | Rijksoverheid
- ↑ 23 Fossiele regelingen | Ministerie van Financiën
Duurzame energie
Zie de wikipagina Duurzame energie.