Einde aan de groei

Uit Klimaatwiki

In een zin

Post‑groei, donut‑economie en ontgroei vormen samen een alternatieve economische visie die eindeloze BBP‑expansie afwijst en in plaats daarvan welzijn, sociale rechtvaardigheid en ecologische stabiliteit nastreeft door lokale, circulaire en hernieuwbare praktijken, een “donut”‑model dat basisbehoeften binnen planetaire grenzen garandeert, en bewuste krimp van consumptie en energie met nadruk op niet‑marktactiviteiten, progressieve belastingen en democratische planning.

Eenvoudig uitgelegd

  • Post‑groei (Post‑growth) — Oneindige economische expansie is onhoudbaar op een planeet met eindige hulpbronnen. Post-groei focust op welzijn, sociale rechtvaardigheid en ecologische stabiliteit in plaats van BBP‑groei, en gebruikt daartoe lokale economieën, circulaire productie, hernieuwbare energie en maatstaven voor kwaliteit van leven.
  • Donut‑economie (Doughnut Economics) — Het economische model is als een “donut” waarin binnen de innerlijke ring de basisbehoeften van mensen worden gegarandeerd, en buiten de buitenste ring de ecologische grenzen van de aarde niet worden overschreden. Het doel is een economie die iedereen voldoende welvaart biedt zonder de planeet te overbelasten. Dat houdt in: herverdeling van rijkdom, groene innovatie, afschaffing van groeigerichte subsidies.
  • Ontgroei (Degrowth) — Bewuste krimp van materiële consumptie en energiegebruik is nodig om ecologische overschrijdingen te stoppen. Daarnaast is nodig: waardering van niet‑marktactiviteiten (zorg, onderwijs, kunst), progressieve belastingen en democratische productieplanning.

Einde aan de groei

We noemen hier drie modellen die een einde maken aan de ideologie van de economische groei die een belangrijke oorzaak is voor de immense schade die de aarde wordt toegebracht. Dat zijn postgroei, de donut economie en ontgroei.

Postgroei (Post-growth)

Postgroei vindt zijn oorsprong in de ecologische economie.[1] In de loop van de tijd is dit geëvolueerd tot een tak van de duurzaamheidswetenschap waarbij wordt bijgedragen aan de constructie van een nieuw economisch vakgebied waarin inzichten uit diverse disciplines (bijv. ecologische, antropologische, historische, sociologische en politieke) worden opgenomen om te begrijpen hoe de voorziening in menselijke behoeften in zijn werk gaat.[2] Het vakgebied onderzoekt de ecologische, sociale en economische limieten aan groei.

Met betrekking tot de ecologische grenzen begint postgroei met het uitgangspunt dat er planetaire grenzen zijn die niet gerespecteerd kunnen worden als landen streven naar een ongelimiteerde economische groei, oftewel uitbreiding van productie en consumptie. Overheden streven standaard naar 3% groei per jaar, wat betekent dat de economische output ongeveer elke 23 jaar verdubbelt.[3] Een kanttekening daarbij is dat veel Westerse landen dit groeipercentage al geruime tijd niet halen.

Postgroei is, net als ‘groene groei’, een aanpak binnen de duurzaamheidswetenschap. “In het licht van 1) het ontbreken van bewijs voor groene groei, 2) de overmaat aan bewijs tegen groene groei, en 3) de alsmaar kleiner wordende mogelijkheid om ecologische afbraak te voorkomen, verkiest het postgroeivakgebied het voorzichtigheidsprincipe te volgen en het nastreven van economische groei los te laten.”[2] Met andere woorden, het vasthouden aan economische groei maakt het bereiken van milieudoelstellingen lastiger. Blijven vertrouwen op technologie is onverstandig en onverantwoord in het licht van enerzijds de huidige resultaten en anderzijds wat er op het spel staat.

Dit gedachtegoed is in ons land op de kaart gezet door onder andere Postgroei Nederland,[4] een denktank met deskundigen uit 12 verschillende politieke partijen.

Hierbij een samenvatting van hun betoog. Zij stellen dat zeven van de negen planetaire grenzen mondiaal zijn overschreden. Hiervoor zijn vijf hoofdoorzaken: de uitstoot van broeikasgassen, materiaalverbruik, watergebruik, landgebruik en emissies van toxische stoffen. Nederland draagt hier disproportioneel aan bij. Alle vijf deze oorzaken moeten tegelijk en voldoende snel omlaag. Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat dit mogelijk is in combinatie met economische groei. Dit geldt ook voor de andere landen die disproportioneel bijdragen aan het overschrijden van de planetaire grenzen, zoals nagenoeg alle Westerse landen.

Volgens Postgroei Nederland zijn de visie van de SER en die van het huidige kabinet "een illusie" die onvoldoende rekening houdt met twee zaken. Ten eerste het feit dat een groot deel van de productie voor binnenlandse consumptie in het buitenland plaatsvindt en daar dus beslag legt op extra gebruik van land, grondstoffen en water en extra broeikasgassen uitstoot. Ten tweede de Jevons-paradox: het verschijnsel dat milieuwinst vaak leidt tot lagere prijzen en daardoor hogere consumptie, waardoor de milieuwinst grotendeels verdwijnt. Als tegenhanger stellen zij daarom een verschuiving van kwantitatieve groei (BBP) naar kwalitatieve groei (kwaliteit van leven) voor.

Bronnen:

Donut Economie (Doughnut Economics)

De Donut combineert de ecologische limieten aan de aarde met menselijk welzijn. Voor de ecologische limieten gaat het uit van ‘de planetaire grenzen’ en voor menselijk welzijn hanteert het de sociale doelstellingen van de Sustainable Development Goals. Tussen dit ecologische plafond en de sociale fundering ligt ‘de ecologisch veilige en sociaal rechtvaardige ruimte voor de mensheid’. Bedenkster Kate Raworth positioneert de Donut als nieuwe economische doelstelling, dit in tegenstelling tot het sturen op BBP (groei), waarvan wordt verwacht dat het welvaart voor iedereen brengt.[1] De realiteit laat zien dat dat lang niet altijd het geval is.

Door het verkiezen van de planetaire grenzen boven het nastreven van economische groei, is de Donut in feite een postgroei-gereedschap voor het maken van beleid. Het ecologische plafond enerzijds en de sociale fundering anderzijds zijn als het ware de vangrail voor het totale beleidspakket. Over de invulling van dit beleidspakket doet de Donut geen uitspraken.[2]

Het is belangrijk om te beseffen dat momenteel (2025) geen enkel land zich in de veilige ruimte van de donut bevindt. Over het algemeen voldoen westerse landen wel aan de sociale fundering maar breken ze, als we ook internationale handel en productie in ogenschouw nemen, door het ecologische plafond. Veel niet-westerse landen kampen met het tegenovergestelde probleem: het ecologisch plafond is meer intact voor de interne productie en consumptie maar het schort aan de sociale fundering.[3] Ziehier dan ook de postgroei-uitdaging: Hoe te voorzien in welzijn binnen ecologische grenzen?[4]

Bronnen:

Ontgroei (Degrowth)

Waar postgroei het nastreven van economische groei als leidende indicator voor de economie loslaat, gaat ontgroei een stap verder door een gelijkwaardige verschuiving van productie en consumptie voor te stellen die het menselijk welzijn vergroot, ongelijkheid vermindert en de ecologische omstandigheden op lokaal en mondiaal niveau verbetert, op de korte en lange termijn.[1]

Om dat te bewerkstelligen is een heel scala aan ingrepen nodig, zoals het stoppen van geplande veroudering van producten, het verminderen van ecologisch-destructieve industrie en het stoppen met reclame daarvoor, het voorzien in universele basisdiensten, baangarantie, hogere loongelijkheid en schuldkwijtschelding voor landen in het globale zuiden.[2] [3] [4] [5] Ook gaan er stemmen op dat ontgroei een directe of participatieve democratie zou moeten omvatten en dat ‘een gelijkwaardige verschuiving’ niet ver genoeg zou gaan maar dat ‘een rechtvaardige verschuiving’ beter is.[6] [7]

Omdat het ecologisch budget eerlijk verdeeld moet worden, roepen ontgroeiers met name de rijksten en de grootste vervuilers op om verantwoordelijkheid te nemen voor het aandeel dat ze hebben bijgedragen aan de problematiek. Ontgroei is daarmee een transitie naar een postgroei economie. Vanwege de omvang en fundamentele aard van de voorgestelde verandering zijn er diverse fundamentele veranderingen nodig.[8]

Allereerst, een waarschijnlijk gevolg van een ontgroei-agenda is een reductie in BBP. Het huidige economische systeem is compleet gebaseerd op groei van het BBP. Deze groeidwang wordt gezien als belangrijke sta-in-de-weg voor de voorgestelde sociaal-rechtvaardige transformatie.[9] Daarom is een hervorming van de economie vereist om te blijven functioneren en te voorzien in levensbehoeften. Andere uitdagingen zijn het reorganiseren van het belastingstelsel en eigendom en het bekostigen van de publieke basisvoorzieningen (zorg, onderwijs, onderdak etc.).

De mogelijkheid om ecologische ineenstorting te voorkomen wordt steeds kleiner. Hoe langer we wachten met het kiezen voor een postgroei aanpak, hoe groter de kans dat degrowth over ons zal worden afgeroepen. Met andere woorden: “Degrowth by design, or degrowth by disaster.”[10]

Bronnen:

  1. Crisis or opportunity? Economic degrowth for social equity and ecological sustainability. Introduction to this special issue | Journal of Cleaner Production
  2. Hickel, J. (2020). Less is more: How degrowth will save the world. Random House.
  3. Schmelzer, M., Vetter, A., & Vansintjan, A. (2022). The future is degrowth: A guide to a world beyond capitalism. Verso Books.
  4. Kallis, G., Paulson, S., D'Alisa, G., & Demaria, F. (2020). The case for degrowth. John Wiley & Sons.
  5. Parrique, T. (2019). The political economy of degrowth (Doctoral dissertation, Université Clermont Auvergne [2017-2020]; Stockholms universitet).
  6. Defining degrowth | Working paper
  7. A review and classification of beyond GDP measurements based on degrowth criteria | SSRN
  8. What is Degrowth? | Caracol DSA
  9. Post-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries | Lancet Planetary Health
  10. #37 Degrowth by disaster? | Hans Stegeman, LinkedIn

Checklist voor strenge en duidelijke netto-nul plannen

In een commentaar in Nature schetsen Rogelj et al. (2021)[1] een routekaart naar een netto-nul-toekomst met de voorwaarden waaraan die zou moeten voldoen. Dat levert de volgende checklist op voor een dergelijke routekaart:

Toepassingsgebied

  • Aan welk mondiaal temperatuurdoel draagt dit plan bij (de mondiale temperatuur stabiliseren, of pieken en dalen)?
  • Wat is de streefdatum voor netto nul?
  • Met welke broeikasgassen wordt rekening gehouden?
  • Hoe worden de broeikasgassen bij elkaar opgeteld (GWP-100 of andere metriek)?
  • Wat is de omvang van de uitstoot (over welke gebieden, tijdspannes of activiteiten)?
  • Wat zijn de relatieve bijdragen van reducties, verwijderingen en compensaties?
  • Hoe worden de risico's rond verwijderingen en compensaties beheerd?

Eerlijkheid

  • Welke principes worden toegepast?
  • Zou het mondiale klimaatdoel worden bereikt als iedereen dit zou doen?
  • Wat zijn de gevolgen voor anderen als deze principes universeel worden toegepast?
  • Hoe beïnvloedt jouw doelstelling het vermogen van anderen om netto nul te bereiken en hun streven naar andere Sustainable Development Goals?

Routekaart

  • Welke mijlpalen en beleidsmaatregelen zullen de verwezenlijking ondersteunen?
  • Welk controle- en beoordelingssysteem zal worden gebruikt om de voortgang te monitoren en het doel bij te stellen?
  • Wordt netto-nul aangehouden, of is het een stap in de richting van netto negatief?

Voorbij duurzaamheid

In Voorbij duurzaamheid stelt Shivant Jhagroe[2] dat het denken en doen vanuit ‘duurzaamheid’ functioneert als groene fopspeen die radicale en rechtvaardige systeemverandering verhindert. Door het sterke geloof in het duurzaamheidssprookje vergeten we hoe nauw duurzaamheid is verweven met kolonialisme, kapitalisme en sociale uitsluiting. Hij houdt daarom een vlammend pleidooi voor een andere politieke taal en verbeelding en maakt de weg vrij voor een ecorechtvaardige samenleving, waarin een liefdevolle zorgplicht voor Aarde en elkaar centraal staat.

Kosten en opbrengsten van de transitie naar netto-nul

Om in 2050 te komen tot netto nul emissies is wereldwijd naar verwachting een gemiddelde jaarlijkse investering nodig van ongeveer $9,2 biljoen (= $ 9.200 miljard), wat een stijging is van $3,5 biljoen ten opzichte van de huidige uitgaven. Dit komt neer op ongeveer 7,5% van het wereldwijde BBP per jaar en op een totaal van ongeveer 275 biljoen dollar van 2021 tot 2050.[3] Deze overgang vereist aanzienlijke investeringen in emissiearme technologieën en infrastructuur, vooral in de startperiode tussen 2026 en 2030.

Extra uitgaven (in biljoen $) die nodig zijn om in 2050 netto nul te bereiken. Schattingen gebaseerd op het Net Zero 2050 scenario van het Network for Greening the Financial System, waarin de opwarming beperkt blijft tot 1,5 °C. Dat is een hypothetisch scenario, geen voorspelling of projectie. Bron: McKinsey.[3]

Tegenover de kosten staan aanzienlijke besparingen volgens een studie van onderzoekers van de Universiteit van Oxford in het tijdschrift Joule.[4] [5]

Een snelle overgang naar schone energie is goedkoper dan een langzame of geen overgang. Dat weerlegt de veelgehoorde bewering dat de groene transitie duur is. De kosten van groene technologie zijn de afgelopen tien jaar sneller gedaald dan verwacht en zullen waarschijnlijk verder blijven dalen. Al snel zal duurzame energie in vrijwel alle gevallen goedkoper zijn dan fossiele energie. Daarmee is het bereiken van een koolstofneutraal energiesysteem rond 2050 economisch mogelijk en rendabel.

De onderzoekers berekenden dat de overgang naar een koolstofvrij energiesysteem rond 2050 de wereld naar verwachting ten minste 12 biljoen dollar zal besparen in vergelijking met voortzetting van ons huidige gebruik van fossiele brandstoffen. Het gaat om de totale netto besparingen in de periode tot 2050.

Bronnen: