Mitigatie

Uit Klimaatwiki

In een zin

Mitigatie omvat het verlagen van de opwarming en de impact ervan door over te schakelen op hernieuwbare energie, energie‑efficiëntie, natuurbehoud, herbebossing, duurzame landbouw, elektrisch vervoer en beter afvalbeheer.

Eenvoudig uitgelegd

Mitigatie betekent het tegengaan van de opwarming van de aarde en het verminderen van de gevolgen. Hier zijn enkele belangrijke strategieën:

Overgang naar hernieuwbare energie: Overschakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie, windenergie, waterkracht en geothermische energie. Dit vermindert de uitstoot bij de energieproductie.

  • Energie-efficiëntie: Het verbeteren van de energie-efficiëntie in gebouwen, transport en industriële processen om het totale energieverbruik te verminderen.
  • Bescherming van natuurlijke ecosystemen: Het behoud van ecosystemen zoals wetlands, mangroves en veengebieden die grote hoeveelheden koolstof opslaan.
  • Herbebossing: Het aanplanten van nieuwe bossen en het herstellen van beschadigde bossen om de vastlegging van koolstof te verbeteren. Bossen fungeren als koolstofputten en absorberen CO2 uit de atmosfeer.
  • Duurzame landbouw: Landbouwpraktijken toepassen die de uitstoot verminderen, zoals precisielandbouw, vruchtwisseling en minder grondbewerking.
  • Elektrische voertuigen en openbaar vervoer: Het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren en de infrastructuur voor openbaar vervoer verbeteren om de uitstoot van de transportsector te verminderen.
  • Afvalbeheer: Het verbeteren van afvalbeheerpraktijken om de methaanuitstoot van stortplaatsen te verminderen en het bevorderen van recycling en compostering.
  • Internationale samenwerking: Wereldwijd samenwerken via overeenkomsten zoals de Overeenkomst van Parijs om emissiereductiedoelen te stellen en te behalen.
  • Koolstofheffingen: Het implementeren van koolstofbelastingen of cap-and-trade systemen om de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te stimuleren.
  • Technologische innovatie: Investeren in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologieën die de uitstoot kunnen verminderen of koolstof uit de atmosfeer kunnen verwijderen.
  • Koolstofafvang en -opslag (CCS): Het opvangen van CO2-emissies die ontstaan door het gebruik van fossiele brandstoffen bij de opwekking van elektriciteit en industriële processen, het transporteren ervan en het opslaan buiten de atmosfeer.
  • Onderwijs en bewustwording: Bewustwording creëren over klimaatverandering en het publiek voorlichten over duurzame praktijken en het belang van individuele acties.

Gecombineerd kunnen deze methoden aanzienlijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering en het bereiken van een duurzamere toekomst.

Mitigatie

Klimaatmitigatie bestaat uit maatregelen bedoeld om de omvang of snelheid van opwarming van de aarde te beperken.[1] Over het algemeen betekent klimaatmitigatie het verminderen van de door mensen veroorzaakte emissies van broeikasgassen. Naast het reduceren van broeikasgasemissies kan mitigatie ook plaatsvinden door het vergroten van de capaciteit van koolstofputten, zoals door herbebossing. Klimaatmitigatie kan de risico's van de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde aanzienlijk verminderen.

Koolstofbudget

Wetenschappers pleiten ervoor dat landen hun uitstoot zo snel mogelijk moeten verminderen om de klimaatdoelstellingen te halen. Om te voldoen aan de afspraken van het Akkoord van Parijs moet de uitstoot van broeikasgassen zeer sterk worden verminderd:[2] [3]

  • Koolstofbudget voor 1,5 °C: Om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C kan de mensheid vanaf 2020 maximaal nog ongeveer 500 gigaton (Gt) CO2 uitstoten. Als de uitstoot op het huidige niveau blijft (ongeveer 40 Gt per jaar), zal dit budget begin 2030 uitgeput zijn. Volgens the Global Carbon Budget bedroeg de totale CO2-uitstoot in 2024 41,6 gigaton CO2, een lichte stijging ten opzichte van 2023.
  • Koolstofbudget voor 2 °C: Om de opwarming te beperken tot 2°C is het budget ongeveer 1.350 Gt CO2 vanaf 2020. Met een ongewijzigd uitstootniveau zouden we dit budget halverwege de jaren 2050 overschrijden.

Het gebruik van koolstofafvang en -opslag (CCS) als tegenwicht voor emissies die moeilijk volledig te elimineren zijn, zoals methaan uit de rijstteelt, zal volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) “onvermijdelijk” zijn als de wereld netto nul wil bereiken.[4]

Hierbij bestaat het gevaar dat bedrijven CCS zullen gebruiken als alternatief voor het verminderen van de broeikasuitstoot: een vorm van greenwashing.

Te verwachten temperatuurstijging bij afbouw van broeikasgas uitstoot volgens drie scenario’s: Stated Policies Scenario (STEPS), Announced Pledges Scenario (APS) en Net Zero Emissions by 2050 (NZE). De lijntjes op de manden onder de ballonnen geven de spreiding aan van de verwachte temperaturen. Bron: IEA, World Energy Outlook 2024.[5]

Net-zero

De term "netto nul" betekent dat de uitstoot van broeikasgassen en de verwijdering ervan met elkaar in evenwicht zijn.[1][1] Dan zou de opwarming van de aarde moeten stoppen en de ergste gevolgen van klimaatverandering worden vermeden. Het Akkoord van Parijs vereist dat landen "in de tweede helft van deze eeuw een evenwicht bereiken tussen de antropogene emissie van broeikasgassen en de verwijdering ervan door putten". De stijging van de mondiale temperatuur moet beperkt blijven tot ruim onder de 2 °C boven het pre-industriële niveau, en idealiter niet boven de 1,5 °C uitkomen.

Het doel is om de uitstoot in alle sectoren en activiteiten tegen 2030 met 45% te verminderen ten opzichte van 2010 en rond 2050 netto nul te bereiken. Om dit te bereiken moeten er doelen worden gesteld voor de nabije toekomst en onmiddellijk actie ondernomen. Dit houdt in dat emissies worden verminderd of verwijderd, bijvoorbeeld door bomen te planten. Maar compensatie werkt alleen als het volgens strikte regels gebeurt. Deze regels moeten ervoor zorgen dat de reducties echt zijn, continuïteit hebben en gecontroleerd kunnen worden. Het is ook belangrijk om rekening te houden met een eerlijke verdeling, omdat de mogelijkheden om het netto nulniveau te bereiken voor verschillende landen of groepen verschillend kunnen zijn.

Zero Emissions Commitment (ZEC)

De zero emission commitment (ZEC)[1] [2] is de mate waarin de wereldgemiddelde temperatuur naar verwachting zal veranderen als we stoppen met het uitstoten van CO2. Het is een belangrijk hulpmiddel om in te schatten hoeveel koolstof we nog kunnen uitstoten zonder de doelen voor de opwarming van de aarde te overschrijden. Het helpt ons te begrijpen hoe klimaatverandering ons zal beïnvloeden en of we het ongedaan kunnen maken.

Gestileerd schema van hoe het CO2 gehalte in de atmosfeer, de warmteopname door de oceanen, de mondiale oppervlaktetemperatuur en de zeespiegelstijging kunnen evolueren na het bereiken van een netto-nul CO2-uitstoot. De tijdvakken zijn indicatief.[1]

Er is veel onzekerheid over de invloed van het Zero Emission Commitment (ZEC) op het koolstofbudget, dat wil zeggen op de maximale hoeveelheid broeikasgassen die uitgestoten mag worden om nog binnen de doelen van het Akkoord van Parijs te blijven. Als ZEC positief is, dat wil zeggen, als de temperatuur nog blijft stijgen na het bereiken van netto-nul-emissie, vermindert dit het koolstofbudget. Als ZEC negatief is, geeft ons dat meer tijd of maakt het ambitieuzere doelen mogelijk.

Het is mogelijk dat de aarde met meer dan 15% blijft opwarmen nadat de uitstoot van CO2. het netto-nul evenwicht heeft bereikt. Maar ook als de mondiale opwarming stopt, zullen diverse mega-veranderingen op aarde, zoals zeespiegelstijging of de afbraak van biodiversiteit, doorgaan vanwege de opwarming die in het verleden al heeft plaatsgevonden.

Duurzame energie

Zie voor een uitgebreide bespreking van duurzame energie de pagina Duurzame oplossingen.

Het ontwikkelen en benutten van bronnen van duurzame energie is essentieel in de strijd tegen klimaatverandering. De belangrijkste alternatieven voor fossiele energie zijn:

Zonne-energie: Het installeren van zonnepanelen om zonne-energie op te wekken is een van de meest toegankelijke vormen van duurzame energie. Dit kan zowel op kleine schaal (op daken van huizen) als op grote schaal (zonneparken) gebeuren.

Windenergie: Windturbines kunnen op zee (offshore) of op het land (onshore) worden geplaatst om windenergie op te wekken. Dit is een van de snelst groeiende vormen van hernieuwbare energie.

Waterkracht: Het gebruik van waterkrachtcentrales om elektriciteit op te wekken is een eeuwenoude vorm van duurzame energie. Dit kan variëren van grote stuwdammen tot kleine rivierinstallaties. Grootschalig gebruik van waterkracht door middel van stuwmeren kan de natuur en de belangen van de lokale bevolking ernstig schaden.

Biomassa: Het verbranden van organisch materiaal zoals hout, landbouwafval of speciaal geteelde energiegewassen om energie op te wekken. Of het produceren van biogas uit afval en mest.

Waterstof: Waterstof heeft het potentieel om een belangrijke rol te spelen in een duurzame energie-economie, maar of het een duurzame energiebron is, hangt af van hoe het wordt geproduceerd en gebruikt. Om waterstof echt duurzaam te maken, moet men investeren in groene waterstofproductie en de bijbehorende infrastructuur te ontwikkelen.

Geothermische energie: Het gebruik van de warmte uit de aarde om energie op te wekken. Dit is vooral effectief in gebieden met geothermische activiteit.

Energie-efficiëntie: Het verbeteren van energie-efficiëntie in gebouwen, voertuigen, apparaten en productieprocessen kan het energieverbruik aanzienlijk verminderen. Dit omvat het gebruik van LED-verlichting, isolatie en slimme thermostaten. Het begrip smart grid betekent dat men het energienetwerk zelf efficiënter gebruikt door pieken en dalen in gebruik en energieproductie af te vlakken of op elkaar af te stemmen.

Elektrificatie: Het vervangen van motoren op fossiele energie door elektromotoren in voertuigen en machines kan de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen, mits de benodigde elektriciteit duurzaam is opgewekt.

Energieopslag: Het ontwikkelen van technologieën voor energieopslag, zoals batterijen en pomp-opslag, om de disbalans tussen energievraag en de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie te overbruggen.

Kernenergie: Is omstreden en is, welbeschouwd, geen duurzame energiebron. Kernenergie kan een energiebron met een lage uitstoot zijn, maar draagt wel degelijk bij aan de opwarming en is netzomin efficiënt als fossiel. Daar komt het afvalopslagprobleem nog bij.

Duurzaam is efficiënter dan fossiel

Fossiele brandstoffen en hun uitstoot zijn een universele verspilling van energie. Ongeveer 67% van alle gebruikte fossiele brandstoffen gaat verloren als warmte, kooldioxide, andere oxiden en waterdamp. Slechts de resterende 33% wordt daadwerkelijk gebruikt om dingen aan te drijven, te transporteren en te verwarmen.[1] [2]

Zo'n verspillend (en schadelijk) energiesysteem is daarom enorm oneconomisch en blijft alleen een kernonderdeel van de wereldwijde energievoorziening dankzij beperkte concurrentie (historisch gezien) en de invloed van de OPEC (Organization of Petroleum Exporting Countries) die de olieprijzen hoog houdt via productieverlagingen wanneer de prijzen dalen.

Duurzame energie, in tegenstelling tot fossiele en ook kernenergie, gebruikt energie die in een of andere vorm al in het aardsysteem aanwezig is en eindigt als warmte, of we die nu van tevoren gebruiken of niet. Duurzaam warmt de aarde daarmee dus niet extra op.

Fossiele energie heeft afgedaan, alleen weet nog niet iedereen dat. Duurzame energie is vele malen efficiënter dan fossiel, zoals blijkt uit deze vergelijking door de International Energy Agency (IEA).[3]

Zonne-energie is inmiddels goedkoper dan fossiele, hoewel sceptici dat ontkennen.[4] (Zie ook Is zonne-energie duurder dan fossiel?)

Vergelijking van kolen en gas met zonne-energie. Een scheepslading zonnepanelen levert net zoveel energie als 100 scheepsladingen kolen.

Terwijl voorraden fossiele brandstoffen moeten worden aangevuld zodra ze zijn verbruikt, zorgt het toepassen van schone technologieën voor een langdurige energievoorziening. Dit resulteert in een grotere efficiëntie: een enkele reis van een groot containerschip gevuld met zonnepanelen kan de middelen leveren om dezelfde hoeveelheid elektriciteit op te wekken als het aardgas van meer dan 50 grote LNG-tankers of de kolen van meer dan 100 grote bulkschepen.

Elektriciteitsproductie in Nederland van 2015 tot 2024. Met name wind- en zonne-energie zijn in die periode sterk gestegen, terwijl het aandeel fossiele energie afgenomen is. Bron: CBS.[5] Creative Commons License BY 4.0

De elektriciteitsproductie in Nederland uit hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en biomassa steeg in 2024 met 10 procent naar 61 miljard kWh. De productie uit fossiele bronnen daalde met 4 procent. Hierdoor waren hernieuwbare bronnen goed voor ongeveer de helft van de totale elektriciteitsproductie. Tijdens de zonnige en winderige aprilmaand was dit zelfs 63 procent. Voor het derde opeenvolgende jaar voerde Nederland meer elektriciteit uit dan het invoerde, aldus het CBS.[5]

In 2023 bedroegen investeringen in wind- en zonne-energie alleen al meer kapitaal dan upstream olie- en gasinvesteringen: 650 miljard dollar per jaar tegenover 480 miljard dollar voor olie en gas, en ze zijn goed voor 15% van de wereldwijde stroomproductie. Elektrische auto's zijn goed voor een op de zes nieuwe verkopen wereldwijd en groeiden de afgelopen jaren met 35% per jaar.[6]

Schone technologie

Het Rocky Mountain Institute (RMI) brengt elk jaar in kaart hoe ons energiesysteem veranderd onder de veranderingen in hernieuwbare energie, elektrificatie en efficiëntie[1]. Zij stellen: "De afgelopen tien jaar heeft schone technologie een opmerkelijke vooruitgang en groei doorgemaakt. De kosten ervan zijn met wel 80 procent gedaald, terwijl de investeringen bijna 10 keer zo hoog zijn en de opwekking van zonne-energie 12 keer zo hoog is geworden. Ondertussen is elektriciteit uitgegroeid tot de grootste bron van nuttige energie en heeft de toenemende energie-efficiëntie de vraag naar energie met eenvijfde verminderd.”

Overzicht van de groei van zonne-energie, elektrische voertuigen en batterijen. De gevestigde spelers hebben de snelheid van de veranderingen onderschat. Zelfs neutrale partijen hebben hun modellen lineair weergegeven. Maar de veranderingen zijn exponentieel geweest.[1]

“Naarmate de drijvende krachten achter verandering de weerstand blijven overwinnen, zal duurzame energie blijven groeien via S-curves, waardoor de vraag naar fossiele brandstoffen uiteindelijk zal afnemen en het Akkoord van Parijs binnen ons bereik komt,” zegt het RMI. Daarop valt nog wel wat af te dingen. Voorlopig investeren olie- en gasbedrijven nog veel geld om zoveel mogelijk fossiele brandstoffen uit de grond te halen, met een versnelde toename van de uitstoot van broeikasgassen tot gevolg. Op grond daarvan komen op dit moment prognoses voor de opwarming in 2100 uit op 2,6 tot 3,1°C.

Ondertussen zet China grote stappen in de “groene transitie”. Tweederde van alle nieuwe zonne- en windenergieprojecten wereldwijd zijn in China gevestigd en de omvang en het tempo van het uitfaseren van fossiele brandstoffen overtreffen de internationale voorspellingen, volgens een rapport van Financial Times.[2] Maar om “de industrie van steenkool af te helpen, moet Beijing een echte energiemarkt opzetten”. China moet tot 2030 ongeveer 800 miljard dollar uitgeven om het transmissienetwerk en de onderliggende software te moderniseren, zodat duurzame elektriciteit kan worden geleverd aan de steden en fabrieken.

Vuile kant van schone energie

De energietransitie, omschakelen op energie uit hernieuwbare bronnen (zon, wind, water) via elektrificatie en mogelijk waterstof als energiedrager, heeft ook schaduwkanten. Deze bronnen brengen andere vormen van uitbuiting en milieuproblemen met zich mee door herbestemming van natuur op land en in zee en door winning van schaarse mineralen.

De grondstoffen die nodig zijn om zonnepanelen, windmolens, batterijen en elektromotoren te maken, bevatten koper, chroom, nikkel, goud, lithium en nog veel andere mineralen en zeldzame aardmetalen. De winning van die grondstoffen vraagt enorme hoeveelheden water en energie. Een nieuwe studie in Science geeft aan dat de regionale beschikbaarheid van water zowel de huidige als de toekomstige winning van 32 mineralen beperkt, zie illustratie.[1]

De mate waarin de huidige productie van de tien belangrijkste geologische hulpbronnen de regionale waterbeschikbaarheid overschrijdt (oranje). Credit: National Institute of Advanced Industrial Science and Technology (AIST).[2]

Dit artikel in Science beschrijft dat in 25 van de 330 onderzochte mijnen de duurzaamheidsgrenzen voor watergebruik bij de winning van deze mineralen werden overschreden. Naarmate de vraag naar deze stoffen toeneemt door de groeiende energietransitie en economische groei, neemt de bezorgdheid over hun beschikbaarheid en de duurzaamheid van de productie ervan toe. Het onderzoek onderstreept de urgentie van het verbeteren van de grondstoffenefficiëntie, het verbeteren van de recyclebaarheid en het zoeken naar alternatieve bronnen.

Daar komt bij dat veel van de grondstoffen voor een duurzame transitie afkomstig zijn uit gebieden van inheemse gemeenschappen in voormalige Europese koloniën.[3] [4] Voor deze gemeenschappen is de energietransitie een bedreiging voor hun bestaan doordat hun leefgebied gebruikt voor grondstoffenwinning.

Shivant Jhagroe[5] zegt hierover in OneWorld:[6] “Duurzaamheid is geen onschuldige ‘linkse hobby’. Het is een politiek breed gesteund machtsregime met soms dodelijke gevolgen, bijvoorbeeld in mijnen in het Mondiale Zuiden, voor onze ‘schone’ energietransitie. Het is wat ik noem ‘groen kolonialisme’: onder het mom van groene technologie of natuurbescherming worden inheemse gemeenschappen benadeeld of verdreven voor witte, westerse belangen en verlangens.”

Zie ook Voorbij duurzaamheid.

Herbebossing

Het planten van bomen is een populaire oplossing geworden voor het tegengaan van klimaatverandering, vanwege het vermogen van bomen om koolstof op te slaan in biomassa en daarmee de antropogene verhoging van het CO2 gehalte in de atmosfeer te verminderen. Echter, bomen planten op de verkeerde plaatsen kan de opwarming versterken in plaats van verminderen.[1]

Naarmate de mogelijkheden voor bomengroei toenemen door de opwarming van de aarde, worden er meer boomplantprojecten gestart in steeds noordelijker gebieden. Er zijn echter aanwijzingen dat het planten van bomen op hoge breedtegraden contraproductief is voor het tegengaan van klimaatverandering.[2]

De directe en indirecte effecten van bebossing op klimaatforcering in noordelijke gebieden. (1) De aanleg van plantages verstoort de voorheen intacte bodem, wat leidt tot een verhoogde afbraak van microbiële koolstof. (2) Dit wordt nog verergerd door een verhoogde bodemisolatie doordat meer sneeuw wordt vastgelegd en een verminderde sneeuwpakking. (3) Groeiende bomen scheiden koolstof via hun wortels uit, wat de omzetting van bodemkoolstof door wortelgebonden microben versnelt. (4) Naarmate de plantage volwassen wordt, verduisteren bomen het oppervlak en verminderen ze de hoeveelheid energie die naar de atmosfeer wordt gereflecteerd. (5) Wanneer het nieuwe bos aangetast wordt, neemt de albedo toe terwijl de in de bomen opgeslagen koolstof afneemt. Credit: Laura Barbero-Palacios, Greenland Institute of Natural Resources. Bron diagram: Eurekalert. Creative Commons BY-NC 4.0 International

In noordelijke en arctische gebieden is de hoeveelheid teruggekaatst zonlicht (het albedo-effect), belangrijker dan koolstofopslag voor de totale energiebalans. De aanplant van bomen leidt vaak tot een netto opwarming doordat het oppervlak donkerder wordt (verminderde albedo), wat de potentiële mitigatie-effecten van koolstofopslag teniet doet in gebieden waar de biomassa beperkt en weinig veerkrachtig is. Bovendien verstoort de aanplant van bomen koolstofreservoirs in de bodem en heeft het negatieve effecten op de lokale inheemse arctische natuur.

In het verleden absorbeerden de ongerepte bossen mondiaal jaarlijks 7,8 miljard ton CO₂ - ongeveer eenvijfde van alle emissies door de mens - maar hun koolstofopslag komt steeds meer in gevaar door de schade die bossen ondervinden van klimaatverandering en door menselijke activiteiten zoals ontbossing. Een nieuwe studie van het Potsdam Institute for Climate Impact Research (PIK)[3] laat zien dat als er geen rekening wordt gehouden met het mogelijk afnemende vermogen van bossen om CO₂ te absorberen, het beperken van de mondiale temperatuurstijging, zoals afgesproken in de Parijse akkoorden, aanzienlijk moeilijker, zo niet onmogelijk, en veel duurder wordt.

Op dit moment richten de meeste plannen om klimaatverandering aan te pakken zich op het beschermen en uitbreiden van bossen. Maar soms zijn bossen een deel van het probleem in plaats van deel van de oplossing. Zo zijn er steeds meer en steeds fellere bosbranden, zoals rondom Los Angeles in januari 2025, en steeds meer stukken tropisch oerwoud in het Amazonegebied, Zuid-Oost Azië en centraal Afrika worden gekapt. Daardoor komt de enorme hoeveelheid koolstof vrij die in die bossen is opgeslagen.

Niet alleen om de biodiversiteit te behouden, maar ook om drastische maatschappelijke gevolgen te voorkomen en onze klimaattoekomst veilig te stellen, is het essentieel om naast bosbescherming ook duurzaam landgebruik te bevorderen.

Emissierechten (ETS)

Systemen voor de handel in emissierechten, zoals het Emission Trading System (ETS) van de EU, zijn ontworpen om de uitstoot van broeikasgassen via marktmechanismen op een kosteneffectieve manier te verminderen. Ze werken volgens het principe van cap-and-trade, waarbij een regelgevende instantie een bovengrens stelt aan de totale uitstoot die binnen een bepaalde periode is toegestaan. Bedrijven ontvangen of kopen emissierechten, die elk een bepaalde hoeveelheid emissies toestaan. Bedrijven kunnen deze emissierechten verhandelen, waardoor emissiereducties worden gestimuleerd waar dat het minst kostbaar is.

Dergelijke programma's bestrijken ongeveer 18% van de wereldwijde uitstoot en hebben volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) bijgedragen aan emissiereducties in de EU, de VS en China. De EU beschouwt het Europese ETS programma als succesvol.[1]

Koolstofcompensaties (Carbon offsets)

Koolstofcompensaties (carbon offsets)[2] zijn certificaten die broeikasgassen vertegenwoordigen die “vermeden”, “verminderd” of “verwijderd” zijn en die kunnen worden verhandeld tussen een partij die blijft uitstoten en een partij die haar eigen uitstoot feitelijk heeft verminderd of kooldioxide (CO₂) uit de atmosfeer heeft verwijderd. Compensaties worden meestal uitgedrukt in ton CO2-equivalent (tCO2e) en worden ook verhandelbare “rechten” genoemd.[3]

Koolstofcompensatie stelt individuen, bedrijven of overheden in staat om hun uitstoot te compenseren door projecten te steunen die de uitstoot elders verminderen. In theorie kunnen, nadat ze hun uitstoot zoveel mogelijk hebben verminderd, hun compensaties betalen voor koolstofarme technologieën of bosherstel om de uitstoot die ze niet kunnen vermijden “teniet te doen”. Dit zou ook steun kunnen bieden aan relatief goedkope klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden en een grotere wereldwijde ambitie kunnen bevorderen.

In de praktijk stelt compensatie hen vaak in staat om "business as usual" te rechtvaardigen — het produceren van dezelfde hoeveelheid emissies terwijl ze claims indienen voor reducties die afhankelijk zijn van compensaties. De handel in emissierechten is inmiddels big business geworden. “De grootste bedrijven ter wereld, van Netflix tot Ben & Jerry's, pompen miljarden in een compensatie-industrie waarvan de klimaatclaims steeds meer in strijd lijken te zijn met de werkelijkheid,” schrijft een groep onderzoeksjournalisten. Hun onderzoek laat zien dat slechts 6 procent van de koolstofkredieten daadwerkelijk tot emissiereductie heeft geleid. De rest was waardeloos.[4]

George Monbiot in The Guardian:[5] “Koolstofmarkten stellen landen en bedrijven in staat om koolstofkredieten te verhandelen — wat in feite neerkomt op toestemming om door te gaan met vervuilen.” Daarmee zijn ze een vorm van greenwashing.

“In theorie zou je een rol voor zulke markten kunnen rechtvaardigen, als ze alleen werden gebruikt om emissies tegen te gaan die anders onmogelijk te verminderen zijn. Maar ze worden routinematig gebruikt als weg van de minste weerstand: een substituut voor decarbonisatie thuis en bedoeld om regeringen in staat te stellen conflicten met machtige belangen, vooral die van de fossiele industrie, te vermijden. De leefwereld is een stortplaats voor falend beleid geworden.”

Een review van empirische studies naar meer dan 2000 compensatieprojecten in alle belangrijke sectoren laat zien dat deze projecten aanzienlijk minder emissiereducties hebben bereikt dan officieel wordt beweerd.[6] De onderzoekers schatten dat slechts 12% van het totale volume aan bestaande koolstofkredieten echte emissiereducties zijn, met 0% voor hernieuwbare energie, 0,4% voor kooktoestellen, 25,0% voor bosbouw en 27,5% voor chemische processen. De resulterende 88% in deze vier sectoren zijn geen echte emissiereducties.

Volgens een studie die ruim 20 jaar aan data onderzocht,[7] [8] mislukken koolstofcompensatieprogramma's grotendeels omdat ze vol zitten met structurele tekortkomingen: kredieten vertegenwoordigen vaak geen echte emissiereducties, kunnen teniet worden gedaan (bijvoorbeeld door bosbranden) en zijn gevoelig voor dubbeltellingen of fraude. "We hebben 25 jaar aan bewijsmateriaal geëvalueerd en bijna alles tot nu toe is mislukt", zegt Stephen Lezak, onderzoeker op het gebied van milieubeheer en ontwikkeling, die medeauteur is van het rapport.

Deze diepgewortelde problemen kunnen niet met kleine aanpassingen worden opgelost. Er is strenger toezicht nodig of het afschaffen van veel compensaties om de opwarming van de aarde echt tegen te gaan. De auteurs van het onderzoek adviseren om compensaties die niet actief CO2 uit de atmosfeer halen, dringend af te schaffen en de focus van compensatiemarkten te verleggen naar hoogwaardige verwijdering en opslag van kooldioxide. In plaats van andere zinvolle klimaatprojecten te financieren via koolstofcompensaties, pleiten zij voor een op bijdragen gebaseerd systeem waarbij donoren niet konden claimen dat hun eigen uitstoot daarmee werd gecompenseerd.

Zie ook het artikel[9] waarin Kevin Anderson uitlegt waarom hij weigerde een CO2-compensatie te kopen en waarom ook jij daar beter vanaf kunt blijven.

Lucratieve business

Voor hun nieuwe boek ‘Wie betaalt, mag vervuilen’[10] onderzochten Mira Sys en Ties Gijzel (Follow the Money) lucratieve klimaatdeals van landen en bedrijven die zich uit de klimaatcrisis willen kopen. Wie profiteert daarvan en wie zijn de slachtoffers?[11] [12]

Tijdens de klimaattop in Belém, waar meer dan 50 000 deelnemers bijeenkwamen, stonden de bossen van tropische landen – zoals Suriname en Bhutan – centraal in de onderhandelingen over carbon‑credits. Deze landen proberen via de vrijwillige koolstofmarkt miljarden euro’s te verdienen door hun bosgebieden te certificeren en de verkregen credits te verkopen aan vervuilende staten, onder andere Noorwegen en Singapore. Een Surinaamse minister claimde in 2021 bijna vijf miljoen carbon‑credits beschikbaar te hebben, die hij deels aan andere landen wil verkopen, mits de markt voldoende actief wordt.

Critici waarschuwen echter dat de onderhandelingen vaak zonder betrokkenheid van lokale gemeenschappen verlopen. Consultants en buitenlandse bedrijven profiteren het meest, terwijl de bewoners die de bossen beschermen weinig tot niets ontvangen. Bovendien dreigt de verkoop van credits de druk op houtkap en mijnbouw te vergroten, waardoor de beschermde gebieden juist verder worden aangetast. Eeen transparante, goed gereguleerde markt is essentieel om zowel klimaatinspanningen als de rechten van inheemse bevolkingsgroepen te waarborgen.

Criminaliteit

Het Europese CO2-handelsysteem, bedoeld als stimulans voor verduurzaming, blijkt ook gevoelig voor misbruik door criminelen. Zij gebruiken deze handel om zwart geld wit te wassen, doordat de markt internationaal, complex en nog onvoldoende gereguleerd is. Bedrijven kunnen grote sommen geld in emissierechten investeren en deze weer verkopen, waardoor de herkomst van het geld moeilijk te traceren is. Toezichthouders, zoals de Duitse milieuautoriteit, waarschuwen voor deze kwetsbaarheden en zoeken naar betere controlemechanismes. Zonder streng toezicht blijft CO2-handel een aantrekkelijk instrument voor fraudeurs en witwassers, waardoor het groene doel ondermijnd wordt.[1]

Carbon footprint

De carbon footprint (koolstofvoetafdruk) is een maat voor de totale hoeveelheid broeikasgassen (waaronder kooldioxide en methaan) die vrijkomt in de atmosfeer als gevolg van de activiteiten van een bepaald individu, organisatie, evenement of product. Het concept wordt gebruikt om de invloed van deze activiteiten op klimaatverandering te kwantificeren.

Individuele acties zoals het verminderen van de persoonlijke CO₂-voetafdruk zijn onvoldoende om de noodzakelijke veranderingen op grote schaal te bewerkstelligen. Het concept van een ‘koolstofvoetafdruk’ werd populair gemaakt door de grote olie-industrie, met name BP, om de schuld te verleggen van bedrijven naar individueel gedrag.[1] Dit leidt de aandacht af van de noodzaak van collectieve actie op alle niveaus om over te stappen van fossiele brandstoffen naar duurzame energiesystemen.

Persoonlijke keuzes kunnen weliswaar anderen beïnvloeden en markten creëren voor duurzame producten, maar de onderliggende oorzaken van klimaatverandering pakken ze niet aan. In plaats daarvan is collectieve politieke actie nodig om beleid op te stellen dat schone energie verplicht stelt en de schadelijke effecten van de vervuilende industrie vermindert.

Negatieve emissie

Als we op de huidige weg doorgaan zou, zelfs om binnen de 2°C-doelstelling te blijven, tegen 2100 tussen de 100 en 1.000 Gt CO₂ uit de atmosfeer moeten worden verwijderd, afhankelijk van hoe snel de uitstoot wordt teruggedrongen.

Negatieve emissie is een manier om CO₂ kwijt te raken. Dit wordt gedaan door de CO₂ uit de lucht te halen en ergens anders op te slaan zodat het niet terug de lucht in gaat. Er zijn een paar manieren om negatieve uitstoot te bereiken.

Eén manier is om nieuwe bossen aan te planten of oude bossen te herstellen. Dit wordt bebossing en herbebossing genoemd. De bomen nemen CO₂ op door fotosynthese.

Een andere manier is om het vermogen van de bodem om koolstof op te slaan te vergroten. Dit wordt gedaan door middel van conserverende grondbewerking en bodembedekkers. Bij bio-energie met koolstofvastlegging en -opslag (BECCS) wordt biomassa gekweekt om te verbranden voor energieopwekking, waarbij de CO₂-uitstoot wordt opgevangen en ondergronds wordt opgeslagen. Direct air capture (DAC) maakt gebruik van chemische processen om CO₂ rechtstreeks uit de lucht te vangen en op te slaan.

Door fijngemalen mineralen te verspreiden over grote gebieden wordt het natuurlijke verweringsproces versneld, waardoor CO₂ uit de atmosfeer wordt verwijderd. Oceaanbemesting voegt voedingsstoffen toe aan de oceaan om de groei van fytoplankton te stimuleren, dat CO₂ absorbeert.

Al deze technologieën hebben hun voors en vooral tegens. Ze worden besproken op de pagina Wondermiddelen.