Wondermiddelen
In een zin
| Zogenoemde ‘wondermiddelen’ – geo‑engineering, koolstofafvang‑en‑opslag, BECCS, grootschalig bomen planten, groene en blauwe waterstof/biodiesel, groene groei, regeneratieve landbouw en mestvergisting – beloven grote CO₂‑reducties of snelle koeling, maar elk kent aanzienlijke technische, economische en ecologische beperkingen, waardoor ze alleen als onderdeel van een bredere, gecombineerde klimaatstrategie bruikbaar zijn. |
Eenvoudig uitgelegd
- Geo‑engineering (klimaatengineering) – Grote‑schaal technieken die de aarde kunstmatig koelen, bijvoorbeeld door de zonnestraling te reflecteren. Ze kunnen de opwarming snel temperen, maar brengen grote onzekerheden, mogelijke neveneffecten en governance‑problemen met zich mee. Bovendien doen ze niets aan de oorzaak van de opwarming, de uitstoot van broeikasgassen.
- Zonnestralingsbeheer (Solar Radiation Modification, SRM) – Een specifieke vorm van geo‑engineering waarbij aerosolen of andere reflectoren in de stratosfeer worden gebracht om een deel van het inkomende zonlicht terug te kaatsen. Het werkt snel, maar kan regionale neerslagpatronen verstoren en vereist permanente onderhoudsinspanningen.
- Koolstofverwijdering en -opslag (CDR & CCS) – Het afvangen van CO₂ uit de lucht (directe luchtcaptatie) of uit industriële processen (Carbon Capture and Storage) en vervolgens veilig ondergronds opslaan. Technologieën zijn energie‑intensief, kostbaar en nog niet op commerciële schaal operationeel.
- BECCS (Bio‑Energy with Carbon Capture and Storage) – Biomassa wordt verbrand voor energie, waarna de daarbij vrijkomende CO₂ wordt afgevangen en opgeslagen. Het biedt negatieve emissies, maar vraagt enorme landoppervlakken en kan concurreren met voedselproductie.
- Bomen planten – Herbebossing draagt bij aan CO₂‑absorptie, maar de capaciteit is onvoldoende om de gigatonnen‑emissies te compenseren zonder aanvullende maatregelen.
- Groene brandstoffen
- Biodiesel: Vermindert fossiele olie, maar vereist landbouwgrond en kan voedsel‑/landconflicten veroorzaken.
- Groene waterstof: Wordt geproduceerd via elektrolyse met hernieuwbare stroom; biedt echte nul‑emissies, maar is momenteel duur en afhankelijk van schaarse mineralen.
- Blauwe waterstof: Wordt gemaakt uit aardgas met CCS; verlaagt de CO₂‑uitstoot, maar lekken en de energie‑intensiteit beperken de netto‑voordelen.
- Groene groei (Green Growth) – Het idee dat economische groei hand‑in‑hand kan gaan met milieudoelstellingen. Kritisch omdat groei doorgaans meer hulpbronnen vraagt dan duurzaam kan compenseren.
- Regeneratieve landbouw – Praktijken zoals cover crops, agroforestry en bodem‑herstel die koolstof in de bodem opslaan, biodiversiteit bevorderen en emissies verlagen. Heeft groot potentieel, maar vereist brede adoptie en ondersteunend beleid.
- Mestvergisting – Het vangen van methaan uit dierlijke mest en organisch afval en omzetten in biogas. Vermindert broeikasgassen en levert een hernieuwbare energiebron, maar die wordt beperkt door de schaal en benodigde infrastructuur.
Een geïntegreerde aanpak waarin mitigatie wordt gecombineerd met stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen is de enige realistische oplossing.
Wondermiddelen
Er worden veel, vaak technologische, oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering voorgesteld die een kritische toets niet altijd doorstaan. Bij het beoordelen ervan is het belangrijk je af te vragen, wie de oplossing voorstelt, wat diens belang erbij is, wat de kosten zijn, wie voor die kosten opdraait, of het gaat om een in de praktijk bewezen oplossing, of de oplossing voldoende is, en of de oplossing op tijd komt. Veel van de technologieën die we in dit hoofdstuk bespreken, doorstaan deze toets niet en blijken een vorm van ‘greenwashing’ te zijn.
Geo-engineering mag geen technocratische shortcut zijn. Als we er ooit gebruik van moeten maken, dan moet het een beperkte, tijdelijke optie zijn om de opwarming op korte termijn te beperken. Intussen moeten we hard werken om netto nuluitstoot te bereiken en uiteindelijk de koolstof die we al hebben uitgestoten, terug te dringen. Het is nadrukkelijk geen vervanging voor koolstofreductie.[1]
Zie ook Oplossingen voor klimaatverandering bestaan al.
Kapitalisme en groei
Omdat het kapitalisme van groei afhankelijk is, zijn technologische innovaties de aangewezen manier om de groei erin te houden. Hier wordt een aantal opties besproken, die echter geen van alle op afzienbare termijn op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame manier voor reductie van broeikasgassen kunnen zorgen.
Van het planten van bomen tot het verspreiden van fijngemalen silicaatmineralen over het land, de methoden voor het “verwijderen van kooldioxide” (CDR) variëren in aanpak, effecten, mate van ontwikkeling en kosten.[2]
Het rapport van de IPCC Working Group III: Mitigation Of Climate Change beveelt aan emissiebeperking te combineren met CO₂-verwijdering.[3]
Het tweede “State of CDR” rapport, geleid door een samenwerking van wetenschappelijke instellingen uit Europa en de VS, heeft als doel samen te vatten waar de wereld op dit moment staat als het gaat om het verwijderen van CO₂ uit de lucht.[4]
Let op: Het is belangrijk niet alleen negatief te zijn over geo-engineering, maar er vooral op te wijzen dat wetenschappers een taak hebben hier open over te communiceren. Alleen stoppen met CO₂-uitstoot zal niet voldoende zijn om in de buurt van de Parijse Akkoorden te blijven. Een of andere vorm van CO₂-verwijdering of vermindering van de instraling zal nodig zijn, mits dit niet als uitvlucht wordt gebruikt voor de lobby van de grote energiebedrijven en olieproducerende landen om door te gaan met het gebruiken van fossiele brandstof.
Om vooroordelen van het publiek over onderzoek naar geo-engineering en koolstofafvang te voorkomen, is het belangrijk dat wetenschappers transparant communiceren over hun projecten, ook door financieringsbronnen of potentiële belangenconflicten bekend te maken en bereid te zijn om te luisteren naar de zorgen van het publiek.
Zie dit stuk in Science over de noodzaak voor wetenschappers om met het publiek te communiceren over geo-engineering.
Greenwashing
Een van de misleidende tactieken van bedrijven om fossiele brandstoffen te blijven gebruiken, is ‘greenwashing’. Greenwashing is een marketingstrategie waarbij bedrijven, gesteund door hun PR-bureaus, claims doen over hun milieuvriendelijkheid om consumenten te misleiden. Dit wordt vaak gebruikt om een groener imago te creëren dan werkelijk het geval is. Onderzoek toont aan dat het promoten van groene identiteit van bedrijven en merken op de korte termijn uiterst effectief is, omdat consumenten steeds bewuster kiezen voor duurzame opties.[5] [6]
Bedrijven overdrijven de impact van hun milieuvriendelijke initiatieven of projecten om hun imago te verbeteren. Zij gebruiken groene kleuren, bladeren, bomen en andere natuurlijke beelden of termen als "natuurlijk", "eco-vriendelijk" of "duurzaam", zonder dat deze claims worden ondersteund door feiten of certificeringen.[7] Bedrijven delen selectief positieve milieu-informatie en verbergen negatieve aspecten van hun activiteiten. Een overzicht en classificatie van soorten greenwashing is te vinden in een aflevering uit 2020 van het tijdschrift Environmental Sciences Europe.[8]
In 2024 hadden banken en andere vermogensbeheerders investeringen ter waarde van meer dan 33 miljard dollar in de grootste oliemaatschappijen via “groene fondsen”. Dit bleek uit een onderzoek van Voxeurop en The Guardian.[9] Deze oliemaatschappijen zijn verantwoordelijk voor 18% van de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in de wereld, hebben geen van allen een strategie om aan de Parijse Akkoorden te voldoen en hebben zelfs recent hun duurzaamheidsambities verlaagd. Deze “groene fondsen” worden aangeboden door grote financiële instellingen zoals JP Morgan, DWS/Deutsche Bank en BlackRock. De fondsen zijn bedoeld voor een transitie naar een duurzame economie, maar door te slappe criteria worden ze op grote schaal misbruikt.
Shell laat een wel heel brutale vorm van greenwashing zien met de startup Onward, in 2024 opgericht en eigendom van Shell, dat in dat jaar $28 miljard winst maakte.[10] Onward zegt de energietransitie te willen versnellen door innovators wereldwijd met elkaar in contact te brengen om energie- en klimaatuitdagingen aan te pakken. Ondanks de groene beelden en taal — “Achieving a net zero future” — richt Onward zich voornamelijk op het verbeteren van olie- en gasresultaten door banen in het verkennen van nieuwe olie- en gasvelden aan te bieden. Exxon, Chevron, SoCal Gas, BP, Southern Company en Saudi Aramco hebben vergelijkbare greenwashing projecten.
De kritische journalistieke website DeSmog publiceert een database van bedrijven in de reclame- en PR-sector die de reputatie van hun klanten in de fossiele brandstoffensector beschermen en greenwashing-campagnes opzetten om het publiek ervan te overtuigen dat klimaatverandering geen urgente bedreiging vormt.[11]
Bronnen:
- ↑ Revisiting the Geoengineering Question | The Climate Brink — Substack
- ↑ Nine key takeaways about the ‘state of CO2 removal’ in 2024
- ↑ Climate Change 2022: Mitigation of Climate Change | IPCC
- ↑ The first accessible, global and independent scientific assessment of Carbon Dioxide Removal (CDR) | The State of Carbon Dioxide Removal
- ↑ Protecting consumers from greenwashing | Behavioural Insights Team (BIT)
- ↑ How greenwashing fools us | New York Times
- ↑ Zijn eco schoonmaakmiddelen écht beter of vooral duurder? | Keuringsdienst van Waarde, KRO/NCRV
- ↑ Concepts and forms of greenwashing: a systematic review | Environmental Sciences Europe
- ↑ Nearly a fifth of global carbon emissions is propped up by billions of euros in European “green” investments | VoxEurop
- ↑ A Trojan horse of legitimacy’: Shell launches a ‘climate tech’ startup advertising jobs in oil and gas | The Guardian
- ↑ Advertising & Public Relations Database | DeSmog
AI
AI wordt vaak aangeprezen als een middel om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de klimaatcrisis op te lossen. Een commentaar in Nature door een werknemer van Microsoft noemt vijf mogelijkheden om dit te realiseren.[1] Het stuk beweert: "Zonder kunstmatige-intelligentietechnologieën is het onmogelijk om tegen 2050 een evenwicht te bereiken tussen door de mens veroorzaakte broeikasgasemissies en koolstofverwijdering." Het gaat nauwelijks in op de negatieve kanten van het gebruik van AI, de grote energieconsumptie maar vooral de mogelijkheid dat AI kan worden gebruikt om meer olie en gas op te sporen.
Dat laatste is het onderwerp van een artikel in The Atlantic dat onthult hoe Microsoft met twee tongen spreekt over AI.[2] In een witboek van Microsoft staat dat AI het antwoord is op een "planetaire crisis" en worden manieren genoemd waarop AI kan worden gebruikt om voedselverspilling tegen te gaan en de koolstofverwijdering te versnellen door AI in te zetten voor het ontwerpen van groene technologieën.
Maar tegelijkertijd brengt het bedrijf zijn AI-tools op de markt voor fossiele-brandstofbedrijven, waarmee het hen helpt nieuwe olie- en gasreserves te vinden en de productie te verhogen, ondanks publieke beloften om de uitstoot te verminderen. Interne documenten en interviews met werknemers tonen deze dubbele strategie aan, wat wijst op een conflict tussen Microsofts klimaatgerichte branding en zijn commerciële banden met de fossiele brandstoffensector. Deze activiteiten en hun impact op het milieu zijn niet openbaar gemaakt, wat beleggers zorgen baart.
Bronnen:
Geo-engineering (klimaatengineering)
Geo-engineering verwijst naar grootschalige ingrepen in de oceanen, de bodem en de atmosfeer van de aarde met als doel de effecten van klimaatverandering te verminderen, meestal tijdelijk. Zoals eerder al werd aangegeven, zal elke vorm van geo-engineering altijd gepaard moeten gaan met terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Anders is het een schijnoplossing voor de klimaatcrisis die de symptomen van klimaatverandering aanpakt, maar de onderliggende oorzaken negeert en in veel gevallen laat voortbestaan.[1]
Er worden twee vormen van geo-engineering onderscheiden, Solar Radiation Modification (SRM), ook wel aangeduid als zonnestralingsbeheer, en Carbon Dioxide Removal (CDR), of koolstofverwijdering).
In oktober 2024 heeft de American Geophysical Union (AGU) een rapport uitgebracht waarin ethische richtlijnen voor geo-engineering zijn vastgelegd.[2]
Tijdens de jaarlijkse AGU conferentie in 2024 zei Alan Robock, een klimaatwetenschapper aan Rutgers University, het onomwonden: “Ik wil hier niet zijn,” zei hij. “We weten dat de oplossing voor de opwarming van de aarde is om fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten.” Toch is het belangrijk dat wetenschappers begrijpen wat de risico's zijn van het uitproberen van deze technieken en hoe ze zich verhouden tot de risico's van het niet uitproberen ervan, zei Robock. “Hoe eerder we dat weten, hoe eerder we verder kunnen.”[3]
Zonnestralingsbeheer (Solar Radiation Modification)

Deze methode heeft tot doel de bron van de opwarming, zonnestraling, te verminderen. Onderzoekers bestuderen vooral twee manieren om zonnestraling te beheersen: het helderder maken van wolken op zee en het injecteren van stratosferische aërosolen.
Marine cloud brightening houdt in dat er heel fijn zout water vanaf boten naar laaghangende wolken boven de oceaan wordt gesproeid om hun helderheid en reflectiviteit te verbeteren.
Modellen hebben aangetoond dat als je een enorm groot gebied – ongeveer 4% van de oceaan ofwel 14 miljoen km2 – in de buurt van de evenaar zou besproeien en de wolken daardoor helderder zou maken, de combinatie van meer wolken en daardoor een lagere temperatuur van de zeeoppervlakte eronder wereldwijde gevolgen zou kunnen hebben.[1]
Stratospheric aerosol injection houdt in dat de hoeveelheid stratosferische aerosolen die zonlicht reflecteren wordt verhoogd, hetzij door directe injectie, hetzij door injectie van een precursor (zoals zwaveldioxide, SO2) dat vervolgens in de stratosfeer reageert en aerosolen vormt. Voorgestelde aerosoltypes zijn onder meer sulfaat, calciumcarbonaat en diamantstof. Die zouden op een hoogte (11-48 km) verspreid moeten worden die ver ligt boven de hoogte waarop de meeste vliegtuigen vliegen.
Bronnen:
Koolstofverwijdering en opslag (CDR en CCS)
Een zeer verdund gas (~0,04%) zoals CO2 uit de atmosfeer halen is technisch uitdagend, energie-intensief en duur. Het heeft, in tegenstelling tot hernieuwbare energie, geen direct nut. "De waarde ervan is volledig sociaal en politiek geconstrueerd. Zonder krachtig overheidsbeleid valt er geen winst te behalen, en daarom zijn al die bedrijven afhankelijk van CO2-compensatie om dit op de markt te brengen."[1]
Zie ook: Negatieve emissies.
Kooldioxideverwijdering (carbon dioxide removal, CDR) omvat opzettelijke menselijke activiteiten die CO2 verwijderen die al in de atmosfeer aanwezig is en deze duurzaam opslaan in geologische formaties, bodems, oceanen of producten. Het omvat natuurlijke methoden zoals bebossing en technologische methoden zoals directe luchtopname met opslag. CDR vermindert de totale concentratie van atmosferische CO2, waardoor het broeikasgasniveau actief wordt verlaagd en de klimaatverandering wordt tegengegaan. Naast het snel terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen zijn de opschaling en de uitbreiding van CDR op het land dringende prioriteiten als we de temperatuurdoelstelling van het Akkoord van Parijs willen halen.[2]
Er zijn veel CDR-methoden om CO₂ op te vangen en op te slaan met verschillende niveaus van ontwikkeling, kosten, potentieel en duurzaamheid. Elke methode heeft duurzaamheidsrisico's die de toepassing op lange termijn kunnen beperken.
Carbon Capture and Storage (CCS) vangt CO2-uitstoot rechtstreeks op van puntbronnen zoals energiecentrales of industriële installaties voordat de CO2 de atmosfeer bereikt. De opgevangen CO2 wordt vervolgens getransporteerd en ondergronds opgeslagen. CCS voorkomt dat nieuwe emissies de atmosfeer binnendringen, maar verwijdert geen CO2 die al in de lucht aanwezig is. Daarom wordt CCS beschouwd als een emissiereductietechnologie, geen verwijderingstechnologie.
Direct Air Capture (DAC) verwijst naar engineered systemen die CO₂ direct uit de omgevingslucht zuigen, scheiden en vervolgens opslaan (bijvoorbeeld in geologische formaties) of hergebruiken (bijv. als grondstof voor synthetische brandstoffen).

De auteurs van een artikel in Frontiers in Climate (werkzaam bij het bedrijf ClimeWorks)[3] zien DAC als een waardevolle bijdrage aan het bereiken van netto-nul uitstoot, mits die kan worden opgeschaald naar verwijdering van gigatonnen CO2 per jaar in 2050. Op dit moment is de capaciteit niet meer dan ongeveer 10 duizend ton.[4]

Koolstofverwijdering is een technologie die bij lange na niet voldoende ontwikkeld is om in 2050 netto nul te bereiken. Er zijn enorme hoeveelheden energie nodig die niet voor andere nuttige doeleinden kunnen worden gebruikt, zelfs niet als er hernieuwbare energie wordt gebruikt. Het is ongelooflijk duur, vooral gezien de omvang die nodig is om koolstof op wereldwijde schaal te verwijderen.
Ken Rice berekende voor zijn blog …and Then There's Physics hoeveel energie er nodig is om voldoende CO2 uit de atmosfeer te verwijderen.[6] Als we DAC willen gebruiken om de totale opwarming tot 1,5 °C te beperken, en tegelijkertijd genoeg uitstoten om 2,5 °C te bereiken, zou DAC ongeveer 30% van alle elektriciteit moeten gebruiken die we de komende 80 jaar nodig hebben. Het zou beter zijn om deze elektrische energie te gebruiken om deze uitstoot te voorkomen, in plaats van DAC te gebruiken om later te verwijderen wat al is uitgestoten. Door het cumulatieve karakter van de uitstoot is 'later' de slechtste optie.
Met het huidige tempo zal de opslagcapaciteit voor CO2 naar verwachting rond de 700 miljoen ton per jaar zijn in 2050, slechts 10% van wat er nodig is. Zonder een gecoördineerde wereldwijde inspanning en snelle beleidsveranderingen lijkt het onwaarschijnlijk dat de doelstellingen voor netto nul worden gehaald met koolstofverwijdering ambities. CCS en DAC mogen ons niet afleiden van de werkelijk effectieve aanpak van klimaatverandering, namelijk het versneld uitbannen van fossiele brandstoffen.[7] [8]
De vraag waar de koolstof moet worden opgeslagen is ook cruciaal. De planeet kan veel minder kooldioxide diep onder de grond opslaan dan eerder werd gedacht. Een nieuwe schatting suggereert dat de geologische opslagruimte voor koolstof al in 2200 op zou kunnen raken.[9] [10] Bovendien bestaat het risico dat kooldioxide uit de ondergrondse reservoirs lekt en weer in de atmosfeer terechtkomt. Dus we kunnen er niet op vertrouwen om aan de dringende behoefte om de klimaatverandering te vertragen te voldoen.
Sommige van de plaatsen met het grootste opslagpotentieel, zoals Indonesië, Brazilië en enkele landen in Afrika, zouden uiteindelijk opgezadeld kunnen worden met een probleem dat zij niet hebben veroorzaakt. De oplossing van de onderzoekers is duidelijk: de uitstoot nu drastisch verminderen.
BECCS
Het gebruik van landbouwgewassen voor energieopwekking, gecombineerd met koolstofafvang en -opslag (BECCS)[11] wordt door veel beleidsmakers gezien als een manier om te voldoen aan de Parijse Akkoorden. Het gaat om snelgroeiende gewassen die CO2 uit de atmosfeer halen. Die verbrand je om er energie uit te halen. En de CO2 die bij de verbranding vrijkomt, vang je af en stop je in een diepe zoutmijn of leeg gasveld. Dat is precies het omgekeerde van fossiele brandstoffen verbruiken, en tóch levert het je energie op. Die energie komt van de zon, die via fotosynthese CO2 omzet in brandstof.
Dit klinkt goed, maar heeft ook een groot nadeel: zeven van de negen planetaire grenzen worden al overschreden en meerdere van deze grenzen hebben te maken met de manier waarop land door mensen wordt gebruikt. Klimaatverandering zou deze grenzen nog meer onder druk kunnen zetten. Een groep onderzoekers uit Potsdam berekende hoeveel biomassa er geproduceerd zou kunnen worden voor BECCS onder verschillende omstandigheden, zoals beperkingen voor stikstofstromen, veranderingen in zoetwatersystemen, veranderingen in het land en bescherming van het milieu.[12] De druk op de bestaande landbouwgebieden zal toenemen om te voldoen aan de groeiende wereldwijde vraag naar voedsel, veevoer, vezels (katoen) en hout.
Het resultaat is dat het potentieel voor BECCS van speciale plantages van het snelgroeiende Miscanthus (olifantsgras) rond 2050 bijna nul is (0,1 gigaton kooldioxide-equivalenten per jaar) bij het IPCC scenario van milde klimaatverandering (Representatieve Concentratiepad (RCP) 4,5). De belangrijkste beperking is dat deze vorm van landgebruik het milieu niet mag vernietigen. Naast milieubescherming en landgebruik geven ook de andere randvoorwaarden uit het onderzoek (beperking stikstof en beschikbaarheid van zoetwater) duidelijk grenzen aan. Dit illustreert hoe smal de marges van het systeem aarde zijn als we klimaatverandering proberen te stoppen.
Overzicht geo-engineering projecten
Geoengineering Monitor publiceert een interactieve wereldkaart[13] met een overzicht van alle bekende geo-engineering projecten. Voor elke aanklikbare locatie is uitgebreide informatie beschikbaar zoals gebruikte technologie, eigenaar van het project, argumenten voor of tegen de effectiviteit van de technologie.

Bronnen:
- ↑ ‘Kijk niet naar het afvoerputje. Draai de kraan dicht’ | De Groene Amsterdammer
- ↑ The first accessible, global and independent scientific assessment of Carbon Dioxide Removal (CDR) | The State of Carbon Dioxide Removal
- ↑ 3,0 3,1 The Role of Direct Air Capture in Mitigation of Anthropogenic Greenhouse Gas Emissions | Frontiers in Climate
- ↑ Direct Air Capture | International Energy Agency IEA
- ↑ The World’s Largest Direct Air Capture Plant Is Now Pulling CO2 From the Air in Iceland | Singularity Hub
- ↑ Direct Air Capture | …and Then There's Physics
- ↑ Koolstofverwijdering voor klimaatbeleid | CE Delft
- ↑ Nederland als innovatiepionier: Een oproep voor dringend leiderschap in koolstofverwijdering | TU Delft
- ↑ Earth’s capacity to store carbon could max out surprisingly soon | Nature
- ↑ A prudent planetary limit for geologic carbon storage | Nature
- ↑ Bioenergy with Carbon Capture and Storage | Geoengineering Monitor
- ↑ Multiple planetary boundaries preclude biomass crops for carbon capture and storage outside of agricultural areas | Nature Communications Earth & Environment
- ↑ 13,0 13,1 Geoengineering Map | Geoengineering Monitor
Alleen bomen planten is niet genoeg
Het blijkt dat plannen om op grote schaal CO2 te verwijderen door bomen te planten veel te optimistisch zijn. Een studie van een groep Australische en Scandinavische onderzoekers laat een kloof zien tussen de afhankelijkheid van landbouwgrond voor de verwijdering van kooldioxide (carbon dioxide removal, CDR) in nationale klimaatcommitments en de realiteit.[1]
De onderzoekers tonen aan dat de bestaande klimaatcommitments gezamenlijk ongeveer 1 miljard hectare land vereisen voor CDR, waarvan ongeveer 40% bestemd is voor de conversie van bestaand landgebruik naar bossen. Het totale landbouwareaal in de wereld bedraagt 4,9 miljard ha (FAO). De onderzoekers constateren dan ook dat “de resultaten verontrustend zijn” - zowel wat betreft de beperkte beschikbaarheid van voldoende land als de snelheid en omvang van de verandering in landgebruik. Een artikel in Nature Food[2] wijst op de (theoretische) mogelijkheid van koolstofvastlegging in landbouwgrond. Idealiter zou dit tegen 2050 een vergelijkbaar cumulatief mitigatiepotentieel kunnen hebben als bebossing, met name in Sub-Sahara Afrika. Dit vraagt ongekend snelle, grootschalige en gecoördineerde actie.
Volgens een publicatie in Science in 2025[3] is er ongeveer 389 miljoen hectare op aarde die potentieel gebruikt zou kunnen worden voor herbebossing – ongeveer de helft van eerdere schattingen. Dit cijfer is gebaseerd op onderzoek waarbij steden, landbouwgrond, gebieden met een risico op verlies van biodiversiteit en regio's met onvoldoende water buiten beschouwing zijn gelaten. Het onderzoek sloot ook besneeuwde gebieden uit die warmte reflecteren, omdat de donkere boomkruinen daar meer kwaad dan goed zouden doen. De resultaten tonen aan dat herbebossing niet mag worden beschouwd als een vervanging voor het stoppen van ontbossing elders of het snel verminderen van de uitstoot van fossiele brandstoffen.
Bronnen:
- ↑ Over-reliance on land for carbon dioxide removal in net-zero climate pledges | Nature Communications
- ↑ Enhanced agricultural carbon sinks provide benefits for farmers and the climate | Nature Food
- ↑ Land availability and policy commitments limit global climate mitigation from forestation | Science
Groene brandstoffen
Brandstoffen die worden aangeprezen als 'groene' oplossingen voor het klimaatprobleem blijken bij nadere beschouwing niet, of in beperkte mate, duurzaam te zijn.
Bio-energie
Een grote misvatting over klimaatverandering in Europa is dat het verbranden van bossen een goed idee is om 'groene' energie op te wekken. Een rapport van Tufts University stelt vast:[1]
- Bij de verbranding van bosbiomassa komt per energie-eenheid 65% meer CO2 vrij dan bij steenkool en bijna drie keer meer dan bij gas.
- Maar in de officiële statistieken van Europa wordt dit beschouwd als "hernieuwbare energie" zonder koolstofuitstoot (omdat er geen "nieuwe" CO2 bij komt).
- Bijna tweederde van de hernieuwbare energie in Europa is nu afkomstig van biomassa.
Bossen worden gekapt om industriële brandstof te leveren en als gevolg daarvan neemt de biodiversiteit op aarde af.

Het rapport laat zien dat het gebruik van bossen voor energie niet leidt tot een vermindering van de koolstofuitstoot en dat het het verlies van natuur versnelt.
Biodiesel
E-kerosine, ook wel sustainable aviation fuel (SAF) genoemd. Deze brandstof wordt gemaakt van gewassen of afval, of door CO2 en CO uit de rookgassen van fabrieken te laten reageren met waterstof. Waterstof kan op een duurzame manier worden geproduceerd, door elektrolyse van water, maar vaak wordt het gemaakt van aardgas. (Zie ook Waterstof in allerlei kleuren.)

SAF kan de huidige vormen van vliegtuigbrandstof vervangen of, waarschijnlijker, ermee gemengd worden, waardoor de uitstoot zou worden verminderd. De EU heeft de lidstaten verplicht duurzame kerosine door de fossiele brandstof te gaan mengen.[3] In 2034 moet er al 6 procent SAF doorheen, in 2039 20 procent en zo verder. Nederland zelf wil nog sneller.
In 2024 is in Rotterdam het initiatief genomen voor een fabriek voor e-kerosine. Deze zou vanaf 2030 250.000 ton duurzame vliegtuigbrandstof moeten produceren en zal daarmee de grootste fabriek ter wereld zijn op dit gebied. Ook in Amsterdam en Delfzijl worden fabrieken opgezet voor duurzame vliegtuigbrandstof.
Dit zijn voorbeelden van ‘greenwashing’, aldus het Amerikaanse Institute for Policy Studies (IPS), een progressieve denktank zonder banden met het bedrijfsleven. IPS constateert dat de privéjetlobby “duurzame vliegtuigbrandstoffen” als marketingtruc gebruikt en dat die grotendeels een valse oplossing zijn.[4] [5]
Chuck Collins, co-auteur van het rapport, zegt: “Om deze brandstoffen op de benodigde schaal te brengen zouden enorme subsidies nodig zijn, de maatschappelijke kosten zouden onaanvaardbaar zijn en het zou ten koste gaan van meer urgente prioriteiten op het gebied van decarbonisatie.”
Een argument voor de duurzaamheid van SAF/e-kerosine is dat het wordt gemaakt met schone stroom van windparken. Maar omdat het de vraag is of duurzame energie ooit de gehele huidige energiebehoefte kan dekken, werkt dit verder gebruik van fossiel in de hand.
Bovendien speelt bij de productie van SAF in de meeste gevallen fossiele koolstof — uit rookgassen, of bij de productie van waterstof — een rol. Daardoor kan het nauwelijks als een duurzame oplossing worden beschouwd. Zie ook de rekensommen van Karel Knip in de NRC.[6]
Waterstof in allerlei kleuren
Met kleuren wordt aangegeven in welke mate waterstof duurzaam is. Daarop valt nog wel wat af te dingen. Zie: De echte impact van blauwe waterstof.
Groene Waterstof kan in principe worden geproduceerd door elektrolyse van water met behulp van groene stroom maar dat gebeurt nog maar op kleine schaal. Tot nu toe wordt waterstof geproduceerd met behulp van fossiele brandstoffen, in de eerste plaats aardgas. cVoor elke ton geproduceerde waterstof wordt ongeveer 10 ton CO2 uitgestoten. De waterstof die op deze manier wordt geproduceerd, wordt ‘grijze waterstof’ genoemd.[7]
Blauwe waterstof wordt ook geproduceerd uit aardgas. Het verschil is dat de geproduceerde CO2 wordt opgevangen en opgeslagen, bijvoorbeeld in voormalige olie- of gasvelden. Dit betekent dat de CO2 uitstoot lager is. Het wordt daarom ook wel decarbonized waterstof genoemd.
Turquoise waterstof wordt verkregen door het thermisch kraken van methaan. In plaats van CO2 wordt tijdens dit proces vaste koolstof geproduceerd. Om het proces CO2-neutraal te maken, moet de benodigde hoge temperatuur worden geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen en moet de koolstof permanent worden gebonden.

De industrie voor fossiele brandstoffen praat graag over blauwe waterstof als klimaatoplossing. In een analyse van de Europese plannen voor blauwe waterstof door Le Monde en DeSmog constateren de onderzoekers echter dat de tientallen voorgestelde projecten voor blauwe waterstof bij elkaar evenveel broeikasgassen dreigen uit te stoten als heel Denemarken.
Deze bevinding kwam op het moment dat Europese ambtenaren overwogen om blauwe waterstof de status van “koolstofarme technologie” te geven, waardoor deze toegang krijgt tot miljarden euro's aan subsidies en voordelige beleggingen.
Op 8 juli 2025 heeft de EU een richtlijn aangenomen waarin een uitgebreide methode voor de berekening van broeikasgasemissies voor koolstofarme waterstof en brandstoffen wordt geïntroduceerd, zoals uiteengezet in de richtlijn inzake de waterstof- en gasmarkt. Om als koolstofarm te worden beschouwd, moeten waterstof en aanverwante brandstoffen een drempel van 70 % broeikasgasemissiereductie bereiken in vergelijking met het gebruik van fossiele brandstoffen zonder emissiereductiemaatregelen.[9]

De echte impact van 'blauwe' waterstof
Een rapport van Carbon Tracker[11] stelt dat de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij projecten voor blauwe waterstof en gas-CCS twee tot drie keer hoger kan zijn dan de gerapporteerde hoeveelheid wanneer gekeken wordt naar de uitstoot bij de winning, verwerking en het transport van gas.
Voorstanders van technologieën voor koolstofafvang, -gebruik en -opslag (CCUS) zeggen dat op CCUS gebaseerde waterstof (ook bekend als ‘blauwe’ waterstof) en gascentrales met CCS (ook bekend als gas-CCS) kunnen helpen om de koolstofvoetafdruk van de industrie en de energiesector te verkleinen.
In dit rapport wordt gekeken naar de mogelijke gevolgen van op gas gebaseerde CCUS-technologieën voor het klimaat, ervan uitgaande dat de technologie werkt zoals de CCUS-industrie beweert. Dit probleem is vooral belangrijk voor het Verenigd Koninkrijk en de EU. Na de energiecrisis van 2022-2023, mede veroorzaakt door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne, zijn zij meer afhankelijk van geïmporteerd LNG, met name uit de VS.
De conclusie van het rapport luidt als volgt:
- Blauwe waterstof- en gas-CCS-projecten zijn niet noodzakelijkerwijs koolstofarm.
- Het gebruik van gas voor CCUS zal de uitstoot verhogen.
- De koolstofintensiteit van blauwe waterstof wordt onderschat.
- We besparen niet zoveel koolstof als we denken wanneer we gas-CCS gebruiken.
- De manier waarop we het milieu beoordelen, is gebrekkig.
- Projecten waarbij gas wordt gebruikt, kunnen plannen om de koolstofuitstoot te verminderen in de weg staan.
Daar komt bij dat "…fossiele-brandstofbedrijven en aanverwante organisaties de belangrijkste lobbyisten zijn voor CCUS-subsidies en dat deze subsidies ten koste gaan van zowel de belastingbetaler als de toekomstige gezondheid van onze planeet," volgens een artikel in Environmental Science & Policy.[12]
Bronnen:
- ↑ 1,0 1,1 A Critical Look at Forest Bioenergy: Exposing a high carbon “climate solution” | Global Development And Environment Institute, Tufts University
- ↑ Energy Transistion Projects | SIMECO
- ↑ RefuelEU verplichtingen voor brandstofleveranciers | Nederlandse Emissieautoriteit
- ↑ Greenwashing the Skies: How the Private Jet Lobby Uses “Sustainable Aviation Fuels” as a Marketing Ploy | Institute for Policy Studies
- ↑ ‘Magical thinking’: hopes for sustainable jet fuel not realistic, report finds | The Guardian
- ↑ Lekker cijferen met kunstkerosine: hoeveel wind is er nodig om een vliegtuig vol te tanken?
- ↑ Blue hydrogen-definition | SFC
- ↑ Blue Hydrogen: Not clean, not low carbon, not a solution | Institute for Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA)
- ↑ EU's energy system - Hydrogen | European Commission
- ↑ Europe’s Blue Hydrogen Plans Risk Generating Annual Emissions on par With Denmark | Desmog
- ↑ Kind of Blue — The real climate impact of Blue Hydrogen and Gas-CCS | Carbon Tracker
- ↑ Tracing sources of funds used to lobby the US government about carbon capture, use, and storage | Environmental Science & Policy
Groene groei (Green growth)
Op basis van historisch bewijs gaat men er binnen de gangbare economische wetenschap vanuit dat een economie eerst vervuilend is en naarmate de economie groeit en volwassen wordt, de capaciteit ontwikkeld wordt om groener en duurzamer te worden.[1] Hieruit is het idee ontstaan dat economische groei en de daarmee gepaard gaande negatieve bijeffecten van elkaar ontkoppeld kunnen worden.
Binnen de duurzaamheidswetenschap is dit een aanpak geworden onder de noemer ‘groene groei’ waarbij economische groei en ontwikkeling wordt nagestreefd in combinatie met het terugdringen van bijvoorbeeld milieu-impact en uitstoot van broeikasgassen. Beide dragen hun steentje bij aan een duurzame toekomst waarbij de focus ligt op het bestrijden van klimaatverandering door middel van technologische innovatie. Het beleid is daarom vooral gericht op investeringen in schone technologieën, hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en duurzame landbouwpraktijken.
Op mondiaal niveau is er geen bewijs voor voldoende ontkoppeling tussen economische groei enerzijds en emissiereducties en materiaalverbruik anderzijds. Dit betekent dat er geen bewijs is dat het tegelijkertijd nastreven van economische groei en het respecteren van de planetaire grenzen mogelijk is.[2] Er is wel veel bewijs voor het tegendeel.[3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10]
Ook de theoretische mogelijkheid dat groene groei gerealiseerd kan worden door middel van correct beleid en een markt onder druk, wordt door ecologisch economen weerlegd[11] en in toenemende mate door natuurkundigen in twijfel getrokken.[12] [13] [14]
Op internationaal vlak zijn er diverse multilaterale organisaties die een agenda voor groene groei ondersteunen, zoals de Wereldbank,[15] de OECD[16] en de Verenigde Naties (Sustainable Development Goal #8: Eerlijk werk en economische groei).[17] In Nederland pleit de Sociaal Economische Raad (SER) in het rapport Perspectief op Brede Welvaart in 2040[18] voor “een economie die uitgaat van duurzame groei en innovatie, waarmee we ons verdienvermogen versterken binnen planetaire grenzen door maatschappelijk verantwoord ondernemerschap met een goed werkend Europees level playing field.” Groene groei dus. Door het kabinet Schoof werd ‘groene groei’ opgenomen in de naam van een nieuw ministerie: Klimaat en Groene Groei. Andere Nederlandse bepleiters van groene groei zijn o.a. Barbara Baarsma,[19] Diederik Samsom en Mathijs Bouman.[20]
Zie ook: Onderschatting door neoklassieke economen.
Bronnen:
- ↑ Dit wordt de ‘Environmental Kuznets curve’ genoemd. 7 Ways to Think Like a 21st Century Economist, Chapter 6: Create to Regenerate | Doughnut Economics for University Courses
- ↑ Post-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries | The Lancet
- ↑ Biodiversity policy beyond economic growth | Conservation Letters
- ↑ A systematic review of the evidence on decoupling of GDP, resource use and GHG emissions, part II: synthesizing the insights | Environmental Research Letters
- ↑ Is Green Growth Possible? | New Political Economy
- ↑ Decoupling Debunked. Evidence and arguments against green growth as a sole strategy for sustainability (open access) | EEB European Environment Bureau
- ↑ Is green growth happening? An empirical analysis of achieved versus Paris-compliant CO2–GDP decoupling in high-income countries | Lancet Planet Health
- ↑ Level of decoupling between economic growth and environmental pressure on Earth-system processes | Sustainable Production and Consumption
- ↑ Is Decoupling GDP Growth from Environmental Impact Possible? | PLOS One
- ↑ Scientists’ warning on affluence | Nature Communications
- ↑ The Entropy Law and the Economic Process in Retrospect | Eastern Economic Journal
- ↑ The Economic Superorganism. Beyond the Competing Narratives on Energy, Growth, and Policy | Springer Nature
- ↑ Energy and Human Ambitions on a Finite Planet | eScholarship
- ↑ Limits to economic growth | Nature Physics
- ↑ Inclusive Green Growth. The Pathway to Sustainable Development | The World Bank
- ↑ Economic Policy Reforms 2018 | OECD
- ↑ The 17 Goals | UN Department of Economic and Social Affairs – Sustainable Development
- ↑ Perspectief op brede welvaart in 2040 | SER
- ↑ Over economie en groei | Boekenkrant
- ↑ Wat Nu? Met Diederik Samsom & Mathijs Bouman | Podimo
Regeneratieve landbouw
Tijdens de Klimaatweek in september 2024 in New York City stonden 's werelds grootste voedselbedrijven in de rij om hun pro-natuur geloofsbrieven te delen, door te beweren dat ze “regeneratieve landbouw”-praktijken omarmen die hun enorme koolstofvoetafdruk zullen verminderen.[1]
Uit een nieuw rapport blijkt echter dat multinationale voedsel- en landbouwbedrijven die de term gebruiken - zoals Cargill, Bayer en Unilever - hun manier van zakendoen nauwelijks hebben veranderd.[2]
In totaal werden 30 grote landbouwbedrijven geanalyseerd in het rapport, dat in september werd uitgebracht door het New Climate Institute. Uit het rapport bleek dat hoewel ongeveer 80 procent van de bedrijven in hun klimaat- en duurzaamheidsstrategieën sterk refereerde aan de term “regeneratieve landbouw”, slechts een derde daarvan duidelijke doelen had en veel bedrijven niet specifiek aangaven hoe de plannen zouden worden geïmplementeerd of ze slechts toepasten op een klein deel van hun totale activiteiten.
De bevindingen van het rapport echoën ook eerdere analyses[3] dat de vage definities van “regeneratief” door bedrijven - die een breed scala aan natuurvriendelijke landbouwtechnieken kunnen omvatten zoals no-till, waarbij de grond zo min mogelijk wordt beroerd, en biologische landbouw - de verantwoordingsplicht ondermijnen. Verschillende landbouwprogramma's die onder deze noemer vallen, maken niet duidelijk welke praktijken ze omvatten of welke voordelen ze bieden voor duurzaamheidsinspanningen. En beweringen van bedrijven over lagere emissies worden niet altijd gestaafd.
Het resultaat is dat de plannen van de bedrijven die in het onderzoek zijn geanalyseerd, niet voldoende zijn om de bedrijven te binden aan transformatieve actie, waarbij de coauteurs van het rapport concluderen dat de plannen van de bedrijven “de ambitie missen die nodig is om vervuiling, aantasting van het milieu en emissies aanzienlijk te verminderen of zelfs de koolstofopslag in de bodem te vergroten”.
Bronnen:
Mestvergisting
Vergisting van de mest van melkkoeien en varkens tot methaangas, direct ter plaatse, wordt gezien als een veelbelovende oplossing waar bovendien veel geld mee verdiend kan worden.[1] De optimistische berichten erover gaan voorbij aan de nadelen. Voor omwonenden is dat vooral de stankoverlast maar belangrijker is dat het noch een oplossing is voor het stikstofprobleem, noch voor de uitstoot van broeikasgas, en daarmee allesbehalve een groene oplossing. In een opiniestuk in Eindhovens Dagblad schrijft Jan van Hoof dat mestvergisting nog geen 2% van het totale aardgasverbruik kan vervangen.
Bron:
Tip voor investeerders
In 2023 heeft de fossiele-brandstoffensector opnieuw terrein verloren ten opzichte van de markt als geheel. Terwijl de oliemultinationals een daling van 30% in jaarlijkse winsten rapporteren en de sector een jaarlijks verlies van bijna 5% boekt, concludeert een nieuw rapport van het Institute of Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA) dat het niet alleen een slecht jaar was om te investeren in fossiele brandstoffen, maar ook een slecht decennium.[1] [2]
De energietransitie heeft een groot effect op de aandelenmarkten, waarbij fossiele brandstoffen een risicovoller onderdeel worden van passieve beleggingsportefeuilles. In het afgelopen decennium was het financieel beter om aandelen in olie, gas en kolen te verkopen, ook al zijn er recent energiecrises geweest waarbij de brandstofprijzen en dus ook de winsten voor energiebedrijven de pan uit rezen. De traditionele voordelen van de fossiele- brandstoffensector zijn verzwakt en af en toe winstgevende kwartalen hebben niets veranderd aan het feit dat de sector op de lange termijn ondermaats heeft gepresteerd.
Beleggers begrijpen met welke problemen de traditionele energiesector te maken heeft door reductie van broeikasgassen en concurrentie met duurzame energiebronnen. Nu de markten evolueren naar een toekomst met minder koolstof, zijn strategieën zonder fossiele brandstoffen een belangrijke manier voor beleggers om hun weg te vinden temidden van de uitdagingen en kansen van klimaatverandering.

En toch, ondanks alle signalen van klimaatverandering energietransitie en klimaatbewuste beleggers zoals pensioenfondsen, zien we dat de fossiele-brandstofindustrie nog steeds vasthoudt aan haar oude verhaal en blijft investeren in het exploiteren van nieuwe olie- en gasvelden. Gevestigde fossiele-energiebedrijven gaan nog steeds uit van business as usual en zelfs groei, de laatste tijd meer geleid door ideologie dan door investeringslogica. Of gokken ze op schadeclaims bij stranded assets?
Bronnen:
Stranded Assets
Gestrande activa, beter bekend als ‘stranded assets’, zijn activa die op een bepaald moment vóór het einde van hun economische levensduur (zoals aangenomen bij de investeringsbeslissing) niet langer in staat zijn om een economisch rendement te behalen. In dit geval als gevolg van veranderingen door de overgang naar een koolstofarme economie.[1]
Carbon Tracker[2] wijst erop dat verstandig beleggen kan voorkomen dat investeringen in de fossiele sector leiden tot stranded assets. Mark Carney, de voorzitter van de internationale Financial Stability Board, wijst erop dat een koolstofbudget op basis van de 2 °C doelstelling de grote meerderheid van de fossiele reserves in de wereld tot stranded assets maakt, dat wil zeggen olie, gas en kolen die letterlijk onbrandbaar zullen blijven zonder toepassing van dure carbon capture technologie.
Miljardenclaims
De mogelijkheid bestaat dat stranded assets leiden tot miljardenclaims van de fossiele industrie, bij wijze van schadevergoeding omdat zij zich tot slachtoffer zullen uitroepen van klimaatmaatregelen die het gebruik van fossiele energie ontmoedigen of beperken.[3]
Dergelijke praktijken zijn een bedreiging voor overheden die serieus werk maken van een duurzamere economie.[4] In het Verenigd Koninkrijk klaagt een kolenbedrijf de overheid aan nadat milieuactivisten belangrijke klimaatzaken hebben gewonnen voor een Britse rechtbank. Het geschil over de annulering van een kolenmijn komt op een moment dat regeringen worden geconfronteerd met honderden miljarden dollars aan claims van buitenlandse investeerders in verband met de uitfasering van fossiele brandstoffen. In Nederland kennen we de claims van de NAM, nu er geen gas meer mag worden gewonnen in Groningen.
Honduras is een van de armste landen van het westelijk halfrond. Maar dat heeft buitenlandse bedrijven er niet van weerhouden om een golf van rechtszaken tegen het kleine land aan te spannen.[4] Deze claims hebben een totale waarde van ongeveer 20 miljard dollar. Dat is meer dan vijf keer de overheidsuitgaven van Honduras vorig jaar.
De claims maken deel uit van een systeem dat investor-state dispute settlement of ISDS wordt genoemd. Dit systeem is moeilijk te doorgronden en is gunstig voor bedrijven. Het stelt buitenlandse investeerders in staat om juridische stappen te ondernemen voor groepen arbiters die geen deel uitmaken van het nationale rechtssysteem. Het ISDS stelt bedrijven in staat om grote sommen geld te eisen van regeringen als zij vinden dat hun investeringen schade hebben geleden. Dit kan zelfs gebeuren als de schade het gevolg is van regels die mensen beschermen tegen zaken als vervuiling of andere gevaren.
Deze tribunalen hebben honderden miljoenen of zelfs miljarden dollars toegekend aan bedrijven, zelfs in gevallen waarin zij nationale wetten aan hun laars lapten, het milieu vervuilden of werden beschuldigd van schendingen van de mensenrechten. De meeste van deze zaken zijn aangespannen door bedrijven uit rijke landen tegen ontwikkelingslanden, wat critici ertoe heeft aangezet te zeggen dat ISDS fungeert als een vorm van modern kolonialisme. [5] [6]
Doodlopende wegen
Veel van de oplossingen voor het klimaatprobleem die hiervoor zijn genoemd, zijn doodlopende wegen, dead-end pathways, volgens een analyse gepubliceerd in PLOS Climate in 2025.[7]
Ondanks de dringende noodzaak om klimaatverandering aan te pakken, blijven beleidsmakers opties ondersteunen om emissies te verminderen die in theorie goed lijken, maar in de praktijk de situatie alleen maar verslechteren. Veel oplossingen, zoals efficiëntere benzinemotoren of het terugwinnen van restwarmte uit fossiele brandstoffen, verminderen de uitstoot slechts gedeeltelijk. Ze houden geen rekening met de vraag of ze ons kunnen helpen om in de toekomst naar netto-nul-systemen te gaan.
De PLOS studie reikt drie criteria aan om de meest problematische richtingen, 'doodlopende wegen', te identificeren en te vermijden. Dat zijn: (1) hoe dicht ze in de buurt kunnen komen van een vrijwel volledige eliminatie van emissies in een bepaald systeem, (2) hoe breed ze kunnen worden toegepast in het gespecificeerde systeem en (3) hoe snel ze kunnen worden geïmplementeerd.
Vervolgens wordt dit kader gebruikt om drie concrete voorbeelden uit het wegvervoer te bekijken, die elk op een van deze punten tekortschieten. Die voorbeelden zijn: het gebruik van gecomprimeerd aardgas (CNG) in het zware wegtransport in Canada, ethanol in het personenvervoer in de VS, en groene brandstoffen (e-fuels) in het personenvervoer in Duitsland.
Alle drie trajecten zijn doodlopende wegen en vormen een reëel probleem. Zij kunnen middelen vastzetten die het moeilijker maken om klimaatdoelstellingen te halen. Zij kunnen ook degenen aan de macht steunen die tegen klimaatmaatregelen zijn. En zij onttrekken tijd en middelen aan meer haalbare opties.

Oplossingen voor klimaatverandering bestaan al
Dit schrijft Geoengineering Monitor:[8]
"Er zijn al echte, fundamentele, risicoloze of risicovrije, voordelige en langetermijnoplossingen voor klimaatverandering beschikbaar. Deze omvatten agro-ecologie, het verminderen van uitstoot en grondstofverbruik, het invoeren van strenge emissiegrenswaarden, investeren in openbaar vervoer en leefbare en werkbare gemeenschappen, en het stoppen van ontbossing, naast vele andere maatregelen. Het probleem is niet dat deze oplossingen niet werken, maar dat ze onverenigbaar zijn met elk doel of mandaat voor een steeds groeiende economie die gebaseerd is op de exploitatie van eindige natuurlijke hulpbronnen. Het verminderen van emissies roept weerstand op bij de grote oliemaatschappijen; het openbaar vervoer wordt belemmerd door autofabrikanten; grootschalige uitbreiding van agro-ecologie wekt de woede van industriële agro-agribusinessconglomeraten."
"Om echte oplossingen te laten werken, moet de macht van kleine boeren, gemeenschappen en werknemers toenemen ten opzichte van die van investeerders en de industrie. De belangrijkste belemmeringen voor de uitvoering ervan zijn de vervuilende industrieën en hun investeerders. Een snelle manier om de geloofwaardigheid en goede wil van voorstanders van geo-engineering te controleren, is door na te gaan hoeveel echte inspanningen zij hebben geleverd om echte oplossingen voor klimaatverandering te bepleiten – en door te kijken waar hun geld vandaan komt."
Bronnen:
- ↑ Stranded Assets and Scenarios. Discussion Paper | Oxford Smith School
- ↑ Stranded Assets | Carbon Tracker
- ↑ Compensation for stranded assets? | SOMO
- ↑ 4,0 4,1 Cashing Out. The secretive system disrupting climate action and forcing big payouts to fossil fuel companies | Climate Inside News
- ↑ https://www.citizen.org/topic/globalization-trade/corporate-power-expanded-isds/ Public Citizen
- ↑ The Corporate Colonization of Latin America: How Investor-State Dispute Settlement (ISDS) Harms Indigenous Peoples | Public Citizen
- ↑ 7,0 7,1 Dead-end pathways: Conceptualizing, assessing, avoiding | PLOS Climate
- ↑ Key reasons to oppose geoengineering | Geoengineering Monitor