Klimaatverandering beïnvloedt wereldwijde weerpatronen door de toename van broeikasgassen, wat leidt tot extremere, onvoorspelbaardere en wisselvalligere weersomstandigheden zoals zwaardere regenbuien, langdurige hittegolven, droogtes, bosbranden, orkanen en sneeuwstormen, waardoor het cruciaal is deze effecten te erkennen om de gevolgen te beperken en ons aan te passen aan toekomstige klimaatuitdagingen.
Eenvoudig uitgelegd
Klimaatverandering heeft een grote invloed op mondiale weerpatronen en leidt tot extremere en onvoorspelbaarder weersomstandigheden. Door de rol van klimaatverandering in weerpatronen te erkennen, kunnen we de gevolgen ervan beter beperken en werken aan een duurzamere toekomst.
Eén van de meest opvallende effecten is de intensivering van regenbuien. Als de lucht opwarmt, kan het meer vocht vasthouden, wat leidt tot zwaardere regenval en sterkere stormen, die vaak ernstige overstromingen veroorzaken.
Daarnaast leiden stijgende temperaturen tot langdurige hittegolven en droogtes, waardoor het risico op bosbranden aanzienlijk toeneemt.
Bovendien verergert klimaatverandering extreme weersomstandigheden zoals orkanen en sneeuwstormen, waardoor ze heviger en onvoorspelbaarder worden.
Deze veranderingen worden veroorzaakt door de toename van broeikasgassen, die warmte vasthouden en de weersystemen wereldwijd veranderen. Als gevolg daarvan heeft de wereld te maken met een wisselvalliger klimaat en komen ernstige weersomstandigheden steeds vaker voor. Inzicht in deze gevolgen is cruciaal om ons voor te bereiden op en aan te passen aan toekomstige klimaatgerelateerde uitdagingen.
Gevolgen voor de atmosfeer
We betreden onbekend terrein. Het zee-ijs in het Noordpool- en het Zuidpoolgebied verdwijnt. De temperaturen op het land en in de oceanen stijgen niet alleen, de stijging zelf gaat ook steeds sneller. Hetzelfde geldt voor de oveanen: accelererende zeespiegelstijging.
Europa is het continent waar de temperaturen het snelst stijgen. Weersextremen worden het nieuwe normaal: zowel hittegolven en droogte als stortregens en overstromingen komen steeds vaker voor. Hittegolven op land en in de oceanen, natuurbranden, extreme droogte, stormen, extreme neerslag en overstromingen hebben meer dan 50% tot bijna 100% kans om vaker plaats te vinden.
Dit heeft grote gevolgen voor landbouw, visserij, toerisme, biodiversiteit en de volksgezondheid. En daarmee leidt de opwarming van de aarde ook tot grote sociale, economische en politieke problemen, die moeilijk te voorspellen zijn. De klimaatcrisis veroorzaakt nu al grote schade aan levens en bestaansmiddelen over de hele wereld.
Relatie met de opwarming
De atmosfeer is op meerdere manieren de motor van klimaatverandering. De toename van broeikasgassen zorgt ervoor dat warmte vastgehouden wordt (zie Broeikaseffect). Daarnaast is de atmosfeer continu in beweging en pompt warmte, opgeloste gassen en waterdamp over de aarde.
Waterdamp is daarbij een heel belangrijke. Hoe warmer de lucht, hoe meer waterdamp deze kan vasthouden. Hoe warmer het water (bijvoorbeeld zeeën en oceanen), hoe meer waterdamp deze uitstoot. In een steeds warmer wordend klimaat neemt de atmosfeer steeds meer waterdamp op uit de watermassa’s.
Van nature fluctueert de temperatuur van de atmosfeer boven land veel meer dan boven water. Wanneer de atmosfeer boven land afkoelt, of warme luchtstromen op koude botsen, leidt dit tot wolkvorming waaruit neerslag kan vallen. Wanneer de temperatuurverschillen tussen koude en warme luchtmassa's groot zijn, kan dat leiden tot hevige wolkbreuken met alle gevolgen van dien. (zie pag. [ref aan 5.0]. Klimaatverandering versterkt die temperatuurverschillen en is daardoor de belangrijkste oorzaak voor het frequenter voorkomen van extreem weer, zowel intens natte als droge perioden.
Extreem weer
Klimaatmodellen blijken niet alle veranderingen even goed te voorspellen. Een recente studie laat zien dat met name de meest extreme veranderingen onvoldoende worden weergegeven in de modellen.[1] Deze studie toont een toename van “hotspots” (letterlijk) waar de temperaturen aanzienlijk sneller stijgen dan in omliggende gebieden. Terwijl klimaatmodellen de algemene opwarming goed voorspellen, worden de hotspots stelselmatig onderschat.
De volgende extremen nemen toe:
Extreme hitte wordt heter
Meer en heviger wolkbreuken
Aanhoudende droogte en regen
Krachtiger orkanen
Meer intense winterstormen
Hoewel een temperatuurstijging van 1,5 °C sinds het begin van de Industriële Revolutie weinig lijkt, heeft dit geleid tot het ontstaan van hitte-extremen die vrijwel onmogelijk zouden zijn zonder antropogene opwarming van de aarde. Extreme regenval is wereldwijd in recordaantal blijven toenemen en gemiddeld kan 1 op de 4 neerslagrecords in de afgelopen tien jaar worden toegeschreven aan klimaatverandering. Tropische gebieden zien de sterkste toename van extremen.[2]
De meest extreme weersgebeurtenissen die zijn onderzocht, zijn ernstiger en meer waarschijnlijk geworden als gevolg van door de. mens veroorzaakte opwarming van de aarde.[3]Creative Commons License BY-SA 4.0.
In Een Extreem Rapport[4] (december 2025) beschrijven auteurs van het KNMI negen weersextremen die grote impact kunnen hebben op de maatschappij. Natuurbranden en de inzet van de brandweer, heftige kou en de gevolgen voor de gasvraag of duisterluwte en de impact op de elektriciteitsvoorziening.
Tien jaar na de ondertekening van het Klimaatakkoord van Parijs blijft aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering belangrijk. Klimaatverandering speelt zich af in het hier en nu, en dat merken we vooral aan extreem weer.
De volgende combinaties van weersextreem en impact komen aan de orde in dit rapport:
Hitte, en de impact daarvan in een stedelijke omgeving
Natuurbrand, en de impact daarvan op de brandweerinzet
Kou, en de impact daarvan op de gasvraag
Storm, en de schade daarvan aan huizen en gebouwen
Orkaan in Caribisch Nederland, en de schade daarvan aan huizen en gebouwen
Droogte, en de impact daarvan op de binnenvaart
Neerslag, en de impact daarvan in de regio
Duisterluwte, en de impact daarvan op de elektriciteitsvoorziening
Het ene na het andere jaar breekt klimaatrecords. Het jaar 2024 is volgens de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) het warmste jaar ooit, aangewakkerd door menselijke activiteiten. De tien warmste jaren vielen allemaal in de laatste tien jaar.
Temperatuur
Een reeks rapporten van de WMO-gemeenschap belichtte gedurende 2024 het snelle tempo van klimaatverandering en de verstrekkende gevolgen ervan voor elk aspect van duurzame ontwikkeling. Recordbrekende regenval werd gedocumenteerd, evenals catastrofale overstromingen, verzengende hittegolven met temperaturen van meer dan 50°C en verwoestende bosbranden.
De organisatie constateerde in haar rapport When Risks Become Reality: Extreme Weather dat klimaatverandering 41 dagen van gevaarlijke hitte toevoegde in 2024, wat schadelijk is voor de menselijke gezondheid en ecosystemen.
Temperatuur anomalieën (afwijkingen van de gemiddelde temperatuur) vanaf 1940. Data afkomstig van Copernicus.[1]Bron: Berkeley Earth.[2]Creative Commons License BY-SA 4.0.
Daarmee is 2024 het warmste jaar ooit, met een centrale schatting van 1,6 °C boven het pre-industriële niveau.[3] De verwachtingen voor 2025 zijn nauwelijks gunstiger. Ook dat jaar zal vermoedelijk bij de top 5 eindigen.
Zie ook het Global Temperature Report for 2024 van Berkeley Earth.[4]
2025
Volgens een overzicht van Copernicus Climate Change Service was maart 2025 de warmste maart ooit in Europa, met het laagste niveau winterijs in het Noordpoolgebied.[5] Juni 2025 was de derde warmste juni ooit.[1]
Afwijkingen in de luchttemperatuur aan het aardoppervlak en neerslag voor maart 2025 ten opzichte van de gemiddelden voor maart in de periode 1991-2020. De neerslagafwijkingen komen overeen met de totale neerslag voor de maand, uitgedrukt als een percentage van het gemiddelde voor 1991-2020. Bron: ERA5. Bronvermelding: C3S/ECMWF.[5]
In sommige delen van Europa was het de droogste maand maart ooit (o.a. in Nederland[6]) en in andere delen de natste maart.
Andere oorzaken
Niet al deze recordtemperaturen zijn uitsluitend het gevolg van de opwarming door broeikasgassen. Andere factoren die ook invloed kunnen hebben gehad op een of beide jaren zijn onder andere:
Nawerking van de El Niño van 2023.
De Hunga Tonga-Hunga Haʻapai vulkaanuitbarsting in januari 2022 - opwarming door toegenomen stratosferische waterdamp, maar afkoeling door aerosolen.
Lagere zwaveldioxide-emissies door de scheepvaart - opwarming door minder aërosolen.[7]
Minder laaghangende bewolking - opwarming van het klimaatsysteem door verhoogde absorptie van zonnestraling.
Maximum zonnecyclus - opwarming door meer zonne-energie die de aarde bereikt
Terugkoppelingsmechanisme temperatuur/waterdamp - opwarming door het versterkte broeikaseffect van extra waterdamp in de atmosfeer.
Maar het ziet ernaar uit dat 2024 en 2023 uitzonderlijk warm zijn vanwege de versnellende door de mens veroorzaakte opwarming van het klimaat en een ongewoon warme fase van oceanische variabiliteit, met ongekende SST-anomalieën in meerdere regio's.
Hittegolven
Begin januari 2025 publiceerde de Copernicus Climate Change Service (C3S) van de EU het rapport Global Climate Highlights 2024.[8] Over hittestress schrijft het rapport:
In 2024 kende een groot deel van de wereld meer dagen dan gemiddeld met ten minste 'sterke hittestress'.
Verschillende regio's op aarde kenden ook meer dagen dan gemiddeld met 'extreme hittestress'.
Het gebied met ten minste 'sterke hittestress' bereikte een nieuw recordmaximum op 10 juli, toen ongeveer 44% van de wereld werd getroffen door 'sterke' tot 'extreme hittestress'. Dit is 5% meer dan het gemiddelde jaarlijkse maximum.
Aantal dagen in 2024 waarop ten minste 'sterke hittestress' werd ervaren, gebaseerd op de dagelijkse maximale gevoelstemperatuur van meer dan 32°C.Links: Totaal aantal dagen.Rechts:Anomalieën in het aantal dagen, ten opzichte van het gemiddelde voor de referentieperiode 1991-2020.De gevoelstemperatuur is gebaseerd op de Universal Thermal Climate Index (UTCI).Gegevens:ERA5-HEAT UTCI.Credit: C3S/ECMWF.[8]
De recordhoge temperaturen in Europa tijdens de zomer van 2022 worden in verband gebracht met meer dan 60.000 sterfgevallen door hitte. Door epidemiologische modellen en detectie- en attributietechnieken te gebruiken, stellen de onderzoekers vast dat de helft van deze sterftelast werd veroorzaakt door antropogene opwarming. Dit geldt ook voor alle geslachten, leeftijden en hitte gerelateerde sterfte in voorgaande jaren (2015-2021).[9]
Wetenschappers waarschuwen dat de langdurige hittegolf in Scandinavië in juli 2025 – met recordtemperaturen in Noorwegen, Zweden en Finland – werd versterkt door de klimaatcrisis, wat bewijst dat geen enkel land immuun is voor de gevolgen ervan.[10][11] Finland kende 22 opeenvolgende dagen met temperaturen boven de 30 °C, terwijl Zweden te maken kreeg met 10 dagen van "tropische nachten" met temperaturen die nooit onder de 20 °C daalden. Als gevolg van de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde was de kans op de hittegolf minstens tien keer zo groot en was deze 2 °C warmer. Sommige modellen suggereren zelfs dat de hittegolf zonder klimaatverandering onmogelijk zou zijn geweest.
De hittegolf veroorzaakte grote ontwrichting: ziekenhuizen hadden te kampen met oververhitting en overbevolking, waardoor operaties moesten worden afgelast; er vielen minstens 60 verdrinkingsdoden toen mensen verkoeling zochten in het water; en giftige algenbloei verspreidde zich in meren en zeeën. Bosbranden woedden in de bossen en tijdens openbare evenementen vielen mensen flauw door de hitte. In 2018 leidde een soortgelijke hittegolf in Zweden tot 750 vroegtijdige sterfgevallen, en deskundigen verwachten dit keer een vergelijkbaar aantal slachtoffers.
De Heat Index Calculator berekent vijf niveaus, ‘Safe’, ‘Caution’, ‘Extreme Caution’, ‘Danger’ and ‘Extreme danger’, aan de hand van de luchttemperatuur en -vochtigheid.[12]
Temperaturen boven 35 °C bij een hoge luchtvochtigheid zijn meer dan mensen kunnen verdragen. Bij verdere opwarming zullen die omstandigheden vaker en op meer plaatsen voorkomen, maar klimaatmodellen onderschatten het probleem.[13]
Klimaatmodellen voorspellen zulke omstandigheden tegen het midden van de 21e eeuw. Een uitgebreide evaluatie van gegevens van weerstations laat echter zien dat sommige subtropische kustlocaties al een TW van 35°C hebben gerapporteerd en dat extreme vochtige hitte over het algemeen meer dan verdubbeld is in frequentie sinds 1979.
Aantal dagen met temperaturen boven 35 ºC halverwege deze eeuw.[14]
Recente overschrijdingen van 35 °C in de wereldwijde maximale zeeoppervlaktetemperatuur bieden verdere ondersteuning voor de geldigheid van deze gevaarlijk hoge TW-waarden. De meest extreme vochtige hitte is zeer lokaal in zowel ruimte als tijd en wordt substantieel onderschat in heranalyses.
inmiddels heeft nieuw onderzoek vastgesteld dat veilige nattebol temperaturen ver onder de 35 °C liggen.[15] Zie ook de nieuwste, lagere schattingen van gevaarlijke temperaturen in de sectie Sterfte door hittegolven.
De combinatie van heet-droog (compound hot-dry, CHD) en heet-nat (compound hot-wet, CHW) extremen zijn beide toegenomen onder invloed van de opwarming van de aarde en vormen een grotere sociaal-economische bedreiging dan enkelvoudige extremen. Hoewel CHD terecht veel aandacht heeft gekregen, is het cruciaal om de dreiging van CHW niet te onderschatten.[16]
Extreem heet en nat weer is even belastend voor het menselijk lichaam als heet en droog weer. Bovendien veroorzaakt de extreme neerslag overstromingen die veel schade aanrichten en mensen dwingen hun huizen te verlaten.
De opwarming zorgt voor een herverdeling van neerslaggebieden die plaatselijk uitzonderlijk hoge neerslag brengen. Inmiddels al geen uitzondering meer. De overstromingen in Valencia en omgeving en eerder die in Midden Europa en Zuid Limburg werden veroorzaakt door plotseling optredende, extreem hevige neerslag waar de infrastructuur niet op berekend is. Op sommige plaatsen viel in een paar uur tijd een hoeveelheid die normaal in een jaar valt. Het Britse Met Office legt uit hoe dat komt.[1] (Zie ook Deutsche Welle.[2])
Stijgende temperaturen als gevolg van klimaatverandering verhogen de frequentie en intensiteit van extreme regenval. Warmere lucht houdt ongeveer 7% meer vocht vast voor elke graad Celsius verhoging. In lagedrukgebieden stijgt de lucht, koelt af en waterdamp condenseert tot regendruppels. Bovendien komt er door condensatie van waterdamp warmte vrij, waardoor onweersbuien intenser worden, wat leidt tot zwaardere stortbuien.
Dit heeft wereldwijd geleid tot record neerslaghoeveelheden, waarbij studies aantonen dat één op de vier extreme regenbuien kan worden toegeschreven aan klimaatverandering. Als gevolg daarvan hebben regio's die van oudsher gevoelig zijn voor zware regenval nu te maken met een nog groter overstromingsrisico.
In hogedrukgebieden daalt de lucht en warmt daardoor op. Warmere lucht kan meer vocht bevatten dan koelere en onttrekt vocht aan de bodem en planten. Dat effect wordt versterkt door toenemende atmosferische opwarming. Bovendien hebben weerpatronen zich verplaatst waardoor sommige gebieden droger worden en andere natter.[3]
Hagelbuien komen vaker voor, en hagelstenen zo groot als tennisballen zijn geen uitzondering meer.[4]
Het Copernicus rapport Global Climate Highlights 2024:[5]
Anomalieën van de neerslag, de relatieve vochtigheid van de oppervlaktelucht, het volumetrisch vochtgehalte van de bovenste 7 cm van de bodem en de oppervlakteluchttemperatuur voor 2024 ten opzichte van de periode 1991-2020.De donkergrijze arcering geeft aan waar de bodemvochtigheid niet wordt weergegeven vanwege ijsbedekking of klimatologisch lage neerslag.Gegevensbron:ERA5.Credit: C3S/ECMWF.[6]
Grote delen van Europa lijden onder verdroging, terwijl andere juist natter worden.
Een aanvullende verklaring voor extreme neerslaghoeveelheden is de ongelijke verdeling van de dagelijkse neerslag over het aardoppervlak. Er zijn nu verschillende artikelen die documenteren dat de dagelijkse neerslag in de loop van de tijd op een steeds kleiner deel van het aardoppervlak valt, gebaseerd op satellietgegevens, heranalysegegevens en simulaties van wereldwijde klimaatmodellen.[7]
Orkanen aan het begin van de 21e eeuw lijken niet op die van de 20e eeuw. Dat is natuurkundig goed te verklaren, zoals wordt uitgelegd in Verdieping: Extreme regens én extreme droogte.
Het is niet zo dat er in het algemeen meer tropische stormen zijn. Het is wel zo dat er meer tropische stormen ontstaan die snel intensiveren. Een groter deel van de tropische cyclonen over de hele planeet bereikt de catastrofale categorieën 4 en 5. Dat soort mega-orkanen eisen meer levens en verwoesten meer middelen van bestaan.
Warmere oceaantemperaturen, als gevolg van een algehele opwarming van de aarde, zullen krachtiger stormen aanwakkeren. Hoe hoger de temperatuur van het zeewater, hoe meer energie beschikbaar is en hoe groter de kans dat orkanen zich ontwikkelen.
Twee orkanen, Beryl en Helene, die in 2024 kort na elkaar het Caribische gebied en de Golf van Mexico troffen, zijn voorbeelden van intensivering van weersverschijnselen als gevolg van de opwarming.
Beryl
Tijdens wat normaal gesproken een relatief rustige maand voor orkanen is, vormde zich op 28 juni 2024 tropische storm Beryl in de Atlantische Oceaan met een piek aanhoudende wind van 60 km/uur. Binnen 24 uur werd het een orkaan. Slechts 24 uur later was Beryl geïntensiveerd tot een zware storm van categorie 4 met aanhoudende winden van 240 km/u — de eerste cat 4 ooit in juni.[1]
De krachtige storm trok van de Atlantische Oceaan naar het Caribisch gebied en groeide op 2 juli uit tot een monsterstorm van categorie 5 — de eerste cat 5 ooit in het Atlantisch gebied. De uiteindelijke piekwindsnelheden van 270 km/u vestigden een record voor de sterkste Atlantische orkaan ooit in juli.
Onderweg door het Caribisch Gebied naar Texas maakte Beryl talloze slachtoffers en richtte grote verwoestingen aan. De orkaan ging gepaard met wijd verspreide overstromingen.
Helene
Orkaan Helene, 26-27 september 2024, kostte honderden slachtoffers en bracht veel schade in Florida en de zuidelijke Appalachen. Bron National Weather Service.[2]
Helene richtte veel schade aan in het binnenland, ver van de kust. Orkanen zwakken meestal af boven land. Maar als de grond al nat is van eerdere regens, kunnen stormen een extra impuls krijgen waardoor ze blijven voortwoeden. Dat is een nieuwe ontwikkeling die we vaker zullen zien.
Het was de tweede storm in dat jaar die met schokkende snelheid intensiveerde en ongewoon krachtig werd.[3] In Florida en omringende staten bracht de orkaan extreme regenval en overstromingen met zich mee. Bij Helene zijn honderden mensen omgekomen en hele gemeenschappen “van de kaart geveegd”. 1,7 miljoen huishoudens zaten dagenlang zonder elektriciteit. Overlevenden worstelden om aan voedsel en water te komen. Herstel vraagt miljarden dollars en jaren van inspanning.[4]
Inwoners van Florida waren nog niet bekomen van de gevolgen van Helene toen minder dan twee weken later Milton aan land kwam die binnen een etmaal was veranderd van een tropische storm in een categorie 5 orkaan. Milton was de krachtigste orkaan van 2024 met een record lage luchtdruk van 897 hPa.
Een kind dat in 2020 geboren is, zal in zijn leven gemiddeld zeven keer meer hittegolven meemaken dan iemand die in 1960 geboren is, twee keer zoveel bosbranden en bijna drie keer zoveel blootstelling aan rivieroverstromingen, mislukte oogsten en droogte.[1]
Wanneer overschrijden we het langetermijngemiddelde van 1,5 °C opwarming ten opzichte van het pre-industriële niveau – de eerste van de twee grenzen van het Akkoord van Parijs.
Volgens sommigen was dit in 2024. Volgens Berkeley Earth was dat niveau in 2023 al overschreden, terwijl zowel NASA als NOAA dat de opwarming in 2024 nog steeds onder de 1,5 °C lag. Kortom, de schattingen lopen nogal uiteen – enkele tienden van graden zelfs.
De verschillen zijn grotendeels te wijten aan wat de pre-industriële temperatuur eigenlijk was. Deze is bepaald uit reconstructies van de manier waarop schepen eind 1800 de temperatuur van de oceanen maten. Tot op zekere hoogte zijn ze onverenigbaar met hoe we nu temperatuur meten. Zie ook: Verdieping: Basislijn Parijs.
Verder zijn de temperatuurlimieten van Parijs langetermijngemiddelden. Die weet je pas definitief wanneer de jaren al zijn verstreken. Zo kan het in 2024 gemiddeld over alle weerstations over de afgelopen 30 jaar 1.5 graden hoger zijn, maar als 2025 wat koeler is dan precies 30 jaar geleden, dan duikt het gemiddelde weer onder de 1.5 graden. Dus een of een paar warmere jaren veranderen daar nog niet veel aan, alleen wordt het steeds moeilijker de opwarming in 2050 onder de 1,5 °C te houden. Deze grafiek van Copernicus[2] legt uit hoe dat werkt.
De gemiddelde opwarming bereikte in oktober 2024 een geschatte 1,36 °C. Wanneer de trend van de voorafgaande 30 jaar doorzet, wordt in juni 2030 de limiet van 1,5 °C bereikt. Bron: Copenicus.[2]
Op de Copernicus site[2] kun je interactief het effect bestuderen van verschillende opwarmingstrends. Bijvoorbeeld, in de 30 jaar voor 2010 was de aarde opgewarmd met ongeveer 0,15 °C per 10 jaar. Als die trend zich had voortgezet, zou de 1,5 °C limiet ongeveer in 2050 worden bereikt — de limiet van Parijs. In de afgelopen 30 jaar is de grafiek steiler geworden: een opwarming van 0,23 °C per 10 jaar, waardoor de limiet van Parijs al halverwege 2030 zou worden overschreden.
Er is dus grote kans dat de aarde enige tijd boven de 1,5 °C limiet uitkomt: een zogenaamde 'overshoot'. Hoe hoog de temperatuurpiek wordt en hoe lang de overshoot duurt hangt af van klimaatactie in de komende jaren. Zie de verschillende IPCC overshoot scenario’s.
Bij ongewijzigd beleid zal de opwarming van de aarde in de tweede helft van deze eeuw naar schatting stijgen tot 2,7 °C met een 50% kans op een stijging tot 3,4 °C. De CAT-thermometer laat zien wat de gevolgen zijn.[3]
Veel klimaatwetenschappers verwachten dat de temperatuur deze eeuw wereldwijd minimaal met 2,5 °C zal toenemen, wat betekent dat de internationaal overeengekomen doelstellingen worden overschreden. Het gevaar is dat delen van het klimaatsysteem omslagpunten passeren, wat catastrofale gevolgen zal hebben en delen van de aarde onleefbaar maken.[4][5][6][7]
Een recente voorspelling van het Met Office geeft aan dat het waarschijnlijk is dat 2025 het op twee na warmste jaar wordt dat ooit wereldwijd is gemeten. 2024 heeft al voldaan aan de verwachting van de WMO Global Annual to Decadal Climate Update for 2024-2028 die in juni 2024 werd uitgebracht, dat ten minste één jaar tussen 2024 en 2028 meer dan 1,5 °C boven het niveau van 1850-1900 zou uitkomen en het warmste jaar ooit zou worden. Het rapport geeft aan dat één jaar in die periode wel 1,9 °C boven het niveau van 1850-1900 kan uitkomen en dat er een kans van 47% is dat het vijfjarig gemiddelde de drempel van 1,5 °C zal overschrijden.[8][9][10]
De gevolgen van klimaatverandering zijn verschillend in verschillende regio’s. Windsystemen en neerslaggebieden schuiven op en nemen in sterkte toe. Het Noordpoolgebied, Europa, delen van Afrika en Zuidoost Azië warmen het sterkst op. Het Noordpoolgebied zelfs vier keer zo snel als de rest van de wereld.[1]De gevolgen zijn voor die gebieden verschillend.
Europa
Europa warmt twee keer sneller op dan het wereldwijde gemiddelde. Het gevolg is dat de zomers in de landen rondom de Middellandse Zee veel heter en droger geworden zijn waardoor verwoestijning dreigt. In totaal kostte klimaatschade de Europese economie in 2023 zo'n 13.4 miljard euro.
De opwarming van Europa (onder) vergeleken met het wereldgemiddelde. Bron:EEA.[2]
Het Zuidpool- en het Noordpoolgebied warmen, in vergelijking met de rest van de wereld, sneller op, sneller zelfs dan Europa. Delen van de Antarctische ijskappen verliezen daardoor ijs, wat leidt tot versnelde zeespiegelstijging. Het zee-ijs in beide gebieden verdwijnt in snel tempo, met grote ecologische gevolgen.
De snelle opwarming in Arctische gebieden leidt ook tot het smelten van de permafrost, waardoor grote hoeveelheden methaan – een sterk broeikasgas – vrijkomen.
De wereldwijde gevolgen van overstromingen zijn de afgelopen decennia toegenomen en zullen naar verwachting nog verder toenemen door klimaatverandering en sociaal-economische expansie. Steeds meer mensen worden blootgesteld aan overstromingen, wat leidt tot een toename van het aantal slachtoffers. Maatregelen om de gevolgen te verminderen schieten wereldwijd tekort, met name in de armste landen.
In juli 2021 heeft een extreem groot neerslaggebied boven de Ardennen, de Eifel en Zuid-Limburg gezorgd voor grote wateroverlast en overstromingen met ook in Nederland veel schade tot gevolg. In de omringende landen waren de gevolgen desastreus met ruim 220 dodelijke slachtoffers, verwoeste dorpen en langdurige uitval van essentiële voorzieningen zoals elektriciteit en transport. Onderzoeksinstituut Deltares heeft berekend wat de gevolgen zouden zijn wanneer zo’n ‘waterbom’ op Nederland zou vallen.[1]
Neerslag in 48 uur, juli 2021. Links: werkelijke situatie. Rechts: voorbeeld van een situatie waarbij het neerslaggebied boven West Nederland ligt. Bron: Deltares.[1]
Het rapport van Deltares noemt een aantal gevolgen. Omdat centraal Nederland geen smalle dalen heeft, is het overstromingsrisico anders dan in de Ardennen, Eifel en Zuid-Limburg, maar dat neemt niet weg dat ook hier reële problemen te verwachten zijn.
De gevolgen van extreem zware regenval boven Zuid-Holland in een simulatie door Deltares.[1]Bron: NRC.[2]
“Bij een verplaatsing naar het noorden zou een gebied zo groot als de helft van Nederland te maken krijgen met meer dan 110 mm regen in 48 uur. Daarbij zou grootschalige wateroverlast optreden die meer dan een week kan aanhouden en dat de schade kan oplopen tot meer dan een miljard euro.”
“In de polder-boezemsystemen in laag Nederland zal water op maaiveld blijven staan en zullen boezemkades, gemalen en stuwen tot het uiterste belast worden. Oogsten zullen verloren gaan, water kan gebouwen binnendringen, weggedeeltes kunnen onderlopen en lokaal kan elektriciteit uitvallen.”
“In vrij-afwaterende gebieden zal het regenwater zich concentreren bij knelpunten, zoals lage plekken of daar waar beken weinig ruimte hebben en zal daar tot overlast of overstroming leiden. Dit gebeurde in juli 2021 ook in Valkenburg. Waterstanden in beken en rivieren als de Overijsselse Vecht kunnen extreem hoog worden waardoor kades en dijken kunnen overlopen en breken.”
De gevolgen voor infrastructuur in West Nederland zouden ernstig zijn. Straten en wegen in West Nederland komen onder water te staan. De elektriciteitsvoorziening wordt verstoord. Ziekenhuizen worden moeilijker bereikbaar. De overstromingen in Valencia in oktober 2024 hebben laten zien dat de ernst van de gevolgen mede afhangt van de mate waarin de infrastructuur daarop is berekend. Ook Nederland is nog onvoldoende voorbereid op omstandigheden die zich in de toekomst als gevolg van klimaatverandering vaker zullen voordoen. Dat ‘voorbereid zijn’ gaat veel verder dan infrastructuur. Zowel bij bestuurders en bewoners moet tussen de oren komen dat we het klimaat al zover hebben veranderd dat desastreuze en alles ontregelende wateroverlast weliswaar een kleine maar toch echt reële mogelijkheid is.
Het toch al instabiele weer in Afrika zal waarschijnlijk nog grilliger worden door de opwarming van de aarde.[1]
Overstromingen, stormen en droogtes komen vaker voor in de regio, van 85 geregistreerde gebeurtenissen in de jaren 1970-79 tot meer dan 540 tussen 2010 en 2019. Vanaf 1970 veroorzaakte de klimaatcrisis in Afrika de dood van meer dan 730.000 mensen en hadden een economische kostenpost van 38,5 miljard dollar.
Voor andere gezondheidsrisico's, zoals infectieziekten, risico's bij zwangerschap en geboorte, zie pagina Gevolgen voor de gezondheid.
De volgende uitleg is gebaseerd op een artikel van Stefan Rahmstorf in Der Spiegel.[1]
Branden in Portugal, overstromingen in Griekenland, droogte in Spanje en recordtemperaturen in Italië, hebben een gemeenschappelijke oorzaak. Het lijkt met elkaar in tegenspraak — en dat wordt door klimaatsceptici ook vaak aangevoerd — maar zowel extreme neerslag en overstromingen als extreme droogte hebben een gemeenschappelijke oorzaak.
Zoals bekend kan warmere lucht meer waterdamp opnemen dan koelere lucht — ongeveer zeven procent meer per graad opwarming. De natuurkundige wet hierachter werd in 1834 ontdekt door de Franse natuurkundige Émile Clapeyron en in 1850 leidde de Duitse natuurkundige en 'vader van de thermodynamica' Rudolf Clausius deze af uit de basiswetten van de thermodynamica.
Dit principe, de Clausius-Clapeyronvergelijking (CC-vergelijking),[2] laat zien hoeveel waterdamp er in één kubieke meter past. De maximale hoeveelheid waterdamp neemt exponentieel toe met de temperatuur (zie grafiek). Dit heeft een aantal verrassende en soms zelfs verwoestende consequenties, die we in de zomer en najaar van 2024 vaker hebben gezien. Niet alleen extreme neerslag, maar ook droogtes, bosbranden en zelfs de opwarming van de aarde is op dit principe terug te voeren.Het waterdampgehalte van de lucht als functie van de temperatuur. De rode lijn geeft 100% met waterdamp verzadigde lucht aan: meer gaat er niet in. Lucht met een luchtvochtigheid van 50 procent (de blauwe lijn) bevat meer waterdamp bij hogere temperaturen, maar kan ook nog meer waterdamp opnemen (“damphonger”). Dat laatste wordt aangegeven door de gele band.[1] Grafiek getekend met gegevens van Engineering Toolbox.[3]Regen ontstaat wanneer vochtige luchtmassa's opstijgen. Dit komt doordat de lucht afkoelt naarmate het stijgt; met elke kilometer stijging in hoogte wordt de lucht ongeveer zes graden kouder en kan volgens de CC-vergelijking steeds minder water vasthouden. Bovendien, volgens de formule, als het één graad warmer is, dan is er ongeveer zeven procent meer waterdamp aanwezig in een luchtmassa verzadigd met vocht (d.w.z. 100 procent relatieve vochtigheid). Kortom, hoe groter de temperatuurafname binnen een bepaalde tijd, des te extremer is de regenval.
Een studie van ETH Zürich toont dit aan voor weerstations in Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zwitserland.[4][5] Extreme neerslag is hier aanzienlijk toegenomen – met gemiddeld slechts 7,3 procent per graad opwarming op het noordelijk halfrond. Gegevens van weerstations over de hele wereld laten zo’n toename van extreme neerslag zien..
De omstandigheden voor extreme neerslag zijn bijzonder gunstig in de buurt van relatief warme watermassa's die zorgen voor de aanvoer van met vocht verzadigde luchtmassa's. Dat is momenteel het geval in het Middellandse Zeegebied.
Onweersbuien nemen de laatste jaren on ook bijzonder sterk toe — zelfs meer dan verwacht volgens de wet van Clausius-Clapeyron. Mogelijk is dit omdat de opwaartse luchtstroom in een onweerscel sterker wordt aangedreven door de latente warmte die vrijkomt door de waterdamp, waardoor meer vochtige lucht uit de omgeving in de onweerscel wordt gezogen. De wet van CC heeft hier dus een dubbel effect: op het watergehalte en op de intensiteit en grootte van de onweerscel.
Extreme droogte is paradoxaal via dezelfde wet van CC te verklaren: warme lucht kan meer waterdamp opnemen. Daardoor neemt de zogenaamde damphonger van de atmosfeer ook exponentieel toe, zoals de grafiek laat zien. Water verdampt sneller als de lucht waterdamp opneemt en afvoert. De warmere lucht zuigt het water als het ware uit de bodem en de vegetatie. Zo lang deze vochtige lucht niet op koude luchtlagen botst en afkoelt, blijft de waterdamp in de lucht en regent er niets uit. Warme lucht is dus een groter reservoir van waterdamp en zolang deze door luchtstromen niet afkoelt, heeft de warmte een verdrogend effect.
Door de opwarming van de aarde verandert de relatieve vochtigheid gemiddeld nauwelijks, want hoe voller de atmosfeer is met waterdamp, hoe meer het weer naar beneden regent. En wat “vol” betekent wordt bepaald door de relatieve vochtigheid: het geeft aan hoe dicht we bij de bovengrens zitten volgens de wet van CC, dus 100 procent relatieve vochtigheid.
En dat verklaart de damphonger. Een luchtmassa met (bijvoorbeeld) 60 procent relatieve vochtigheid kan meer waterdamp opnemen naarmate het warmer is ( het rode gebied in de grafiek). Hoe meer waterdamp de lucht opneemt, hoe sneller water uit de bodem of planten verdampt.
Bodems en bossen, tuinen en landbouwgewassen drogen dus sneller uit naarmate het warmer wordt - vanwege de CC-wet. Als het een tijdje nauwelijks regent, treedt er sneller droogte in. De neerslag zou aanzienlijk moeten toenemen om de snellere uitdroging door verdamping in een warmer klimaat te compenseren.
Er zijn versterkende terugkoppelingen en de belangrijkste daarvan is de terugkoppeling van waterdamp. Dit komt omdat waterdamp, net als CO₂, een broeikasgas is, en dit doet de temperatuur weer verder stijgen. Samen met het effect van CO₂ verdubbelt dit de opwarming van één naar twee graden Celsius. Verdere terugkoppeling verhoogt dit met nog eens 50%, tot een totaal van ongeveer drie graden Celsius.
De CC-wet laat hiermee zien dat we op weg zijn naar een rampscenario: de opwarming door CO2 zorgt voor een extra opwarming door waterdamp, en daarmee ondertussen steeds grotere extremen van regenval en droogte veroorzakend. Om de achtergrond van de toenemende weersextremen te begrijpen, heb je geen klimaatmodel of uitgebreide attributiestudies nodig – alleen een basiskennis van natuurkunde die al sinds de 19e eeuw bekend is. De meetgegevens van de laatste jaren bevestigen deze theorie angstaanjagend nauwkeurig.[6]
Tropische cyclonen, orkanen en tyfoons. Bron: SciJinks.[1]
Bij het ontstaan van orkanen spelen dezelfde natuurkundige principes een rol die ook gelden voor het intensiveren van andere weersverschijnselen. Zie Verdieping: Extreme regens én extreme droogte.
Meteorologen hebben de ontwikkeling van een tropische cycloon in vier stadia verdeeld: Tropische storing, tropische depressie, tropische storm en een volwaardige tropische cycloon of orkaan.
Tropische storing Wanneer de waterdamp uit de warme oceaan condenseert en wolken vormt, geeft het zijn warmte af aan de lucht. De opgewarmde lucht stijgt op en wordt in de wolkkolom getrokken. Verdamping en condensatie gaan door, waardoor de wolkenkolommen hoger en groter worden. Er ontstaat een patroon, waarbij de wind rond een centrum circuleert (zoals water dat door een afvoer loopt). Naarmate de bewegende luchtkolom meer wolken tegenkomt, wordt het een cluster van onweerswolken, die een tropische storing wordt genoemd.
Ontwikkeling van een tropische depressie tot een orkaan.[1]Tropische depressie Naarmate de onweerswolk hoger en groter wordt, koelt de lucht aan de bovenkant van de wolkkolom af en wordt onstabiel. Als de warmte-energie van de afkoelende waterdamp vrijkomt, wordt de lucht aan de bovenkant van de wolken warmer, waardoor de luchtdruk hoger wordt en de winden zich van het hogedrukgebied verwijderen. Door deze beweging en opwarming daalt de druk aan het oppervlak. Vervolgens beweegt de lucht aan het oppervlak naar het lagere drukgebied, stijgt op en creëert meer onweersbuien. De wind in de onweerswolk kolom draait steeds sneller en zwiept rond in een cirkelvormige beweging. Wanneer de windkracht tussen 40 en 60 km/u ligt, wordt de storm een tropische depressie genoemd.
Tropische storm Wanneer de windsnelheden 65 km/u bereiken, wordt de tropische depressie een tropische storm. Dit is ook het moment waarop de storm een naam krijgt. De wind waait sneller en begint rond het oog, of rustige centrum, van de storm te draaien. De windrichting is tegen de klok in (van west naar oost) op het noordelijk halfrond en met de klok mee (van oost naar west) op het zuidelijk halfrond. Dit verschijnsel staat bekend als het Coriolis-effect.
Orkaan Als de windsnelheid 120 km/u bereikt, is de storm officieel een orkaan. De storm is minstens 15 kilometer hoog en heeft een doorsnede van ongeveer 200 km. Het oog is ongeveer 8 tot 50 km in doorsnede. De passaatwinden (die van oost naar west waaien) duwen de orkaan naar het westen — naar het Caribisch gebied, de Golf van Mexico of de zuidoostkust van de VS. De winden en de lage luchtdruk zorgen er ook voor dat een enorme berg oceaanwater zich opstapelt in de buurt van het oog van de orkaan, wat monsterlijke stormvloeden kan veroorzaken als al dit water land bereikt.
Orkanen verzwakken meestal wanneer ze land bereiken, omdat ze niet langer worden gevoed door de energie van het warme oceaanwater. Ze trekken echter vaak ver landinwaarts, dumpen vele centimeters regen en veroorzaken veel windschade voordat ze helemaal uitsterven.