Strategieën tegen klimaatverandering
In een zin
| Vooruit, twee zinnen:
Klimaatverandering vraagt zowel snelle mitigatie—door broeikasgasuitstoot te verlagen via hernieuwbare energie, energie‑efficiëntie, bosbehoud en duurzamere landbouw—als robuuste adaptatie, zoals weerbestendige infrastructuur, betere waarschuwingssystemen, waterbeheer en hitte‑tolerante gewassen. Terwijl geo‑engineering zoals stralingsbeheer en CO₂‑afvang potentieel biedt, blijven de risico’s en onzekerheden hoog, waardoor zorgvuldig onderzoek en internationale samenwerking cruciaal zijn voor een duurzame, economisch levensvatbare toekomst. |
Eenvoudig uitgelegd
Klimaatverandering is een grote bedreiging voor onze planeet. We moeten veel verschillende dingen doen om de schade die klimaatverandering veroorzaakt te beperken en met de gevolgen om te gaan.
- Eén manier om dit te doen is het verminderen van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering, namelijk de uitstoot van broeikasgassen.
- Het is ook belangrijk om hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie te gaan gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen.
- Ook kunnen we de uitstoot verminderen door efficiënter gebruik te maken van energie in gebouwen en op transport.
- Het is belangrijk om bossen te beschermen en meer bomen te planten omdat ze kooldioxide absorberen, wat helpt om de hoeveelheid CO2 in de lucht te verminderen maar hoeveel gaan ze echt bijdragen aan het terugdringen van CO2?
- Landbouwpraktijken moeten verbeterd worden, zodat vee minder methaangas produceert en de bodem gezonder wordt.
We moeten voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Dit omvat:
- Het ontwerpen van infrastructuur die bestand is tegen extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen en stormen.
- Het verbeteren van systemen voor vroegtijdige waarschuwing, zodat gemeenschappen zich beter kunnen voorbereiden op rampen en er effectiever op kunnen reageren.
- Beter waterbeheer, zodat we kunnen omgaan met veranderende neerslagpatronen en droogtes.
- Het ontwikkelen van gewassen die bestand zijn tegen stijgende temperaturen om ervoor te zorgen dat we genoeg voedsel kunnen verbouwen op plaatsen waar het warmer wordt. Echter, dit is een van die technologische oplossingen die het gevaar met zich meebrengen dat de weg naar netto nul vertraagd wordt.
Geo-engineering, hoewel controversieel, biedt mogelijke oplossingen door het klimaatsysteem van de aarde te beïnvloeden:
- Eén idee is het gebruik van stralingsbeheer, dat zonlicht van de aarde weerkaatst, en een ander idee is het opvangen en opslaan van CO2.
- Deze methoden hebben grote risico's en onzekerheden, dus we moeten er goed over nadenken en meer onderzoek doen.
Het is dus belangrijk om mitigatie (dingen doen om klimaatverandering te verminderen), adaptatie (onze gemeenschappen en economieën in staat stellen om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering) en het onderzoeken van geoengineering op een zorgvuldige manier te combineren. Samenwerken en nieuwe oplossingen vinden zijn belangrijk als we onze planeet willen beschermen voor toekomstige generaties.
Onderzoek laat zien dat investeren in een duurzame samenleving economisch haalbaar is en zelfs winstgevend kan zijn.
Strategieën tegen klimaatverandering
Er is geen reden om het tegengaan van klimaatverandering op te geven. Er zijn nog allerlei oplossingen die we kunnen inzetten. We weten hoe het klimaatsysteem werkt. We weten wat de oorzaken zijn van de huidige opwarming. We weten wat we eraan kunnen doen. Weliswaar is het terugdraaien van de gevolgen van klimaatverandering op de korte termijn niet mogelijk, maar we hebben wel invloed op hoe ernstig die gevolgen zullen zijn.
Introductie: mitigatie, adaptatie, veerkracht
Dit zijn de drie strategieën om klimaatverandering en de gevolgen ervan te verminderen en te weerstaan.
Mitigatie is wanneer mensen het gehalte aan broeikasgassen en andere schadelijke stoffen proberen te verminderen. Dit kan zijn door de uitstoot te verminderen of de opname in ecosystemen (‘putten’) te vergroten. (Zie Mitigatie.)
Adaptatie is wanneer een natuurlijk of menselijk systeem zich aanpast als reactie op het klimaat, door feitelijke of verwachte veranderingen. Dit kan de schade beperken of kansen creëren. (Zie Adaptatie.)
Veerkracht (resilience) is het vermogen van mensen en sociale, economische en ecologische systemen om gevaren te weerstaan, te absorberen of op te vangen, zich aan te passen en tijdig en efficiënt te herstellen van de gevolgen van een gevaar, onder andere door het behoud en herstel van de essentiële basisstructuren en -functies, terwijl het vermogen tot aanpassen, leren en transformeren behouden blijft.
Stoppen met fossiel
De strategie waarover klimaatwetenschappers het eens zijn en die zeker werkt, is het direct minderen van de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van het verbranden van fossiele brandstoffen. De verschillende IPCC scenario’s laten zien wat de gevolgen zijn van meer of minder snel stoppen met fossiel.
Naast stoppen met fossiel zijn er verschillende methoden om de de gevolgen van klimaatverandering te verminderen (mitigatie). Sommige kunnen meteen worden toegepast, zoals overgaan naar hernieuwbare energiebronnen en efficiënter gebruik van energie, herbebossing en duurzame landbouw. Andere, zoals koolstofafvang, zijn nog in ontwikkeling en vinden plaats op een veel te kleine schaal om enig effect te maken.
Dat laatste geldt ook voor de verschillende vormen van klimaatengineering die als doel hebben de hoeveelheid inkomende zonnestraling te verminderen. Er bestaan nog geen praktisch toepasbare technieken op voldoende grote schaal. Bovendien zijn de meeste onbetaalbaar.
Omdat klimaatverandering, met alle schadelijke gevolgen van dien, niet binnen een of enkele generaties terug te draaien is, wordt in een groot deel van de wereld aanpassing (adaptatie) aan de nieuwe omstandigheden onvermijdelijk. Grote gebieden worden onleefbaar en onveilig. Systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor gevaarlijke situaties moeten worden uitgebreid. Infrastructuur moet worden verbeterd en aangepast aan extreme omstandigheden. Waterbeheer moet worden aangepast aan een afwisseling van extreme droogte- en neerslagperioden.
En tenslotte, misschien wel het belangrijkst, zal de kapitalistische groeieconomie moeten plaatsmaken voor een duurzame, rechtvaardige samenleving. De postgroei economie benadrukt welzijn, duurzaamheid en gelijkheid boven economische groei, waarvoor veel energie en grondstoffen nodig is.
Zie Fossiele subsidies.
Niets doen is duurder dan klimaatactie
In de jaren '80 bedroegen de gemiddelde kosten van rampen in Europa ongeveer 8 miljard euro per jaar. Recent onderzoek toont aan dat de jaarlijkse schade door extreme weersomstandigheden en natuurrampen in 2021 en 2022 meer dan 50 miljard euro bedroeg. Dit laat zien dat de kosten van nietsdoen nu al aanzienlijk hoger zijn dan de kosten van klimaatactie. Het illustreert dat preventieve maatregelen om klimaatverandering te bestrijden niet alleen cruciaal zijn voor het voorkomen van toekomstige rampen, maar ook voor het beperken van de economische impact ervan.
Tegelijkertijd heeft de EU moeite om snel op te treden tegen klimaatverandering en stuit ze op politieke weerstand in veel lidstaten. Milieukwesties en maatregelen zoals regelgeving rond huisverwarming en landbouwvervuiling worden steeds vaker bekritiseerd.
The Green Deal, het uitgebreide EU-plan om als eerste continent tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, staat onder toenemende druk van critici die het te ambitieus en te kostbaar vinden. Populistische en extreem-rechtse partijen grijpen het plan aan als kritiekpunt op de EU-instellingen.
EU Crisis Management Commissioner Janez Lenarcic benadrukte dat de urgentie van de kwestie overduidelijk is. “We leven in een Europa dat zowel overstroomt als in brand staat. Deze extreme weersomstandigheden zijn nu bijna een jaarlijks terugkerend fenomeen,” zei hij. “De wereldwijde realiteit van klimaatafbraak dringt door tot in het dagelijks leven van de Europeanen.”[1]
Klimaatactie is goed voor de economie
Uit onderzoek van de denktank van 38 van de belangrijkste kapitalistische landen, de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), is gebleken dat krachtige maatregelen om de klimaatcrisis aan te pakken de economische groei van landen zal doen toenemen. Dit ondanks beweringen van critici van klimaatmaatregelen dat het de economie zal schaden.
Als landen ambitieuze doelen stellen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en vervolgens het beleid uitstippelen om deze doelen te bereiken, zou dit rond 2040 resulteren in een nettogroei van het wereldwijde BBP. Dit staat in een gezamenlijk rapport van de OECD en het Ontwikkelingsprogramma van de VN.[2] [3] De berekening van de nettowinst van 0,23% in 2040 zou in 2050 nog groter zijn, als de baten van het terugdringen van de uitstoot voor de economie zou worden meegerekend.
Tegen 2050 zou het BBP per hoofd van de bevolking van de rijkste landen met 60% toenemen, terwijl in landen met lagere inkomens die toename in 2050 ten opzichte van 2025 124% zou zijn. Ook ontwikkelingslanden zouden profiteren, met in 2030 175 miljoen minder mensen onder de armoedegrens, als regeringen nu zouden investeren in het terugdringen van emissies.
Daarentegen zou het mondiale BBP deze eeuw met éénderde kunnen dalen als we de klimaatcrisis ongecontroleerd laten voortduren.[4]
Daarbij is het de vraag of economische groei wenselijk is. Zie een kritische bespreking van 'Groene Groei' en Ontgroeien.
Bronnen:
- ↑ EU warns deadly flooding and wildfires show climate breakdown is fast becoming the norm | AP
- ↑ Tackling climate crisis will increase economic growth, OECD research finds | The Guardian
- ↑ Nine key takeaways about the ‘state of CO2 removal’ in 2024 | Carbon Brief
- ↑ Why Investing in Climate Action Makes Good Economic Sense | BCG
Internationale verdragen
Sinds de jaren ‘80 van de vorige eeuw zijn verschillende internationale overeenkomsten tot stand gekomen om vervuiling en klimaatverandering aan te pakken door internationale samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Protocol van Montreal
Het Protocol van Montreal,[1] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.
United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC)
Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC)[2] is een internationaal milieuverdrag dat in 1992 werd aangenomen om klimaatverandering aan te pakken. Het uiteindelijke doel is om de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op een niveau dat gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem voorkomt. Het UNFCCC vormt de basis voor de jaarlijkse Conferences of the Parties (COPs), waarin alle aangesloten landen de wereldwijde klimaatonderhandelingen voeren, nationale commitments voor broeikasgasreductie afspreken en onderhandelen over financiering van klimaatschade en klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden. Ook wordt daar de stand opgemaakt van de resultaten van de acties tegen klimaatverandering tot nu toe.
De meest recente COP, nummer 29, was die in Bakoe, november 2024. COP28 in 2023 in Dubai maakte geschiedenis doordat voor het eerst, ondanks de aanwezigheid van duizenden lobbyisten van de fossiele industrie, werd afgesproken fossiele brandstoffen op termijn uit te faseren. COP30 zal plaatsvinden in november 2025 in Belem, Brazilië.
De belangrijkste resultaten van deze jaarvergaderingen zijn het Kyoto-protocol (1997) en de Overeenkomst van Parijs (2015). Ze bepalen de internationale samenwerking op het gebied van klimaatmitigatie en adaptatie en de steun aan ontwikkelingslanden.
Het IPCC (zie de uitgebreide wikipagina over de scenario's van het IPCC) is een wereldomvattend wetenschappelijk samenwerkingsverband van ongekende omvang en relevantie, dat de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering evalueert en samenbrengt en zo de basis legt onder het UNFCCC. Het IPCC produceert rapporten die een overzicht geven van de huidige staat van kennis over klimaatverandering, de impact ervan en opties voor adaptatie en mitigatie. Deze rapporten zijn cruciaal voor het informeren van beleidsmakers en onderhandelaars binnen het UNFCCC-proces.
Kyoto-protocol
Het Kyoto-protocol,[3] aangenomen in 1997, is een internationale overeenkomst die gekoppeld is aan het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC). Het verplicht de ondertekenende landen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen op basis van de principes van het verdrag. Het protocol introduceerde bindende emissiereductiedoelstellingen voor ontwikkelde landen, met als doel de emissies in de periode 2008-2012 met gemiddeld 5% te verlagen ten opzichte van 1990. Het stelde ook marktmechanismen in zoals de handel in emissierechten om deze doelen te helpen bereiken. Het Kyoto-protocol was een belangrijke stap in het mondiale klimaatbeleid, hoewel de effectiviteit ervan wordt betwist vanwege de verschillende niveaus van deelname en naleving.
Overeenkomst van Parijs
De Overeenkomst van Parijs,[4] aangenomen in 2015, is een internationaal verdrag binnen het kader van het UNFCCC dat als doel heeft de opwarming van de aarde te beperken tot "goed beneden" 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau, met inspanningen om de stijging te beperken tot 1,5 graden. In het verdrag verplichten alle deelnemende landen zich om bij te dragen aan het verminderen van broeikasgasemissies en het aanpassen aan klimaatverandering, door middel van Nationally Determined Contributions (NDCs). Deze NDCs worden door de deelnemende landen zelf vastgesteld. De Overeenkomst introduceert ook een mechanisme om de inspanningen elke vijf jaar te verhogen en bevordert financiering en technologische ondersteuning voor ontwikkelingslanden.
Protocol van Montreal
Het Protocol van Montreal,[5] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.
Deze overeenkomsten vertegenwoordigen belangrijke internationale inspanningen om klimaatverandering aan te pakken door samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Biodiversiteit
Naast de COPs in het kader van de UNFCCC is er ook sprake van Conferences of the Parties (COPs) binnen het UN Verdrag inzake Biologische Diversiteit. Dit verdrag is tot stand gekomen op de VN conferentie inzake milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro (1992) en is ondertekend door alle lidstaten van de Verenigde Naties behalve de VS. De meest recente Conferentie van de Partijen van dit verdrag (COP16)[6] vond plaats eind oktober 2024 in Cali, Colombia, en leverde belangrijke resultaten op. Inheemse volken werden erkend voor hun rol in bescherming van de biodiversiteit, wat leidde tot een nieuw programma en een permanent orgaan. Het Cali-fonds werd opgezet om de voordelen van digitale genetische informatie te delen, met industriële bijdragen.
Uiteindelijk, na hervatting van de conferentie in februari 2025, werd overeenstemming bereikt over de financiering van 200 miljard dollar per jaar tot 2030 aan ontwikkelingslanden voor de instandhouding van de biodiversiteit. Volgens critici is dit onvoldoende.[7]
Bronnen:
- ↑ Montreal Protocol | Wikipedia
- ↑ UN Climate Change
- ↑ What is the Kyoto Protocol? | UN Climate Change
- ↑ The Paris Agreement | UN Climate Change
- ↑ OzonAction | UNEP
- ↑ United Nations Biodiversity Conference | Convention on Biological Diversity
- ↑ Cop16 nature summit agrees deal at 11th hour but critics say it is not enough | The Guardian
Achterstand
Najaar 2024 kwam editie 15 van het Emission Gap Report van het UN Environmental Programme uit, getiteld ‘Emissions Gap Report 2024: No more hot air … please!’.[1] Het rapport vindt dat landen drastisch meer ambitie en actie moeten leveren in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions, anders is het doel van 1,5°C van het Akkoord van Parijs binnen een paar jaar niet meer haalbaar.
Het rapport inventariseert hoeveel landen moeten beloven om broeikasgassen terug te dringen en hoeveel ze moeten waarmaken in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions (NDC's), die begin 2025 moeten worden ingediend in de aanloop naar COP30. Er is een reductie nodig van 42 procent in 2030 en 57 procent in 2035 om op schema te komen voor 1,5°C.

Volgens het UNEP rapport zou het nog technisch mogelijk zijn om op een pad van 1,5°C te komen, waarbij zonne-energie, windenergie en bossen veelbelovende mogelijkheden bieden voor een drastische en snelle emissiereductie. (Maar zie voor de beperkingen van het aanplanten van bomen: Herbebossing.)
Om dit potentieel waar te maken, moeten de deelnemende landen voldoende ambitieuze NDC's formuleren en ondersteunen door een overheidsbrede aanpak, maatregelen die de sociaaleconomische en ecologische nevenvoordelen maximaliseren, door een versterkte internationale samenwerking die een hervorming van de mondiale financiële architectuur omvat, krachtige actie van de particuliere sector en minimaal een verzesvoudiging van de investeringen in emissiereductie. De landen van de G20, met name de landen met de grootste uitstoot, zouden het zware werk moeten doen.
Zoals elders wordt aangegeven, wordt die ambitie steeds onwaarschijnlijker.
Europa
Volgens een analyse van BloombergNEF[3] zou Europa zijn energiegerelateerde CO₂-emissieplafond voor 2030 met negen procent kunnen overschrijden. Als de broeikasgasemissies van andere sectoren worden meegerekend, kan de overschrijding oplopen tot 29 procent (702 miljoen ton CO₂-equivalent) – in plaats van de beoogde emissiereductie van 55 procent in 2030.

De redenen voor het missen van de doelen zijn, volgens Bloomberg:
- Trage elektrificatie, bijvoorbeeld met betrekking tot warmtepompen, elektrische voertuigen en uitbreiding van het elektriciteitsnet.
- Lage investeringen in hernieuwbare energie, netwerkinfrastructuur en koolstofopslag (CCS).
- Technologische achterstand: Belangrijke technologieën zoals waterstofproductie en duurzame brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart zijn nog niet volwassen of rendabel.
Volgens analisten van Bloomberg blijft de EU ver achter bij de ambitie om netto nul ton broeikasgas uit te stoten in 2050. Om in 2050 op een netto-nulpad te blijven, zou de EU de uitstoot van de energiesector met 84 procent moeten verminderen tot slechts een halve gigaton CO₂ in 2040.
Het Net Zero scenario van Bloomberg, waarin de energiesector in 2050 volledig koolstofvrij is gemaakt, vereist ook dat de investeringen in hernieuwbare energie vanaf 2024 met 23 procent toenemen ten opzichte van 2023, terwijl de uitgaven voor de verkoop van elektrische voertuigen en oplaadinfrastructuur in de periode tot 2050 moeten verdrievoudigen.
Bronnen:
Fossiele subsidies
Fossiele energie krijgt in Nederland nog steeds veel meer subsidie dan duurzame energie. Volgens recente schattingen en overheidsdocumenten ontvingen fossiele bedrijven in Nederland jaarlijks tussen de €39,7 en €46,4 miljard aan fiscale voordelen, vrijstellingen en regelingen die het gebruik van fossiele brandstoffen ondersteunen. Het gros hiervan bestaat uit belastingkortingen, vrijstellingen voor grootverbruikers en specifieke regelingen voor industrieën als de glastuinbouw en zware industrie.[1] [2] [3]
Voor duurzame energie wordt er jaarlijks via bijvoorbeeld de SDE++-regeling een bedrag van €8 miljard beschikbaar gesteld in 2025. Ook zijn er miljarden beschikbaar via regelingen zoals de ISDE (o.a. voor warmtepompen en isolatie) en DUMAVA, vooral gericht op particulieren en maatschappelijk vastgoed. Het totaal van die directe subsidies en investeringsmogelijkheden blijft echter substantieel lager dan de fiscale voordelen voor fossiel.[4] [5]
De overheid is bezig met het afbouwen van (delen van) deze fossiele subsidies, maar in 2025 verloopt dit nog traag en zijn de verschillen tussen beide categorieën zeer groot.[6] [7]
Bronnen:
- ↑ Shell Nederland heeft het meest geprofiteerd van fossiele subsidies | Duuzaam Ondernemen NL
- ↑ Maak een einde aan fossiele subsidies | Milieudefensie
- ↑ Deze 10 grote bedrijven krijgen elk jaar miljarden voor vervuilen | Milieudefensie
- ↑ Vanaf oktober opnieuw subsidie voor meer duurzame energie | Rijksoverheid
- ↑ Welke energiesubsidies zijn er in 2025? | Energy Check
- ↑ Afbouw fossiele subsidies voor bedrijven. Duurzame energie | Rijksoverheid
- ↑ 23 Fossiele regelingen | Ministerie van Financiën
Adaptatie
Er is alle reden om aan te nemen dat de doelen van de Parijse Akkoorden — opwarming minder dan 2°C en liefst niet (veel) meer dan 1,5°C — niet gehaald gaan worden. We moeten serieus rekening houden met een wereld die 2,5 tot 3 °C warmer wordt, zegt een rapport van Climate Action Tracker, met alle gevolgen van dien. [1] Zie daarvoor Urgentie onvoldoende onderkend.
Dat betekent dat we ons moeten voorbereiden op de schadelijke gevolgen van klimaatverandering. Extreme weersomstandigheden zullen vaker voorkomen. De kans op bosbranden, hittegolven en overstromingen neemt plaatselijk toe. Op andere plaatsen vindt woestijnvorming plaats. Door het jaar heen kunnen seizoensgebonden watertekorten en -overschotten optreden. Dat vergt grote aanpassingen aan infrastructuur en opschaling van veiligheidsmaatregelen.
Infrastructuur en planning spelen een belangrijke rol bij de aanpassing (adaptatie) aan klimaatverandering. Maatregelen tegen overstromingen, zoals barrières, dijken en betere afvoersystemen, beschermen tegen het stijgende waterpeil. Hittebestendige gebouwen ontwerpen en steden vergroenen vermindert het stedelijk hitte-eilandeffect en maakt steden leefbaarder tijdens extreme hittegolven.
Kustgemeenschappen moeten worden beschermd tegen de stijgende zeespiegel en stormvloeden door de kust te beheren en zeeweringen en mangrovebossen aan te leggen. Door ruimte te geven aan de rivieren wordt het binnenlandse overstromingsrisico verminderd.
De voedselproductie moet worden aangepast. Door de dierlijke productie drastisch te beperken en een verscheidenheid aan gewassen te verbouwen die zowel hitte en watertekort als wateroverschot kunnen verdragen, kan er bij een eerlijke verdeling voldoende voedsel voor iedereen worden geproduceerd, zelfs bij ongunstige klimaatomstandigheden. Irrigatiesystemen moeten worden verbeterd en watervoorraden beheerd, bijvoorbeeld door water te besparen en regenwater op te vangen. Uitgeputte grondwaterlagen moeten worden aangevuld om de beschikbaarheid van water op langere termijn te garanderen.
Gezondheids- en sociale stelsels moeten worden aangepast, bijvoorbeeld door de infrastructuur van de gezondheidszorg te verbeteren. Gemeenschappen moeten worden voorbereid op klimaatgerelateerde gezondheidseffecten, zoals hittegolven en besmettelijke ziekten. Voorlichting verhoogt het bewustzijn over klimaatrisico's en helpt mensen weerbaarder te maken om dergelijke risico’s het hoofd te bieden.
Innovaties op het gebied van energie en technologie, zoals het gebruik van hernieuwbare energie en energie-efficiënte technologieën, moeten de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Economische en financiële strategieën, waaronder verzekeringen en initiatieven voor investeringen in een groene economie, moeten zorgen voor financiële stabiliteit en voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling.
Beleids- en bestuurskaders hebben tot taak het opbouwen van deze aanpassingen te ondersteunen. Het is ook belangrijk dat landen samenwerken om kennis en middelen te delen. Dit helpt om ervoor te zorgen dat de te verwachten schade door klimaatverandering te dragen blijft voor iedereen.
Als niets helpt, zullen mensen wegtrekken uit gebieden die onleefbaar zijn geworden. Grootschalige migratie is dan ook onvermijdelijk en landen die het beter hebben, zullen daar een humaan antwoord op moeten vinden.
Steeds meer onderzoekers vragen zich af of de structuur en organisatie van samenlevingen zoveel druk en onzekerheid door de gevolgen van de voortschrijdende klimaatverandering kunnen verdragen. Het is niet uitgesloten dat grote maatschappelijke onrust en chaos ontstaat, die heel andere vormen van adaptatie vereist.
Transformatieve respons
Omdat klimaatverandering zijn weerslag heeft op vrijwel alle facetten van het menselijk leven, zullen de verstoringen van sociaal-ecologische systemen als gevolg van klimaatverandering dientengevolge enorm complex zijn. Conventionele strategieën en oplossingen schieten tekort om dergelijke verstoringen het hoofd te bieden en te bestrijden. Dit vraagt om een integrale interpretatie van klimaatwetenschap: transformatieve klimaatwetenschap. Die wordt gedefinieerd als een open proces van het ontwikkelen, structureren en toepassen van kennis om geïntegreerde adaptatie- en mitigatiestrategieën te verbinden met duurzame ontwikkeling.[2]
Alle adaptieve oplossingen moeten worden gelegd langs de meetlat van duurzaamheid. Veel bestaande strategieën voor coping of stapsgewijze adaptatie aan klimaatverandering zijn niet toereikend, niet duurzaam of onaangepast.[3]
Daarom zijn fundamenteel andere sociaal-ecologische systemen nodig die de onderliggende oorzaken van kwetsbaarheid aanpakken. Kenmerken van transformatieve aanpassing zijn: herstructurerend, padveranderend, innovatief, op meerdere schalen, systeembreed en blijvend. Deze kenmerken moeten het uitgangspunt zijn bij het ontwerpen van strategieën om te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering, deze bij te sturen of ervan te herstellen.
Illusie
Meteoroloog Gerrit Hiemstra:[4] “Veel mensen denken dat we met maatregelen voor klimaatadaptatie ons wel kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. De situatie in Spanje in 2024 en op vele andere plekken drukken ons met de neus op het feit dat dit een illusie is. Onze samenleving is ingericht op het oude klimaat. Onze infrastructuur is zo opgebouwd dat we konden leven met het klimaat van vroeger. Het oude klimaat bestaat echter niet meer en dus voldoet onze infrastructuur ook niet meer.”
“De klimaatverandering gaat zó snel dat we onze infrastructuur niet snel genoeg kunnen aanpassen aan de nieuwe realiteit. Natuurlijk moeten we doen wat we kunnen, maar onze belangrijkste optie is: mitigatie! Dat betekent: de emissie van broeikasgassen zo snel mogelijk verminderen. En dát betekent: zo snel mogelijk stoppen met aardgas, benzine, diesel, kerosine, LPG, etc. en ook de emissie uit de veehouderij zo snel mogelijk decimeren door te stoppen met consumptie van vlees en zuivel.”
“Het is het één of het ander: óf stoppen met fossiele brandstoffen, vlees en zuivel óf meer klimaatverandering.”
Bronnen:
- ↑ Warming Projections Global Update, November 2024 | Climate Action Tracker
- ↑ Defining transformative climate science to address high-end climate change | Regional Environmental Change
- ↑ Transformative adaptation to climate change for sustainable social-ecological systems
- ↑ Uitleg noodweer in Spanje bij Eva Jinek | Gerrit Hiemstra, LinkedIn
Einde aan de groei
We noemen hier drie modellen die een einde maken aan de ideologie van de economische groei die een belangrijke oorzaak is voor de immense schade die de aarde wordt toegebracht. Dat zijn postgroei, de donut economie en ontgroei.
Postgroei (Post-growth)
Postgroei vindt zijn oorsprong in de ecologische economie.[1] In de loop van de tijd is dit geëvolueerd tot een tak van de duurzaamheidswetenschap waarbij wordt bijgedragen aan de constructie van een nieuw economisch vakgebied waarin inzichten uit diverse disciplines (bijv. ecologische, antropologische, historische, sociologische en politieke) worden opgenomen om te begrijpen hoe de voorziening in menselijke behoeften in zijn werk gaat.[2] Het vakgebied onderzoekt de ecologische, sociale en economische limieten aan groei.
Met betrekking tot de ecologische grenzen begint postgroei met het uitgangspunt dat er planetaire grenzen zijn die niet gerespecteerd kunnen worden als landen streven naar een ongelimiteerde economische groei, oftewel uitbreiding van productie en consumptie. Overheden streven standaard naar 3% groei per jaar, wat betekent dat de economische output ongeveer elke 23 jaar verdubbelt.[3] Een kanttekening daarbij is dat veel Westerse landen dit groeipercentage al geruime tijd niet halen.
Postgroei is, net als ‘groene groei’, een aanpak binnen de duurzaamheidswetenschap. “In het licht van 1) het ontbreken van bewijs voor groene groei, 2) de overmaat aan bewijs tegen groene groei, en 3) de alsmaar kleiner wordende mogelijkheid om ecologische afbraak te voorkomen, verkiest het postgroeivakgebied het voorzichtigheidsprincipe te volgen en het nastreven van economische groei los te laten.”[2] Met andere woorden, het vasthouden aan economische groei maakt het bereiken van milieudoelstellingen lastiger. Blijven vertrouwen op technologie is onverstandig en onverantwoord in het licht van enerzijds de huidige resultaten en anderzijds wat er op het spel staat.
Dit gedachtegoed is in ons land op de kaart gezet door onder andere Postgroei Nederland,[4] een denktank met deskundigen uit 12 verschillende politieke partijen.
Hierbij een samenvatting van hun betoog. Zij stellen dat zeven van de negen planetaire grenzen mondiaal zijn overschreden. Hiervoor zijn vijf hoofdoorzaken: de uitstoot van broeikasgassen, materiaalverbruik, watergebruik, landgebruik en emissies van toxische stoffen. Nederland draagt hier disproportioneel aan bij. Alle vijf deze oorzaken moeten tegelijk en voldoende snel omlaag. Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat dit mogelijk is in combinatie met economische groei. Dit geldt ook voor de andere landen die disproportioneel bijdragen aan het overschrijden van de planetaire grenzen, zoals nagenoeg alle Westerse landen.
Volgens Postgroei Nederland zijn de visie van de SER en die van het huidige kabinet "een illusie" die onvoldoende rekening houdt met twee zaken. Ten eerste het feit dat een groot deel van de productie voor binnenlandse consumptie in het buitenland plaatsvindt en daar dus beslag legt op extra gebruik van land, grondstoffen en water en extra broeikasgassen uitstoot. Ten tweede de Jevons-paradox: het verschijnsel dat milieuwinst vaak leidt tot lagere prijzen en daardoor hogere consumptie, waardoor de milieuwinst grotendeels verdwijnt. Als tegenhanger stellen zij daarom een verschuiving van kwantitatieve groei (BBP) naar kwalitatieve groei (kwaliteit van leven) voor.
Bronnen:
Donut Economie (Doughnut Economics)
De Donut combineert de ecologische limieten aan de aarde met menselijk welzijn. Voor de ecologische limieten gaat het uit van ‘de planetaire grenzen’ en voor menselijk welzijn hanteert het de sociale doelstellingen van de Sustainable Development Goals. Tussen dit ecologische plafond en de sociale fundering ligt ‘de ecologisch veilige en sociaal rechtvaardige ruimte voor de mensheid’. Bedenkster Kate Raworth positioneert de Donut als nieuwe economische doelstelling, dit in tegenstelling tot het sturen op BBP (groei), waarvan wordt verwacht dat het welvaart voor iedereen brengt.[1] De realiteit laat zien dat dat lang niet altijd het geval is.
Door het verkiezen van de planetaire grenzen boven het nastreven van economische groei, is de Donut in feite een postgroei-gereedschap voor het maken van beleid. Het ecologische plafond enerzijds en de sociale fundering anderzijds zijn als het ware de vangrail voor het totale beleidspakket. Over de invulling van dit beleidspakket doet de Donut geen uitspraken.[2]
Het is belangrijk om te beseffen dat momenteel (2025) geen enkel land zich in de veilige ruimte van de donut bevindt. Over het algemeen voldoen westerse landen wel aan de sociale fundering maar breken ze, als we ook internationale handel en productie in ogenschouw nemen, door het ecologische plafond. Veel niet-westerse landen kampen met het tegenovergestelde probleem: het ecologisch plafond is meer intact voor de interne productie en consumptie maar het schort aan de sociale fundering.[3] Ziehier dan ook de postgroei-uitdaging: Hoe te voorzien in welzijn binnen ecologische grenzen?[4]
Bronnen:
- ↑ Get Animated! Introducing the Seven Ways | Doughnut Economics Action Lab
- ↑ Post-growth, degrowth, the doughnut and circular economy: a short guide | Ontgroei
- ↑ New analysis reveals that no country is living in the Doughnut | Doughnut Economics Action Lab
- ↑ Post-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries | The Lancet Planetary Health
Ontgroei (Degrowth)
Waar postgroei het nastreven van economische groei als leidende indicator voor de economie loslaat, gaat ontgroei een stap verder door een gelijkwaardige verschuiving van productie en consumptie voor te stellen die het menselijk welzijn vergroot, ongelijkheid vermindert en de ecologische omstandigheden op lokaal en mondiaal niveau verbetert, op de korte en lange termijn.[1]
Om dat te bewerkstelligen is een heel scala aan ingrepen nodig, zoals het stoppen van geplande veroudering van producten, het verminderen van ecologisch-destructieve industrie en het stoppen met reclame daarvoor, het voorzien in universele basisdiensten, baangarantie, hogere loongelijkheid en schuldkwijtschelding voor landen in het globale zuiden.[2] [3] [4] [5] Ook gaan er stemmen op dat ontgroei een directe of participatieve democratie zou moeten omvatten en dat ‘een gelijkwaardige verschuiving’ niet ver genoeg zou gaan maar dat ‘een rechtvaardige verschuiving’ beter is.[6] [7]
Omdat het ecologisch budget eerlijk verdeeld moet worden, roepen ontgroeiers met name de rijksten en de grootste vervuilers op om verantwoordelijkheid te nemen voor het aandeel dat ze hebben bijgedragen aan de problematiek. Ontgroei is daarmee een transitie naar een postgroei economie. Vanwege de omvang en fundamentele aard van de voorgestelde verandering zijn er diverse fundamentele veranderingen nodig.[8]
Allereerst, een waarschijnlijk gevolg van een ontgroei-agenda is een reductie in BBP. Het huidige economische systeem is compleet gebaseerd op groei van het BBP. Deze groeidwang wordt gezien als belangrijke sta-in-de-weg voor de voorgestelde sociaal-rechtvaardige transformatie.[9] Daarom is een hervorming van de economie vereist om te blijven functioneren en te voorzien in levensbehoeften. Andere uitdagingen zijn het reorganiseren van het belastingstelsel en eigendom en het bekostigen van de publieke basisvoorzieningen (zorg, onderwijs, onderdak etc.).
De mogelijkheid om ecologische ineenstorting te voorkomen wordt steeds kleiner. Hoe langer we wachten met het kiezen voor een postgroei aanpak, hoe groter de kans dat degrowth over ons zal worden afgeroepen. Met andere woorden: “Degrowth by design, or degrowth by disaster.”[10]
Bronnen:
- ↑ Crisis or opportunity? Economic degrowth for social equity and ecological sustainability. Introduction to this special issue | Journal of Cleaner Production
- ↑ Hickel, J. (2020). Less is more: How degrowth will save the world. Random House.
- ↑ Schmelzer, M., Vetter, A., & Vansintjan, A. (2022). The future is degrowth: A guide to a world beyond capitalism. Verso Books.
- ↑ Kallis, G., Paulson, S., D'Alisa, G., & Demaria, F. (2020). The case for degrowth. John Wiley & Sons.
- ↑ Parrique, T. (2019). The political economy of degrowth (Doctoral dissertation, Université Clermont Auvergne [2017-2020]; Stockholms universitet).
- ↑ Defining degrowth | Working paper
- ↑ A review and classification of beyond GDP measurements based on degrowth criteria | SSRN
- ↑ What is Degrowth? | Caracol DSA
- ↑ Post-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries | Lancet Planetary Health
- ↑ #37 Degrowth by disaster? | Hans Stegeman, LinkedIn
Checklist voor strenge en duidelijke netto-nul plannen
In een commentaar in Nature schetsen Rogelj et al. (2021)[1] een routekaart naar een netto-nul-toekomst met de voorwaarden waaraan die zou moeten voldoen. Dat levert de volgende checklist op voor een dergelijke routekaart:
Toepassingsgebied
- Aan welk mondiaal temperatuurdoel draagt dit plan bij (de mondiale temperatuur stabiliseren, of pieken en dalen)?
- Wat is de streefdatum voor netto nul?
- Met welke broeikasgassen wordt rekening gehouden?
- Hoe worden de broeikasgassen bij elkaar opgeteld (GWP-100 of andere metriek)?
- Wat is de omvang van de uitstoot (over welke gebieden, tijdspannes of activiteiten)?
- Wat zijn de relatieve bijdragen van reducties, verwijderingen en compensaties?
- Hoe worden de risico's rond verwijderingen en compensaties beheerd?
Eerlijkheid
- Welke principes worden toegepast?
- Zou het mondiale klimaatdoel worden bereikt als iedereen dit zou doen?
- Wat zijn de gevolgen voor anderen als deze principes universeel worden toegepast?
- Hoe beïnvloedt jouw doelstelling het vermogen van anderen om netto nul te bereiken en hun streven naar andere Sustainable Development Goals?
Routekaart
- Welke mijlpalen en beleidsmaatregelen zullen de verwezenlijking ondersteunen?
- Welk controle- en beoordelingssysteem zal worden gebruikt om de voortgang te monitoren en het doel bij te stellen?
- Wordt netto-nul aangehouden, of is het een stap in de richting van netto negatief?
Voorbij duurzaamheid
In Voorbij duurzaamheid stelt Shivant Jhagroe[2] dat het denken en doen vanuit ‘duurzaamheid’ functioneert als groene fopspeen die radicale en rechtvaardige systeemverandering verhindert. Door het sterke geloof in het duurzaamheidssprookje vergeten we hoe nauw duurzaamheid is verweven met kolonialisme, kapitalisme en sociale uitsluiting. Hij houdt daarom een vlammend pleidooi voor een andere politieke taal en verbeelding en maakt de weg vrij voor een ecorechtvaardige samenleving, waarin een liefdevolle zorgplicht voor Aarde en elkaar centraal staat.
Kosten en opbrengsten van de transitie naar netto-nul
Om in 2050 te komen tot netto nul emissies is wereldwijd naar verwachting een gemiddelde jaarlijkse investering nodig van ongeveer $9,2 biljoen (= $ 9.200 miljard), wat een stijging is van $3,5 biljoen ten opzichte van de huidige uitgaven. Dit komt neer op ongeveer 7,5% van het wereldwijde BBP per jaar en op een totaal van ongeveer 275 biljoen dollar van 2021 tot 2050.[3] Deze overgang vereist aanzienlijke investeringen in emissiearme technologieën en infrastructuur, vooral in de startperiode tussen 2026 en 2030.

Tegenover de kosten staan aanzienlijke besparingen volgens een studie van onderzoekers van de Universiteit van Oxford in het tijdschrift Joule.[4] [5]
Een snelle overgang naar schone energie is goedkoper dan een langzame of geen overgang. Dat weerlegt de veelgehoorde bewering dat de groene transitie duur is. De kosten van groene technologie zijn de afgelopen tien jaar sneller gedaald dan verwacht en zullen waarschijnlijk verder blijven dalen. Al snel zal duurzame energie in vrijwel alle gevallen goedkoper zijn dan fossiele energie. Daarmee is het bereiken van een koolstofneutraal energiesysteem rond 2050 economisch mogelijk en rendabel.
De onderzoekers berekenden dat de overgang naar een koolstofvrij energiesysteem rond 2050 de wereld naar verwachting ten minste 12 biljoen dollar zal besparen in vergelijking met voortzetting van ons huidige gebruik van fossiele brandstoffen. Het gaat om de totale netto besparingen in de periode tot 2050.
Bronnen:
- ↑ Net-zero emissions targets are vague: three ways to fix | Nature
- ↑ Jhagroe, S. (2024). Voorbij duurzaamheid: op weg naar een ecorechtvaardige samenleving. Mazirel Pers, imprint Walburg Pers.
- ↑ 3,0 3,1 The net-zero transition: What it would cost, what it could bring | McKinsey Sustainability
- ↑ Decarbonising the energy system by 2050 could save trillions - new Oxford study | University of Oxford
- ↑ Empirically grounded technology forecasts and the energy transition | Joule
Duurzame energie
Zie de wikipagina Duurzame energie.