Strategieën tegen klimaatverandering: verschil tussen versies

Uit Klimaatwiki
Marit (overleg | bijdragen)
Geen bewerkingssamenvatting
Marit (overleg | bijdragen)
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 429: Regel 429:
Het gebruik van landbouwgewassen voor energieopwekking, gecombineerd met koolstofafvang en -opslag (BECCS)<ref>[https://www.geoengineeringmonitor.org/technologies/beccs<nowiki>Bioenergy with Carbon Capture and Storage | Geoengineering Monitor]</nowiki></ref> wordt door veel beleidsmakers gezien als een manier om te voldoen aan de Parijse Akkoorden. Het gaat om snelgroeiende gewassen die CO<sub>2</sub> uit de atmosfeer halen. Die verbrand je om er energie uit te halen. En de CO<sub>2</sub> die bij de verbranding vrijkomt, vang je af en stop je in een diepe zoutmijn of leeg gasveld. Dat is precies het omgekeerde van fossiele brandstoffen verbruiken, en tóch levert het je energie op. Die energie komt van de zon, die via fotosynthese CO<sub>2</sub> omzet in brandstof.
Het gebruik van landbouwgewassen voor energieopwekking, gecombineerd met koolstofafvang en -opslag (BECCS)<ref>[https://www.geoengineeringmonitor.org/technologies/beccs<nowiki>Bioenergy with Carbon Capture and Storage | Geoengineering Monitor]</nowiki></ref> wordt door veel beleidsmakers gezien als een manier om te voldoen aan de Parijse Akkoorden. Het gaat om snelgroeiende gewassen die CO<sub>2</sub> uit de atmosfeer halen. Die verbrand je om er energie uit te halen. En de CO<sub>2</sub> die bij de verbranding vrijkomt, vang je af en stop je in een diepe zoutmijn of leeg gasveld. Dat is precies het omgekeerde van fossiele brandstoffen verbruiken, en tóch levert het je energie op. Die energie komt van de zon, die via fotosynthese CO<sub>2</sub> omzet in brandstof.


Zeven van de negen planetaire grenzen worden al overschreden en meerdere van deze grenzen hebben te maken met de manier waarop land door mensen wordt gebruikt. Klimaatverandering zou deze grenzen nog meer onder druk kunnen zetten. Een groep onderzoekers uit Potsdam berekende hoeveel biomassa er geproduceerd zou kunnen worden voor BECCS onder verschillende omstandigheden, zoals beperkingen voor stikstofstromen, veranderingen in zoetwatersystemen, veranderingen in het land en bescherming van het milieu.<ref>[https://www.nature.com/articles/s43247-025-02033-6<nowiki>Multiple planetary boundaries preclude biomass crops for carbon capture and storage outside of agricultural areas | Nature Communications Earth & Environment]</nowiki></ref> De druk op de bestaande landbouwgebieden zal toenemen om te voldoen aan de groeiende wereldwijde vraag naar voedsel, veevoer, vezels (katoen) en hout.  
Dit klinkt goed, maar heeft ook een groot nadeel: zeven van de negen planetaire grenzen worden al overschreden en meerdere van deze grenzen hebben te maken met de manier waarop land door mensen wordt gebruikt. Klimaatverandering zou deze grenzen nog meer onder druk kunnen zetten. Een groep onderzoekers uit Potsdam berekende hoeveel biomassa er geproduceerd zou kunnen worden voor BECCS onder verschillende omstandigheden, zoals beperkingen voor stikstofstromen, veranderingen in zoetwatersystemen, veranderingen in het land en bescherming van het milieu.<ref>[https://www.nature.com/articles/s43247-025-02033-6<nowiki>Multiple planetary boundaries preclude biomass crops for carbon capture and storage outside of agricultural areas | Nature Communications Earth & Environment]</nowiki></ref> De druk op de bestaande landbouwgebieden zal toenemen om te voldoen aan de groeiende wereldwijde vraag naar voedsel, veevoer, vezels (katoen) en hout.  


Het resultaat is dat het potentieel voor BECCS van speciale plantages van het snelgroeiende ''Miscanthus'' (olifantsgras) rond 2050 bijna nul is (0,1 gigaton kooldioxide-equivalenten per jaar) bij het IPCC scenario van milde klimaatverandering (Representatieve Concentratiepad (RCP) 4,5). De belangrijkste beperking is dat deze vorm van landgebruik het milieu niet mag vernietigen. Naast milieubescherming en landgebruik geven ook de andere randvoorwaarden uit het onderzoek (beperking stikstof en zoetwater beschikbaarheid) duidelijk grenzen aan. Dit illustreert hoe smal de marges van het ''[[Wat is klimaatverandering?#Verdieping: Systeem Aarde|systeem aarde]]'' zijn als we klimaatverandering proberen te stoppen.
Het resultaat is dat het potentieel voor BECCS van speciale plantages van het snelgroeiende ''Miscanthus'' (olifantsgras) rond 2050 bijna nul is (0,1 gigaton kooldioxide-equivalenten per jaar) bij het IPCC scenario van milde klimaatverandering (Representatieve Concentratiepad (RCP) 4,5). De belangrijkste beperking is dat deze vorm van landgebruik het milieu niet mag vernietigen. Naast milieubescherming en landgebruik geven ook de andere randvoorwaarden uit het onderzoek (beperking stikstof en zoetwater beschikbaarheid) duidelijk grenzen aan. Dit illustreert hoe smal de marges van het ''[[Wat is klimaatverandering?#Verdieping: Systeem Aarde|systeem aarde]]'' zijn als we klimaatverandering proberen te stoppen.

Versie van 26 aug 2025 13:47

In een zin

Klimaatverandering is een grote bedreiging voor onze planeet, en om de schade te beperken en met de gevolgen om te gaan, moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, hernieuwbare energiebronnen gebruiken, energie efficiënter gebruiken, bossen beschermen, landbouwpraktijken verbeteren, infrastructuur ontwerpen die bestand is tegen extreme weersomstandigheden, systemen voor vroegtijdige waarschuwing verbeteren, waterbeheer optimaliseren, gewassen ontwikkelen die bestand zijn tegen hogere temperaturen, en voorzichtig geo-engineering onderzoeken.

Eenvoudig uitgelegd

Klimaatverandering is een grote bedreiging voor onze planeet. We moeten veel verschillende dingen doen om de schade die klimaatveranderign veroorzaakt te beperken en met de gevolgen om te gaan.

  • Eén manier om dit te doen is het verminderen van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering, wat het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen betekent.
  • Het is ook belangrijk om hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie te gaan gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen.
  • Ook kunnen we de uitstoot verminderen door efficiënter gebruik te maken van energie in gebouwen en op transport.
  • Het is belangrijk om bossen te beschermen en meer bomen te planten omdat ze kooldioxide absorberen, wat helpt om de hoeveelheid CO2 in de lucht te verminderen.
  • Landbouwpraktijken moeten verbeterd worden, zodat vee minder methaangas produceert en de bodem gezonder wordt.


We moeten voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Dit omvat:

  • Het ontwerpen van infrastructuur die bestand is tegen extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen en stormen.
  • Het verbeteren van systemen voor vroegtijdige waarschuwing kan gemeenschappen helpen zich beter voor te bereiden op rampen en er effectiever op te reageren.
  • Beter waterbeheer, zodat we kunnen omgaan met veranderende neerslagpatronen en droogtes.
  • Het ontwikkelen van gewassen die bestand zijn tegen stijgende temperaturen om ervoor te zorgen dat we genoeg voedsel kunnen verbouwen op plaatsen waar het warmer wordt.


Geo-engineering, hoewel controversieel, biedt mogelijke oplossingen door het klimaatsysteem van de aarde te beïnvloeden:

  • Eén idee is het gebruik van stralingsbeheer, dat zonlicht van de aarde weerkaatst, en een ander idee is het opvangen en opslaan van CO2.
  • Deze methoden hebben grote risico's en onzekerheden, dus we moeten er goed over nadenken en meer onderzoek doen.

Het is dus belangrijk om mitigatie (dingen doen om klimaatverandering te verminderen), adaptatie (onze gemeenschappen en economieën in staat stellen om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering) en het onderzoeken van geoengineering op een zorgvuldige manier te combineren. Samenwerken en nieuwe oplossingen vinden zijn belangrijk als we onze planeet willen beschermen voor toekomstige generaties.

Onderzoek laat zien dat investeren in een duurzame samenleving economisch haalbaar en zelfs winstgevend is.

Strategieën tegen klimaatverandering

Er is geen reden om op te geven in het tegen gaan van klimaatverandering. Er zijn nog allerlei oplossingen die we kunnen inzetten. We weten hoe het klimaatsysteem werkt. We weten wat de oorzaken zijn van de huidige opwarming. We weten wat we eraan kunnen doen. Weliswaar is het terugdraaien van de gevolgen van klimaatverandering op de korte termijn niet mogelijk, maar we hebben wel invloed op hoe ernstig die gevolgen zullen zijn.

Introductie: mitigatie, adaptatie, veerkracht

Dit zijn de drie strategieën om klimaatverandering en de gevolgen ervan te verminderen en te weerstaan.

Mitigatie is wanneer mensen het gehalte aan broeikasgassen en andere schadelijke stoffen proberen te verminderen. Dit kan zijn door de uitstoot te verminderen of de opname in ecosystemen (‘putten’) te vergroten. (Zie Mitigatie.)

Adaptatie is wanneer een natuurlijk of menselijk systeem zich aanpast als reactie op het klimaat, door feitelijke of verwachte veranderingen. Dit kan de schade beperken of kansen creëren. (Zie Adaptatie.)

Veerkracht is het vermogen van mensen en sociale, economische en ecologische systemen om gevaren te weerstaan, te absorberen of op te vangen, zich aan te passen en tijdig en efficiënt te herstellen van de gevolgen van een gevaar, onder andere door het behoud en herstel van de essentiële basisstructuren en -functies, terwijl het vermogen tot aanpassing, leren en transformatie behouden blijft.

Stoppen met fossiel

De strategie waarover klimaatwetenschappers het eens zijn en die zeker werkt, is het direct minderen van de uitstoot van broeikasgassen door het verbranden van fossiele brandstoffen. De verschillende IPCC scenario’s laten zien wat de gevolgen zijn van meer of minder snel stoppen met fossiel.

Behalve stoppen met fossiel zijn er verschillende methoden om de de gevolgen van klimaatverandering te verminderen (mitigatie). Sommige kunnen meteen worden toegepast, zoals overgaan naar hernieuwbare energiebronnen en efficiënter gebruik van energie, herbebossing en duurzame landbouw. Andere, zoals koolstofafvang, zijn nog in ontwikkeling en vinden plaats op een veel te kleine schaal om enig effect te maken.

Dat laatste geldt ook voor de verschillende vormen van klimaatengineering die als doel hebben de hoeveelheid inkomende zonnestraling te verminderen. Er bestaan nog geen praktisch toepasbare technieken op voldoende grote schaal. Bovendien zijn de meeste onbetaalbaar.

Omdat klimaatverandering, met alle schadelijke gevolgen van dien, niet binnen een of enkele generaties terug te draaien is, wordt in een groot deel van de wereld aanpassing (adaptatie) aan de nieuwe omstandigheden onvermijdelijk. Grote gebieden worden onleefbaar en onveilig. Systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor gevaarlijke situaties moeten worden uitgebreid. Infrastructuur moet worden verbeterd en aangepast aan extreme omstandigheden. Waterbeheer moet worden aangepast aan een afwisseling van extreme droogte- en neerslagperioden.

En tenslotte, misschien wel het belangrijkst, zal de kapitalistische groeieconomie moeten plaatsmaken voor een duurzame, rechtvaardige samenleving. De postgroei economie benadrukt welzijn, duurzaamheid en gelijkheid boven economische groei, waarvoor veel energie en grondstoffen nodig is.

Zie Fossiele subsidies.

Niets doen is duurder dan klimaatactie

In de jaren '80 bedroegen de gemiddelde kosten van rampen in Europa ongeveer 8 miljard euro per jaar. Recent onderzoek toont aan dat deze jaarlijkse schade door extreme weersomstandigheden en natuurrampen in 2021 en 2022 meer dan 50 miljard euro bedroeg. Dit laat zien dat de kosten van nietsdoen nu al aanzienlijk hoger zijn dan de kosten van klimaatactie. Het illustreert dat preventieve maatregelen om klimaatverandering te bestrijden niet alleen cruciaal zijn voor het voorkomen van toekomstige rampen, maar ook voor het beperken van de economische impact ervan.

Tegelijkertijd heeft de EU moeite om snel op te treden tegen klimaatverandering en stuit ze op politieke weerstand in veel lidstaten. Milieukwesties en maatregelen zoals regelgeving rond huisverwarming en landbouwvervuiling worden steeds vaker bekritiseerd.

The Green Deal, het uitgebreide EU-plan om als eerste continent tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, staat onder toenemende druk van critici die het te ambitieus en te kostbaar vinden. Populistische en extreem-rechtse partijen grijpen het plan aan als kritiekpunt op de EU-instellingen.

EU Crisis Management Commissioner Janez Lenarcic benadrukte dat de urgentie van de kwestie overduidelijk is. “We leven in een Europa dat zowel overstroomt als in brand staat. Deze extreme weersomstandigheden zijn nu bijna een jaarlijks terugkerend fenomeen,” zei hij. “De wereldwijde realiteit van klimaatafbraak dringt door tot in het dagelijks leven van de Europeanen.”[1]

Klimaatactie is goed voor de economie

Uit onderzoek van de denktank van 38 van de belangrijkste kapitalistische landen, de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), is gebleken dat krachtige maatregelen om de klimaatcrisis aan te pakken de economische groei van landen zal doen toenemen. Dit ondanks beweringen van critici van klimaatmaatregelen dat het de economie zal schaden.

Als landen ambitieuze doelen stellen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en vervolgens het beleid uitstippelen om deze doelen te bereiken, zou dit rond 2040 resulteren in een nettogroei van het wereldwijde BBP. Dit staat in een gezamenlijk rapport van de OECD en het Ontwikkelingsprogramma van de VN.[2] [3] De berekening van de nettowinst van 0,23% in 2040 zou in 2050 nog groter zijn, als de baten van het terugdringen van de uitstoot voor de economie zou worden meegerekend.

Tegen 2050 zou het BBP per hoofd van de bevolking van de rijkste landen met 60% toenemen, terwijl in landen met lagere inkomens die toename in 2050 ten opzichte van 2025 124% zou zijn. Ook ontwikkelingslanden zouden profiteren, met in 2030 175 miljoen minder mensen onder de armoedegrens, als regeringen nu zouden investeren in het terugdringen van emissies.

Daarentegen zou het mondiale BBP deze eeuw met éénderde kunnen dalen als we de klimaatcrisis ongecontroleerd laten voortduren.[4]

Daarbij is het de vraag of economische groei wenselijk is. Zie een kritische bespreking van 'Groene Groei' en Ontgroeien (degrowth) en postgroei.

Bronnen:

Internationale verdragen

Sinds de jaren ‘80 van de vorige eeuw zijn verschillende internationale overeenkomsten tot stand gekomen om vervuiling en klimaatverandering aan te pakken door internationale samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Protocol van Montreal

Het Protocol van Montreal,[1] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.

United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC)

Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC)[2] is een internationaal milieuverdrag dat in 1992 werd aangenomen om klimaatverandering aan te pakken. Het uiteindelijke doel is om de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op een niveau dat gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem voorkomt. Het UNFCCC vormt de basis voor de jaarlijkse Conferences of the Parties (COPs), waarin alle aangesloten landen de wereldwijde klimaatonderhandelingen voeren, nationale commitments voor broeikasgasreductie afspreken en onderhandelen over financiering van klimaatschade en klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden. Ook wordt daar de stand opgemaakt van de resultaten van de acties tegen klimaatverandering tot nu toe.

De meest recente COP, nummer 29, was die in Bakoe, november 2024. COP28 in 2023 in Dubai maakte geschiedenis doordat voor het eerst, ondanks de aanwezigheid van duizenden lobbyisten van de fossiele industrie, werd afgesproken fossiele brandstoffen op termijn uit te faseren. COP30 zal plaatsvinden in november 2025 in Belem, Brazilië.

De belangrijkste resultaten van deze jaarvergaderingen zijn het Kyoto-protocol (1997) en de Overeenkomst van Parijs (2015). Ze bepalen de internationale samenwerking op het gebied van klimaatmitigatie en adaptatie en de steun aan ontwikkelingslanden.

Het IPCC (zie de uitgebreide wikipagina over de scenario's van het IPCC) is een wereldomvattend wetenschappelijk samenwerkingsverband van ongekende omvang en relevantie, dat de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering evalueert en samenbrengt en zo de basis legt onder het UNFCCC. Het IPCC produceert rapporten die een overzicht geven van de huidige staat van kennis over klimaatverandering, de impact ervan en opties voor adaptatie en mitigatie. Deze rapporten zijn cruciaal voor het informeren van beleidsmakers en onderhandelaars binnen het UNFCCC-proces.

Kyoto-protocol

Het Kyoto-protocol,[3] aangenomen in 1997, is een internationale overeenkomst die gekoppeld is aan het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC). Het verplicht de ondertekenende landen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen op basis van de principes van het verdrag. Het protocol introduceerde bindende emissiereductiedoelstellingen voor ontwikkelde landen, met als doel de emissies in de periode 2008-2012 met gemiddeld 5% te verlagen ten opzichte van 1990. Het stelde ook marktmechanismen in zoals de handel in emissierechten om deze doelen te helpen bereiken. Het Kyoto-protocol was een belangrijke stap in het mondiale klimaatbeleid, hoewel de effectiviteit ervan wordt betwist vanwege de verschillende niveaus van deelname en naleving.

Overeenkomst van Parijs

De Overeenkomst van Parijs,[4] aangenomen in 2015, is een internationaal verdrag binnen het kader van het UNFCCC dat als doel heeft de opwarming van de aarde te beperken tot "goed beneden" 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau, met inspanningen om de stijging te beperken tot 1,5 graden. In het verdrag verplichten alle deelnemende landen zich om bij te dragen aan het verminderen van broeikasgasemissies en het aanpassen aan klimaatverandering, door middel van Nationally Determined Contributions (NDCs). Deze NDCs worden door de deelnemende landen zelf vastgesteld. De Overeenkomst introduceert ook een mechanisme om de inspanningen elke vijf jaar te verhogen en bevordert financiering en technologische ondersteuning voor ontwikkelingslanden.

Protocol van Montreal

Het Protocol van Montreal,[5] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.

Deze overeenkomsten vertegenwoordigen belangrijke internationale inspanningen om klimaatverandering aan te pakken door samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Biodiversiteit

Naast de COPs in het kader van de UNFCCC is er ook sprake van Conferences of the Parties (COPs) binnen het UN Verdrag inzake Biologische Diversiteit. Dit verdrag is tot stand gekomen op de VN conferentie inzake milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro (1992) en is ondertekend door alle lidstaten van de Verenigde Naties behalve de VS. De meest recente Conferentie van de Partijen van dit verdrag (COP16)[6] vond plaats eind oktober 2024 in Cali, Colombia, en leverde belangrijke resultaten op. Inheemse volken werden erkend voor hun rol in bescherming van de biodiversiteit, wat leidde tot een nieuw programma en een permanent orgaan. Het Cali-fonds werd opgezet om de voordelen van digitale genetische informatie te delen, met industriële bijdragen.

Uiteindelijk, na hervatting van de conferentie in februari 2025, werd overeenstemming bereikt over de financiering van 200 miljard dollar per jaar tot 2030 aan ontwikkelingslanden voor de instandhouding van de biodiversiteit. Volgens critici is dit onvoldoende.[7]

Bronnen:

Achterstand

Najaar 2024 kwam editie 15 van het Emission Gap Report van het UN Environmental Programme uit, getiteld ‘Emissions Gap Report 2024: No more hot air … please!’.[1] Het rapport vindt dat landen drastisch meer ambitie en actie moeten leveren in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions, anders is het doel van 1,5°C van het Akkoord van Parijs binnen een paar jaar niet meer haalbaar. In het rapport wordt gekeken naar hoeveel landen moeten beloven om broeikasgassen terug te dringen en hoeveel ze moeten waarmaken in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions (NDC's), die begin 2025 moeten worden ingediend in de aanloop naar COP30. Er is een reductie nodig van 42 procent in 2030 en 57 procent in 2035 om op schema te komen voor 1,5°C.

Mediane emissiescenario's, naar fig 4.1 in het 2024 UNEP Emission Gap Report.[1] Grijze stippellijn: scenario zonder nieuw klimaatbeleid na 2010; donkerblauw: bestaand beleid dat al door regeringen is geïmplementeerd; middelblauw: aanvullende voorwaardelijke NDCs; lichtblauw: aanvullende onvoorwaardelijke NDC's; lichtrode lijn: emissies die overeenkomen met een traject van minder dan 2°C; rode lijn: emissies die overeenkomen met een traject van 1,5°C. Bron: Carbon Brief.[2] Creative Commons BY-NC-ND 4.0

Volgens het UNEP rapport zou het nog technisch mogelijk zijn om op een pad van 1,5°C te komen, waarbij zonne-energie, windenergie en bossen veelbelovende mogelijkheden bieden voor een drastische en snelle emissiereductie. Om dit potentieel waar te maken, moeten de deelnemende landen voldoende ambitieuze NDC's formuleren en ondersteunen door een overheidsbrede aanpak, maatregelen die de sociaaleconomische en ecologische nevenvoordelen maximaliseren, door een versterkte internationale samenwerking die een hervorming van de mondiale financiële architectuur omvat, krachtige actie van de particuliere sector en een minimale verzesvoudiging van de investeringen in emissiereductie. De landen van de G20, met name de landen met de grootste uitstoot, zouden het zware werk moeten doen.

Zoals elders wordt aangegeven, wordt die ambitie steeds onwaarschijnlijker.

Europa

Volgens een analyse van BloombergNEF[3] zou Europa zijn energiegerelateerde CO₂-emissieplafond voor 2030 met negen procent kunnen overschrijden. Als de broeikasgasemissies van andere sectoren worden meegerekend, kan de overschrijding oplopen tot 29 procent (702 miljoen ton CO₂-equivalent) – in plaats van de beoogde emissiereductie van 55 procent in 2030.

De Europese klimaatdoelen. ETS: Emissions Trading System, inclusief andere broeikasgassen (rode lijn); Netto-nul scenario, inclusief andere broeikasgassen (rode stippellijn); Energie gerelateerde CO2 emissies (blauw); Andere netto broeikasgasemissies (lichtblauw). Eenheid: miljard ton CO2 equivalent. Bron: BloombergNEF.[3]

De redenen voor het missen van de doelen zijn, volgens Bloomberg:

  • Trage elektrificatie, bijvoorbeeld met betrekking tot warmtepompen, elektrische voertuigen en uitbreiding van het elektriciteitsnet.
  • Lage investeringen in hernieuwbare energie, netwerkinfrastructuur en koolstofopslag (CCS).
  • Technologische achterstand: Belangrijke technologieën zoals waterstofproductie en duurzame brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart zijn nog niet volwassen of rendabel.

Volgens analisten van Bloomberg blijft de EU ver achter bij de ambitie om netto nul ton broeikasgas uit te stoten in 2050. Om in 2050 op een net-nul pad te blijven, zou de EU de uitstoot van de energiesector met 84 procent moeten verminderen tot slechts een halve gigaton CO₂ in 2040.

Het Net Zero scenario van Bloomberg, waarin de energiesector in 2050 volledig koolstofvrij is gemaakt, vereist ook dat de investeringen in hernieuwbare energie vanaf 2024 met 23 procent toenemen ten opzichte van 2023, terwijl de uitgaven voor de verkoop van elektrische voertuigen en oplaadinfrastructuur moeten in de periode tot 2050 verdrievoudigen.

Bronnen:

Fossiele subsidies

Fossiele energie krijgt in Nederland nog steeds veel meer subsidie dan duurzame energie. Volgens recente schattingen en overheidsdocumenten ontvingen fossiele bedrijven in Nederland jaarlijks tussen de €39,7 en €46,4 miljard aan fiscale voordelen, vrijstellingen en regelingen die het gebruik van fossiele brandstoffen ondersteunen. Het gros hiervan bestaat uit belastingkortingen, vrijstellingen voor grootverbruikers en specifieke regelingen voor industrieën als de glastuinbouw en zware industrie.[1] [2] [3]

Voor duurzame energie wordt er jaarlijks via bijvoorbeeld de SDE++-regeling een bedrag van €8 miljard beschikbaar gesteld in 2025. Ook zijn er miljarden beschikbaar via regelingen zoals de ISDE (o.a. voor warmtepompen en isolatie) en DUMAVA, vooral gericht op particulieren en maatschappelijk vastgoed. Het totaal van die directe subsidies en investeringsmogelijkheden blijft echter substantieel lager dan de fiscale voordelen voor fossiel.[4] [5]

De overheid is bezig met het afbouwen van (delen van) deze fossiele subsidies, maar in 2025 verloopt dit nog traag en zijn de verschillen tussen beide categorieën zeer groot.[6] [7]

Bronnen:

Mitigatie

Mitigatie is het verminderen van iets schadelijks dat zich heeft voorgedaan of het verminderen van de schadelijke gevolgen ervan. Om klimaatverandering tegen te gaan zijn er verschillende strategieën nodig om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en koolstofputten te verbeteren. Hier zijn enkele belangrijke methoden:

Overgang naar hernieuwbare energie: Overschakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie, windenergie, waterkracht en geothermische energie. Dit vermindert de uitstoot bij de energieproductie.

Energie-efficiëntie: Het verbeteren van de energie-efficiëntie in gebouwen, transport en industriële processen om het totale energieverbruik te verminderen.

Bescherming van natuurlijke ecosystemen: Het behoud van ecosystemen zoals wetlands, mangroves en veengebieden die grote hoeveelheden koolstof opslaan.

Herbebossing: Het aanplanten van nieuwe bossen en het herstellen van beschadigde bossen om de vastlegging van koolstof te verbeteren. Bossen fungeren als koolstofputten en absorberen CO2 uit de atmosfeer.

Duurzame landbouw: Landbouwpraktijken toepassen die de uitstoot verminderen, zoals precisielandbouw, vruchtwisseling en minder grondbewerking.

Elektrische voertuigen en openbaar vervoer: Het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren en de infrastructuur voor openbaar vervoer verbeteren om de uitstoot van de transportsector te verminderen.

Afvalbeheer: Het verbeteren van afvalbeheerpraktijken om de methaanuitstoot van stortplaatsen te verminderen en het bevorderen van recycling en compostering.

Internationale samenwerking: Wereldwijd samenwerken via overeenkomsten zoals de Overeenkomst van Parijs om emissiereductiedoelen te stellen en te behalen.

Koolstofheffingen: Het implementeren van koolstofbelastingen of cap-and-trade systemen om de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te stimuleren.

Technologische innovatie: Investeren in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologieën die de uitstoot kunnen verminderen of koolstof uit de atmosfeer kunnen verwijderen.

Koolstofafvang en -opslag (CCS): Het opvangen van CO2-emissies die ontstaan door het gebruik van fossiele brandstoffen bij de opwekking van elektriciteit en industriële processen, het transporteren ervan en het opslaan buiten de atmosfeer.

Onderwijs en bewustwording: Bewustwording creëren over klimaatverandering en het publiek voorlichten over duurzame praktijken en het belang van individuele acties.

Gecombineerd kunnen deze methoden aanzienlijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering en het bereiken van een duurzamere toekomst.

Koolstofbudget

Wetenschappers pleiten er voor dat landen hun uitstoot zo snel mogelijk moeten verminderen om de klimaatdoelstellingen te halen. Om te voldoen aan de afspraken van het Akkoord van Parijs moet de uitstoot van broeikasgassen zeer sterk worden verminderd:[1] [2]

  • Koolstofbudget voor 1,5 °C: Om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C kan de mensheid vanaf 2020 maximaal nog ongeveer 500 gigaton (Gt) CO2 uitstoten. Als de uitstoot op het huidige niveau blijft (ongeveer 40 Gt per jaar), zal dit budget begin 2030 uitgeput zijn. Volgens the Global Carbon Budget bedroeg de totale CO2-uitstoot in 2024 41,6 gigaton CO2, een lichte stijging ten opzichte van 2023.
  • Koolstofbudget voor 2 °C: Om de opwarming te beperken tot 2°C is het budget ongeveer 1.350 Gt CO2 vanaf 2020. Met een ongewijzigd uitstootniveau zouden we dit budget halverwege de jaren 2050 overschrijden.

Het gebruik van koolstofafvang en -opslag (CCS) als tegenwicht voor emissies die moeilijk volledig te elimineren zijn, zoals methaan uit de rijstteelt, zal volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) “onvermijdelijk” zijn als de wereld netto nul wil bereiken.[3]

Hierbij bestaat het gevaar dat bedrijven CCS zullen gebruiken als alternatief voor het verminderen van de broeikasuitstoot: een vorm van greenwashing.

Te verwachten temperatuurstijging bij afbouw van broeikasgas uitstoot volgens drie scenario’s: Stated Policies Scenario (STEPS), Announced Pledges Scenario (APS) en Net Zero Emissions by 2050 (NZE). De lijntjes op de manden onder de ballonnen geven de spreiding aan van de verwachte temperaturen. Bron: IEA, World Energy Outlook 2024.[4]

Bronnen:

  1. [https://www.ipcc.ch/report/ar6/syr/downloads/report/IPCC_AR6_SYR_FullVolume.pdfClimate Change 2023 – Synthesis Report | IPCC]
  2. [https://www.nature.com/articles/nature18307Paris Agreement climate proposals need a boost to keep warming well below 2 °C | Nature]
  3. [https://www.carbonbrief.org/nine-key-takeaways-about-the-state-of-co2-removal-in-2024/Nine key takeaways about the ‘state of CO2 removal’ in 2024 | CarbonBrief]
  4. [https://www.iea.org/reports/world-energy-outlook-2024World Energy Outlook 2024 | IEA]

Net-zero

De term "netto nul" betekent dat de uitstoot van broeikasgassen en de verwijdering ervan met elkaar in evenwicht zijn.[1][1] Dan zouden de opwarming van de aarde en de ergste gevolgen van klimaatverandering moeten stoppen. Het Akkoord van Parijs vereist dat landen "in de tweede helft van deze eeuw een evenwicht bereiken tussen de antropogene emissie van broeikasgassen en de verwijdering ervan door putten". De stijging van de mondiale temperatuur moet beperkt blijven tot ruim onder de 2 °C boven het pre-industriële niveau, en idealiter niet boven de 1,5 °C uitkomen.

Het doel is om de uitstoot in alle sectoren en activiteiten tegen 2030 met 45% te verminderen ten opzichte van 2010 en rond 2050 netto nul te bereiken. Om dit te bereiken moeten er doelen worden gesteld voor de nabije toekomst en onmiddellijk actie ondernomen. Dit houdt in dat emissies worden verminderd of verwijderd, bijvoorbeeld door bomen te planten. Maar compensatie werkt alleen als het volgens strikte regels gebeurt. Deze regels moeten ervoor zorgen dat de reducties echt zijn, continuïteit hebben en gecontroleerd kunnen worden. Het is ook belangrijk om rekening te houden met een eerlijke verdeling, omdat de mogelijkheden om het netto nulniveau te bereiken voor verschillende landen of groepen verschillend kunnen zijn.

Bronnen:

  1. 1,0 1,1 [https://netzeroclimate.org/what-is-net-zero-2/What is net zero? | Oxford Net Zero]

Zero Emissions Commitment (ZEC)

De zero emission commitment (ZEC)[1] [2] is de mate waarin de wereldgemiddelde temperatuur naar verwachting zal veranderen als we stoppen met het uitstoten van CO2. Het is een belangrijk hulpmiddel om in te schatten hoeveel koolstof we nog kunnen uitstoten zonder de doelen voor de opwarming van de aarde te overschrijden. Het helpt ons te begrijpen hoe klimaatverandering ons zal beïnvloeden en of we het ongedaan kunnen maken.

Gestileerd schema van hoe het CO2 gehalte in de atmosfeer, de warmteopname door de oceanen, de mondiale oppervlaktetemperatuur en de zeespiegelstijging kunnen evolueren na het bereiken van een netto-nul CO2-uitstoot. De tijdvakken zijn indicatief.[1]

Er is veel onzekerheid over de invloed van het Zero Emission Commitment (ZEC) op het koolstofbudget, dat wil zeggen op de maximale hoeveelheid broeikasgassen die uitgestoten mag worden om nog binnen de doelen van het Akkoord van Parijs te blijven. Als ZEC positief is, dat wil zeggen, als de temperatuur nog blijft stijgen na het bereiken van netto-nul-emissie, vermindert dit het koolstofbudget. Als ZEC negatief is, geeft ons dat meer tijd of maakt het ambitieuzere doelen mogelijk.

Het is mogelijk dat de aarde met meer dan 15% blijft opwarmen nadat de uitstoot van CO2. het netto-nul evenwicht heeft bereikt. Maar ook als de mondiale opwarming stopt, zullen diverse mega-veranderingen op aarde, zoals zeespiegelstijging of de afbraak van biodiversiteit, doorgaan vanwege de opwarming die in het verleden al heeft plaatsgevonden.

Bronnen:

  1. 1,0 1,1 [https://www.frontiersin.org/journals/science/articles/10.3389/fsci.2023.1170744/fullThe Zero Emissions Commitment and climate stabilization | Frontiers in Science]
  2. [https://gmd.copernicus.org/articles/12/4375/2019/The Zero Emissions Commitment Model Intercomparison Project (ZECMIP) contribution to C4MIP: quantifying committed climate changes following zero carbon emissions | Geoscientific Model Development]

Duurzame energie

Het ontwikkelen en benutten van bronnen van duurzame energie is essentieel in de strijd tegen klimaatverandering. De belangrijkste alternatieven voor fossiele energie zijn:

Zonne-energie: Het installeren van zonnepanelen om zonne-energie op te wekken is een van de meest toegankelijke vormen van duurzame energie. Dit kan zowel op kleine schaal (op daken van huizen) als op grote schaal (zonneparken) gebeuren.

Windenergie: Windturbines kunnen op zee (offshore) of op het land (onshore) worden geplaatst om windenergie op te wekken. Dit is een van de snelst groeiende vormen van hernieuwbare energie.

Waterkracht: Het gebruik van waterkrachtcentrales om elektriciteit op te wekken is een eeuwenoude vorm van duurzame energie. Dit kan variëren van grote stuwdammen tot kleine rivierinstallaties. Grootschalig gebruik van waterkracht door middel van stuwmeren kan de natuur en de belangen van de lokale bevolking ernstig schaden.

Biomassa: Het verbranden van organisch materiaal zoals hout, landbouwafval of speciaal geteelde energiegewassen om energie op te wekken. Of het produceren van biogas uit afval en mest.

Waterstof: Waterstof heeft het potentieel om een belangrijke rol te spelen in een duurzame energie-economie, maar of het een duurzame energiebron is, hangt af van hoe het wordt geproduceerd en gebruikt. Om waterstof echt duurzaam te maken, moet men investeren in groene waterstofproductie en de bijbehorende infrastructuur te ontwikkelen.

Geothermische energie: Het gebruik van de warmte uit de aarde om energie op te wekken. Dit is vooral effectief in gebieden met geothermische activiteit.

Energie-efficiëntie: Het verbeteren van energie-efficiëntie in gebouwen, voertuigen, apparaten en productieprocessen kan het energieverbruik aanzienlijk verminderen. Dit omvat het gebruik van LED-verlichting, isolatie en slimme thermostaten. Het begrip smart grid betekent dat men het energienetwerk zelf efficiënter gebruikt door pieken en dalen in gebruik en energieproductie af te vlakken of op elkaar af te stemmen.

Elektrificatie: Het vervangen van motoren op fossiele energie door elektromotoren in voertuigen en machines kan de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen, mits de benodigde elektriciteit duurzaam is opgewekt.

Energieopslag: Het ontwikkelen van technologieën voor energieopslag, zoals batterijen en pomp-opslag, om de disbalans tussen energievraag en de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie te overbruggen.

Kernenergie: Is omstreden en is, welbeschouwd, geen duurzame energiebron. Kernenergie kan een energiebron met een lage uitstoot zijn, maar draagt wel degelijk bij aan de opwarming en is netzomin efficiënt als fossiel. Daar komt het afvalopslagprobleem nog bij. Zie Kernenergie.

Duurzaam is efficiënter dan fossiel

Fossiele brandstoffen en hun uitstoot zijn een universele verspilling van energie. Ongeveer 67% van alle gebruikte fossiele brandstoffen gaat verloren als warmte, kooldioxide, andere oxiden en waterdamp. Slechts de resterende 33% wordt daadwerkelijk gebruikt om dingen aan te drijven, te transporteren en te verwarmen.[1] [2]

Zo'n verspillend (en schadelijk) energiesysteem is daarom enorm oneconomisch en blijft alleen een kernonderdeel van de wereldwijde energievoorziening dankzij beperkte concurrentie (historisch gezien) en de invloed van de OPEC (Organization of Petroleum Exporting Countries) die de olieprijzen hoog houdt via productieverlagingen wanneer de prijzen dalen.

Duurzame energie, in tegenstelling tot fossiele en ook kernenergie, gebruikt energie die in een of andere vorm al in het aardsysteem aanwezig is en eindigt als warmte, of we die nu van tevoren gebruiken of niet. Duurzaam warmt de aarde daarmee dus niet extra op.

Fossiele energie heeft afgedaan, alleen weet nog niet iedereen dat. Duurzame energie is vele malen efficiënter dan fossiel, zoals blijkt uit deze vergelijking door de International Energy Agency (IEA).[3]

Zonne-energie is inmiddels goedkoper dan fossiele, hoewel sceptici dat ontkennen.[4] (Zie ook Is zonne-energie duurder dan fossiel?)

Vergelijking van kolen en gas met zonne-energie. Een scheepslading zonnepanelen levert net zoveel energie als 100 scheepsladingen kolen.

Terwijl voorraden fossiele brandstoffen moeten worden aangevuld zodra ze zijn verbruikt, zorgt het toepassen van schone technologieën voor een langdurige energievoorziening. Dit resulteert in een grotere efficiëntie: een enkele reis van een groot containerschip gevuld met zonnepanelen kan de middelen leveren om dezelfde hoeveelheid elektriciteit op te wekken als het aardgas van meer dan 50 grote LNG-tankers of de kolen van meer dan 100 grote bulkschepen.

Elektriciteitsproductie in Nederland van 2015 tot 2024. Met name wind- en zonne-energie zijn in die periode sterk gestegen, terwijl het aandeel fossiele energie afgenomen is. Bron: CBS.[5] Creative Commons License BY 4.0

De elektriciteitsproductie in Nederland uit hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en biomassa steeg in 2024 met 10 procent naar 61 miljard kWh. De productie uit fossiele bronnen daalde met 4 procent. Hierdoor waren hernieuwbare bronnen goed voor ongeveer de helft van de totale elektriciteitsproductie. Tijdens de zonnige en winderige aprilmaand was dit zelfs 63 procent. Voor het derde opeenvolgende jaar voerde Nederland meer elektriciteit uit dan het invoerde, aldus het CBS.[5]

In 2023 verbruikten wind- en zonne-energie alleen al meer kapitaal dan upstream olie- en gasinvesteringen: 650 miljard dollar per jaar tegenover 480 miljard dollar voor olie en gas, en ze zijn goed voor 15% van de wereldwijde stroomproductie. Elektrische auto's zijn goed voor een op de zes nieuwe verkopen wereldwijd en groeiden de afgelopen jaren met 35% per jaar.[6]

Bronnen:

  1. [https://flowcharts.llnl.gov/Energy Flow Charts: Charting the Complex Relationships among Energy, Water, and Carbon | Lawrence Livermore National Laboratory (LLNL)]
  2. [https://carbontracker.org/energy-is-a-very-long-game-yet-fossil-fuel-companies-are-taking-a-lot-of-short-term-risks/Energy is a very long game: yet fossil fuel companies are taking a lot of short-term risks | Carbon Tracker]
  3. [https://www.iea.org/news/global-market-for-key-clean-technologies-set-to-triple-to-more-than-2-trillion-over-the-coming-decade-as-energy-transitions-advanceGlobal market for key clean technologies set to triple to more than $2 trillion over the coming decade as energy transitions advance | IEA]
  4. [https://skepticalscience.com/print.php?r=497Is solar energy more expensive than energy from fossil fuels? | Skeptical Science]
  5. 5,0 5,1 [https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/11/helft-elektriciteitsproductie-uit-hernieuwbare-bronnenHelft elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen | CBS]
  6. [https://carbontracker.org/energy-is-a-very-long-game-yet-fossil-fuel-companies-are-taking-a-lot-of-short-term-risks/Energy is a very long game: yet fossil fuel companies are taking a lot of short-term risks | Carbon Tracker]

Schone technologie

Het Rocky Mountain Institute (RMI) brengt elk jaar in kaart hoe ons energiesysteem veranderd onder de veranderingen in hernieuwbare energie, elektrificatie en efficiëntie[1]. Zij stellen: "De afgelopen tien jaar heeft schone technologie een opmerkelijke vooruitgang en groei doorgemaakt. De kosten ervan zijn met wel 80 procent gedaald, terwijl de investeringen bijna 10 keer zo hoog zijn en de opwekking van zonne-energie 12 keer zo hoog is geworden. Ondertussen is elektriciteit uitgegroeid tot de grootste bron van nuttige energie en heeft de toenemende energie-efficiëntie de vraag naar energie met eenvijfde verminderd.”

Overzicht van de groei van zonne-energie, elektrische voertuigen en batterijen. De gevestigde spelers hebben de snelheid van de veranderingen onderschat. Zelfs neutrale partijen hebben hun modellen lineair weergegeven. Maar de veranderingen zijn exponentieel geweest.[1]

“Naarmate de drijvende krachten achter verandering de weerstand blijven overwinnen, zal duurzame energie blijven groeien via S-curves, waardoor de vraag naar fossiele brandstoffen uiteindelijk zal afnemen en het Akkoord van Parijs binnen ons bereik komt,” zegt het RMI. Daarop valt nog wel wat af te dingen. Voorlopig investeren olie- en gasbedrijven nog veel geld om zoveel mogelijk fossiele brandstoffen uit de grond te halen, met een versnelde toename van de uitstoot van broeikasgassen tot gevolg. Op grond daarvan komen op dit moment prognoses voor de opwarming in 2100 uit op 2,6 tot 3,1°C.

Ondertussen zet China grote stappen in de “groene transitie”. Tweederde van alle nieuwe zonne- en windenergieprojecten wereldwijd zijn in China gevestigd en de omvang en het tempo van het uitfaseren van fossiele brandstoffen overtreffen de internationale voorspellingen, volgens een rapport van Financial Times.[2] Maar om “de industrie van steenkool af te helpen, moet Beijing een echte energiemarkt opzetten”. China moet tot 2030 ongeveer 800 miljard dollar uitgeven om het transmissienetwerk en de onderliggende software te moderniseren, zodat duurzame elektriciteit kan worden geleverd aan de steden en fabrieken.

Bronnen:

  1. 1,0 1,1 [https://rmi.org/insight/the-cleantech-revolution/The Cleantech Revolution | Rocky Mountain Institute]
  2. [https://www.ft.com/content/4afdd319-230f-4763-8107-d8a43308dcfcChina’s accelerating green transition | Financial Times]

Vuile kant aan schone energie

De energietransitie, omschakelen op energie uit hernieuwbare bronnen (zon, wind, water) via elektrificatie en mogelijk waterstof als energiedrager, heeft ook schaduwkanten. Deze bronnen brengen andere vormen van uitbuiting en milieuproblemen met zich mee door herbestemming van natuur op land en in zee en door winning van schaarse mineralen.

De grondstoffen die nodig zijn om zonnepanelen, windmolens, batterijen en elektromotoren te maken, bevatten koper, chroom, nikkel, goud, lithium en nog veel andere mineralen en zeldzame aardmetalen. De winning van die grondstoffen vraagt enorme hoeveelheden water en energie. Een nieuwe studie in Science geeft aan dat de regionale beschikbaarheid van water zowel de huidige als de toekomstige winning van 32 mineralen beperkt, zie illustratie.[1]

De mate waarin de huidige productie van de tien belangrijkste geologische hulpbronnen de regionale waterbeschikbaarheid overschrijdt (oranje). Credit: National Institute of Advanced Industrial Science and Technology (AIST).[2]

Dit artikel in Science beschrijft dat in 25 van de 330 onderzochte mijnen de duurzaamheidsgrenzen voor watergebruik bij de winning van deze mineralen werden overschreden. Naarmate de vraag naar deze stoffen toeneemt door de groeiende energietransitie en economische groei, neemt de bezorgdheid over hun beschikbaarheid en de duurzaamheid van de productie ervan toe. Het onderzoek onderstreept de urgentie van het verbeteren van de grondstoffenefficiëntie, het verbeteren van de recyclebaarheid en het zoeken naar alternatieve bronnen.

Daar komt bij dat veel van de grondstoffen voor een duurzame transitie afkomstig zijn uit gebieden van inheemse gemeenschappen in voormalige Europese koloniën.[3] [4] Voor deze gemeenschappen is de energietransitie een bedreiging voor hun bestaan doordat hun leefgebied gebruikt voor grondstoffenwinning.

Shivant Jhagroe[5] zegt hierover in OneWorld:[6] “Duurzaamheid is geen onschuldige ‘linkse hobby’. Het is een politiek breed gesteund machtsregime met soms dodelijke gevolgen, bijvoorbeeld in mijnen in het Mondiale Zuiden, voor onze ‘schone’ energietransitie. Het is wat ik noem ‘groen kolonialisme’: onder het mom van groene technologie of natuurbescherming worden inheemse gemeenschappen benadeeld of verdreven voor witte, westerse belangen en verlangens.”

Zie ook Voorbij duurzaamheid.

Bronnen:

  1. [https://www.science.org/doi/10.1126/science.adk5318Geological resource production constrained by regional water availability | Science]
  2. [https://www.aist.go.jp/aist_e/list/latest_research/2025/20250314/en20250314.htmlA planetary boundary for geological resources: Limits of regional water availability | National Institute of Advanced Industrial Science and Technology (AIST)]
  3. [https://www.nature.com/articles/s41893-022-00994-6Energy transition minerals and their intersection with land-connected peoples | Nature Sustainability]
  4. [https://www.oneworld.nl/klimaat/onze-energietransitie-is-koloniaal/‘Onze energietransitie is koloniaal!’ | One World]
  5. Jhagroe, S. (2024). Voorbij duurzaamheid: op weg naar een ecorechtvaardige samenleving. Mazirel Pers, imprint Walburg Pers.
  6. [https://www.oneworld.nl/klimaat/voorbij-duurzaamheid-shivant-jhagroe/‘Onze energietransitie zit échte verandering in de weg’ | One World]

Herbebossing

Het planten van bomen is een populaire oplossing geworden voor het tegengaan van klimaatverandering, vanwege het vermogen van bomen om koolstof op te slaan in biomassa en daarmee de antropogene verhoging van het CO2 gehalte in de atmosfeer te verminderen. Echter, bomen planten op de verkeerde plaatsen kan de opwarming versterken in plaats van verminderen.[1]

Naarmate de mogelijkheden voor bomengroei toenemen door de opwarming van de aarde, worden er meer boomplantprojecten gestart in steeds noordelijker gebieden. Er zijn echter aanwijzingen dat het planten van bomen op hoge breedtegraden contraproductief is voor het tegengaan van klimaatverandering.[2]

De directe en indirecte effecten van bebossing op klimaatforcering in noordelijke gebieden. (1) De aanleg van plantages verstoort de voorheen intacte bodem, wat leidt tot een verhoogde afbraak van microbiële koolstof. (2) Dit wordt nog verergerd door een verhoogde bodemisolatie veroorzaakt doordat meer sneeuw wordt vastgelegd en een verminderde sneeuwpakking. (3) Groeiende bomen scheiden koolstof via hun wortels uit, wat de omzetting van bodemkoolstof door wortelgebonden microben versnelt. (4) Naarmate de plantage volwassen wordt, verduisteren bomen het oppervlak en verminderen ze de hoeveelheid energie die naar de atmosfeer wordt gereflecteerd. (5) Wanneer het nieuwe bos aangetast wordt, neemt de albedo toe terwijl de in de bomen opgeslagen koolstof afneemt. Credit: Laura Barbero-Palacios, Greenland Institute of Natural Resources. Bron diagram: Eurekalert. Creative Commons BY-NC 4.0 International

In noordelijke en Arctische gebieden is de hoeveelheid teruggekaatst zonlicht (het albedo-effect), belangrijker dan koolstofopslag voor de totale energiebalans. De aanplant van bomen leidt vaak tot een netto opwarming doordat het oppervlak donkerder wordt (verminderde albedo), wat de potentiële mitigatie-effecten van koolstofopslag teniet doet in gebieden waar de biomassa beperkt en weinig veerkrachtig is. Bovendien verstoort de aanplant van bomen koolstofreservoirs in de bodem en heeft het negatieve effecten op de lokale inheemse Arctische natuur.

In het verleden absorbeerden de ongerepte bossen mondiaal jaarlijks 7,8 miljard ton CO₂ - ongeveer eenvijfde van alle emissies door de mens - maar hun koolstofopslag komt steeds meer in gevaar door de schade die bossen ondervinden van klimaatverandering en door menselijke activiteiten zoals ontbossing. Een nieuwe studie van het Potsdam Institute for Climate Impact Research (PIK)[3] laat zien dat als er geen rekening wordt gehouden met het mogelijk afnemende vermogen van bossen om CO₂ te absorberen, het beperken van de mondiale temperatuurstijging, zoals afgesproken in de Parijse akkoorden, aanzienlijk moeilijker, zo niet onmogelijk, en veel duurder kan worden.

Op dit moment richten de meeste plannen om klimaatverandering aan te pakken zich op het beschermen en uitbreiden van bossen. Maar soms zijn bossen een deel van het probleem in plaats van deel van de oplossing. Zo zijn er steeds meer en steeds fellere bosbranden, zoals rondom Los Angeles in januari 2025, en steeds meer stukken tropisch oerwoud in het Amazonegebied, Zuid-Oost Azië en centraal Afrika worden gekapt. Daardoor komt de enorme hoeveelheid koolstof vrij die in die bossen is opgeslagen.

Niet alleen om de biodiversiteit te behouden, maar ook om drastische maatschappelijke gevolgen te voorkomen en onze klimaattoekomst veilig te stellen, is het essentieel om naast bosbescherming ook duurzaam landgebruik te bevorderen.

Bronnen:

  1. [https://scitechdaily.com/planting-trees-in-the-wrong-places-could-actually-speed-up-global-warming-scientists-warn/Planting Trees in the Wrong Places Could Actually Speed Up Global Warming, Scientists Warn | SciTechDaily]
  2. Tree planting is no climate solution at northern high latitudes | Nature Geoscience
  3. [https://www.nature.com/articles/s41467-025-57607-xHedging our bet on forest permanence for the economic viability of climate targets | Nature Communications]

Emissierechten (ETS)

Systemen voor de handel in emissierechten (ETS) zijn ontworpen om de uitstoot van broeikasgassen via marktmechanismen op een kosteneffectieve manier te verminderen. Ze werken volgens het principe van 'cap-and-trade', waarbij een regelgevende instantie een bovengrens stelt aan de totale uitstoot die binnen een bepaalde periode is toegestaan. Bedrijven ontvangen of kopen emissierechten, die elk een bepaalde hoeveelheid emissies toestaan. Bedrijven kunnen deze emissierechten verhandelen, waardoor emissiereducties worden gestimuleerd waar dat het minst kostbaar is.

Dergelijke programma's bestrijken ongeveer 18% van de wereldwijde uitstoot en hebben volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) bijgedragen aan emissiereducties in de EU, de VS en China. De EU beschouwt het Europese ETS programma als succesvol.[1]

Koolstofcompensaties (carbon offsets)[2] zijn certificaten die broeikasgassen vertegenwoordigen die “vermeden”, “verminderd” of “verwijderd” zijn en die kunnen worden verhandeld tussen een partij die blijft uitstoten en een partij die haar eigen uitstoot feitelijk heeft verminderd of kooldioxide (CO₂) uit de atmosfeer heeft verwijderd. Compensaties worden meestal uitgedrukt in ton CO2-equivalent (tCO2e) en worden ook verhandelbare “rechten” genoemd.[3]

Koolstofcompensatie stelt individuen, bedrijven of overheden in staat om hun uitstoot te compenseren door projecten te steunen die de uitstoot elders verminderen. In theorie kunnen, nadat ze hun uitstoot zoveel mogelijk hebben verminderd, hun compensaties betalen voor koolstofarme technologieën of bosherstel om de uitstoot die ze niet kunnen vermijden “teniet te doen”. Dit zou ook steun kunnen bieden aan relatief goedkope klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden en een grotere wereldwijde ambitie kunnen bevorderen.

In de praktijk stelt compensatie hen vaak in staat om "business as usual" te rechtvaardigen — het produceren van dezelfde hoeveelheid emissies terwijl ze claims indienen voor reducties die afhankelijk zijn van compensaties. De handel in emissierechten is inmiddels big business geworden. “De grootste bedrijven ter wereld, van Netflix tot Ben & Jerry's, pompen miljarden in een compensatie-industrie waarvan de klimaatclaims steeds meer in strijd lijken te zijn met de werkelijkheid,” schrijft een groep onderzoeksjournalisten. Hun onderzoek laat zien dat slechts 6 procent van de koolstofkredieten daadwerkelijk tot emissiereductie heeft geleid. De rest was waardeloos.[4]

George Monbiot in The Guardian:[5] “Koolstofmarkten stellen landen en bedrijven in staat om koolstofkredieten te verhandelen — wat in feite neerkomt op toestemming om door te gaan met vervuilen.” Daarmee zijn ze een vorm van greenwashing.

“In theorie zou je een rol voor zulke markten kunnen rechtvaardigen, als ze alleen werden gebruikt om emissies tegen te gaan die anders onmogelijk te verminderen zijn. Maar ze worden routinematig gebruikt als weg van de minste weerstand: een substituut voor decarbonisatie thuis en bedoeld om regeringen in staat te stellen conflicten met machtige belangen, vooral die van de fossiele industrie, te vermijden. De leefwereld is een stortplaats voor falend beleid geworden.”

Een review van empirische studies naar meer dan 2000 compensatieprojecten in alle belangrijke sectoren laat zien dat deze projecten aanzienlijk minder emissiereducties hebben bereikt dan officieel wordt beweerd.[6] De onderzoekers schatten dat slechts 12% van het totale volume aan bestaande koolstofkredieten echte emissiereducties zijn, met 0% voor hernieuwbare energie, 0,4% voor kooktoestellen, 25,0% voor bosbouw en 27,5% voor chemische processen. De resulterende 88% in deze vier sectoren zijn geen echte emissiereducties.

Bronnen:

  1. [https://climate.ec.europa.eu/news-your-voice/news/record-reduction-2023-ets-emissions-due-largely-boost-renewable-energy-2024-04-03_enRecord reduction of 2023 ETS emissions due largely to boost in renewable energy | EU Directorate-General for Climate Action]
  2. [https://interactive.carbonbrief.org/carbon-offsets-2023/index.htmlIn-depth Q&A: Can ‘carbon offsets’ help to tackle climate change? | Carbon Brief]
  3. Wordt vaak door elkaar gebruikt met 'carbon credits' (hoewel kredieten niet noodzakelijkerwijs hoeven te worden gebruikt om claims te doen over CO2-neutraliteit of het 'compenseren' van emissies).
  4. [https://www.source-material.org/vercompanies-carbon-offsetting-claims-inflated-methodologies-flawed/The Carbon Con | SourceMaterial]
  5. [https://www.theguardian.com/commentisfree/2024/nov/21/donald-trump-science-climate-cop29-carbon-marketsTrump’s science-denying fanatics are bad enough. Yet even our climate ‘solutions’ are now the stuff of total delusion | The Guardian]
  6. [https://www.nature.com/articles/s41467-024-53645-zSystematic assessment of the achieved emission reductions of carbon crediting projects | Nature Communications]

Criminaliteit

Het Europese CO2-handelsysteem, bedoeld als stimulans voor verduurzaming, blijkt ook gevoelig voor misbruik door criminelen. Zij gebruiken deze handel om zwart geld wit te wassen, doordat de markt internationaal, complex en nog onvoldoende gereguleerd is. Bedrijven kunnen grote sommen geld in emissierechten investeren en deze weer verkopen, waardoor de herkomst van het geld moeilijk te traceren is. Toezichthouders, zoals de Duitse milieuautoriteit, waarschuwen voor deze kwetsbaarheden en zoeken naar betere controlemechanismes. Zonder streng toezicht blijft CO2-handel een aantrekkelijk instrument voor fraudeurs en witwassers, wat het groene doel ondermijnt.[1]

Bron:

Carbon footprint

De carbon footprint (koolstofvoetafdruk) is een maat voor de totale hoeveelheid broeikasgassen (waaronder kooldioxide en methaan) die vrijkomt in de atmosfeer als gevolg van de activiteiten van een bepaald individu, organisatie, evenement of product. Het concept wordt gebruikt om de invloed van deze activiteiten op klimaatverandering te kwantificeren.

Individuele acties zoals het verminderen van de persoonlijke CO₂-voetafdruk zijn onvoldoende om de noodzakelijke veranderingen op grote schaal te bewerkstelligen. Het concept van een ‘koolstofvoetafdruk’ werd populair gemaakt door de grote olie-industrie, met name BP, om de schuld te verleggen van bedrijven naar individueel gedrag.[1] Dit leidt de aandacht af van de noodzaak van collectieve actie op alle niveaus om over te stappen van fossiele brandstoffen naar duurzame energiesystemen.

Persoonlijke keuzes kunnen weliswaar anderen beïnvloeden en markten creëren voor duurzame producten, maar de onderliggende oorzaken van klimaatverandering pakken ze niet aan. In plaats daarvan is collectieve politieke actie nodig om beleid op te stellen dat schone energie verplicht stelt en de schadelijke effecten van de vervuilende industrie vermindert.

Bron:

  1. [https://www.theguardian.com/commentisfree/2021/aug/23/big-oil-coined-carbon-footprints-to-blame-us-for-their-greed-keep-them-on-the-hookBig oil coined ‘carbon footprints’ to blame us for their greed. Keep them on the hook | The Guardian]

Negatieve emissie

Als we op de huidige weg doorgaan zou, zelfs om binnen de 2°C-doelstelling te blijven, tegen 2100 tussen de 100 en 1.000 Gt CO₂ uit de atmosfeer moeten worden verwijderd, afhankelijk van hoe snel de uitstoot wordt teruggedrongen.

Negatieve emissie is een manier om CO₂ kwijt te raken. Dit wordt gedaan door de CO₂ uit de lucht te halen en ergens anders op te slaan zodat het niet terug de lucht in gaat. Er zijn een paar manieren om negatieve uitstoot te bereiken.

Eén manier is om nieuwe bossen aan te planten of oude bossen te herstellen. Dit wordt bebossing en herbebossing genoemd. De bomen nemen CO₂ op door fotosynthese.

Een andere manier is om het vermogen van de bodem om koolstof op te slaan te vergroten. Dit wordt gedaan door middel van conserverende grondbewerking en bodembedekkers. Bij bio-energie met koolstofvastlegging en -opslag (BECCS) wordt biomassa gekweekt om te verbranden voor energieopwekking, waarbij de CO₂-uitstoot wordt opgevangen en ondergronds wordt opgeslagen. Direct air capture (DAC) maakt gebruik van chemische processen om CO₂ rechtstreeks uit de lucht te vangen en op te slaan.

Door fijngemalen mineralen te verspreiden over grote gebieden wordt het natuurlijke verweringsproces versneld, waardoor CO₂ uit de atmosfeer wordt verwijderd. Oceaanbemesting voegt voedingsstoffen toe aan de oceaan om de groei van fytoplankton te stimuleren, dat CO₂ absorbeert.

Deze technologieën worden besproken in het hoofdstuk Wondermiddelen.

Wondermiddelen

Er worden veel, vaak technologische, oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering voorgesteld die een kritische toets niet altijd doorstaan. Bij het beoordelen ervan is het belangrijk je af te vragen, wie de oplossing voorstelt, wat diens belang erbij is, wat de kosten zijn, wie voor die kosten opdraait, of het gaat om een in de praktijk bewezen oplossing, of de oplossing voldoende is, en of de oplossing op tijd komt. Veel van de technologieën die we in dit hoofdstuk bespreken, doorstaan deze toets niet en blijken een vorm van ‘greenwashing’ te zijn.

Van het planten van bomen tot het verspreiden van fijngemalen silicaatmineralen over het land, de methoden voor het “verwijderen van kooldioxide” (CDR) variëren in aanpak, effecten, mate van ontwikkeling en kosten.[1]

Het rapport van de IPCC Working Group III: Mitigation Of Climate Change beveelt aan emissiebeperking te combineren met CO₂-verwijdering.[2]

Het tweede “State of CDR” rapport, geleid door een samenwerking van wetenschappelijke instellingen uit Europa en de VS, heeft als doel samen te vatten waar de wereld op dit moment staat als het gaat om het verwijderen van CO₂ uit de lucht.[3]

Let op: Het is belangrijk niet alleen negatief te zijn over geo-engineering, maar er vooral op te wijzen dat wetenschappers een taak hebben hier open over te communiceren. Alleen stoppen met CO₂-uitstoot zal niet voldoende zijn om in de buurt van de Parijse Akkoorden te blijven. Een of andere vorm van CO₂-verwijdering of vermindering van de instraling zal nodig zijn, mits dit niet als uitvlucht wordt gebruikt voor de lobby van de grote energiebedrijven en olieproducerende landen om door te gaan met het gebruiken van fossiele brandstof.

Om vooroordelen van het publiek over onderzoek naar geo-engineering en koolstofafvang te voorkomen, is het belangrijk dat wetenschappers transparant communiceren over hun projecten, ook door financieringsbronnen of potentiële belangenconflicten bekend te maken en bereid te zijn om te luisteren naar de zorgen van het publiek.

Zie dit stuk in Science over de noodzaak voor wetenschappers om met het publiek te communiceren over geo-engineering.

Greenwashing

Een van de misleidende tactieken van bedrijven om fossiele brandstoffen te blijven gebruiken, is ‘greenwashing’. Greenwashing is een marketingstrategie waarbij bedrijven, gesteund door hun PR-bureaus, claims doen over hun milieuvriendelijkheid om consumenten te misleiden. Dit wordt vaak gebruikt om een groener imago te creëren dan in werkelijkheid het geval is. Onderzoek toont aan dat het promoten van groene identiteit van bedrijven en merken op de korte termijn uiterst effectief is, omdat consumenten steeds bewuster kiezen voor duurzame opties.[4] [5]

Bedrijven overdrijven de impact van hun milieuvriendelijke initiatieven of projecten om hun imago te verbeteren. Zij gebruiken groene kleuren, bladeren, bomen en andere natuurlijke beelden of termen als "natuurlijk", "eco-vriendelijk" of "duurzaam", zonder dat deze claims worden ondersteund door feiten of certificeringen.[6] Bedrijven delen selectief positieve milieu-informatie en verbergen negatieve aspecten van hun activiteiten. Een overzicht en classificatie van soorten greenwashing is te vinden in een aflevering uit 2020 van het tijdschrift Environmental Sciences Europe.[7]

In 2024 hadden banken en andere vermogensbeheerders investeringen ter waarde van meer dan 33 miljard dollar in de grootste oliemaatschappijen via “groene fondsen”. Dit bleek uit een onderzoek van Voxeurop en The Guardian.[8] Deze oliemaatschappijen zijn verantwoordelijk voor 18% van de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in de wereld, hebben geen van allen een strategie om aan de Parijse Akkoorden te voldoen en hebben zelfs recent hun duurzaamheidsambities verlaagd. Deze “groene fondsen” worden aangeboden door grote financiële instellingen zoals JP Morgan, DWS/Deutsche Bank en BlackRock. De fondsen zijn bedoeld voor een transitie naar een duurzame economie, maar door te slappe criteria worden ze op grote schaal misbruikt.

Shell laat een wel heel brutale vorm van greenwashing zien met de startup Onward, in 2024 opgericht en eigendom van Shell, dat in dat jaar $28 miljard winst maakte.[9] Onward zegt de energietransitie te willen versnellen door innovators wereldwijd met elkaar in contact te brengen om energie- en klimaatuitdagingen aan te pakken. Ondanks de groene beelden en taal — “Achieving a net zero future” — richt Onward zich voornamelijk op het verbeteren van olie- en gasresultaten door banen in het verkennen van nieuwe olie- en gasvelden aan te bieden. Exxon, Chevron, SoCal Gas, BP, Southern Company en Saudi Aramco hebben vergelijkbare greenwashing projecten.

Bronnen:

  1. Nine key takeaways about the ‘state of CO2 removal’ in 2024
  2. [https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg3/Climate Change 2022: Mitigation of Climate Change | IPCC]
  3. [https://www.stateofcdr.org/The first accessible, global and independent scientific assessment of Carbon Dioxide Removal (CDR) | The State of Carbon Dioxide Removal]
  4. [https://www.bi.team/blogs/there-is-a-growing-epidemic-of-climate-anxiety/Protecting consumers from greenwashing | Behavioural Insights Team (BIT)]
  5. [https://www.nytimes.com/2022/08/23/climate/climate-greenwashing.htmlHow greenwashing fools us | New York Times]
  6. [https://kro-ncrv.nl/programmas/keuringsdienst-van-waarde/eco-schoonmaakmiddelen-echt-beter-of-duurderZijn eco schoonmaakmiddelen écht beter of vooral duurder? | Keuringsdienst van Waarde, KRO/NCRV]
  7. [https://link.springer.com/article/10.1186/s12302-020-0300-3Concepts and forms of greenwashing: a systematic review | Environmental Sciences Europe]
  8. [https://voxeurop.eu/en/global-carbon-emissions-european-green-finance-investments/Nearly a fifth of global carbon emissions is propped up by billions of euros in European “green” investments | VoxEurop]
  9. [https://www.theguardian.com/us-news/2024/feb/26/shell-climate-tech-startup-onward-oil-gas-jobs-greenwashingA Trojan horse of legitimacy’: Shell launches a ‘climate tech’ startup advertising jobs in oil and gas | The Guardian]

Technologische innovaties

Omdat het kapitalisme van groei afhankelijk is, zijn technologische innovaties de aangewezen manier om de groei erin te houden. Hier wordt een aantal opties besproken, die echter geen van alle op afzienbare termijn op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame manier voor reductie van broeikasgassen kunnen zorgen.

Geo-engineering (klimaatengineering)

Geo-engineering verwijst naar grootschalige ingrepen in de oceanen, de bodem en de atmosfeer van de aarde met als doel de effecten van klimaatverandering te verminderen, meestal tijdelijk. Zoals eerder al werd aangegeven, zal elke vorm van geo-engineering altijd gepaard moeten gaan met terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Anders is het een schijnoplossing voor de klimaatcrisis die de symptomen van klimaatverandering aanpakt, maar de onderliggende oorzaken negeert en in veel gevallen laat voortbestaan.[1]

Er worden twee vormen van geo-engineering onderscheiden, Solar Radiation Modification (SRM), ook wel aangeduid als zonnestralingsbeheer, en Carbon Dioxide Removal (CDR), of koolstofverwijdering).

In oktober 2024 heeft de American Geophysical Union (AGU) een rapport uitgebracht waarin ethische richtlijnen voor geo-engineering zijn vastgelegd.[2]

Tijdens de jaarlijkse AGU conferentie in 2024 zei Alan Robock, een klimaatwetenschapper aan Rutgers University, het onomwonden: “Ik wil hier niet zijn,” zei hij. “We weten dat de oplossing voor de opwarming van de aarde is om fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten.” Toch is het belangrijk dat wetenschappers begrijpen wat de risico's zijn van het uitproberen van deze technieken en hoe ze zich verhouden tot de risico's van het niet uitproberen ervan, zei Robock. “Hoe eerder we dat weten, hoe eerder we verder kunnen.”[3]

Zonnestralingsbeheer (Solar Radiation Modification)

Vijf methoden van zonnestralingsbeheer. 1) Verhogen van de oppervlakte albedo. 2) Het reflecterend vermogen van wolken boven zee vergroten. 3) Het verhogen van het aantal aerosolen in de stratosfeer. 4) Methoden met gebruikmaking van de ruimtevaart; bijvoorbeeld spiegels die zonnestraling terugkaatsen. 5) Vermindering van cirrusbewolking op grote hoogte. Bron: NOAA.[4]

Deze methode heeft tot doel de bron van de opwarming, zonnestraling, te verminderen. Onderzoekers bestuderen vooral twee manieren om zonnestraling te beheersen: het helderder maken van wolken op zee en het injecteren van stratosferische aërosolen.

Marine cloud brightening houdt in dat er heel fijn zout water vanaf boten naar laaghangende wolken boven de oceaan wordt gesproeid om hun helderheid en reflectiviteit te verbeteren.

Modellen hebben aangetoond dat als je een enorm groot gebied – ongeveer 4% van de oceaan – in de buurt van de evenaar zou besproeien en de wolken daardoor helderder zou maken, de combinatie van meer wolken en daardoor een lagere temperatuur van de zeeoppervlakte eronder wereldwijde gevolgen zou kunnen hebben.[1]

Stratospheric aerosol injection houdt in dat de hoeveelheid stratosferische aerosolen die zonlicht reflecteren wordt verhoogd, hetzij door directe injectie, hetzij door injectie van een precursor (zoals zwaveldioxide, SO2) dat vervolgens in de stratosfeer reageert en aerosolen vormt. Voorgestelde aerosoltypes zijn onder meer sulfaat, calciumcarbonaat en diamantstof. Die zouden op een hoogte (11-48 km) verspreid moeten worden die ver ligt boven de hoogte waarop de meeste vliegtuigen vliegen.

Bronnen:

  1. 1,0 1,1 https://www.geoengineeringmonitor.org/What is Geoengineering? | Geoengineering Monitor]
  2. [https://www.agu.org/EthicalframeworkprinciplesEthical Framework Principles for Climate Intervention Research | AGU]
  3. [https://www.nytimes.com/2024/12/12/climate/three-questions-from-cutting-edge-climate-science.htmlThree Questions From Cutting-Edge Climate Science | New York Times]
  4. [https://www.climate.gov/news-features/understanding-climate/solar-radiation-modification-noaa-state-science-factsheetSolar radiation modification: NOAA State of the Science factsheet | NOAA]

Koolstofverwijdering

Een zeer verdund gas (~0,04%) zoals CO2 uit de atmosfeer halen is technisch uitdagend, energie-intensief en duur.

Kooldioxideverwijdering (carbon dioxide removal, CDR) omvat opzettelijke menselijke activiteiten die CO2 verwijderen die al in de atmosfeer aanwezig is en deze duurzaam opslaan in geologische formaties, bodems, oceanen of producten. Het omvat natuurlijke methoden zoals bebossing en technologische methoden zoals directe luchtopname met opslag. CDR vermindert de totale concentratie van atmosferische CO2, waardoor het broeikasgasniveaus actief wordt verlaagd en de klimaatverandering wordt tegengegaan. Naast het snel terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen zijn de opschaling en de uitbreiding van CDR op het land dringende prioriteiten als we de temperatuurdoelstelling van het Akkoord van Parijs willen halen.[1]

Er zijn veel CDR-methoden om CO₂ op te vangen en op te slaan met verschillende niveaus van ontwikkeling, kosten, potentieel en duurzaamheid. Elke methode heeft duurzaamheidsrisico's die de toepassing op lange termijn kunnen beperken.

Carbon Capture and Storage (CCS) vangt CO2-uitstoot rechtstreeks op van puntbronnen zoals energiecentrales of industriële installaties voordat de CO2 de atmosfeer bereikt. De opgevangen CO2 wordt vervolgens getransporteerd en ondergronds opgeslagen. CCS voorkomt dat nieuwe emissies de atmosfeer binnendringen, maar verwijdert geen CO2 die al in de lucht aanwezig is. Daarom wordt CCS beschouwd als een emissiereductietechnologie, geen verwijderingstechnologie.

Koolstofverwijdering is een technologie die bij lange na niet voldoende ontwikkeld is om in 2050 netto nul te bereiken. Er zijn enorme hoeveelheden energie nodig die niet voor andere nuttige doeleinden kunnen worden gebruikt, zelfs niet als er hernieuwbare energie wordt gebruikt. Het is ongelooflijk duur, vooral gezien de omvang die nodig is om koolstof op wereldwijde schaal te verwijderen. Met het huidige tempo zal de opslagcapaciteit voor CO2 naar verwachting rond de 700 miljoen ton per jaar zijn in 2050, slechts 10% van wat er nodig is. Zonder een gecoördineerde wereldwijde inspanning en snelle beleidsveranderingen lijkt het onwaarschijnlijk dat de doelstellingen voor netto nul worden gehaald met CCS-ambities. CCS mag ons niet afleiden van de werkelijk effectieve aanpak van klimaatverandering, namelijk het versneld uitbannen van fossiele brandstoffen.[2] [3]

BECCS

Het gebruik van landbouwgewassen voor energieopwekking, gecombineerd met koolstofafvang en -opslag (BECCS)[4] wordt door veel beleidsmakers gezien als een manier om te voldoen aan de Parijse Akkoorden. Het gaat om snelgroeiende gewassen die CO2 uit de atmosfeer halen. Die verbrand je om er energie uit te halen. En de CO2 die bij de verbranding vrijkomt, vang je af en stop je in een diepe zoutmijn of leeg gasveld. Dat is precies het omgekeerde van fossiele brandstoffen verbruiken, en tóch levert het je energie op. Die energie komt van de zon, die via fotosynthese CO2 omzet in brandstof.

Dit klinkt goed, maar heeft ook een groot nadeel: zeven van de negen planetaire grenzen worden al overschreden en meerdere van deze grenzen hebben te maken met de manier waarop land door mensen wordt gebruikt. Klimaatverandering zou deze grenzen nog meer onder druk kunnen zetten. Een groep onderzoekers uit Potsdam berekende hoeveel biomassa er geproduceerd zou kunnen worden voor BECCS onder verschillende omstandigheden, zoals beperkingen voor stikstofstromen, veranderingen in zoetwatersystemen, veranderingen in het land en bescherming van het milieu.[5] De druk op de bestaande landbouwgebieden zal toenemen om te voldoen aan de groeiende wereldwijde vraag naar voedsel, veevoer, vezels (katoen) en hout.

Het resultaat is dat het potentieel voor BECCS van speciale plantages van het snelgroeiende Miscanthus (olifantsgras) rond 2050 bijna nul is (0,1 gigaton kooldioxide-equivalenten per jaar) bij het IPCC scenario van milde klimaatverandering (Representatieve Concentratiepad (RCP) 4,5). De belangrijkste beperking is dat deze vorm van landgebruik het milieu niet mag vernietigen. Naast milieubescherming en landgebruik geven ook de andere randvoorwaarden uit het onderzoek (beperking stikstof en zoetwater beschikbaarheid) duidelijk grenzen aan. Dit illustreert hoe smal de marges van het systeem aarde zijn als we klimaatverandering proberen te stoppen.

Overzicht geo-engineering projecten

Geoengineering Monitor publiceert een in interactieve wereldkaart[6] met een overzicht van alle bekende geo-engineering projecten. Voor elke aanklikbare locatie is uitgebreide informatie beschikbaar zoals gebruikte technologie, eigenaar van het project, argumenten voor of tegen de effectiviteit van de technologie.

Deze interactieve wereldkaart over geo-engineering, opgesteld door ETC Group en de Heinrich Boell Foundation, werpt een licht op de alarmerende uitbreiding van onderzoek en experimenten op het gebied van geo-engineering.[6]

Bronnen:

  1. [https://www.stateofcdr.org/The first accessible, global and independent scientific assessment of Carbon Dioxide Removal (CDR) | The State of Carbon Dioxide Removal]
  2. [https://ce.nl/wp-content/uploads/2023/07/CE_Delft_220460_Koolstofverwijdering_voor_klimaatbeleid_DEF-gecorrigeerd.pdfKoolstofverwijdering voor klimaatbeleid | CE Delft]
  3. https://filelist.tudelft.nl/Websections/Climate%20Action/NL%20TUD%20RouteKaart%20position%20paper%2029%20April%202025.pdfNederland als innovatiepionier: Een oproep voor dringend leiderschap in koolstofverwijdering | TU Delft]
  4. [https://www.geoengineeringmonitor.org/technologies/beccsBioenergy with Carbon Capture and Storage | Geoengineering Monitor]
  5. [https://www.nature.com/articles/s43247-025-02033-6Multiple planetary boundaries preclude biomass crops for carbon capture and storage outside of agricultural areas | Nature Communications Earth & Environment]
  6. 6,0 6,1 [https://map.geoengineeringmonitor.org/Geoengineering Map | Geoengineering Monitor]

Bomen planten

Het blijkt dat plannen om op grote schaal CO2 te verwijderen door bomen te planten veel te optimistisch zijn. Een studie van een groep Australische en Scandinavische onderzoekers laat een kloof zien tussen de afhankelijkheid van landbouwgrond voor de verwijdering van kooldioxide (carbon dioxide removal, CDR) in nationale klimaatcommitments en de realiteit.[1]

De onderzoekers tonen aan dat de bestaande klimaatcommitments gezamenlijk ongeveer 1 miljard hectare land vereisen voor CDR, waarvan ongeveer 40% bestemd is voor de conversie van bestaand landgebruik naar bossen. Het totale landbouwareaal in de wereld bedraagt 4,9 miljard ha (FAO). De onderzoekers constateren dan ook dat “de resultaten verontrustend zijn” - zowel wat betreft de beperkte beschikbaarheid van voldoende land als de snelheid en omvang van de verandering in landgebruik. Een artikel in Nature Food[2] wijst op de (theoretische) mogelijkheid van koolstofvastlegging in landbouwgrond. Idealiter zou dit tegen 2050 een vergelijkbaar cumulatief mitigatiepotentieel kunnen hebben als bebossing, met name in Sub-Sahara Afrika. Dit vraagt ongekend snelle, grootschalige en gecoördineerde actie.

Bronnen:

  1. https://www.nature.com/articles/s41467-024-53466-0Over-reliance on land for carbon dioxide removal in net-zero climate pledges | Nature Communications]
  2. https://www.nature.com/articles/s43016-024-01039-1Enhanced agricultural carbon sinks provide benefits for farmers and the climate | Nature Food]

Groene brandstoffen

Brandstoffen die worden aangeprezen als 'groene' oplossingen voor het klimaatprobleem blijken bij nadere beschouwing niet, of in beperkte mate, duurzaam te zijn.

Biodiesel

E-kerosine, ook wel sustainable aviation fuel (SAF) genoemd. Deze brandstof wordt gemaakt van gewassen of afval, of door CO2 en CO uit de rookgassen van fabrieken te laten reageren met waterstof. Waterstof kan op een duurzame manier worden geproduceerd, door elektrolyse van water, maar vaak wordt het gemaakt van aardgas. (Zie ook Waterstof in allerlei kleuren.)

De verschillende wegen naar sustainable aviation fuel (SAF).[1]

SAF kan de huidige vormen van vliegtuigbrandstof vervangen of, waarschijnlijker, ermee gemengd worden, waardoor de uitstoot zou worden verminderd. De EU heeft de lidstaten verplicht duurzame kerosine door de fossiele brandstof te gaan mengen.[2] In 2034 moet er al 6 procent SAF doorheen, in 2039 20 procent en zo verder. Nederland zelf wil nog sneller.

In 2024 is in Rotterdam het initiatief genomen voor een fabriek voor e-kerosine. Deze zou vanaf 2030 250.000 ton duurzame vliegtuigbrandstof moeten produceren en zal daarmee de grootste fabriek ter wereld zijn op dit gebied. Ook in Amsterdam en Delfzijl worden fabrieken opgezet voor duurzame vliegtuigbrandstof.

Dit zijn voorbeelden van ‘greenwashing’, aldus het Amerikaanse Institute for Policy Studies (IPS), een progressieve denktank zonder banden met het bedrijfsleven. IPS constateert dat de privéjetlobby “duurzame vliegtuigbrandstoffen” als marketingtruc gebruikt en dat die grotendeels een valse oplossing zijn.[3] [4]

Chuck Collins, co-auteur van het rapport, zegt: “Om deze brandstoffen op de benodigde schaal te brengen zouden enorme subsidies nodig zijn, de maatschappelijke kosten zouden onaanvaardbaar zijn en het zou ten koste gaan van meer urgente prioriteiten op het gebied van decarbonisatie.”

Een argument voor de duurzaamheid van SAF/e-kerosine is dat het wordt gemaakt met schone stroom van windparken. Maar omdat het de vraag is of duurzame energie ooit de gehele huidige energiebehoefte kan dekken, werkt dit verder gebruik van fossiel in de hand.

Bovendien speelt bij de productie van SAF in de meeste gevallen fossiele koolstof — uit rookgassen, of bij de productie van waterstof — een rol. Daardoor kan het nauwelijks als een duurzame oplossing worden beschouwd. Zie ook de rekensommen van Karel Knip in de NRC.[5]

Waterstof in allerlei kleuren

Groene waterstof kan in principe worden geproduceerd door elektrolyse van water met behulp van groene stroom maar dat gebeurt nog maar op kleine schaal. Tot nu toe wordt waterstof geproduceerd met behulp van fossiele brandstoffen, in de eerste plaats aardgas. Voor elke ton geproduceerde waterstof wordt ongeveer 10 ton CO2  uitgestoten. De waterstof die op deze manier wordt geproduceerd, wordt ‘grijze waterstof’ genoemd.[6]

Blauwe waterstof wordt ook geproduceerd uit aardgas. Het verschil is dat de geproduceerde CO2 wordt opgevangen en opgeslagen, bijvoorbeeld in voormalige olie- of gasvelden. Dit betekent dat de CO2 uitstoot lager is. Het wordt daarom ook wel decarbonized waterstof genoemd.

Turquoise waterstof wordt verkregen door het thermisch kraken van methaan. In plaats van CO2 wordt tijdens dit proces vaste koolstof geproduceerd. Om het proces CO2-neutraal te maken, moet de benodigde hoge temperatuur worden geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen en moet de koolstof permanent worden gebonden.

De uitstoot van broeikasgassen per kg geproduceerde waterstof, bij verschillende technologieën en verschillende percentages koolstof-afvang. Zelfs in het beste geval is de CO2 uitstoot nog meer dan 3x zo hoog als de Amerikaanse norm voor ‘schone’ waterstof. Bron: IEEFA.[7] © 2025 Institute for Energy Economics & Financial Analysis.

De industrie voor fossiele brandstoffen praat graag over blauwe waterstof als klimaatoplossing. In een analyse van de Europese plannen voor blauwe waterstof door Le Monde en DeSmog constateren de onderzoekers echter dat de tientallen voorgestelde projecten voor blauwe waterstof bij elkaar evenveel broeikasgassen dreigen uit te stoten als heel Denemarken.

Deze bevinding komt op het moment dat Europese ambtenaren overwegen om blauwe waterstof de status van “koolstofarme technologie” te geven, waardoor deze toegang krijgt tot miljarden euro's aan subsidies en voordelige beleggingen.


Blauwe waterstofprojecten in Europa. Bron: Desmog.[8] Credit: Sabrina Bedford. Creative Commons License BY 4.0

Bronnen:

Groene groei (Green growth)

Op basis van historisch bewijs gaat men er binnen de gangbare economische wetenschap vanuit dat een economie eerst vervuilend is en naarmate de economie groeit en volwassen wordt, de capaciteit ontwikkeld wordt om groener en duurzamer te worden.[1] Hieruit is het idee ontstaan dat economische groei en de daarmee gepaard gaande negatieve bijeffecten van elkaar ontkoppeld kunnen worden.

Binnen de duurzaamheid wetenschap is dit een aanpak geworden onder de noemer ‘groene groei’ waarbij economische groei en ontwikkeling wordt nagestreefd in combinatie met het terugdringen van bijvoorbeeld milieu-impact en uitstoot van broeikasgassen. Beide dragen hun steentje bij aan een duurzame toekomst waarbij de focus ligt op het bestrijden van klimaatverandering door middel van technologische innovatie. Het beleid is daarom vooral gericht op investeringen in schone technologieën, hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en duurzame landbouwpraktijken.

Op mondiaal niveau is er geen bewijs voor voldoende ontkoppeling tussen economische groei enerzijds en emissiereducties en materiaalverbruik anderzijds. Dit betekent dat er geen bewijs is dat het tegelijkertijd nastreven van economische groei en het respecteren van de planetaire grenzen mogelijk is.[2] Er is wel veel bewijs voor het tegendeel.[3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10]

Ook de theoretische mogelijkheid dat groene groei gerealiseerd kan worden door middel van correct beleid en een markt onder druk, wordt door ecologisch economen weerlegd[11] en in toenemende mate door natuurkundigen in twijfel getrokken.[12] [13] [14]

Op internationaal vlak zijn er diverse multilaterale organisaties die een agenda voor groene groei ondersteunen, zoals de Wereldbank,[15] de OECD[16] en de Verenigde Naties (Sustainable Development Goal #8: Eerlijk werk en economische groei).[17] In Nederland pleit de Sociaal Economische Raad (SER) in het rapport Perspectief op Brede Welvaart in 2040[18] voor “een economie die uitgaat van duurzame groei en innovatie, waarmee we ons verdienvermogen versterken binnen planetaire grenzen door maatschappelijk verantwoord ondernemerschap met een goed werkend Europees level playing field.” Groene groei dus. Door het kabinet Schoof werd ‘groene groei’ opgenomen in de naam van een nieuw ministerie: Klimaat en Groene Groei. Andere Nederlandse bepleiters van groene groei zijn o.a. Barbara Baarsma,[19] Diederik Samsom en Mathijs Bouman.[20]

Bronnen:

  1. Dit wordt de ‘Environmental Kuznets curve’ genoemd. [https://doughnuteconomics.org/university-courses7 Ways to Think Like a 21st Century Economist, Chapter 6: Create to Regenerate | Doughnut Economics for University Courses]
  2. [https://www.thelancet.com/journals/lanplh/article/PIIS2542-5196(24)00310-3/fulltextPost-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries | The Lancet]
  3. [https://conbio.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/conl.12713Biodiversity policy beyond economic growth | Conservation Letters]
  4. [https://iopscience.iop.org/article/10.1088/1748-9326/ab842aA systematic review of the evidence on decoupling of GDP, resource use and GHG emissions, part II: synthesizing the insights | Environmental Research Letters]
  5. [https://www.academia.edu/38891704/Is_Green_Growth_PossibleIs Green Growth Possible? | New Political Economy]
  6. [https://www.academia.edu/39819762/Decoupling_Debunked_Evidence_and_arguments_against_green_growth_as_a_sole_strategy_for_sustainability_open_access_Decoupling Debunked. Evidence and arguments against green growth as a sole strategy for sustainability (open access) | EEB European Environment Bureau]
  7. https://www.thelancet.com/pdfs/journals/lanplh/PIIS2542-5196%2823%2900174-2.pdfIs green growth happening? An empirical analysis of achieved versus Paris-compliant CO2–GDP decoupling in high-income countries | Lancet Planet Health]
  8. [https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S2352550923002531Level of decoupling between economic growth and environmental pressure on Earth-system processes | Sustainable Production and Consumption]
  9. [https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0164733&trk=public_post_comment-textIs Decoupling GDP Growth from Environmental Impact Possible? | PLOS One]
  10. [https://www.nature.com/articles/s41467-020-16941-y.pdfScientists’ warning on affluence | Nature Communications]
  11. [https://www.ioew.de/fileadmin/_migrated/tx_ukioewdb/IOEW_SR_005_Entropy_Law_and_Economic_Process_in_Retrospect.pdfThe Entropy Law and the Economic Process in Retrospect | Eastern Economic Journal]
  12. [https://link.springer.com/book/10.1007/978-3-030-50295-9The Economic Superorganism. Beyond the Competing Narratives on Energy, Growth, and Policy | Springer Nature]
  13. [https://escholarship.org/uc/item/9js5291mEnergy and Human Ambitions on a Finite Planet | eScholarship]
  14. [https://tmurphy.physics.ucsd.edu/papers/limits-econ-final.pdfLimits to economic growth | Nature Physics]
  15. [https://documents1.worldbank.org/curated/en/368361468313515918/pdf/691250PUB0Publ067902B09780821395516.pdfInclusive Green Growth. The Pathway to Sustainable Development | The World Bank]
  16. [https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2018/03/economic-policy-reforms-2018_g1g8a996/growth-2018-en.pdfEconomic Policy Reforms 2018 | OECD]
  17. [https://sdgs.un.org/goalsThe 17 Goals | UN Department of Economic and Social Affairs – Sustainable Development]
  18. [https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2024/visie-perspectief-op-brede-welvaart.pdfPerspectief op brede welvaart in 2040 | SER]
  19. [https://boekenkrant.com/recensie/groene-groei%EF%BF%BC%EF%BF%BC/Over economie en groei | Boekenkrant]
  20. [https://open.podimo.com/podcast/a94323f8-f8e8-4353-b5a3-3e17f65b3f94Wat Nu? Met Diederik Samsom & Mathijs Bouman | Podimo]

Donut Economie (Doughnut Economics)

De Donut combineert de ecologische limieten aan de aarde met menselijk welzijn. Voor de ecologische limieten gaat het uit van ‘de planetaire grenzen’ en voor menselijk welzijn hanteert het de sociale doelstellingen van de Sustainable Development Goals. Tussen dit ecologische plafond en de sociale fundering ligt ‘de ecologisch veilige en sociaal rechtvaardige ruimte voor de mensheid’. Bedenkster Kate Raworth positioneert de Donut als nieuwe economische doelstelling, dit in tegenstelling tot het sturen op BBP (groei), waarvan wordt verwacht dat het welvaart voor iedereen brengt.[1] De realiteit laat zien dat dat lang niet altijd het geval is.

Door het verkiezen van de planetaire grenzen boven het nastreven van economische groei, is de Donut in feite een postgroei-gereedschap voor het maken van beleid. Het ecologische plafond enerzijds en de sociale fundering anderzijds zijn als het ware de vangrail voor het totale beleidspakket. Over de invulling van dit beleidspakket doet de Donut geen uitspraken.[2]

Het is belangrijk om te beseffen dat momenteel (2025) geen enkel land zich in de veilige ruimte van de donut bevindt. Over het algemeen voldoen Westerse landen wel aan de sociale fundering maar breken ze, als we ook internationale handel en productie in ogenschouw nemen, door het ecologische plafond. Veel niet-Westerse landen kampen met het tegenovergestelde probleem: het ecologisch plafond is meer intact voor de interne productie en consumptie maar het schort aan de sociale fundering.[3] Ziehier dan ook de postgroei-uitdaging: Hoe te voorzien in welzijn binnen ecologische grenzen?[4]

Bronnen:

Regeneratieve landbouw

Tijdens de Klimaatweek in september 2024 in New York City stonden 's werelds grootste voedselbedrijven in de rij om hun pro-natuur geloofsbrieven te delen, door te beweren dat ze “regeneratieve landbouw”-praktijken omarmen die hun enorme koolstofvoetafdruk zullen verminderen.[1]

Uit een nieuw rapport blijkt echter dat multinationale voedsel- en landbouwbedrijven - zoals Cargill, Bayer en Unilever - die de term gebruiken, hun manier van zakendoen nauwelijks hebben veranderd.[2]

In totaal werden 30 grote landbouwbedrijven geanalyseerd in het rapport, dat in september werd uitgebracht door het New Climate Institute. Uit het rapport bleek dat hoewel ongeveer 80 procent van de bedrijven in hun klimaat- en duurzaamheidsstrategieën sterk refereerde aan de term “regeneratieve landbouw”, slechts een derde doelen had en veel bedrijven niet specifiek aangaven hoe de plannen zouden worden geïmplementeerd of ze slechts toepasten op een klein deel van hun totale activiteiten.

De bevindingen van het rapport echoën ook eerdere analyses[3] dat de vage definities van “regeneratief” door bedrijven - die een breed scala aan natuurvriendelijke landbouwtechnieken kunnen omvatten zoals no-till en biologische landbouw - de verantwoordingsplicht ondermijnen. Verschillende landbouwprogramma's die onder deze noemer vallen, maken niet duidelijk welke praktijken ze omvatten of welke voordelen ze bieden voor duurzaamheidsinspanningen. En beweringen van bedrijven over lagere emissies worden niet altijd gestaafd.

Het resultaat is dat de plannen van de bedrijven die in het onderzoek zijn geanalyseerd, niet voldoende zijn om de bedrijven te binden aan transformatieve actie, waarbij de coauteurs van het rapport concluderen dat de plannen van de bedrijven “de ambitie missen die nodig is om vervuiling, aantasting van het milieu en emissies aanzienlijk te verminderen of zelfs de koolstofopslag in de bodem te vergroten”.

Bronnen:

Mestvergisting

Vergisting van de mest van melkkoeien en varkens tot methaangas, direct ter plaatse, wordt gezien als een veelbelovende oplossing waar bovendien veel geld mee verdiend kan worden.[1] De optimistische berichten erover gaan voorbij aan de nadelen. Voor omwonenden is dat vooral de stankoverlast maar belangrijker is dat het noch een oplossing is voor het stikstofprobleem, noch voor de uitstoot van broeikasgas, en daarmee allesbehalve een groene oplossing. In een opiniestuk in Eindhovens Dagblad schrijft Jan van Hoof dat mestvergisting nog geen 2% van het totale aardgasverbruik kan vervangen.

Bron:

Tip voor investeerders

In 2023 heeft de fossiele brandstoffensector opnieuw terrein verloren ten opzichte van de markt als geheel. Terwijl de oliemultinationals een daling van 30% in jaarlijkse winsten rapporteren en de sector een jaarlijks verlies van bijna 5% boekt, concludeert een nieuw rapport van het Institute of Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA) dat het niet alleen een slecht jaar was om te investeren in fossiele brandstoffen, maar ook een slecht decennium.[1] [2]

De energietransitie heeft een groot effect op de aandelenmarkten, waarbij fossiele brandstoffen een risicovoller onderdeel worden van passieve beleggingsportefeuilles. In het afgelopen decennium was het financieel beter om aandelen in olie, gas en kolen te verkopen, ook al zijn er recent energiecrises geweest waarbij de brandstofprijzen en dus ook de winsten voor energiebedrijven de pan uit rezen. De traditionele voordelen van de fossiele brandstoffensector zijn verzwakt en af en toe winstgevende kwartalen hebben niets veranderd aan het feit dat de sector op de lange termijn ondermaats heeft gepresteerd.

Beleggers begrijpen met welke problemen de traditionele energiesector te maken heeft door reductie van broeikasgassen en concurrentie met duurzame energiebronnen. Nu de markten evolueren naar een toekomst met minder koolstof, zijn strategieën zonder fossiele brandstoffen een belangrijke manier voor beleggers om hun weg te vinden temidden van de uitdagingen en kansen van klimaatverandering.

De bovenste lijn is de algemene Standard & Poor Index. De onderste is de index van de energiebedrijven uit de S&P 500. Bron: IEEFA.[2]

En toch, ondanks alle signalen van klimaatverandering energietransitie en klimaatbewuste beleggers zoals pensioenfondsen, zien we dat de fossiele brandstofindustrie nog steeds vasthoudt aan haar oude verhaal en blijft investeren in het exploiteren van nieuwe olie- en gasvelden. Gevestigde fossiele energiebedrijven gaan nog steeds uit van business as usual en zelfs groei. De laatste tijd meer geleid door ideologie dan door investeringslogica. Of gokken ze op schadeclaims bij stranded assets?

Bronnen:

Stranded Assets

Gestrande activa, beter bekend als ‘stranded assets’, zijn activa die op een bepaald moment vóór het einde van hun economische levensduur (zoals aangenomen bij de investeringsbeslissing) niet langer in staat zijn om een economisch rendement te behalen. In dit geval als gevolg van veranderingen door de overgang naar een koolstofarme economie.[1]

Carbon Tracker[2] wijst erop dat verstandig beleggen kan voorkomen dat investeringen in de fossiele sector leiden tot stranded assets. Mark Carney, de voorzitter van de internationale Financial Stability Board, wijst erop dat een koolstofbudget [maak link] op basis van de 2 °C doelstelling de grote meerderheid van de fossiele reserves in de wereld tot stranded assets maakt, dat wil zeggen olie, gas en kolen die letterlijk onbrandbaar zullen blijven zonder toepassing van dure carbon capture [maak link] technologie.

De mogelijkheid bestaat dat dergelijke stranded assets zullen zal leiden tot miljardenclaims van de fossiele industrie, bij wijze van schadevergoeding omdat zij zich tot slachtoffer zullen uitroepen van klimaatmaatregelen die het gebruik van fossiele energie ontmoedigen of beperken.[3]

Doodlopende wegen

Veel van de oplossingen voor het klimaatprobleem die hiervoor zijn genoemd, zijn doodlopende wegen, dead-end pathways, volgens een analyse gepubliceerd in PLOS Climate in 2025.[4]

Ondanks de dringende noodzaak om klimaatverandering aan te pakken, blijven beleidsmakers opties ondersteunen om emissies te verminderen die in theorie goed lijken, maar in de praktijk de situatie alleen maar verslechteren. Veel oplossingen, zoals efficiëntere benzinemotoren of het terugwinnen van restwarmte uit fossiele brandstoffen, verminderen de uitstoot slechts gedeeltelijk. Ze houden geen rekening met de vraag of ze ons kunnen helpen om in de toekomst naar netto-nul-systemen te gaan.

De PLOS studie reikt drie criteria aan om de meest problematische richtingen, 'doodlopende wegen', te identificeren en te vermijden. Dat zijn: (1) hoe dicht ze in de buurt kunnen komen van een vrijwel volledige eliminatie van emissies in een bepaald systeem, (2) hoe breed ze kunnen worden toegepast in het gespecificeerde systeem en (3) hoe snel ze kunnen worden geïmplementeerd.

Vervolgens wordt dit kader gebruikt om drie concrete voorbeelden uit het wegvervoer te bekijken, die elk op een van deze punten tekortschieten. Die voorbeelden zijn: het gebruik van gecomprimeerd aardgas (CNG) in het zware wegtransport in Canada, ethanol in het personenvervoer in de VS, en groene brandstoffen (e-fuels) in het personenvervoer in Duitsland.

Alle drie trajecten zijn doodlopende wegen en vormen een reëel probleem. Zij kunnen middelen vastzetten die het moeilijker maken om klimaatdoelstellingen te halen. Zij kunnen ook degenen aan de macht steunen die tegen klimaatmaatregelen zijn. En zij onttrekken tijd en middelen aan meer haalbare opties.

Doodlopende wegen verspillen tijd en middelen. Deze figuur illustreert de gevolgen van het voortzetten van investeringen in een doodlopende weg. In scenario 1 (linkerpaneel) worden de maatschappelijke investeringen in de doodlopende weg tijdig herbestemd naar de netto-nulweg, waardoor veranderingsprocessen worden versneld. In scenario 2 worden de maatschappelijke investeringen in de doodlopende weg voortgezet voordat uiteindelijk wordt overgeschakeld op een echte netto-nulweg, wat leidt tot vertragingen en extra verspilling van middelen. Bron: PLOS Climate.[4] Creative Commons License BY 4.0

Oplossingen voor klimaatverandering bestaan al

Dit schrijft Geoengineering Monitor:[5]

"Er zijn al echte, fundamentele, risicoloze of risicovrije, voordelige en langetermijnoplossingen voor klimaatverandering beschikbaar. Deze omvatten agro-ecologie, het verminderen van uitstoot en grondstofverbruik, het invoeren van strenge emissiegrenswaarden, investeren in openbaar vervoer en leefbare en werkbare gemeenschappen, en het stoppen van ontbossing, naast vele andere maatregelen. Het probleem is niet dat deze oplossingen niet werken, maar dat ze onverenigbaar zijn met elk doel of mandaat voor een steeds groeiende economie die gebaseerd is op de exploitatie van eindige natuurlijke hulpbronnen. Het verminderen van emissies roept weerstand op bij de grote oliemaatschappijen; het openbaar vervoer wordt belemmerd door autofabrikanten; grootschalige uitbreiding van agro-ecologie wekt de woede van industriële agro-agribusinessconglomeraten."

"Om echte oplossingen te laten werken, moet de macht van kleine boeren, gemeenschappen en werknemers toenemen ten opzichte van die van investeerders en de industrie. De belangrijkste belemmeringen voor de uitvoering ervan zijn de vervuilende industrieën en hun investeerders. Een snelle manier om de geloofwaardigheid en goede wil van voorstanders van geo-engineering te controleren, is door na te gaan hoeveel echte inspanningen zij hebben geleverd om echte oplossingen voor klimaatverandering te bepleiten – en door te kijken waar hun geld vandaan komt."

Bronnen:

Adaptatie

Er is alle reden om aan te nemen dat de doelen van de Parijse Akkoorden — opwarming minder dan 2°C en liefst niet (veel) meer dan 1,5°C — niet gehaald gaan worden. We moeten serieus rekening houden met een wereld die 2,5 tot 3 °C warmer wordt, zegt een rapport van Climate Action Tracker, met alle gevolgen van dien. [1] Zie daarvoor Urgentie onvoldoende onderkend.

Dat betekent dat we ons moeten voorbereiden op de schadelijke gevolgen van klimaatverandering. Extreme weersomstandigheden zullen vaker voorkomen. De kans op bosbranden, hittegolven en overstromingen neemt plaatselijk toe. Op andere plaatsen vindt woestijnvorming plaats. Door het jaar heen kunnen seizoensgebonden watertekorten en -overschotten optreden. Dat vergt grote aanpassingen aan infrastructuur en opschaling van veiligheidsmaatregelen.

Infrastructuur en planning spelen een belangrijke rol bij de aanpassing (adaptatie) aan klimaatverandering. Maatregelen tegen overstromingen, zoals barrières, dijken en betere afvoersystemen, beschermen tegen het stijgende waterpeil. Hittebestendige gebouwen ontwerpen en steden vergroenen vermindert het stedelijk hitte-eilandeffect en maakt steden leefbaarder tijdens extreme hittegolven.

Kustgemeenschappen moeten worden beschermd tegen de stijgende zeespiegel en stormvloeden door de kust te beheren en zeeweringen en mangrovebossen aan te leggen. Door ruimte te geven aan de rivieren wordt het binnenlandse overstromingsrisico verminderd.

De voedselproductie moet worden aangepast. Door de dierlijke productie drastisch te beperken en een verscheidenheid aan gewassen te verbouwen die zowel hitte en watertekort als wateroverschot kunnen verdragen, kan er bij een eerlijke verdeling voldoende voedsel voor iedereen worden geproduceerd, zelfs bij ongunstige klimaatomstandigheden. Irrigatiesystemen moeten worden verbeterd en watervoorraden beheerd, bijvoorbeeld door water te besparen en regenwater op te vangen. Uitgeputte grondwaterlagen moeten worden aangevuld om de beschikbaarheid van water op langere termijn te garanderen.

Gezondheids- en sociale stelsels moeten worden aangepast, bijvoorbeeld door de infrastructuur van de gezondheidszorg te verbeteren. Gemeenschappen moeten worden voorbereid op klimaatgerelateerde gezondheidseffecten, zoals hittegolven en besmettelijke ziekten. Voorlichting verhoogt het bewustzijn over klimaatrisico's en helpt mensen weerbaarder te maken om dergelijke risico’s het hoofd te bieden.

Innovaties op het gebied van energie en technologie, zoals het gebruik van hernieuwbare energie en energie-efficiënte technologieën, moeten de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Economische en financiële strategieën, waaronder verzekeringen en initiatieven voor investeringen in een groene economie, moeten zorgen voor financiële stabiliteit en voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

Beleids- en bestuurskaders hebben tot taak het opbouwen van deze aanpassingen te ondersteunen. Het is ook belangrijk dat landen samenwerken om kennis en middelen te delen. Dit helpt om ervoor te zorgen dat de te verwachten schade door klimaatverandering te dragen blijft voor iedereen.

Als niets helpt, zullen mensen wegtrekken uit gebieden die onleefbaar zijn geworden. Grootschalige migratie is dan ook onvermijdelijk en landen die het beter hebben, zullen daar een humaan antwoord op moeten vinden.

Steeds meer onderzoekers vragen zich af of de structuur en organisatie van samenlevingen zoveel druk en onzekerheid door de gevolgen van de voortschrijdende klimaatverandering kunnen verdragen. Het is niet uitgesloten dat grote maatschappelijke onrust en chaos ontstaat, die heel andere vormen van adaptatie vereist.

Transformatieve respons

Omdat klimaatverandering zijn weerslag heeft op vrijwel alle facetten van het menselijk leven, zullen de verstoringen van sociaal-ecologische systemen als gevolg van klimaatverandering dientengevolge enorm complex zijn. Conventionele strategieën en oplossingen schieten tekort om dergelijke verstoringen het hoofd te bieden en te bestrijden. Dit vraagt om een integrale interpretatie van klimaatwetenschap: transformatieve klimaatwetenschap. Die wordt gedefinieerd als een open proces van het ontwikkelen, structureren en toepassen van kennis om geïntegreerde adaptatie- en mitigatiestrategieën te verbinden met duurzame ontwikkeling.[2]

Alle adaptieve oplossingen moeten worden gelegd langs de meetlat van duurzaamheid. Veel bestaande strategieën voor coping of stapsgewijze adaptatie aan klimaatverandering zijn niet toereikend, niet duurzaam of onaangepast.[3]

Daarom zijn fundamenteel andere sociaal-ecologische systemen nodig die de onderliggende oorzaken van kwetsbaarheid aanpakken. Kenmerken van transformatieve aanpassing zijn: herstructurerend, padveranderend, innovatief, op meerdere schalen, systeembreed en blijvend. Deze kenmerken moeten het uitgangspunt zijn bij het ontwerpen van strategieën om te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering, deze bij te sturen of ervan te herstellen.

Illusie

Meteoroloog Gerrit Hiemstra:[4] “Veel mensen denken dat we met maatregelen voor klimaatadaptatie ons wel kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. De situatie in Spanje in 2024 en op vele andere plekken drukken ons met de neus op het feit dat dit een illusie is. Onze samenleving is ingericht op het oude klimaat. Onze infrastructuur is zo opgebouwd dat we konden leven met het klimaat van vroeger. Het oude klimaat bestaat echter niet meer en dus voldoet onze infrastructuur ook niet meer.”

“De klimaatverandering gaat zó snel dat we onze infrastructuur niet snel genoeg kunnen aanpassen aan de nieuwe realiteit. Natuurlijk moeten we doen wat we kunnen, maar onze belangrijkste optie is: mitigatie! Dat betekent: de emissie van broeikasgassen zo snel mogelijk verminderen. En dát betekent: zo snel mogelijk stoppen met aardgas, benzine, diesel, kerosine, LPG, etc. en ook de emissie uit de veehouderij zo snel mogelijk decimeren door te stoppen met consumptie van vlees en zuivel.”

“Het is het één of het ander: óf stoppen met fossiele brandstoffen, vlees en zuivel óf meer klimaatverandering.”

Bronnen:

Einde aan de groei

Postgroei (Post-growth)

Postgroei vindt zijn oorsprong in de ecologische economie.[1] Over tijd is dit geëvolueerd tot een tak van de duurzaamheidswetenschap waarbij wordt bijgedragen aan de constructie van een nieuw economisch vakgebied waarin inzichten uit diverse disciplines (bijv. ecologische, antropologische, historische, sociologische en politieke) worden opgenomen om te begrijpen hoe de voorziening in menselijke behoeften in zijn werk gaat.[2] Het vakgebied onderzoekt de ecologische, sociale en economische limieten aan groei.

Met betrekking tot de ecologische grenzen begint postgroei met het uitgangspunt dat er planetaire grenzen zijn die niet gerespecteerd kunnen worden als landen streven naar een ongelimiteerde economische groei, oftewel uitbreiding van productie en consumptie. Overheden streven standaard naar 3% groei per jaar, wat betekent dat de economische output ongeveer elke 23 jaar verdubbelt.[3] Een kanttekening daarbij is dat veel Westerse landen dit groeipercentage al geruime tijd niet halen.

Postgroei is, net als ‘groene groei’, een aanpak binnen de duurzaamheid wetenschap. “In het licht van 1) het ontbreken van bewijs voor groene groei, 2) de overmaat aan bewijs tegen groene groei, en 3) de alsmaar kleiner wordende mogelijkheid om ecologische afbraak te voorkomen, verkiest het postgroei vakgebied het voorzichtigheidsprincipe te volgen en het nastreven van economische groei los te laten.”[2] Met andere woorden, het vasthouden aan economische groei maakt het bereiken van milieudoelstellingen lastiger. Blijven vertrouwen op technologie is onverstandig en onverantwoord in het licht van enerzijds de huidige resultaten en anderzijds wat er op het spel staat.

Dit gedachtegoed is in ons land op de kaart gezet door onder andere Postgroei Nederland,[4] een denktank met deskundigen uit 12 verschillende politieke partijen.

Hierbij een samenvatting van hun betoog. Zij stellen dat zeven van de negen planetaire grenzen mondiaal zijn overschreden. Hiervoor zijn vijf hoofdoorzaken: de uitstoot van broeikasgassen, materiaalverbruik, watergebruik, landgebruik en emissies van toxische stoffen. Nederland draagt hier disproportioneel aan bij. Alle vijf deze oorzaken moeten tegelijk en voldoende snel omlaag. Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat dit mogelijk is in combinatie met economische groei. Dit geldt ook voor de andere landen die disproportioneel bijdragen aan het overschrijden van de planetaire grenzen, zoals nagenoeg alle Westerse landen.

Volgens Postgroei Nederland zijn de visie van de SER en die van het huidige kabinet "een illusie" die onvoldoende rekening houdt met twee zaken. Ten eerste het feit dat een groot deel van de productie voor binnenlandse consumptie in het buitenland plaatsvindt en daar dus beslag legt op extra gebruik van land, grondstoffen en water en extra broeikasgassen uitstoot. Ten tweede de Jevons-paradox: het verschijnsel dat milieuwinst vaak leidt tot lagere prijzen en daardoor hogere consumptie, waardoor de milieuwinst grotendeels verdwijnt. Als tegenhanger stellen zij daarom een verschuiving van kwantitatieve groei (BBP) naar kwalitatieve groei (kwaliteit van leven) voor.

Bronnen:

Ontgroei (Degrowth)

Waar postgroei het nastreven van economische groei als leidende indicator voor de economie loslaat, gaat ontgroei een stap verder door een gelijkwaardige verschuiving van productie en consumptie voor te stellen die het menselijk welzijn vergroot, ongelijkheid vermindert en de ecologische omstandigheden op lokaal en mondiaal niveau verbetert, op de korte en lange termijn.[1]

Om dat te bewerkstelligen is een heel scala aan ingrepen nodig, zoals het stoppen van geplande veroudering van producten, het verminderen van ecologisch-destructieve industrie en het stoppen met reclame daarvoor, het voorzien in universele basisdiensten, baangarantie, hogere loongelijkheid en schuldkwijtschelding voor landen in het globale zuiden.[2] [3] [4] [5] Ook gaan er stemmen op dat ontgroei een directe of participatieve democratie zou moeten omvatten en dat ‘een gelijkwaardige verschuiving’ niet ver genoeg zou gaan maar dat ‘een rechtvaardige verschuiving’ beter is.[6] [7]

Omdat het ecologisch budget eerlijk verdeeld moet worden, roepen ontgroeiers met name de rijksten en de grootste vervuilers op om verantwoordelijkheid te nemen voor het aandeel dat ze hebben bijgedragen aan de problematiek. Ontgroei is daarmee een transitie naar een postgroei economie. Vanwege de omvang en fundamentele aard van de voorgestelde verandering zijn er diverse fundamentele veranderingen nodig.[8]

Allereerst, een waarschijnlijk gevolg van een ontgroei-agenda is een reductie in BBP. Het huidige economische systeem is compleet gebaseerd op groei van het BBP. Deze groeidwang wordt gezien als belangrijke sta-in-de-weg voor de voorgestelde sociaal-rechtvaardige transformatie.[9] Daarom is een hervorming van de economie vereist om te blijven functioneren en te voorzien in levensbehoeften. Andere uitdagingen zijn het reorganiseren van het belastingstelsel en eigendom en het bekostigen van de publieke basisvoorzieningen (zorg, onderwijs, onderdak etc.).

De mogelijkheid om ecologische ineenstorting te voorkomen wordt steeds kleiner. Hoe langer we wachten met het kiezen voor een postgroei aanpak, hoe groter de kans dat degrowth over ons zal worden afgeroepen. Met andere woorden: “Degrowth by design, or degrowth by disaster.”[10]

Bronnen:

  1. Crisis or opportunity? Economic degrowth for social equity and ecological sustainability. Introduction to this special issue | Journal of Cleaner Production
  2. Hickel, J. (2020). Less is more: How degrowth will save the world. Random House.
  3. Schmelzer, M., Vetter, A., & Vansintjan, A. (2022). The future is degrowth: A guide to a world beyond capitalism. Verso Books.
  4. Kallis, G., Paulson, S., D'Alisa, G., & Demaria, F. (2020). The case for degrowth. John Wiley & Sons.
  5. Parrique, T. (2019). The political economy of degrowth (Doctoral dissertation, Université Clermont Auvergne [2017-2020]; Stockholms universitet).
  6. Defining degrowth | Working paper
  7. [https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=5238271 A review and classification of beyond GDP measurements based on degrowth criteria | SSRN]
  8. What is Degrowth? | Caracol DSA
  9. Post-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries | Lancet Planetary Health
  10. #37 Degrowth by disaster? | Hans Stegeman, LinkedIn

Checklist voor strenge en duidelijke netto-nul plannen

In een commentaar in Nature schetsen Rogelj et al. (2021)[1] een routekaart naar een net-zero toekomst met de voorwaarden waaraan die zou moeten voldoen. Dat levert de volgende checklist op voor een dergelijke routekaart:

Toepassingsgebied

  • Aan welk mondiaal temperatuurdoel draagt dit plan bij (de mondiale temperatuur stabiliseren, of pieken en dalen)?
  • Wat is de streefdatum voor netto nul?
  • Met welke broeikasgassen wordt rekening gehouden?
  • Hoe worden de broeikasgassen bij elkaar opgeteld (GWP-100 of andere metriek)?
  • Wat is de omvang van de uitstoot (over welke gebieden, tijdspannes of activiteiten)?
  • Wat zijn de relatieve bijdragen van reducties, verwijderingen en compensaties?
  • Hoe worden de risico's rond verwijderingen en compensaties beheerd?

Eerlijkheid

  • Welke principes worden toegepast?
  • Zou het mondiale klimaatdoel worden bereikt als iedereen dit zou doen?
  • Wat zijn de gevolgen voor anderen als deze principes universeel worden toegepast?
  • Hoe beïnvloedt jouw doelstelling het vermogen van anderen om netto nul te bereiken en hun streven naar andere Sustainable Development Goals?

Routekaart

  • Welke mijlpalen en beleidsmaatregelen zullen de verwezenlijking ondersteunen?
  • Welk controle- en beoordelingssysteem zal worden gebruikt om de voortgang te monitoren en het doel bij te stellen?
  • Wordt netto-nul aangehouden, of is het een stap in de richting van netto negatief?

Voorbij duurzaamheid

In Voorbij duurzaamheid stelt Shivant Jhagroe[2] dat het denken en doen vanuit ‘duurzaamheid’ functioneert als groene fopspeen die radicale en rechtvaardige systeemverandering verhindert. Door het sterke geloof in het duurzaamheidssprookje vergeten we hoe nauw duurzaamheid is verweven met kolonialisme, kapitalisme en sociale uitsluiting. Hij houdt daarom een vlammend pleidooi voor een andere politieke taal en verbeelding en maakt de weg vrij voor een ecorechtvaardige samenleving, waarin een liefdevolle zorgplicht voor Aarde en elkaar centraal staat.

Kosten en opbrengsten van de transitie naar netto-nul

Om in 2050 te komen tot netto nul emissies is wereldwijd naar verwachting een gemiddelde jaarlijkse investering nodig van ongeveer $9,2 biljoen (= $ 9.200 miljard), wat een stijging is van $3,5 biljoen ten opzichte van de huidige uitgaven. Dit komt neer op ongeveer 7,5% van het wereldwijde BBP per jaar en op een totaal van ongeveer 275 biljoen dollar van 2021 tot 2050.[3] Deze overgang vereist aanzienlijke investeringen in emissiearme technologieën en infrastructuur, vooral in de startperiode tussen 2026 en 2030.

Extra uitgaven (in biljoen $) die nodig zijn om in 2050 netto nul te bereiken. Schattingen gebaseerd op het Net Zero 2050 scenario van het Network for Greening the Financial System, waarin de opwarming beperkt blijft tot 1,5 °C. Dat is een hypothetisch scenario, geen voorspelling of projectie. Bron: McKinsey.[3]

Tegenover de kosten staan aanzienlijke besparingen volgens een studie van onderzoekers van de Universiteit van Oxford in het tijdschrift Joule.[4] [5]

Een snelle overgang naar schone energie is goedkoper dan een langzame of geen overgang. Dat weerlegt de veelgehoorde bewering dat de groene transitie duur is. De kosten van groene technologie zijn de afgelopen tien jaar sneller gedaald dan verwacht en zullen waarschijnlijk verder blijven dalen. Al snel zal duurzame energie in vrijwel alle gevallen goedkoper zijn dan fossiele energie. Daarmee is het bereiken van een koolstofneutraal energiesysteem rond 2050 economisch mogelijk en rendabel.

De onderzoekers berekenden dat de overgang naar een koolstofvrij energiesysteem rond 2050 de wereld naar verwachting ten minste 12 biljoen dollar zal besparen in vergelijking met voortzetting van ons huidige gebruik van fossiele brandstoffen. Het gaat om de totale netto besparingen in de periode tot 2050.

Bronnen:

  1. Net-zero emissions targets are vague: three ways to fix | Nature
  2. Jhagroe, S. (2024). Voorbij duurzaamheid: op weg naar een ecorechtvaardige samenleving. Mazirel Pers, imprint Walburg Pers.
  3. 3,0 3,1 The net-zero transition: What it would cost, what it could bring | McKinsey Sustainability
  4. [https://www.ox.ac.uk/news/2022-09-14-decarbonising-energy-system-2050-could-save-trillions-new-oxford-studyDecarbonising the energy system by 2050 could save trillions - new Oxford study | University of Oxford]
  5. [https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S254243512200410XEmpirically grounded technology forecasts and the energy transition | Joule]

Duurzame energie

Zie de wikipagina Duurzame energie.