Strategieën tegen klimaatverandering: verschil tussen versies

Uit Klimaatwiki
Regel 153: Regel 153:


De overheid is bezig met het afbouwen van (delen van) deze fossiele subsidies, maar in 2025 verloopt dit nog traag en zijn de verschillen tussen beide categorieën zeer groot.<ref>[https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/toekomst-fossiele-brandstoffen/fossiele-subsidies Afbouw fossiele subsidies voor bedrijven. Duurzame energie | Rijksoverheid]</ref> <ref>[https://www.rijksfinancien.nl/miljoenennota/2025/bijlage/3096805 23 Fossiele regelingen | Ministerie van Financiën]</ref>
De overheid is bezig met het afbouwen van (delen van) deze fossiele subsidies, maar in 2025 verloopt dit nog traag en zijn de verschillen tussen beide categorieën zeer groot.<ref>[https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/toekomst-fossiele-brandstoffen/fossiele-subsidies Afbouw fossiele subsidies voor bedrijven. Duurzame energie | Rijksoverheid]</ref> <ref>[https://www.rijksfinancien.nl/miljoenennota/2025/bijlage/3096805 23 Fossiele regelingen | Ministerie van Financiën]</ref>
<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
= Wondermiddelen =
'''Er worden veel, vaak technologische, oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering voorgesteld die een kritische toets niet altijd doorstaan. Bij het beoordelen ervan is het belangrijk je af te vragen, wie de oplossing voorstelt, wat diens belang erbij is, wat de kosten zijn, wie voor die kosten opdraait, of het gaat om een in de praktijk bewezen oplossing, of de oplossing voldoende is, en of de oplossing op tijd komt. Veel van de technologieën die we in dit hoofdstuk bespreken, doorstaan deze toets niet en blijken een vorm van ‘[[Strategieën tegen klimaatverandering#Greenwashing|greenwashing]]’ te zijn.'''
Omdat het kapitalisme van groei afhankelijk is, zijn technologische innovaties de aangewezen manier om de groei erin te houden. Hier wordt een aantal opties besproken, die echter geen van alle op afzienbare termijn op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame manier voor reductie van broeikasgassen kunnen zorgen.
Van het planten van bomen tot het verspreiden van fijngemalen silicaatmineralen over het land, de methoden voor het “verwijderen van kooldioxide” (CDR) variëren in aanpak, effecten, mate van ontwikkeling en kosten.<ref>[https://www.carbonbrief.org/nine-key-takeaways-about-the-state-of-co2-removal-in-2024/ Nine key takeaways about the ‘state of CO2 removal’ in 2024]</ref>
Het rapport van de IPCC Working Group III: Mitigation Of Climate Change beveelt aan emissiebeperking te combineren met CO₂-verwijdering.<ref>[https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg3/ Climate Change 2022: Mitigation of Climate Change | IPCC]</ref>
Het tweede “State of CDR” rapport, geleid door een samenwerking van wetenschappelijke instellingen uit Europa en de VS, heeft als doel samen te vatten waar de wereld op dit moment staat als het gaat om het verwijderen van CO₂ uit de lucht.<ref>[https://www.stateofcdr.org/ The first accessible, global and independent scientific assessment of Carbon Dioxide Removal (CDR) | The State of Carbon Dioxide Removal]</ref>
Let op: Het is belangrijk niet alleen negatief te zijn over geo-engineering, maar er vooral op te wijzen dat wetenschappers een taak hebben hier open over te communiceren. Alleen stoppen met CO₂-uitstoot zal niet voldoende zijn om in de buurt van de Parijse Akkoorden te blijven. Een of andere vorm van CO₂-verwijdering of vermindering van de instraling zal nodig zijn, mits dit niet als uitvlucht wordt gebruikt voor de lobby van de grote energiebedrijven en olieproducerende landen om door te gaan met het gebruiken van fossiele brandstof.
Om vooroordelen van het publiek over onderzoek naar geo-engineering en koolstofafvang te voorkomen, is het belangrijk dat wetenschappers transparant communiceren over hun projecten, ook door financieringsbronnen of potentiële belangenconflicten bekend te maken en bereid te zijn om te luisteren naar de zorgen van het publiek.
Zie [https://www.science.org/content/article/geoengineering-fight-climate-change-if-public-can-convinced dit stuk in Science] over de noodzaak voor wetenschappers om met het publiek te communiceren over geo-engineering.
=== Greenwashing ===
Een van de misleidende tactieken van bedrijven om fossiele brandstoffen te blijven gebruiken, is ‘greenwashing’. Greenwashing is een marketingstrategie waarbij bedrijven, gesteund door hun PR-bureaus, claims doen over hun milieuvriendelijkheid om consumenten te misleiden. Dit wordt vaak gebruikt om een groener imago te creëren dan werkelijk het geval is. Onderzoek toont aan dat het promoten van groene identiteit van bedrijven en merken op de korte termijn uiterst effectief is, omdat consumenten steeds bewuster kiezen voor duurzame opties.<ref>[https://www.bi.team/blogs/there-is-a-growing-epidemic-of-climate-anxiety/ Protecting consumers from greenwashing |  Behavioural Insights Team (BIT)]</ref> <ref>[https://www.nytimes.com/2022/08/23/climate/climate-greenwashing.html How greenwashing fools us | New York Times]</ref>
Bedrijven overdrijven de impact van hun milieuvriendelijke initiatieven of projecten om hun imago te verbeteren. Zij gebruiken groene kleuren, bladeren, bomen en andere natuurlijke beelden of termen als "natuurlijk", "eco-vriendelijk" of "duurzaam", zonder dat deze claims worden ondersteund door feiten of certificeringen.<ref>[https://kro-ncrv.nl/programmas/keuringsdienst-van-waarde/eco-schoonmaakmiddelen-echt-beter-of-duurder Zijn eco schoonmaakmiddelen écht beter of vooral duurder? | Keuringsdienst van Waarde, KRO/NCRV]</ref> Bedrijven delen selectief positieve milieu-informatie en verbergen negatieve aspecten van hun activiteiten. Een overzicht en classificatie van soorten greenwashing is te vinden in een aflevering uit 2020 van het tijdschrift ''Environmental Sciences Europe''.<ref>[https://link.springer.com/article/10.1186/s12302-020-0300-3 Concepts and forms of greenwashing: a systematic review |  Environmental Sciences Europe]</ref>
In 2024 hadden banken en andere vermogensbeheerders investeringen ter waarde van meer dan 33 miljard dollar in de grootste oliemaatschappijen via “groene fondsen”. Dit bleek uit een onderzoek van Voxeurop en The Guardian.<ref>[https://voxeurop.eu/en/global-carbon-emissions-european-green-finance-investments/ Nearly a fifth of global carbon emissions is propped up by billions of euros in European “green” investments | VoxEurop]</ref> Deze oliemaatschappijen zijn verantwoordelijk voor 18% van de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in de wereld, hebben geen van allen een strategie om aan de Parijse Akkoorden te voldoen en hebben zelfs recent hun duurzaamheidsambities verlaagd. Deze “groene fondsen” worden aangeboden door grote financiële instellingen zoals JP Morgan, DWS/Deutsche Bank en BlackRock. De fondsen zijn bedoeld voor een transitie naar een duurzame economie, maar door te slappe criteria worden ze op grote schaal misbruikt.
Shell laat een wel heel brutale vorm van greenwashing zien met de startup Onward, in 2024 opgericht en eigendom van Shell, dat in dat jaar $28 miljard winst maakte.<ref>[https://www.theguardian.com/us-news/2024/feb/26/shell-climate-tech-startup-onward-oil-gas-jobs-greenwashing A Trojan horse of legitimacy’: Shell launches a ‘climate tech’ startup advertising jobs in oil and gas | The Guardian]</ref> Onward zegt de energietransitie te willen versnellen door innovators wereldwijd met elkaar in contact te brengen om energie- en klimaatuitdagingen aan te pakken. Ondanks de groene beelden en taal — “Achieving a net zero future” — richt Onward zich voornamelijk op het verbeteren van olie- en gasresultaten door banen in het verkennen van nieuwe olie- en gasvelden aan te bieden. Exxon, Chevron, SoCal Gas, BP, Southern Company en Saudi Aramco hebben vergelijkbare greenwashing projecten.<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== AI ===
AI wordt vaak aangeprezen als een middel om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de klimaatcrisis op te lossen. Een commentaar in Nature door een werknemer van Microsoft noemt vijf mogelijkheden om dit te realiseren.<ref>[https://www.nature.com/articles/d41586-025-02641-4 Net zero needs AI — five actions to realize its promise | Nature]</ref> Het stuk beweert: "Zonder kunstmatige-intelligentietechnologieën is het onmogelijk om tegen 2050 een evenwicht te bereiken tussen door de mens veroorzaakte broeikasgasemissies en koolstofverwijdering." Het gaat nauwelijks in op de negatieve kanten van het gebruik van AI, de grote energieconsumptie maar vooral de mogelijkheid dat AI kan worden gebruikt om meer olie en gas op te sporen.
Dat laatste id het onderwerp van een artikel in The Atlantic dat onthult hoe Microsoft met twee tongen spreekt over AI.<ref>[https://www.theatlantic.com/technology/archive/2024/09/microsoft-ai-oil-contracts/679804/ Microsoft’s Hypocrisy on AI | The Atlantic]</ref> In een witboek van Microsoft staat dat AI het antwoord is op een "planetaire crisis" en worden manieren genoemd waarop AI kan worden gebruikt om voedselverspilling tegen te gaan en de koolstofverwijdering te versnellen door AI in te zetten voor het ontwerpen van groene technologieën.
Maar tegelijkertijd brengt het bedrijf zijn AI-tools op de markt voor fossiele-brandstofbedrijven, waarmee het hen helpt nieuwe olie- en gasreserves te vinden en de productie te verhogen, ondanks publieke beloften om de uitstoot te verminderen. Interne documenten en interviews met werknemers tonen deze dubbele strategie aan, wat wijst op een conflict tussen Microsofts klimaatgerichte branding en zijn commerciële banden met de fossiele brandstoffensector. Deze activiteiten en hun impact op het milieu zijn niet openbaar gemaakt, wat beleggers zorgen baart.<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== Geo-engineering (klimaatengineering) ===
Geo-engineering verwijst naar grootschalige ingrepen in de oceanen, de bodem en de atmosfeer van de aarde met als doel de effecten van klimaatverandering te verminderen, meestal tijdelijk. Zoals eerder al werd aangegeven, zal elke vorm van geo-engineering altijd gepaard moeten gaan met terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Anders is het een schijnoplossing voor de klimaatcrisis die de symptomen van klimaatverandering aanpakt, maar de onderliggende oorzaken negeert en in veel gevallen laat voortbestaan.<ref name=":10">[https://www.geoengineeringmonitor.org/ What is Geoengineering? | Geoengineering Monitor]</ref>
Er worden twee vormen van geo-engineering onderscheiden, ''Solar Radiation Modification'' (SRM), ook wel aangeduid als zonnestralingsbeheer, en ''Carbon Dioxide Removal'' (CDR), of koolstofverwijdering).
In oktober 2024 heeft de American Geophysical Union (AGU) een rapport uitgebracht waarin ethische richtlijnen voor geo-engineering zijn vastgelegd.<ref>[https://www.agu.org/Ethicalframeworkprinciples Ethical Framework Principles for Climate Intervention Research | AGU]</ref>
Tijdens de jaarlijkse AGU conferentie in 2024 zei Alan Robock, een klimaatwetenschapper aan Rutgers University, het onomwonden: “Ik wil hier niet zijn,” zei hij. “We weten dat de oplossing voor de opwarming van de aarde is om fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten.” Toch is het belangrijk dat wetenschappers begrijpen wat de risico's zijn van het uitproberen van deze technieken en hoe ze zich verhouden tot de risico's van het niet uitproberen ervan, zei Robock. “Hoe eerder we dat weten, hoe eerder we verder kunnen.”<ref>[https://www.nytimes.com/2024/12/12/climate/three-questions-from-cutting-edge-climate-science.html Three Questions From Cutting-Edge Climate Science | New York Times]</ref>
=== Zonnestralingsbeheer (Solar Radiation Modification) ===
[[Bestand:Solar climate intervention.png|gecentreerd|miniatuur|650x650px|''Vijf methoden van zonnestralingsbeheer. 1) Verhogen van de oppervlakte albedo. 2) Het reflecterend vermogen van wolken boven zee vergroten. 3) Het verhogen van het aantal aerosolen in de stratosfeer. 4) Methoden met gebruikmaking van de ruimtevaart; bijvoorbeeld spiegels die zonnestraling terugkaatsen. 5) Vermindering van cirrusbewolking op grote hoogte. Bron: NOAA.''<ref>[https://www.climate.gov/news-features/understanding-climate/solar-radiation-modification-noaa-state-science-factsheet Solar radiation modification: NOAA State of the Science factsheet | NOAA]</ref> ]]Deze methode heeft tot doel de bron van de opwarming, zonnestraling, te verminderen. Onderzoekers bestuderen vooral twee manieren om zonnestraling te beheersen: het helderder maken van wolken op zee en het injecteren van stratosferische aërosolen.
''Marine cloud brightening'' houdt in dat er heel fijn zout water vanaf boten naar laaghangende wolken boven de oceaan wordt gesproeid om hun helderheid en reflectiviteit te verbeteren.
Modellen hebben aangetoond dat als je een enorm groot gebied – ongeveer 4% van de oceaan – in de buurt van de evenaar zou besproeien en de wolken daardoor helderder zou maken, de combinatie van meer wolken en daardoor een lagere temperatuur van de zeeoppervlakte eronder wereldwijde gevolgen zou kunnen hebben.<ref name=":10" />
''Stratospheric aerosol injection'' houdt in dat de hoeveelheid stratosferische aerosolen die zonlicht reflecteren wordt verhoogd, hetzij door directe injectie, hetzij door injectie van een precursor (zoals zwaveldioxide, SO<sub>2</sub>) dat vervolgens in de stratosfeer reageert en aerosolen vormt. Voorgestelde aerosoltypes zijn onder meer sulfaat, calciumcarbonaat en diamantstof. Die zouden op een hoogte (11-48 km) verspreid moeten worden die ver ligt boven de hoogte waarop de meeste vliegtuigen vliegen.
<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== Koolstofverwijdering en opslag (CDR en CCS) ===
Een zeer verdund gas (~0,04%) zoals CO<sub>2</sub> uit de atmosfeer halen is technisch uitdagend, energie-intensief en duur.
Kooldioxideverwijdering (''carbon dioxide removal'', CDR) omvat opzettelijke menselijke activiteiten die CO<sub>2</sub> verwijderen die al in de atmosfeer aanwezig is en deze duurzaam opslaan in geologische formaties, bodems, oceanen of producten. Het omvat natuurlijke methoden zoals bebossing en technologische methoden zoals directe luchtopname met opslag. CDR vermindert de totale concentratie van atmosferische CO<sub>2</sub>, waardoor het broeikasgasniveau actief wordt verlaagd en de klimaatverandering wordt tegengegaan. Naast het snel terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen zijn de opschaling en de uitbreiding van CDR op het land dringende prioriteiten als we de temperatuurdoelstelling van het Akkoord van Parijs willen halen.<ref>[https://www.stateofcdr.org/ The first accessible, global and independent scientific assessment of Carbon Dioxide Removal (CDR) | The State of Carbon Dioxide Removal]</ref>
Er zijn veel CDR-methoden om CO₂ op te vangen en op te slaan met verschillende niveaus van ontwikkeling, kosten, potentieel en duurzaamheid. Elke methode heeft duurzaamheidsrisico's die de toepassing op lange termijn kunnen beperken.
''Carbon Capture and Storage'' (CCS) vangt CO<sub>2</sub>-uitstoot rechtstreeks op van puntbronnen zoals energiecentrales of industriële installaties voordat de CO<sub>2</sub> de atmosfeer bereikt. De opgevangen CO<sub>2</sub> wordt vervolgens getransporteerd en ondergronds opgeslagen. CCS voorkomt dat nieuwe emissies de atmosfeer binnendringen, maar verwijdert geen CO<sub>2</sub> die al in de lucht aanwezig is. Daarom wordt CCS beschouwd als een emissiereductietechnologie, geen verwijderingstechnologie.
Koolstofverwijdering is een technologie die bij lange na niet voldoende ontwikkeld is om in 2050 netto nul te bereiken. Er zijn enorme hoeveelheden energie nodig die niet voor andere nuttige doeleinden kunnen worden gebruikt, zelfs niet als er hernieuwbare energie wordt gebruikt. Het is ongelooflijk duur, vooral gezien de omvang die nodig is om koolstof op wereldwijde schaal te verwijderen.
Met het huidige tempo zal de opslagcapaciteit voor CO<sub>2</sub> naar verwachting rond de 700 miljoen ton per jaar zijn in 2050, slechts 10% van wat er nodig is. Zonder een gecoördineerde wereldwijde inspanning en snelle beleidsveranderingen lijkt het onwaarschijnlijk dat de doelstellingen voor netto nul worden gehaald met CCS-ambities. CCS mag ons niet afleiden van de werkelijk effectieve aanpak van klimaatverandering, namelijk het versneld uitbannen van fossiele brandstoffen.<ref>[https://ce.nl/wp-content/uploads/2023/07/CE_Delft_220460_Koolstofverwijdering_voor_klimaatbeleid_DEF-gecorrigeerd.pdf Koolstofverwijdering voor klimaatbeleid | CE Delft]</ref> <ref>[https://filelist.tudelft.nl/Websections/Climate%20Action/NL%20TUD%20RouteKaart%20position%20paper%2029%20April%202025.pdf Nederland als innovatiepionier: Een oproep voor dringend leiderschap in koolstofverwijdering | TU Delft]</ref>
Daar komt bij dat de planeet niet zoveel kooldioxide diep onder de grond kan opslaan als eerder werd gedacht. Een nieuwe schatting suggereert dat de geologische opslagruimte voor koolstof al in 2200 op zou kunnen raken.<ref>[https://www.nature.com/articles/d41586-025-02790-6 Earth’s capacity to store carbon could max out surprisingly soon | Nature]</ref> <ref>[https://www.nature.com/articles/s41586-025-09423-y A prudent planetary limit for geologic carbon storage | Nature]</ref> Bovendien bestaat hetrisico dat kooldioxide uit de ondergrondse reservoirs lekt en weer in de atmosfeer terechtkomt. Dus we kunnen er niet op vertrouwen om aan de dringende behoefte om de klimaatverandering te vertragen te voldoen.
De vraag waar de koolstof moet worden opgeslagen is ook cruciaal. Sommige van de plaatsen met het grootste opslagpotentieel, zoals Indonesië, Brazilië en enkele landen in Afrika, zouden uiteindelijk opgezadeld kunnen worden met een probleem dat zij niet hebben veroorzaakt. De oplossing van de onderzoekers is duidelijk: de uitstoot nu drastisch verminderen.
=== BECCS ===
Het gebruik van landbouwgewassen voor energieopwekking, gecombineerd met koolstofafvang en -opslag (BECCS)<ref>[https://www.geoengineeringmonitor.org/technologies/beccs Bioenergy with Carbon Capture and Storage | Geoengineering Monitor]</ref> wordt door veel beleidsmakers gezien als een manier om te voldoen aan de Parijse Akkoorden. Het gaat om snelgroeiende gewassen die CO<sub>2</sub> uit de atmosfeer halen. Die verbrand je om er energie uit te halen. En de CO<sub>2</sub> die bij de verbranding vrijkomt, vang je af en stop je in een diepe zoutmijn of leeg gasveld. Dat is precies het omgekeerde van fossiele brandstoffen verbruiken, en tóch levert het je energie op. Die energie komt van de zon, die via fotosynthese CO<sub>2</sub> omzet in brandstof.
Dit klinkt goed, maar heeft ook een groot nadeel: zeven van de negen planetaire grenzen worden al overschreden en meerdere van deze grenzen hebben te maken met de manier waarop land door mensen wordt gebruikt. Klimaatverandering zou deze grenzen nog meer onder druk kunnen zetten. Een groep onderzoekers uit Potsdam berekende hoeveel biomassa er geproduceerd zou kunnen worden voor BECCS onder verschillende omstandigheden, zoals beperkingen voor stikstofstromen, veranderingen in zoetwatersystemen, veranderingen in het land en bescherming van het milieu.<ref>[https://www.nature.com/articles/s43247-025-02033-6 Multiple planetary boundaries preclude biomass crops for carbon capture and storage outside of agricultural areas | Nature Communications Earth & Environment]</ref> De druk op de bestaande landbouwgebieden zal toenemen om te voldoen aan de groeiende wereldwijde vraag naar voedsel, veevoer, vezels (katoen) en hout.
Het resultaat is dat het potentieel voor BECCS van speciale plantages van het snelgroeiende ''Miscanthus'' (olifantsgras) rond 2050 bijna nul is (0,1 gigaton kooldioxide-equivalenten per jaar) bij het IPCC scenario van milde klimaatverandering (Representatieve Concentratiepad (RCP) 4,5). De belangrijkste beperking is dat deze vorm van landgebruik het milieu niet mag vernietigen. Naast milieubescherming en landgebruik geven ook de andere randvoorwaarden uit het onderzoek (beperking stikstof en beschikbaarheid van zoetwater) duidelijk grenzen aan. Dit illustreert hoe smal de marges van het ''[[Wat is klimaatverandering?#Verdieping: Systeem Aarde|systeem aarde]]'' zijn als we klimaatverandering proberen te stoppen.
=== Overzicht geo-engineering projecten ===
Geoengineering Monitor publiceert een in interactieve wereldkaart<ref name=":9">[https://map.geoengineeringmonitor.org/ Geoengineering Map | Geoengineering Monitor]</ref> met een overzicht van alle bekende geo-engineering projecten. Voor elke aanklikbare locatie is uitgebreide informatie beschikbaar zoals gebruikte technologie, eigenaar van het project, argumenten voor of tegen de effectiviteit van de technologie.
[[Bestand:Geoengineering map.jpg|gecentreerd|miniatuur|650x650px|''Deze interactieve wereldkaart over geo-engineering, opgesteld door ETC Group en de Heinrich Boell Foundation, werpt een licht op de alarmerende uitbreiding van onderzoek en experimenten op het gebied van geo-engineering.''<ref name=":9" />]]
<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== Alleen bomen planten is niet genoeg ===
Het blijkt dat plannen om op grote schaal CO<sub>2</sub> te verwijderen door bomen te planten veel te optimistisch zijn. Een studie van een groep Australische en Scandinavische onderzoekers laat een kloof zien tussen de afhankelijkheid van landbouwgrond voor de verwijdering van kooldioxide (carbon dioxide removal, CDR) in nationale klimaatcommitments en de realiteit.<ref>[https://www.nature.com/articles/s41467-024-53466-0 Over-reliance on land for carbon dioxide removal in net-zero climate pledges | Nature Communications]</ref>
De onderzoekers tonen aan dat de bestaande klimaatcommitments gezamenlijk ongeveer 1 miljard hectare land vereisen voor CDR, waarvan ongeveer 40% bestemd is voor de conversie van bestaand landgebruik naar bossen. Het totale landbouwareaal in de wereld bedraagt 4,9 miljard ha (FAO). De onderzoekers constateren dan ook dat “de resultaten verontrustend zijn” - zowel wat betreft de beperkte beschikbaarheid van voldoende land als de snelheid en omvang van de verandering in landgebruik.
Een artikel in Nature Food<ref>[https://www.nature.com/articles/s43016-024-01039-1 Enhanced agricultural carbon sinks provide benefits for farmers and the climate | Nature Food]</ref> wijst op de (theoretische) mogelijkheid van koolstofvastlegging in landbouwgrond. Idealiter zou dit tegen 2050 een vergelijkbaar cumulatief mitigatiepotentieel kunnen hebben als bebossing, met name in Sub-Sahara Afrika. Dit vraagt ongekend snelle, grootschalige en gecoördineerde actie.
Volgens een publicatie in Science in 2025<ref>[https://www.science.org/doi/10.1126/science.adj6841 Land availability and policy commitments limit global climate mitigation from forestation | Science]</ref> is er ongeveer 389 miljoen hectare op aarde die potentieel gebruikt zou kunnen worden voor herbebossing – ongeveer de helft van eerdere schattingen. Dit cijfer is gebaseerd op onderzoek waarbij steden, landbouwgrond, gebieden met een risico op verlies van biodiversiteit en regio's met onvoldoende water buiten beschouwing zijn gelaten. Het onderzoek sloot ook besneeuwde gebieden uit die warmte reflecteren, omdat de donkere boomkruinen daar meer kwaad dan goed zouden doen. De resultaten tonen aan dat herbebossing niet mag worden beschouwd als een vervanging voor het stoppen van ontbossing elders of het snel verminderen van de uitstoot van fossiele brandstoffen.
<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== Groene brandstoffen ===
Brandstoffen die worden aangeprezen als 'groene' oplossingen voor het klimaatprobleem blijken bij nadere beschouwing niet, of in beperkte mate, duurzaam te zijn.
==== Biodiesel ====
'''E-kerosine''', ook wel ''sustainable aviation fuel'' (SAF) genoemd. Deze brandstof wordt gemaakt van gewassen of afval, of door CO<sub>2</sub> en CO uit de rookgassen van fabrieken te laten reageren met waterstof. Waterstof kan op een duurzame manier worden geproduceerd, door elektrolyse van water, maar vaak wordt het gemaakt van aardgas. (Zie ook [[Strategieën tegen klimaatverandering#Waterstof in allerlei kleuren|Waterstof in allerlei kleuren]].)
[[Bestand:SAF.jpg|gecentreerd|miniatuur|650x650px|''De verschillende wegen naar sustainable aviation fuel (SAF).''<ref>[http://www.simecomilano.it/wp-content/uploads/2025/01/Simeco_Energy-Transition-Projects_v8.pdf Energy Transistion Projects | SIMECO]</ref>]]
SAF kan de huidige vormen van vliegtuigbrandstof vervangen of, waarschijnlijker, ermee gemengd worden, waardoor de uitstoot zou worden verminderd. De EU heeft de lidstaten verplicht duurzame kerosine door de fossiele brandstof te gaan mengen.<ref>[https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/refueleu-luchtvaart/refueleu-luchtvaart-verplichtingen-voor-brandstofleveranciers RefuelEU verplichtingen voor brandstofleveranciers | Nederlandse Emissieautoriteit]</ref> In 2034 moet er al 6 procent SAF doorheen, in 2039 20 procent en zo verder. Nederland zelf wil nog sneller.
In 2024 is in Rotterdam het initiatief genomen voor een fabriek voor e-kerosine. Deze zou vanaf 2030 250.000 ton duurzame vliegtuigbrandstof moeten produceren en zal daarmee de grootste fabriek ter wereld zijn op dit gebied. Ook in Amsterdam en Delfzijl worden fabrieken opgezet voor duurzame vliegtuigbrandstof.
Dit zijn voorbeelden van ‘[[Strategieën tegen klimaatverandering#Greenwashing|greenwashing]]’, aldus het Amerikaanse Institute for Policy Studies (IPS), een progressieve denktank zonder banden met het bedrijfsleven. IPS constateert dat de privéjetlobby “duurzame vliegtuigbrandstoffen” als marketingtruc gebruikt en dat die grotendeels een valse oplossing zijn.<ref>[https://ips-dc.org/report-greenwashing-the-skies/ Greenwashing the Skies: How the Private Jet Lobby Uses “Sustainable Aviation Fuels” as a Marketing Ploy | Institute for Policy Studies]</ref> <ref>[https://www.theguardian.com/environment/article/2024/may/14/sustainable-jet-fuel-report ‘Magical thinking’: hopes for sustainable jet fuel not realistic, report finds | The Guardian]</ref>
Chuck Collins, co-auteur van het rapport, zegt: “Om deze brandstoffen op de benodigde schaal te brengen zouden enorme subsidies nodig zijn, de maatschappelijke kosten zouden onaanvaardbaar zijn en het zou ten koste gaan van meer urgente prioriteiten op het gebied van decarbonisatie.”
Een argument voor de duurzaamheid van SAF/e-kerosine is dat het wordt gemaakt met schone stroom van windparken. Maar omdat het de vraag is of duurzame energie ooit de gehele huidige energiebehoefte kan dekken, werkt dit verder gebruik van fossiel in de hand.
Bovendien speelt bij de productie van SAF in de meeste gevallen fossiele koolstof — uit rookgassen, of bij de productie van waterstof — een rol. Daardoor kan het nauwelijks als een duurzame oplossing worden beschouwd. Zie ook de rekensommen van Karel Knip in de NRC.<ref>[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/11/lekker-cijferen-met-kunstkerosine-hoeveel-wind-is-er-nodig-om-een-vliegtuig-vol-te-tanken-a4896461 Lekker cijferen met kunstkerosine: hoeveel wind is er nodig om een vliegtuig vol te tanken?]</ref>
==== Waterstof in allerlei kleuren ====
Met kleuren wordt aangegeven in welke mate waterstof duurzaam is. Daarop valt nog wel wat af te dingen. Zie: [[Strategieën tegen klimaatverandering#De echte impact van 'blauwe' waterstof|De echte impact van blauwe waterstof]].
'''Groene waterstof''' kan in principe worden geproduceerd door elektrolyse van water met behulp van groene stroom maar dat gebeurt nog maar op kleine schaal. Tot nu toe wordt waterstof geproduceerd met behulp van fossiele brandstoffen, in de eerste plaats aardgas. Voor elke ton geproduceerde waterstof wordt ongeveer 10 ton CO<sub>2</sub>  uitgestoten. De waterstof die op deze manier wordt geproduceerd, wordt ‘'''grijze waterstof’''' genoemd.<ref>[https://www.sfc.com/glossary/blue-hydrogen/ Blue hydrogen-definition | SFC]</ref>
'''Blauwe waterstof''' wordt ook geproduceerd uit aardgas. Het verschil is dat de geproduceerde CO<sub>2</sub> wordt opgevangen en opgeslagen, bijvoorbeeld in voormalige olie- of gasvelden. Dit betekent dat de CO<sub>2</sub> uitstoot lager is. Het wordt daarom ook wel ''decarbonized'' waterstof genoemd.
'''Turquoise waterstof''' wordt verkregen door het thermisch kraken van methaan. In plaats van CO<sub>2</sub> wordt tijdens dit proces vaste koolstof geproduceerd. Om het proces CO<sub>2</sub>-neutraal te maken, moet de benodigde hoge temperatuur worden geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen en moet de koolstof permanent worden gebonden.
[[Bestand:Blue hydrogen.jpg|miniatuur|400x400px|''De uitstoot van broeikasgassen per kg geproduceerde waterstof, bij verschillende technologieën en verschillende percentages koolstof-afvang. Zelfs in het beste geval is de CO<sub>2</sub> uitstoot nog meer dan 3x zo hoog als de Amerikaanse norm voor ‘schone’ waterstof. Bron: IEEFA.<ref>[https://ieefa.org/articles/blue-hydrogen-not-clean-not-low-carbon-not-solution Blue Hydrogen: Not clean, not low carbon, not a solution | Institute for Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA)]</ref> © 2025 Institute for Energy Economics & Financial Analysis.'']]
De industrie voor fossiele brandstoffen praat graag over blauwe waterstof als klimaatoplossing. In een analyse van de Europese plannen voor blauwe waterstof door Le Monde en DeSmog constateren de onderzoekers echter dat de tientallen voorgestelde projecten voor blauwe waterstof bij elkaar evenveel broeikasgassen dreigen uit te stoten als heel Denemarken.
Deze bevinding komt op het moment dat Europese ambtenaren overwegen om blauwe waterstof de status van “koolstofarme technologie” te geven, waardoor deze toegang krijgt tot miljarden euro's aan subsidies en voordelige beleggingen.
[[Bestand:Blue hydrogen projects.jpg|gecentreerd|miniatuur|650x650px|''Blauwe waterstofprojecten in Europa. Bron: Desmog.''<ref>[https://www.desmog.com/2024/10/12/europes-blue-hydrogen-plans-risk-generating-annual-emissions-on-par-with-denmark/ Europe’s Blue Hydrogen Plans Risk Generating Annual Emissions on par With Denmark | Desmog]</ref> ''Credit: Sabrina Bedford. [https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/ Creative Commons License BY 4.0]'']]
==== De echte impact van 'blauwe' waterstof ====
Een rapport van Carbon Tracker<ref>[https://carbontracker.org/reports/kind-of-blue/ Kind of Blue — The real climate impact of Blue Hydrogen and Gas-CCS | Carbon Tracker]</ref> stelt dat de hoeveelheid CO<sub>2</sub> die vrijkomt bij projecten voor blauwe waterstof en gas-[[Strategieën tegen klimaatverandering#Koolstofverwijdering|CCS]] twee tot drie keer hoger kan zijn dan de gerapporteerde hoeveelheid wanneer gekeken wordt naar de uitstoot bij de winning, verwerking en het transport van gas.
Voorstanders van technologieën voor koolstofafvang, -gebruik en -opslag (CCUS) zeggen dat op CCUS gebaseerde waterstof (ook bekend als ‘blauwe’ waterstof) en gascentrales met CCS (ook bekend als gas-CCS) kunnen helpen om de koolstofvoetafdruk van de industrie en de energiesector te verkleinen.
In dit rapport wordt gekeken naar de mogelijke gevolgen van op gas gebaseerde CCUS-technologieën voor het klimaat, ervan uitgaande dat de technologie werkt zoals de CCUS-industrie beweert. Dit probleem is vooral belangrijk voor het Verenigd Koninkrijk en de EU. Na de energiecrisis van 2022-2023 zijn zij meer afhankelijk van geïmporteerd LNG, met name uit de VS.
De conclusie van het rapport luidt als volgt:
*Blauwe waterstof- en gas-CCS-projecten zijn niet noodzakelijkerwijs koolstofarm.
*Het gebruik van gas voor CCUS zal de uitstoot verhogen.
*De koolstofintensiteit van blauwe waterstof wordt onderschat.
*We besparen niet zoveel koolstof als we denken wanneer we gas-CCS gebruiken.
*De manier waarop we het milieu beoordelen, is gebrekkig.
*Projecten waarbij gas wordt gebruikt, kunnen plannen om de koolstofuitstoot te verminderen in de weg staan.
Daar komt bij dat "…fossiele-brandstofbedrijven en aanverwante organisaties de belangrijkste lobbyisten zijn voor CCUS-subsidies en dat deze subsidies ten koste gaan van zowel de belastingbetaler als de toekomstige gezondheid van onze planeet," volgens een artikel in ''Environmental Science & Policy''.<ref>[https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S146290112500187X Tracing sources of funds used to lobby the US government about carbon capture, use, and storage | Environmental Science & Policy]</ref>
<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== Groene groei (''Green growth'') ===
Op basis van historisch bewijs gaat men er binnen de gangbare economische wetenschap vanuit dat een economie eerst vervuilend is en naarmate de economie groeit en volwassen wordt, de capaciteit ontwikkeld wordt om groener en duurzamer te worden.<ref>Dit wordt de ‘Environmental Kuznets curve’ genoemd. [https://doughnuteconomics.org/university-courses 7 Ways to Think Like a 21st Century Economist, Chapter 6: Create to Regenerate | Doughnut Economics for University Courses]</ref> Hieruit is het idee ontstaan dat economische groei en de daarmee gepaard gaande negatieve bijeffecten van elkaar ontkoppeld kunnen worden.
Binnen de duurzaamheidswetenschap is dit '''een aanpak''' geworden onder de noemer ‘'''groene groei'''’ waarbij economische groei en ontwikkeling wordt nagestreefd in combinatie met het terugdringen van bijvoorbeeld milieu-impact en uitstoot van broeikasgassen. Beide dragen hun steentje bij aan een duurzame toekomst waarbij de focus ligt op het bestrijden van klimaatverandering door middel van technologische innovatie. Het beleid is daarom vooral gericht op investeringen in schone technologieën, hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en duurzame landbouwpraktijken.
Op mondiaal niveau is er geen bewijs voor voldoende ontkoppeling tussen economische groei enerzijds en emissiereducties en materiaalverbruik anderzijds. Dit betekent dat er geen bewijs is dat het tegelijkertijd nastreven van economische groei en het respecteren van de planetaire grenzen mogelijk is.<ref>[https://www.thelancet.com/journals/lanplh/article/PIIS2542-5196(24)00310-3/fulltext Post-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries | The Lancet]</ref> Er is wel veel bewijs voor het tegendeel.<ref>[https://conbio.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/conl.12713 Biodiversity policy beyond economic growth | Conservation Letters]</ref> <ref>[https://iopscience.iop.org/article/10.1088/1748-9326/ab842a A systematic review of the evidence on decoupling of GDP, resource use and GHG emissions, part II: synthesizing the insights | Environmental Research Letters]</ref> <ref>[https://www.academia.edu/38891704/Is_Green_Growth_Possible Is Green Growth Possible? | New Political Economy]</ref> <ref>[https://www.academia.edu/39819762/Decoupling_Debunked_Evidence_and_arguments_against_green_growth_as_a_sole_strategy_for_sustainability_open_access_ Decoupling Debunked. Evidence and arguments against green growth as a sole strategy for sustainability (open access) | EEB European Environment Bureau]</ref> <ref>[https://www.thelancet.com/pdfs/journals/lanplh/PIIS2542-5196%2823%2900174-2.pdf Is green growth happening? An empirical analysis of achieved versus Paris-compliant CO2–GDP decoupling in high-income countries | Lancet Planet Health]</ref> <ref>[https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S2352550923002531 Level of decoupling between economic growth and environmental pressure on Earth-system processes | Sustainable Production and Consumption]</ref> <ref>[https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0164733&trk=public_post_comment-text Is Decoupling GDP Growth from Environmental Impact Possible? | PLOS One]</ref> <ref>[https://www.nature.com/articles/s41467-020-16941-y.pdf Scientists’ warning on affluence | Nature Communications]</ref>
Ook de theoretische mogelijkheid dat groene groei gerealiseerd kan worden door middel van correct beleid en een markt onder druk, wordt door ecologisch economen weerlegd<ref>[https://www.ioew.de/fileadmin/_migrated/tx_ukioewdb/IOEW_SR_005_Entropy_Law_and_Economic_Process_in_Retrospect.pdf The Entropy Law and the Economic Process in Retrospect | Eastern Economic Journal]</ref> en in toenemende mate door natuurkundigen in twijfel getrokken.<ref>[https://link.springer.com/book/10.1007/978-3-030-50295-9 The Economic Superorganism. Beyond the Competing Narratives on Energy, Growth, and Policy | Springer Nature]</ref> <ref>[https://escholarship.org/uc/item/9js5291m Energy and Human Ambitions on a Finite Planet | eScholarship]</ref> <ref>[https://tmurphy.physics.ucsd.edu/papers/limits-econ-final.pdf Limits to economic growth | Nature Physics]</ref>
Op internationaal vlak zijn er diverse multilaterale organisaties die een agenda voor groene groei ondersteunen, zoals de Wereldbank,<ref>[https://documents1.worldbank.org/curated/en/368361468313515918/pdf/691250PUB0Publ067902B09780821395516.pdf Inclusive Green Growth. The Pathway to Sustainable Development | The World Bank]</ref> de OECD<ref>[https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2018/03/economic-policy-reforms-2018_g1g8a996/growth-2018-en.pdf Economic Policy Reforms 2018 | OECD]</ref> en de Verenigde Naties (''Sustainable Development Goal #8: Eerlijk werk en economische groei'').<ref>[https://sdgs.un.org/goals The 17 Goals | UN Department of Economic and Social Affairs – Sustainable Development]</ref> In Nederland pleit de Sociaal Economische Raad (SER) in het rapport ''Perspectief op Brede Welvaart in 2040''<ref>[https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2024/visie-perspectief-op-brede-welvaart.pdf Perspectief op brede welvaart in 2040 | SER]</ref> voor “een economie die uitgaat van duurzame groei en innovatie, waarmee we ons verdienvermogen versterken binnen planetaire grenzen door maatschappelijk verantwoord ondernemerschap met een goed werkend Europees level playing field.”  Groene groei dus. Door het kabinet Schoof werd ‘groene groei’ opgenomen in de naam van een nieuw ministerie: Klimaat en Groene Groei. Andere Nederlandse bepleiters van groene groei zijn o.a. Barbara Baarsma,<ref>[https://boekenkrant.com/recensie/groene-groei%EF%BF%BC%EF%BF%BC/ Over economie en groei | Boekenkrant]</ref> Diederik Samsom en Mathijs Bouman.<ref>[https://open.podimo.com/podcast/a94323f8-f8e8-4353-b5a3-3e17f65b3f94 Wat Nu? Met Diederik Samsom & Mathijs Bouman | Podimo]</ref>
Zie ook: [[Economische gevolgen#Onderschatting door neoklassieke economen|Onderschatting door neoklassieke economen]].<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== Regeneratieve landbouw ===
Tijdens de Klimaatweek in september 2024 in New York City stonden 's werelds grootste voedselbedrijven in de rij om hun pro-natuur geloofsbrieven te delen, door te beweren dat ze “regeneratieve landbouw”-praktijken omarmen die hun enorme koolstofvoetafdruk zullen verminderen.<ref>[https://www.desmog.com/2024/10/22/big-ag-is-using-regenerative-agriculture-to-mask-business-as-usual/ Big Ag Is Using  ‘Regenerative Agriculture’ to Mask Business-as-Usual | Desmog]</ref>
Uit een nieuw rapport blijkt echter dat multinationale voedsel- en landbouwbedrijven - zoals Cargill, Bayer en Unilever - die de term gebruiken, hun manier van zakendoen nauwelijks hebben veranderd.<ref>[https://newclimate.org/resources/publications/navigating-regenerative-agriculture-in-corporate-climate-strategies From key emission reduction measure to greenwashing strategy | NewClimate Institute]</ref>
In totaal werden 30 grote landbouwbedrijven geanalyseerd in het rapport, dat in september werd uitgebracht door het New Climate Institute. Uit het rapport bleek dat hoewel ongeveer 80 procent van de bedrijven in hun klimaat- en duurzaamheidsstrategieën sterk refereerde aan de term “regeneratieve landbouw”, slechts een derde doelen had en veel bedrijven niet specifiek aangaven hoe de plannen zouden worden geïmplementeerd of ze slechts toepasten op een klein deel van hun totale activiteiten.
De bevindingen van het rapport echoën ook eerdere analyses<ref>[https://www.worldbenchmarkingalliance.org/research/2023-food-and-agriculture-and-nature-benchmark/ 2023 Food and Agriculture Benchmark and 2023 Nature Benchmark | World Benchmarking Alliance]</ref> dat de vage definities van “regeneratief” door bedrijven - die een breed scala aan natuurvriendelijke landbouwtechnieken kunnen omvatten zoals ''no-till'' en biologische landbouw - de verantwoordingsplicht ondermijnen. Verschillende landbouwprogramma's die onder deze noemer vallen, maken niet duidelijk welke praktijken ze omvatten of welke voordelen ze bieden voor duurzaamheidsinspanningen. En beweringen van bedrijven over lagere emissies worden niet altijd gestaafd.
Het resultaat is dat de plannen van de bedrijven die in het onderzoek zijn geanalyseerd, niet voldoende zijn om de bedrijven te binden aan transformatieve actie, waarbij de coauteurs van het rapport concluderen dat de plannen van de bedrijven “de ambitie missen die nodig is om vervuiling, aantasting van het milieu en emissies aanzienlijk te verminderen of zelfs de koolstofopslag in de bodem te vergroten”.
<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== Mestvergisting ===
Vergisting van de mest van melkkoeien en varkens tot methaangas, direct ter plaatse, wordt gezien als een veelbelovende oplossing waar bovendien veel geld mee verdiend kan worden.<ref>[https://www.dlvadvies.nl/energie/monomestvergisting Geld verdienen met mestvergisting | DLV Advies]</ref> De optimistische berichten erover gaan voorbij aan de nadelen. Voor omwonenden is dat vooral de stankoverlast maar belangrijker is dat het noch een oplossing is voor het stikstofprobleem, noch voor de uitstoot van broeikasgas, en daarmee allesbehalve een groene oplossing. In een opiniestuk in Eindhovens Dagblad schrijft Jan van Hoof dat mestvergisting nog geen 2% van het totale aardgasverbruik kan vervangen.
<blockquote>'''Bron:'''
<references />
</blockquote>
=== Tip voor investeerders ===
In 2023 heeft de fossiele brandstoffensector opnieuw terrein verloren ten opzichte van de markt als geheel. Terwijl de oliemultinationals een daling van 30% in jaarlijkse winsten rapporteren en de sector een jaarlijks verlies van bijna 5% boekt, concludeert een nieuw rapport van het Institute of Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA) dat het niet alleen een slecht jaar was om te investeren in fossiele brandstoffen, maar ook een slecht decennium.<ref>[https://ieefa.org/articles/financial-rationale-investing-fossil-fuel-industry-continues-unravel Financial rationale for investing in fossil fuel industry continues to unravel | Institute for Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA)]</ref> <ref name=":12">[https://ieefa.org/resources/passive-investing-warming-world Passive investing in a warming world | Institute for Energy Economics and Financial Analysis (IEEFA)]</ref>
De energietransitie heeft een groot effect op de aandelenmarkten, waarbij fossiele brandstoffen een risicovoller onderdeel worden van passieve beleggingsportefeuilles. In het afgelopen decennium was het financieel beter om aandelen in olie, gas en kolen te verkopen, ook al zijn er recent energiecrises geweest waarbij de brandstofprijzen en dus ook de winsten voor energiebedrijven de pan uit rezen. De traditionele voordelen van de fossiele brandstoffensector zijn verzwakt en af en toe winstgevende kwartalen hebben niets veranderd aan het feit dat de sector op de lange termijn ondermaats heeft gepresteerd.
Beleggers begrijpen met welke problemen de traditionele energiesector te maken heeft door reductie van broeikasgassen en concurrentie met duurzame energiebronnen. Nu de markten evolueren naar een toekomst met minder koolstof, zijn strategieën zonder fossiele brandstoffen een belangrijke manier voor beleggers om hun weg te vinden temidden van de uitdagingen en kansen van klimaatverandering.
[[Bestand:S&P Standalone Graphic for Factsheet-2.png|gecentreerd|miniatuur|500x500px|''De bovenste lijn is de algemene Standard & Poor Index. De onderste is de index van de energiebedrijven uit de S&P 500. Bron: IEEFA.''<ref name=":12" />]]
En toch, ondanks alle signalen van klimaatverandering energietransitie en klimaatbewuste beleggers zoals pensioenfondsen, zien we dat de fossiele brandstofindustrie nog steeds vasthoudt aan haar oude verhaal en blijft investeren in het exploiteren van nieuwe olie- en gasvelden. Gevestigde fossiele energiebedrijven gaan nog steeds uit van business as usual en zelfs groei. De laatste tijd meer geleid door ideologie dan door investeringslogica. Of gokken ze op schadeclaims bij stranded assets?
<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
</blockquote>
=== Stranded Assets ===
Gestrande activa, beter bekend als ‘''stranded assets''’, zijn activa die op een bepaald moment vóór het einde van hun economische levensduur (zoals aangenomen bij de investeringsbeslissing) niet langer in staat zijn om een economisch rendement te behalen. In dit geval als gevolg van veranderingen door de overgang naar een koolstofarme economie.<ref>[https://www.smithschool.ox.ac.uk/sites/default/files/2022-04/Stranded-Assets-and-Scenarios-Discussion-Paper.pdf Stranded Assets and Scenarios. Discussion Paper | Oxford Smith School]</ref>
Carbon Tracker<ref>[https://carbontracker.org/resources/terms-list/#stranded-assets Stranded Assets | Carbon Tracker]</ref> wijst erop dat verstandig beleggen kan voorkomen dat investeringen in de fossiele sector leiden tot ''stranded assets''. Mark Carney, de voorzitter van de internationale Financial Stability Board, wijst erop dat een [[Wat is klimaatverandering?#Verdieping: Koolstofbalans|koolstofbudget]]  op basis van de 2 °C doelstelling de grote meerderheid van de fossiele reserves in de wereld tot stranded assets maakt, dat wil zeggen olie, gas en kolen die letterlijk onbrandbaar zullen blijven zonder toepassing van dure [[Strategieën tegen klimaatverandering#Koolstofverwijdering en opslag|carbon capture]] technologie.
=== Miljardenclaims ===
De mogelijkheid bestaat dat stranded assets leiden tot miljardenclaims van de fossiele industrie, bij wijze van schadevergoeding omdat zij zich tot slachtoffer zullen uitroepen van klimaatmaatregelen die het gebruik van fossiele energie ontmoedigen of beperken.<ref>[https://www.somo.nl/compensation-for-stranded-assets/ Compensation for stranded assets? | SOMO]</ref>
Dergelijke praktijken zijn een bedreiging voor overheden die serieus werk maken van een duurzamer economie.<ref name=":15">[https://insideclimatenews.org/project/cashing-out/ Cashing Out. The secretive system disrupting climate action and forcing big payouts to fossil fuel companies | Climate Inside News]</ref> In het Verenigd Koninkrijk klaagt een kolenbedrijf de overheid aan nadat milieuactivisten belangrijke klimaatzaken winnen voor een Britse rechtbank. Het geschil over de annulering van een kolenmijn komt op een moment dat regeringen worden geconfronteerd met honderden miljarden dollars aan claims van buitenlandse investeerders in verband met de uitfasering van fossiele brandstoffen.
Honduras is een van de armste landen van het westelijk halfrond. Maar dat heeft buitenlandse bedrijven er niet van weerhouden om een golf van rechtszaken tegen het kleine land aan te spannen.<ref name=":15" /> Deze claims hebben een totale waarde van ongeveer 20 miljard dollar. Dat is meer dan vijf keer de overheidsuitgaven van Honduras vorig jaar.
De claims maken deel uit van een systeem dat ''investor-state dispute settlement'' of ISDS wordt genoemd. Dit systeem is moeilijk te doorgronden en is gunstig voor bedrijven. Het stelt buitenlandse investeerders in staat om juridische stappen te ondernemen voor groepen arbiters die geen deel uitmaken van het nationale rechtssysteem. Het ISDS stelt bedrijven in staat om grote sommen geld te eisen van regeringen als zij vinden dat hun investeringen schade hebben geleden. Dit kan zelfs gebeuren als de schade het gevolg is van regels die mensen beschermen tegen zaken als vervuiling of andere gevaren.
Deze tribunalen hebben honderden miljoenen of zelfs miljarden dollars toegekend aan bedrijven, zelfs in gevallen waarin zij nationale wetten aan hun laars lapten, het milieu vervuilden of werden beschuldigd van schendingen van de mensenrechten. De meeste van deze zaken zijn aangespannen door bedrijven uit rijke landen tegen ontwikkelingslanden, wat critici ertoe heeft aangezet te zeggen dat ISDS fungeert als een vorm van modern kolonialisme.
=== Doodlopende wegen ===
Veel van de oplossingen voor het klimaatprobleem die hiervoor zijn genoemd, zijn doodlopende wegen, ''dead-end pathways'', volgens een analyse gepubliceerd in PLOS Climate in 2025.<ref name=":13">[https://journals.plos.org/climate/article?id=10.1371/journal.pclm.0000693 Dead-end pathways: Conceptualizing, assessing, avoiding | PLOS Climate]</ref>
Ondanks de dringende noodzaak om klimaatverandering aan te pakken, blijven beleidsmakers opties ondersteunen om emissies te verminderen die in theorie goed lijken, maar in de praktijk de situatie alleen maar verslechteren. Veel oplossingen, zoals efficiëntere benzinemotoren of het terugwinnen van restwarmte uit fossiele brandstoffen, verminderen de uitstoot slechts gedeeltelijk. Ze houden geen rekening met de vraag of ze ons kunnen helpen om in de toekomst naar netto-nul-systemen te gaan.
De PLOS studie reikt drie criteria aan om de meest problematische richtingen, 'doodlopende wegen', te identificeren en te vermijden. Dat zijn: (1) hoe dicht ze in de buurt kunnen komen van een vrijwel volledige eliminatie van emissies in een bepaald systeem, (2) hoe breed ze kunnen worden toegepast in het gespecificeerde systeem en (3) hoe snel ze kunnen worden geïmplementeerd.
Vervolgens wordt dit kader gebruikt om drie concrete voorbeelden uit het wegvervoer te bekijken, die elk op een van deze punten tekortschieten. Die voorbeelden zijn: het gebruik van gecomprimeerd aardgas (CNG) in het zware wegtransport in Canada, ethanol in het personenvervoer in de VS, en groene brandstoffen (''e-fuels'') in het personenvervoer in Duitsland.
Alle drie trajecten zijn doodlopende wegen en vormen een reëel probleem. Zij kunnen middelen vastzetten die het moeilijker maken om klimaatdoelstellingen te halen. Zij kunnen ook degenen aan de macht steunen die tegen klimaatmaatregelen zijn. En zij onttrekken tijd en middelen aan meer haalbare opties.
[[Bestand:Dead-end pathways.jpg|gecentreerd|miniatuur|650x650px|''Doodlopende wegen verspillen tijd en middelen. Deze figuur illustreert de gevolgen van het voortzetten van investeringen in een doodlopende weg. In scenario 1 (linkerpaneel) worden de maatschappelijke investeringen in de doodlopende weg tijdig herbestemd naar de netto-nulweg, waardoor veranderingsprocessen worden versneld. In scenario 2 worden de maatschappelijke investeringen in de doodlopende weg voortgezet voordat uiteindelijk wordt overgeschakeld op een echte netto-nulweg, wat leidt tot vertragingen en extra verspilling van middelen. Bron: PLOS Climate.<ref name=":13" /> [https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/ Creative Commons License BY 4.0]'']]
=== Oplossingen voor klimaatverandering bestaan al ===
Dit schrijft ''Geoengineering Monitor'':<ref>[https://www.geoengineeringmonitor.org/reasons-to-oppose Key reasons to oppose geoengineering | Geoengineering Monitor]</ref>
"Er zijn al echte, fundamentele, risicoloze of risicovrije, voordelige en langetermijnoplossingen voor klimaatverandering beschikbaar. Deze omvatten agro-ecologie, het verminderen van uitstoot en grondstofverbruik, het invoeren van strenge emissiegrenswaarden, investeren in openbaar vervoer en leefbare en werkbare gemeenschappen, en het stoppen van ontbossing, naast vele andere maatregelen. Het probleem is niet dat deze oplossingen niet werken, maar dat ze onverenigbaar zijn met elk doel of mandaat voor een steeds groeiende economie die gebaseerd is op de exploitatie van eindige natuurlijke hulpbronnen. Het verminderen van emissies roept weerstand op bij de grote oliemaatschappijen; het openbaar vervoer wordt belemmerd door autofabrikanten; grootschalige uitbreiding van agro-ecologie wekt de woede van industriële agro-agribusinessconglomeraten."
"Om echte oplossingen te laten werken, moet de macht van kleine boeren, gemeenschappen en werknemers toenemen ten opzichte van die van investeerders en de industrie. De belangrijkste belemmeringen voor de uitvoering ervan zijn de vervuilende industrieën en hun investeerders. Een snelle manier om de geloofwaardigheid en goede wil van voorstanders van geo-engineering te controleren, is door na te gaan hoeveel echte inspanningen zij hebben geleverd om echte oplossingen voor klimaatverandering te bepleiten – en door te kijken waar hun geld vandaan komt."
<blockquote>'''Bronnen:'''
<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
<references />

Versie van 7 sep 2025 15:05

In een zin

Vooruit, twee zinnen:

Klimaatverandering vraagt zowel snelle mitigatie—door broeikasgasuitstoot te verlagen via hernieuwbare energie, energie‑efficiëntie, bosbehoud en duurzamere landbouw—als robuuste adaptatie, zoals weerbestendige infrastructuur, betere waarschuwingssystemen, waterbeheer en hitte‑tolerante gewassen. Terwijl geo‑engineering zoals stralingsbeheer en CO₂‑afvang potentieel biedt, blijven de risico’s en onzekerheden hoog, waardoor zorgvuldig onderzoek en internationale samenwerking cruciaal zijn voor een duurzame, economisch levensvatbare toekomst.

Eenvoudig uitgelegd

Klimaatverandering is een grote bedreiging voor onze planeet. We moeten veel verschillende dingen doen om de schade die klimaatverandering veroorzaakt te beperken en met de gevolgen om te gaan.

  • Eén manier om dit te doen is het verminderen van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering, namelijk de uitstoot van broeikasgassen.
  • Het is ook belangrijk om hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie te gaan gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen.
  • Ook kunnen we de uitstoot verminderen door efficiënter gebruik te maken van energie in gebouwen en op transport.
  • Het is belangrijk om bossen te beschermen en meer bomen te planten omdat ze kooldioxide absorberen, wat helpt om de hoeveelheid CO2 in de lucht te verminderen maar hoeveel gaan ze echt bijdragen aan het terugdringen van CO2?
  • Landbouwpraktijken moeten verbeterd worden, zodat vee minder methaangas produceert en de bodem gezonder wordt.

We moeten voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Dit omvat:

  • Het ontwerpen van infrastructuur die bestand is tegen extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen en stormen.
  • Het verbeteren van systemen voor vroegtijdige waarschuwing, zodat gemeenschappen zich beter kunnen voorbereiden op rampen en er effectiever op kunnen reageren.
  • Beter waterbeheer, zodat we kunnen omgaan met veranderende neerslagpatronen en droogtes.
  • Het ontwikkelen van gewassen die bestand zijn tegen stijgende temperaturen om ervoor te zorgen dat we genoeg voedsel kunnen verbouwen op plaatsen waar het warmer wordt. Echter, dit is een van die technologische oplossingen die het gevaar met zich meebrengen dat de weg naar netto nul vertraagd wordt.

Geo-engineering, hoewel controversieel, biedt mogelijke oplossingen door het klimaatsysteem van de aarde te beïnvloeden:

  • Eén idee is het gebruik van stralingsbeheer, dat zonlicht van de aarde weerkaatst, en een ander idee is het opvangen en opslaan van CO2.
  • Deze methoden hebben grote risico's en onzekerheden, dus we moeten er goed over nadenken en meer onderzoek doen.

Het is dus belangrijk om mitigatie (dingen doen om klimaatverandering te verminderen), adaptatie (onze gemeenschappen en economieën in staat stellen om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering) en het onderzoeken van geoengineering op een zorgvuldige manier te combineren. Samenwerken en nieuwe oplossingen vinden zijn belangrijk als we onze planeet willen beschermen voor toekomstige generaties.

Onderzoek laat zien dat investeren in een duurzame samenleving economisch haalbaar is en zelfs winstgevend kan zijn.

Strategieën tegen klimaatverandering

Er is geen reden om het tegengaan van klimaatverandering op te geven. Er zijn nog allerlei oplossingen die we kunnen inzetten. We weten hoe het klimaatsysteem werkt. We weten wat de oorzaken zijn van de huidige opwarming. We weten wat we eraan kunnen doen. Weliswaar is het terugdraaien van de gevolgen van klimaatverandering op de korte termijn niet mogelijk, maar we hebben wel invloed op hoe ernstig die gevolgen zullen zijn.

Introductie: mitigatie, adaptatie, veerkracht

Dit zijn de drie strategieën om klimaatverandering en de gevolgen ervan te verminderen en te weerstaan.

Mitigatie is wanneer mensen het gehalte aan broeikasgassen en andere schadelijke stoffen proberen te verminderen. Dit kan zijn door de uitstoot te verminderen of de opname in ecosystemen (‘putten’) te vergroten. (Zie Mitigatie.)

Adaptatie is wanneer een natuurlijk of menselijk systeem zich aanpast als reactie op het klimaat, door feitelijke of verwachte veranderingen. Dit kan de schade beperken of kansen creëren. (Zie Adaptatie.)

Veerkracht (resilience) is het vermogen van mensen en sociale, economische en ecologische systemen om gevaren te weerstaan, te absorberen of op te vangen, zich aan te passen en tijdig en efficiënt te herstellen van de gevolgen van een gevaar, onder andere door het behoud en herstel van de essentiële basisstructuren en -functies, terwijl het vermogen tot aanpassen, leren en transformeren behouden blijft.

Stoppen met fossiel

De strategie waarover klimaatwetenschappers het eens zijn en die zeker werkt, is het direct minderen van de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van het verbranden van fossiele brandstoffen. De verschillende IPCC scenario’s laten zien wat de gevolgen zijn van meer of minder snel stoppen met fossiel.

Naast stoppen met fossiel zijn er verschillende methoden om de de gevolgen van klimaatverandering te verminderen (mitigatie). Sommige kunnen meteen worden toegepast, zoals overgaan naar hernieuwbare energiebronnen en efficiënter gebruik van energie, herbebossing en duurzame landbouw. Andere, zoals koolstofafvang, zijn nog in ontwikkeling en vinden plaats op een veel te kleine schaal om enig effect te maken.

Dat laatste geldt ook voor de verschillende vormen van klimaatengineering die als doel hebben de hoeveelheid inkomende zonnestraling te verminderen. Er bestaan nog geen praktisch toepasbare technieken op voldoende grote schaal. Bovendien zijn de meeste onbetaalbaar.

Omdat klimaatverandering, met alle schadelijke gevolgen van dien, niet binnen een of enkele generaties terug te draaien is, wordt in een groot deel van de wereld aanpassing (adaptatie) aan de nieuwe omstandigheden onvermijdelijk. Grote gebieden worden onleefbaar en onveilig. Systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor gevaarlijke situaties moeten worden uitgebreid. Infrastructuur moet worden verbeterd en aangepast aan extreme omstandigheden. Waterbeheer moet worden aangepast aan een afwisseling van extreme droogte- en neerslagperioden.

En tenslotte, misschien wel het belangrijkst, zal de kapitalistische groeieconomie moeten plaatsmaken voor een duurzame, rechtvaardige samenleving. De postgroei economie benadrukt welzijn, duurzaamheid en gelijkheid boven economische groei, waarvoor veel energie en grondstoffen nodig is.

Zie Fossiele subsidies.

Niets doen is duurder dan klimaatactie

In de jaren '80 bedroegen de gemiddelde kosten van rampen in Europa ongeveer 8 miljard euro per jaar. Recent onderzoek toont aan dat de jaarlijkse schade door extreme weersomstandigheden en natuurrampen in 2021 en 2022 meer dan 50 miljard euro bedroeg. Dit laat zien dat de kosten van nietsdoen nu al aanzienlijk hoger zijn dan de kosten van klimaatactie. Het illustreert dat preventieve maatregelen om klimaatverandering te bestrijden niet alleen cruciaal zijn voor het voorkomen van toekomstige rampen, maar ook voor het beperken van de economische impact ervan.

Tegelijkertijd heeft de EU moeite om snel op te treden tegen klimaatverandering en stuit ze op politieke weerstand in veel lidstaten. Milieukwesties en maatregelen zoals regelgeving rond huisverwarming en landbouwvervuiling worden steeds vaker bekritiseerd.

The Green Deal, het uitgebreide EU-plan om als eerste continent tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, staat onder toenemende druk van critici die het te ambitieus en te kostbaar vinden. Populistische en extreem-rechtse partijen grijpen het plan aan als kritiekpunt op de EU-instellingen.

EU Crisis Management Commissioner Janez Lenarcic benadrukte dat de urgentie van de kwestie overduidelijk is. “We leven in een Europa dat zowel overstroomt als in brand staat. Deze extreme weersomstandigheden zijn nu bijna een jaarlijks terugkerend fenomeen,” zei hij. “De wereldwijde realiteit van klimaatafbraak dringt door tot in het dagelijks leven van de Europeanen.”[1]

Klimaatactie is goed voor de economie

Uit onderzoek van de denktank van 38 van de belangrijkste kapitalistische landen, de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), is gebleken dat krachtige maatregelen om de klimaatcrisis aan te pakken de economische groei van landen zal doen toenemen. Dit ondanks beweringen van critici van klimaatmaatregelen dat het de economie zal schaden.

Als landen ambitieuze doelen stellen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en vervolgens het beleid uitstippelen om deze doelen te bereiken, zou dit rond 2040 resulteren in een nettogroei van het wereldwijde BBP. Dit staat in een gezamenlijk rapport van de OECD en het Ontwikkelingsprogramma van de VN.[2] [3] De berekening van de nettowinst van 0,23% in 2040 zou in 2050 nog groter zijn, als de baten van het terugdringen van de uitstoot voor de economie zou worden meegerekend.

Tegen 2050 zou het BBP per hoofd van de bevolking van de rijkste landen met 60% toenemen, terwijl in landen met lagere inkomens die toename in 2050 ten opzichte van 2025 124% zou zijn. Ook ontwikkelingslanden zouden profiteren, met in 2030 175 miljoen minder mensen onder de armoedegrens, als regeringen nu zouden investeren in het terugdringen van emissies.

Daarentegen zou het mondiale BBP deze eeuw met éénderde kunnen dalen als we de klimaatcrisis ongecontroleerd laten voortduren.[4]

Daarbij is het de vraag of economische groei wenselijk is. Zie een kritische bespreking van 'Groene Groei' en Ontgroeien.

Bronnen:

Internationale verdragen

Sinds de jaren ‘80 van de vorige eeuw zijn verschillende internationale overeenkomsten tot stand gekomen om vervuiling en klimaatverandering aan te pakken door internationale samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Protocol van Montreal

Het Protocol van Montreal,[1] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.

United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC)

Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC)[2] is een internationaal milieuverdrag dat in 1992 werd aangenomen om klimaatverandering aan te pakken. Het uiteindelijke doel is om de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op een niveau dat gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem voorkomt. Het UNFCCC vormt de basis voor de jaarlijkse Conferences of the Parties (COPs), waarin alle aangesloten landen de wereldwijde klimaatonderhandelingen voeren, nationale commitments voor broeikasgasreductie afspreken en onderhandelen over financiering van klimaatschade en klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden. Ook wordt daar de stand opgemaakt van de resultaten van de acties tegen klimaatverandering tot nu toe.

De meest recente COP, nummer 29, was die in Bakoe, november 2024. COP28 in 2023 in Dubai maakte geschiedenis doordat voor het eerst, ondanks de aanwezigheid van duizenden lobbyisten van de fossiele industrie, werd afgesproken fossiele brandstoffen op termijn uit te faseren. COP30 zal plaatsvinden in november 2025 in Belem, Brazilië.

De belangrijkste resultaten van deze jaarvergaderingen zijn het Kyoto-protocol (1997) en de Overeenkomst van Parijs (2015). Ze bepalen de internationale samenwerking op het gebied van klimaatmitigatie en adaptatie en de steun aan ontwikkelingslanden.

Het IPCC (zie de uitgebreide wikipagina over de scenario's van het IPCC) is een wereldomvattend wetenschappelijk samenwerkingsverband van ongekende omvang en relevantie, dat de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering evalueert en samenbrengt en zo de basis legt onder het UNFCCC. Het IPCC produceert rapporten die een overzicht geven van de huidige staat van kennis over klimaatverandering, de impact ervan en opties voor adaptatie en mitigatie. Deze rapporten zijn cruciaal voor het informeren van beleidsmakers en onderhandelaars binnen het UNFCCC-proces.

Kyoto-protocol

Het Kyoto-protocol,[3] aangenomen in 1997, is een internationale overeenkomst die gekoppeld is aan het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC). Het verplicht de ondertekenende landen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen op basis van de principes van het verdrag. Het protocol introduceerde bindende emissiereductiedoelstellingen voor ontwikkelde landen, met als doel de emissies in de periode 2008-2012 met gemiddeld 5% te verlagen ten opzichte van 1990. Het stelde ook marktmechanismen in zoals de handel in emissierechten om deze doelen te helpen bereiken. Het Kyoto-protocol was een belangrijke stap in het mondiale klimaatbeleid, hoewel de effectiviteit ervan wordt betwist vanwege de verschillende niveaus van deelname en naleving.

Overeenkomst van Parijs

De Overeenkomst van Parijs,[4] aangenomen in 2015, is een internationaal verdrag binnen het kader van het UNFCCC dat als doel heeft de opwarming van de aarde te beperken tot "goed beneden" 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau, met inspanningen om de stijging te beperken tot 1,5 graden. In het verdrag verplichten alle deelnemende landen zich om bij te dragen aan het verminderen van broeikasgasemissies en het aanpassen aan klimaatverandering, door middel van Nationally Determined Contributions (NDCs). Deze NDCs worden door de deelnemende landen zelf vastgesteld. De Overeenkomst introduceert ook een mechanisme om de inspanningen elke vijf jaar te verhogen en bevordert financiering en technologische ondersteuning voor ontwikkelingslanden.

Protocol van Montreal

Het Protocol van Montreal,[5] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.

Deze overeenkomsten vertegenwoordigen belangrijke internationale inspanningen om klimaatverandering aan te pakken door samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Biodiversiteit

Naast de COPs in het kader van de UNFCCC is er ook sprake van Conferences of the Parties (COPs) binnen het UN Verdrag inzake Biologische Diversiteit. Dit verdrag is tot stand gekomen op de VN conferentie inzake milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro (1992) en is ondertekend door alle lidstaten van de Verenigde Naties behalve de VS. De meest recente Conferentie van de Partijen van dit verdrag (COP16)[6] vond plaats eind oktober 2024 in Cali, Colombia, en leverde belangrijke resultaten op. Inheemse volken werden erkend voor hun rol in bescherming van de biodiversiteit, wat leidde tot een nieuw programma en een permanent orgaan. Het Cali-fonds werd opgezet om de voordelen van digitale genetische informatie te delen, met industriële bijdragen.

Uiteindelijk, na hervatting van de conferentie in februari 2025, werd overeenstemming bereikt over de financiering van 200 miljard dollar per jaar tot 2030 aan ontwikkelingslanden voor de instandhouding van de biodiversiteit. Volgens critici is dit onvoldoende.[7]

Bronnen:

Achterstand

Najaar 2024 kwam editie 15 van het Emission Gap Report van het UN Environmental Programme uit, getiteld ‘Emissions Gap Report 2024: No more hot air … please!’.[1] Het rapport vindt dat landen drastisch meer ambitie en actie moeten leveren in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions, anders is het doel van 1,5°C van het Akkoord van Parijs binnen een paar jaar niet meer haalbaar.

Het rapport inventariseert hoeveel landen moeten beloven om broeikasgassen terug te dringen en hoeveel ze moeten waarmaken in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions (NDC's), die begin 2025 moeten worden ingediend in de aanloop naar COP30. Er is een reductie nodig van 42 procent in 2030 en 57 procent in 2035 om op schema te komen voor 1,5°C.

Mediane emissiescenario's, naar fig 4.1 in het 2024 UNEP Emission Gap Report.[1] Grijze stippellijn: scenario zonder nieuw klimaatbeleid na 2010; donkerblauw: bestaand beleid dat al door regeringen is geïmplementeerd; middelblauw: aanvullende voorwaardelijke NDCs; lichtblauw: aanvullende onvoorwaardelijke NDC's; lichtrode lijn: emissies die overeenkomen met een traject van minder dan 2°C; rode lijn: emissies die overeenkomen met een traject van 1,5°C. Bron: Carbon Brief.[2] Creative Commons BY-NC-ND 4.0

Volgens het UNEP rapport zou het nog technisch mogelijk zijn om op een pad van 1,5°C te komen, waarbij zonne-energie, windenergie en bossen veelbelovende mogelijkheden bieden voor een drastische en snelle emissiereductie. (Maar zie voor de beperkingen van het aanplanten van bomen: Herbebossing.)

Om dit potentieel waar te maken, moeten de deelnemende landen voldoende ambitieuze NDC's formuleren en ondersteunen door een overheidsbrede aanpak, maatregelen die de sociaaleconomische en ecologische nevenvoordelen maximaliseren, door een versterkte internationale samenwerking die een hervorming van de mondiale financiële architectuur omvat, krachtige actie van de particuliere sector en minimaal een verzesvoudiging van de investeringen in emissiereductie. De landen van de G20, met name de landen met de grootste uitstoot, zouden het zware werk moeten doen.

Zoals elders wordt aangegeven, wordt die ambitie steeds onwaarschijnlijker.

Europa

Volgens een analyse van BloombergNEF[3] zou Europa zijn energiegerelateerde CO₂-emissieplafond voor 2030 met negen procent kunnen overschrijden. Als de broeikasgasemissies van andere sectoren worden meegerekend, kan de overschrijding oplopen tot 29 procent (702 miljoen ton CO₂-equivalent) – in plaats van de beoogde emissiereductie van 55 procent in 2030.

De Europese klimaatdoelen. ETS: Emissions Trading System, inclusief andere broeikasgassen (rode lijn); Netto-nul scenario, inclusief andere broeikasgassen (rode stippellijn); Energie gerelateerde CO2 emissies (blauw); Andere netto broeikasgasemissies (lichtblauw). Eenheid: miljard ton CO2 equivalent. Bron: BloombergNEF.[3]

De redenen voor het missen van de doelen zijn, volgens Bloomberg:

  • Trage elektrificatie, bijvoorbeeld met betrekking tot warmtepompen, elektrische voertuigen en uitbreiding van het elektriciteitsnet.
  • Lage investeringen in hernieuwbare energie, netwerkinfrastructuur en koolstofopslag (CCS).
  • Technologische achterstand: Belangrijke technologieën zoals waterstofproductie en duurzame brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart zijn nog niet volwassen of rendabel.

Volgens analisten van Bloomberg blijft de EU ver achter bij de ambitie om netto nul ton broeikasgas uit te stoten in 2050. Om in 2050 op een netto-nulpad te blijven, zou de EU de uitstoot van de energiesector met 84 procent moeten verminderen tot slechts een halve gigaton CO₂ in 2040.

Het Net Zero scenario van Bloomberg, waarin de energiesector in 2050 volledig koolstofvrij is gemaakt, vereist ook dat de investeringen in hernieuwbare energie vanaf 2024 met 23 procent toenemen ten opzichte van 2023, terwijl de uitgaven voor de verkoop van elektrische voertuigen en oplaadinfrastructuur in de periode tot 2050 moeten verdrievoudigen.

Bronnen:

Fossiele subsidies

Fossiele energie krijgt in Nederland nog steeds veel meer subsidie dan duurzame energie. Volgens recente schattingen en overheidsdocumenten ontvingen fossiele bedrijven in Nederland jaarlijks tussen de €39,7 en €46,4 miljard aan fiscale voordelen, vrijstellingen en regelingen die het gebruik van fossiele brandstoffen ondersteunen. Het gros hiervan bestaat uit belastingkortingen, vrijstellingen voor grootverbruikers en specifieke regelingen voor industrieën als de glastuinbouw en zware industrie.[1] [2] [3]

Voor duurzame energie wordt er jaarlijks via bijvoorbeeld de SDE++-regeling een bedrag van €8 miljard beschikbaar gesteld in 2025. Ook zijn er miljarden beschikbaar via regelingen zoals de ISDE (o.a. voor warmtepompen en isolatie) en DUMAVA, vooral gericht op particulieren en maatschappelijk vastgoed. Het totaal van die directe subsidies en investeringsmogelijkheden blijft echter substantieel lager dan de fiscale voordelen voor fossiel.[4] [5]

De overheid is bezig met het afbouwen van (delen van) deze fossiele subsidies, maar in 2025 verloopt dit nog traag en zijn de verschillen tussen beide categorieën zeer groot.[6] [7]

Bronnen:

Adaptatie

Er is alle reden om aan te nemen dat de doelen van de Parijse Akkoorden — opwarming minder dan 2°C en liefst niet (veel) meer dan 1,5°C — niet gehaald gaan worden. We moeten serieus rekening houden met een wereld die 2,5 tot 3 °C warmer wordt, zegt een rapport van Climate Action Tracker, met alle gevolgen van dien. [1] Zie daarvoor Urgentie onvoldoende onderkend.

Dat betekent dat we ons moeten voorbereiden op de schadelijke gevolgen van klimaatverandering. Extreme weersomstandigheden zullen vaker voorkomen. De kans op bosbranden, hittegolven en overstromingen neemt plaatselijk toe. Op andere plaatsen vindt woestijnvorming plaats. Door het jaar heen kunnen seizoensgebonden watertekorten en -overschotten optreden. Dat vergt grote aanpassingen aan infrastructuur en opschaling van veiligheidsmaatregelen.

Infrastructuur en planning spelen een belangrijke rol bij de aanpassing (adaptatie) aan klimaatverandering. Maatregelen tegen overstromingen, zoals barrières, dijken en betere afvoersystemen, beschermen tegen het stijgende waterpeil. Hittebestendige gebouwen ontwerpen en steden vergroenen vermindert het stedelijk hitte-eilandeffect en maakt steden leefbaarder tijdens extreme hittegolven.

Kustgemeenschappen moeten worden beschermd tegen de stijgende zeespiegel en stormvloeden door de kust te beheren en zeeweringen en mangrovebossen aan te leggen. Door ruimte te geven aan de rivieren wordt het binnenlandse overstromingsrisico verminderd.

De voedselproductie moet worden aangepast. Door de dierlijke productie drastisch te beperken en een verscheidenheid aan gewassen te verbouwen die zowel hitte en watertekort als wateroverschot kunnen verdragen, kan er bij een eerlijke verdeling voldoende voedsel voor iedereen worden geproduceerd, zelfs bij ongunstige klimaatomstandigheden. Irrigatiesystemen moeten worden verbeterd en watervoorraden beheerd, bijvoorbeeld door water te besparen en regenwater op te vangen. Uitgeputte grondwaterlagen moeten worden aangevuld om de beschikbaarheid van water op langere termijn te garanderen.

Gezondheids- en sociale stelsels moeten worden aangepast, bijvoorbeeld door de infrastructuur van de gezondheidszorg te verbeteren. Gemeenschappen moeten worden voorbereid op klimaatgerelateerde gezondheidseffecten, zoals hittegolven en besmettelijke ziekten. Voorlichting verhoogt het bewustzijn over klimaatrisico's en helpt mensen weerbaarder te maken om dergelijke risico’s het hoofd te bieden.

Innovaties op het gebied van energie en technologie, zoals het gebruik van hernieuwbare energie en energie-efficiënte technologieën, moeten de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Economische en financiële strategieën, waaronder verzekeringen en initiatieven voor investeringen in een groene economie, moeten zorgen voor financiële stabiliteit en voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

Beleids- en bestuurskaders hebben tot taak het opbouwen van deze aanpassingen te ondersteunen. Het is ook belangrijk dat landen samenwerken om kennis en middelen te delen. Dit helpt om ervoor te zorgen dat de te verwachten schade door klimaatverandering te dragen blijft voor iedereen.

Als niets helpt, zullen mensen wegtrekken uit gebieden die onleefbaar zijn geworden. Grootschalige migratie is dan ook onvermijdelijk en landen die het beter hebben, zullen daar een humaan antwoord op moeten vinden.

Steeds meer onderzoekers vragen zich af of de structuur en organisatie van samenlevingen zoveel druk en onzekerheid door de gevolgen van de voortschrijdende klimaatverandering kunnen verdragen. Het is niet uitgesloten dat grote maatschappelijke onrust en chaos ontstaat, die heel andere vormen van adaptatie vereist.

Transformatieve respons

Omdat klimaatverandering zijn weerslag heeft op vrijwel alle facetten van het menselijk leven, zullen de verstoringen van sociaal-ecologische systemen als gevolg van klimaatverandering dientengevolge enorm complex zijn. Conventionele strategieën en oplossingen schieten tekort om dergelijke verstoringen het hoofd te bieden en te bestrijden. Dit vraagt om een integrale interpretatie van klimaatwetenschap: transformatieve klimaatwetenschap. Die wordt gedefinieerd als een open proces van het ontwikkelen, structureren en toepassen van kennis om geïntegreerde adaptatie- en mitigatiestrategieën te verbinden met duurzame ontwikkeling.[2]

Alle adaptieve oplossingen moeten worden gelegd langs de meetlat van duurzaamheid. Veel bestaande strategieën voor coping of stapsgewijze adaptatie aan klimaatverandering zijn niet toereikend, niet duurzaam of onaangepast.[3]

Daarom zijn fundamenteel andere sociaal-ecologische systemen nodig die de onderliggende oorzaken van kwetsbaarheid aanpakken. Kenmerken van transformatieve aanpassing zijn: herstructurerend, padveranderend, innovatief, op meerdere schalen, systeembreed en blijvend. Deze kenmerken moeten het uitgangspunt zijn bij het ontwerpen van strategieën om te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering, deze bij te sturen of ervan te herstellen.

Illusie

Meteoroloog Gerrit Hiemstra:[4] “Veel mensen denken dat we met maatregelen voor klimaatadaptatie ons wel kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. De situatie in Spanje in 2024 en op vele andere plekken drukken ons met de neus op het feit dat dit een illusie is. Onze samenleving is ingericht op het oude klimaat. Onze infrastructuur is zo opgebouwd dat we konden leven met het klimaat van vroeger. Het oude klimaat bestaat echter niet meer en dus voldoet onze infrastructuur ook niet meer.”

“De klimaatverandering gaat zó snel dat we onze infrastructuur niet snel genoeg kunnen aanpassen aan de nieuwe realiteit. Natuurlijk moeten we doen wat we kunnen, maar onze belangrijkste optie is: mitigatie! Dat betekent: de emissie van broeikasgassen zo snel mogelijk verminderen. En dát betekent: zo snel mogelijk stoppen met aardgas, benzine, diesel, kerosine, LPG, etc. en ook de emissie uit de veehouderij zo snel mogelijk decimeren door te stoppen met consumptie van vlees en zuivel.”

“Het is het één of het ander: óf stoppen met fossiele brandstoffen, vlees en zuivel óf meer klimaatverandering.”

Bronnen:

Einde aan de groei

We noemen hier drie modellen die een einde maken aan de ideologie van de economische groei die een belangrijke oorzaak is voor de immense schade die de aarde wordt toegebracht. Dat zijn postgroei, de donut economie en ontgroei.

Postgroei (Post-growth)

Postgroei vindt zijn oorsprong in de ecologische economie.[1] In de loop van de tijd is dit geëvolueerd tot een tak van de duurzaamheidswetenschap waarbij wordt bijgedragen aan de constructie van een nieuw economisch vakgebied waarin inzichten uit diverse disciplines (bijv. ecologische, antropologische, historische, sociologische en politieke) worden opgenomen om te begrijpen hoe de voorziening in menselijke behoeften in zijn werk gaat.[2] Het vakgebied onderzoekt de ecologische, sociale en economische limieten aan groei.

Met betrekking tot de ecologische grenzen begint postgroei met het uitgangspunt dat er planetaire grenzen zijn die niet gerespecteerd kunnen worden als landen streven naar een ongelimiteerde economische groei, oftewel uitbreiding van productie en consumptie. Overheden streven standaard naar 3% groei per jaar, wat betekent dat de economische output ongeveer elke 23 jaar verdubbelt.[3] Een kanttekening daarbij is dat veel Westerse landen dit groeipercentage al geruime tijd niet halen.

Postgroei is, net als ‘groene groei’, een aanpak binnen de duurzaamheidswetenschap. “In het licht van 1) het ontbreken van bewijs voor groene groei, 2) de overmaat aan bewijs tegen groene groei, en 3) de alsmaar kleiner wordende mogelijkheid om ecologische afbraak te voorkomen, verkiest het postgroeivakgebied het voorzichtigheidsprincipe te volgen en het nastreven van economische groei los te laten.”[2] Met andere woorden, het vasthouden aan economische groei maakt het bereiken van milieudoelstellingen lastiger. Blijven vertrouwen op technologie is onverstandig en onverantwoord in het licht van enerzijds de huidige resultaten en anderzijds wat er op het spel staat.

Dit gedachtegoed is in ons land op de kaart gezet door onder andere Postgroei Nederland,[4] een denktank met deskundigen uit 12 verschillende politieke partijen.

Hierbij een samenvatting van hun betoog. Zij stellen dat zeven van de negen planetaire grenzen mondiaal zijn overschreden. Hiervoor zijn vijf hoofdoorzaken: de uitstoot van broeikasgassen, materiaalverbruik, watergebruik, landgebruik en emissies van toxische stoffen. Nederland draagt hier disproportioneel aan bij. Alle vijf deze oorzaken moeten tegelijk en voldoende snel omlaag. Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat dit mogelijk is in combinatie met economische groei. Dit geldt ook voor de andere landen die disproportioneel bijdragen aan het overschrijden van de planetaire grenzen, zoals nagenoeg alle Westerse landen.

Volgens Postgroei Nederland zijn de visie van de SER en die van het huidige kabinet "een illusie" die onvoldoende rekening houdt met twee zaken. Ten eerste het feit dat een groot deel van de productie voor binnenlandse consumptie in het buitenland plaatsvindt en daar dus beslag legt op extra gebruik van land, grondstoffen en water en extra broeikasgassen uitstoot. Ten tweede de Jevons-paradox: het verschijnsel dat milieuwinst vaak leidt tot lagere prijzen en daardoor hogere consumptie, waardoor de milieuwinst grotendeels verdwijnt. Als tegenhanger stellen zij daarom een verschuiving van kwantitatieve groei (BBP) naar kwalitatieve groei (kwaliteit van leven) voor.

Bronnen:

Donut Economie (Doughnut Economics)

De Donut combineert de ecologische limieten aan de aarde met menselijk welzijn. Voor de ecologische limieten gaat het uit van ‘de planetaire grenzen’ en voor menselijk welzijn hanteert het de sociale doelstellingen van de Sustainable Development Goals. Tussen dit ecologische plafond en de sociale fundering ligt ‘de ecologisch veilige en sociaal rechtvaardige ruimte voor de mensheid’. Bedenkster Kate Raworth positioneert de Donut als nieuwe economische doelstelling, dit in tegenstelling tot het sturen op BBP (groei), waarvan wordt verwacht dat het welvaart voor iedereen brengt.[1] De realiteit laat zien dat dat lang niet altijd het geval is.

Door het verkiezen van de planetaire grenzen boven het nastreven van economische groei, is de Donut in feite een postgroei-gereedschap voor het maken van beleid. Het ecologische plafond enerzijds en de sociale fundering anderzijds zijn als het ware de vangrail voor het totale beleidspakket. Over de invulling van dit beleidspakket doet de Donut geen uitspraken.[2]

Het is belangrijk om te beseffen dat momenteel (2025) geen enkel land zich in de veilige ruimte van de donut bevindt. Over het algemeen voldoen westerse landen wel aan de sociale fundering maar breken ze, als we ook internationale handel en productie in ogenschouw nemen, door het ecologische plafond. Veel niet-westerse landen kampen met het tegenovergestelde probleem: het ecologisch plafond is meer intact voor de interne productie en consumptie maar het schort aan de sociale fundering.[3] Ziehier dan ook de postgroei-uitdaging: Hoe te voorzien in welzijn binnen ecologische grenzen?[4]

Bronnen:

Ontgroei (Degrowth)

Waar postgroei het nastreven van economische groei als leidende indicator voor de economie loslaat, gaat ontgroei een stap verder door een gelijkwaardige verschuiving van productie en consumptie voor te stellen die het menselijk welzijn vergroot, ongelijkheid vermindert en de ecologische omstandigheden op lokaal en mondiaal niveau verbetert, op de korte en lange termijn.[1]

Om dat te bewerkstelligen is een heel scala aan ingrepen nodig, zoals het stoppen van geplande veroudering van producten, het verminderen van ecologisch-destructieve industrie en het stoppen met reclame daarvoor, het voorzien in universele basisdiensten, baangarantie, hogere loongelijkheid en schuldkwijtschelding voor landen in het globale zuiden.[2] [3] [4] [5] Ook gaan er stemmen op dat ontgroei een directe of participatieve democratie zou moeten omvatten en dat ‘een gelijkwaardige verschuiving’ niet ver genoeg zou gaan maar dat ‘een rechtvaardige verschuiving’ beter is.[6] [7]

Omdat het ecologisch budget eerlijk verdeeld moet worden, roepen ontgroeiers met name de rijksten en de grootste vervuilers op om verantwoordelijkheid te nemen voor het aandeel dat ze hebben bijgedragen aan de problematiek. Ontgroei is daarmee een transitie naar een postgroei economie. Vanwege de omvang en fundamentele aard van de voorgestelde verandering zijn er diverse fundamentele veranderingen nodig.[8]

Allereerst, een waarschijnlijk gevolg van een ontgroei-agenda is een reductie in BBP. Het huidige economische systeem is compleet gebaseerd op groei van het BBP. Deze groeidwang wordt gezien als belangrijke sta-in-de-weg voor de voorgestelde sociaal-rechtvaardige transformatie.[9] Daarom is een hervorming van de economie vereist om te blijven functioneren en te voorzien in levensbehoeften. Andere uitdagingen zijn het reorganiseren van het belastingstelsel en eigendom en het bekostigen van de publieke basisvoorzieningen (zorg, onderwijs, onderdak etc.).

De mogelijkheid om ecologische ineenstorting te voorkomen wordt steeds kleiner. Hoe langer we wachten met het kiezen voor een postgroei aanpak, hoe groter de kans dat degrowth over ons zal worden afgeroepen. Met andere woorden: “Degrowth by design, or degrowth by disaster.”[10]

Bronnen:

  1. Crisis or opportunity? Economic degrowth for social equity and ecological sustainability. Introduction to this special issue | Journal of Cleaner Production
  2. Hickel, J. (2020). Less is more: How degrowth will save the world. Random House.
  3. Schmelzer, M., Vetter, A., & Vansintjan, A. (2022). The future is degrowth: A guide to a world beyond capitalism. Verso Books.
  4. Kallis, G., Paulson, S., D'Alisa, G., & Demaria, F. (2020). The case for degrowth. John Wiley & Sons.
  5. Parrique, T. (2019). The political economy of degrowth (Doctoral dissertation, Université Clermont Auvergne [2017-2020]; Stockholms universitet).
  6. Defining degrowth | Working paper
  7. A review and classification of beyond GDP measurements based on degrowth criteria | SSRN
  8. What is Degrowth? | Caracol DSA
  9. Post-growth: the science of wellbeing within planetary boundaries | Lancet Planetary Health
  10. #37 Degrowth by disaster? | Hans Stegeman, LinkedIn

Checklist voor strenge en duidelijke netto-nul plannen

In een commentaar in Nature schetsen Rogelj et al. (2021)[1] een routekaart naar een netto-nul-toekomst met de voorwaarden waaraan die zou moeten voldoen. Dat levert de volgende checklist op voor een dergelijke routekaart:

Toepassingsgebied

  • Aan welk mondiaal temperatuurdoel draagt dit plan bij (de mondiale temperatuur stabiliseren, of pieken en dalen)?
  • Wat is de streefdatum voor netto nul?
  • Met welke broeikasgassen wordt rekening gehouden?
  • Hoe worden de broeikasgassen bij elkaar opgeteld (GWP-100 of andere metriek)?
  • Wat is de omvang van de uitstoot (over welke gebieden, tijdspannes of activiteiten)?
  • Wat zijn de relatieve bijdragen van reducties, verwijderingen en compensaties?
  • Hoe worden de risico's rond verwijderingen en compensaties beheerd?

Eerlijkheid

  • Welke principes worden toegepast?
  • Zou het mondiale klimaatdoel worden bereikt als iedereen dit zou doen?
  • Wat zijn de gevolgen voor anderen als deze principes universeel worden toegepast?
  • Hoe beïnvloedt jouw doelstelling het vermogen van anderen om netto nul te bereiken en hun streven naar andere Sustainable Development Goals?

Routekaart

  • Welke mijlpalen en beleidsmaatregelen zullen de verwezenlijking ondersteunen?
  • Welk controle- en beoordelingssysteem zal worden gebruikt om de voortgang te monitoren en het doel bij te stellen?
  • Wordt netto-nul aangehouden, of is het een stap in de richting van netto negatief?

Voorbij duurzaamheid

In Voorbij duurzaamheid stelt Shivant Jhagroe[2] dat het denken en doen vanuit ‘duurzaamheid’ functioneert als groene fopspeen die radicale en rechtvaardige systeemverandering verhindert. Door het sterke geloof in het duurzaamheidssprookje vergeten we hoe nauw duurzaamheid is verweven met kolonialisme, kapitalisme en sociale uitsluiting. Hij houdt daarom een vlammend pleidooi voor een andere politieke taal en verbeelding en maakt de weg vrij voor een ecorechtvaardige samenleving, waarin een liefdevolle zorgplicht voor Aarde en elkaar centraal staat.

Kosten en opbrengsten van de transitie naar netto-nul

Om in 2050 te komen tot netto nul emissies is wereldwijd naar verwachting een gemiddelde jaarlijkse investering nodig van ongeveer $9,2 biljoen (= $ 9.200 miljard), wat een stijging is van $3,5 biljoen ten opzichte van de huidige uitgaven. Dit komt neer op ongeveer 7,5% van het wereldwijde BBP per jaar en op een totaal van ongeveer 275 biljoen dollar van 2021 tot 2050.[3] Deze overgang vereist aanzienlijke investeringen in emissiearme technologieën en infrastructuur, vooral in de startperiode tussen 2026 en 2030.

Extra uitgaven (in biljoen $) die nodig zijn om in 2050 netto nul te bereiken. Schattingen gebaseerd op het Net Zero 2050 scenario van het Network for Greening the Financial System, waarin de opwarming beperkt blijft tot 1,5 °C. Dat is een hypothetisch scenario, geen voorspelling of projectie. Bron: McKinsey.[3]

Tegenover de kosten staan aanzienlijke besparingen volgens een studie van onderzoekers van de Universiteit van Oxford in het tijdschrift Joule.[4] [5]

Een snelle overgang naar schone energie is goedkoper dan een langzame of geen overgang. Dat weerlegt de veelgehoorde bewering dat de groene transitie duur is. De kosten van groene technologie zijn de afgelopen tien jaar sneller gedaald dan verwacht en zullen waarschijnlijk verder blijven dalen. Al snel zal duurzame energie in vrijwel alle gevallen goedkoper zijn dan fossiele energie. Daarmee is het bereiken van een koolstofneutraal energiesysteem rond 2050 economisch mogelijk en rendabel.

De onderzoekers berekenden dat de overgang naar een koolstofvrij energiesysteem rond 2050 de wereld naar verwachting ten minste 12 biljoen dollar zal besparen in vergelijking met voortzetting van ons huidige gebruik van fossiele brandstoffen. Het gaat om de totale netto besparingen in de periode tot 2050.

Bronnen:

Duurzame energie

Zie de wikipagina Duurzame energie.