De mens is verantwoordelijk

Uit Klimaatwiki

In een zin

De menselijke verantwoordelijkheid voor klimaatverandering wordt ondersteund door sterke bewijzen, waaronder de verbranding van fossiele brandstoffen die CO2 uitstoten, wat leidt tot een ongeëvenaarde stijging van CO2-niveaus sinds de industriële revolutie. Natuurlijke factoren verklaren deze snelle opwarming niet, en de energiesector is de grootste uitstoter, waarbij wetenschappers een herkenbare menselijke "vingerafdruk" in de CO2-uitstoot hebben vastgesteld, met ongeveer 90 grote bedrijven verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot. (OK, twee zinnen.)

Eenvoudig uitgelegd

Dat de mens verantwoordelijk is voor de klimaatverandering wordt ondersteund door sterke bewijzen. Belangrijke argumenten hiervoor zijn:

  • De verbranding van fossiele brandstoffen zoals kolen, olie en gas. Wanneer we deze brandstoffen verbranden, komt er kooldioxide (CO2) vrij in de atmosfeer. CO2 is een sterk broeikasgas dat warmte vasthoudt, wat de opwarming van de aarde veroorzaakt. Sinds de industriële revolutie is het CO2-niveau sterk gestegen, en dit is iets wat nog nooit eerder is gebeurd in de recente geschiedenis van de aarde.
  • Natuurlijke factoren zoals zonnecycli en vulkaanuitbarstingen verklaren niet waarom de aarde zo snel opwarmt. Dit wordt ondersteund door veel bewijs, zoals ijskernen, boomringen en oceaansedimenten.
  • De energiesector is wereldwijd de grootste uitstoter, met inbegrip van elektriciteitsopwekking en transport. In de VS zijn de sectoren met de grootste uitstoot transport, elektriciteitsproductie en industrie.
  • Wetenschappers kunnen vaststellen welk aandeel van de CO2 in de atmosfeer door de mens is uitgestoten. Met andere woorden: de menselijke vingerafdruk is herkenbaar.

Sinds de industriële revolutie zijn ongeveer 90 grote bedrijven, voornamelijk in de fossiele brandstofindustrie, verantwoordelijk voor bijna tweederde van de door de mens veroorzaakte koolstofuitstoot.

De mens is verantwoordelijk

Er is geen twijfel dat de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde het gevolg is van de stijging van de concentratie van CO2 in de atmosfeer sinds het begin van de industriële revolutie. Geochemisch onderzoek laat zien dat die toename het gevolg is van het gebruik van fossiele brandstoffen. Zie: Verdieping: Fossiele koolstof herkennen. Met andere woorden, het staat vast dat de huidige klimaatverandering het gevolg is van menselijke activiteit.

Grafiek door Ed Hawkins, Climate Lab Book.[1] Creative Commons License BY 4.0

Bronnen:

De argumenten op een rij

Dit overzicht uit het laatste IPCC Assessment Report (2022) geeft de keten van oorzaak en gevolg weer van uitstoot naar opwarming. Lees de volgende figuur van onder naar boven.[1] [2]

De causale keten van emissies tot opwarming. Van onder naar boven: (a) De uitstoot van broeikasgassen, met name van fossiele brandstoffen en de industrie, is de afgelopen decennia snel toegenomen. (b) Deze emissies hebben geleid tot een toename van de atmosferische concentraties van verschillende broeikasgassen, waaronder de drie belangrijkste broeikasgassen CO2, CH4 en N2O (jaarlijkse waarden). (c) De mondiale oppervlaktetemperatuur (weergegeven als jaarlijkse afwijking ten opzichte van de basiswaarde van 1850-1900) is sinds 1850-1900 met ongeveer 1,1°C gestegen. (d) Formele detectie- en attributiestudies synthetiseren informatie van klimaatmodellen en waarnemingen en laten zien dat de beste schatting is dat alle waargenomen opwarming tussen de perioden 1850-1900 en 2010-2019 is veroorzaakt door de mens.[1]

De volgende grafiek van Carbon Brief laat zien dat de bijdrage aan de opwarming door natuurlijke factoren miniem is ten opzichte van antropogene factoren.[3]

Wereldgemiddelde oppervlaktetemperaturen van Berkeley Earth[4] (zwarte stippen) en gemodelleerde invloed van verschillende factoren (gekleurde lijnen), evenals de combinatie van alle factoren (grijze lijn) voor de periode van 1850 tot 2017. Bron: Zeke Hausfather, Carbon Brief.[3] Creative Commons License BY-NC-ND 4.0

De analyse door Carbon Brief komt tot de volgende conclusies:

  • Sinds 1850 kan bijna alle opwarming op lange termijn worden verklaard door de uitstoot van broeikasgassen en andere menselijke activiteiten.
  • Als alleen de uitstoot van broeikasgassen de planeet zou opwarmen, zouden we ongeveer een derde meer opwarming verwachten dan in werkelijkheid is opgetreden. Ze worden gecompenseerd door afkoeling als gevolg van atmosferische aerosolen die door menselijke activiteit worden gevormd, bv. bij verbranding.
  • Het gehalte aan deze aerosolen zal naar verwachting aanzienlijk afnemen tegen 2100, waardoor de totale opwarming door alle factoren dichter in de buurt komt van de opwarming door broeikasgassen alleen.
  • Het is onwaarschijnlijk dat natuurlijke variabiliteit in het klimaat van de aarde een grote rol speelt bij de opwarming sinds 1850.

Deze argumenten brengen wetenschappers tot de uitspraak dat menselijke activiteit voor 100% verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde.

Bronnen:

‘Wij’ zijn verantwoordelijk

Het voelt heel natuurlijk om het woord "wij" te gebruiken als we het over klimaatverandering hebben. "Wij veroorzaken klimaatverandering." "We stoten meer kooldioxide uit dan ooit."  "We moeten de uitstoot terugbrengen naar netto nul om de opwarming van de aarde te stoppen bij de doelstelling van het Akkoord van Parijs van ruim onder de 2 graden Celsius."

Nationale bijdragen aan de wereldwijde CO2-uitstoot boven de planetaire grens (350 ppm). Rood = mondiaal noorden. Geel = mondiaal zuiden. Bron: The Global Inequality Project.[1]

Gezien het feit dat de mens de huidige klimaatverandering veroorzaakt, is de impuls om het woord "wij" te gebruiken logisch. Maar hierin schuilt een probleem: het schuldige collectief dat ermee wordt aangeduid bestaat niet. Het "wij" dat verantwoordelijk is voor klimaatverandering is een fictieve constructie, die een vertekend beeld geeft en gevaarlijk is.

De verantwoordelijkheid voor de klimaatcrisis is ongelijk verdeeld tussen de rijke, noordelijke landen en de landen in het mondiale zuiden, zoals deze grafiek van het Global Inequality Project laat zien.[1]

Zie ook Ongelijkheid.

The language of Climate Politics

Dit schrijft Genevieve Guenther in haar boek The language of Climate Politics:[2]

Klimaatslopers

"Door te verhullen wie echt verantwoordelijk is voor de crisis, geeft het woord "wij" politieke dekking aan de mensen die er zelfs het vernietigen van een leefbaar klimaat voor over hebben om meer winst en macht te vergaren."

"Het is belangrijk om de ware verantwoordelijken voor de klimaatcrisis te bestrijden — de fossiele industrie en de overheden en instanties die deze op allerlei manieren in stand houden."

Zie ook Ongelijkheid.

‘Onze’ verantwoordelijkheid

Dat neemt niet weg dat iedereen, dus niet alleen de grote vervuilers, zich verantwoordelijk kan voelen voor de wereld die we voor toekomstige generaties achterlaten. Dat betekent op zijn minst dat we stemmen voor partijen die zich inspannen om de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Het kan ook betekenen dat we ons aansluiten bij bewegingen die strijden voor een betere wereld.

Bronnen:

  1. 1,0 1,1 [https://globalinequality.org/responsibility-for-climate-breakdown/Responsibility for climate breakdown | The Global Inequality Project]
  2. Guenther, G. (2024). The Language of Climate Politics: Fossil-Fuel Propaganda and How to Fight It (1st ed.). New York: Oxford University Press. https://genevieveguenther.com/

Verbranding van fossiele energiebronnen

De Emissions Database for Global Atmospheric Research (EDGAR) is een veelzijdige, onafhankelijke, wereldwijde database van antropogene emissies van broeikasgassen en luchtverontreiniging op aarde. Met behulp van internationale statistieken en een consistente IPCC-methodologie biedt EDGAR onafhankelijke emissieramingen. EDGAR bevat tijdreeksen van broeikasgasemissies voor alle landen en voor alle sectoren van 1970 tot 2023, inclusief emissies en afvang door landgebruik en bosbouw.[1]

Wereldwijde trends in broeikasgasemissies per sector en sleuteljaren. Bron: EDGAR.[2] Creative Commons License BY 4.0
Uitstoot van broeikasgassen en bijdrage van de zes grootste uitstotende economieën en de rest van de wereld in 2023 (in Gt CO2eq en percentage van het mondiale totaal). Bron: EDGAR.[2] Creative Commons License BY 4.0
Uitstoot van broeikasgassen in economieën met de hoogste uitstoot en geschatte onzekerheid (gekleurde banden), 1970-2023 (in Gt CO2eq). Bron: EDGAR.[2] Creative Commons License BY 4.0
Kooldioxide in de atmosfeer vanaf 1750 (blauw), voor het begin van de Industriële Revolutie (260 ppm), vergeleken met de jaarlijkse uitstoot (grijs). NB: de linker verticale as begint niet bij 0. Bron: NOAA.[3]

Fossiele industrie

Het is duidelijk dat fossiele brandstoffen – en de fossiele brandstofindustrie en haar facilitators – een veelheid aan onderling verbonden crises veroorzaken die de diversiteit en stabiliteit van het leven op aarde in gevaar brengen, schrijft een groep wetenschappers verbonden aan de Alliance of World Scientists.[4] Elke fase van de levenscyclus van fossiele brandstoffen – winning, verwerking, transport en verbranding of omzetting in petrochemische producten – brengt broeikasgassen en gezondheidsbedreigende verontreinigende stoffen voort, die bovendien leiden tot grootschalige aantasting van het milieu.

Wereldwijde problemen die samenhangen met de fossiele brandstofindustrie: Klimaatcrisis, Volksgezondheidscrisis, Milieuonrechtvaardigheid, Verlies van biodiversiteit en uitsterving, Petrochemische vervuiling en Desinformatie door de fossiele brandstofindustrie.[4] Creative Commons License BY 4.0.

Het artikel geeft een overzicht van het uitgebreide wetenschappelijke bewijs dat aantoont dat fossiele brandstoffen en de fossiele brandstofindustrie de hoofdoorzaak zijn van de klimaatcrisis, de volksgezondheid schaden, milieuonrechtvaardigheid vergroten, de uitsterving van biodiversiteit versnellen en de crisis op het gebied van petrochemische verontreiniging aanwakkeren. Fossiele brandstoffen zijn verantwoordelijk voor miljoenen vroegtijdige sterfgevallen, biljoenen dollars aan schade en de escalerende verstoring van ecosystemen, waardoor mensen, dieren in het wild en een leefbare toekomst worden bedreigd. De fossiele brandstofindustrie heeft dit bewijs verdoezeld en verborgen door middel van een decennialange, miljarden kostende desinformatiecampagne die tot doel had maatregelen om fossiele brandstoffen uit te faseren te blokkeren.

Het artikel richt zich op de Verenigde Staten als 's werelds grootste producent van olie en gas en belangrijkste veroorzaker van deze fossiele brandstofcrises.

Oplossingen

De onderzoekers presenteren de op wetenschap en rechtvaardigheid gebaseerde oplossingen die al bestaan voor overheden en het maatschappelijk middenveld om de invloed van de fossiele brandstofindustrie te beperken, de uitbreiding van fossiele brandstoffen te stoppen, de productie en het gebruik van fossiele brandstoffen uit te faseren en een snelle, rechtvaardige transitie naar schone, hernieuwbare energie en materialen in de hele economie te realiseren, terwijl de fossiele brandstofindustrie verantwoordelijk wordt gehouden voor haar misleiding en schade.

De noodzakelijke transitie weg van fossiele brandstoffen zal talloze voordelen opleveren voor de samenleving en de planeet en een weg banen naar een duurzaam bestaan op aarde.

Zie ook: Desinformatie debunken en 'prebunken', Strategiën tegen klimaatverandering en Duurzame energie.

Bronnen:

Ongelijkheid

De uitstoot per capita van de landen in het globale zuiden blijft ver achter bij die van de rijke landen, inclusief China. In 2022 stootte de VS 14,91 ton CO2 per hoofd van de bevolking/jaar uit. Nederland zit met 7,11 ruim boven de mondiale uitstoot (4,71) en boven die van de EU (6,21).

CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking, 2023. Uitstoot van kooldioxide (CO2) door fossiele brandstoffen en industrie. Veranderingen in landgebruik zijn niet inbegrepen. Bron: Our World in Data.[1] Creative Commons License BY 4.0
CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking, 2023 vergeleken met die in 2000. Bron: Emissions Database for Global Atmospheric Research (EDGAR). Bron: EDGAR.[2] Creative Commons License BY 4.0

De grootste CO2-uitstoters per hoofd van de bevolking ter wereld zijn de grote olieproducerende landen; dit geldt met name voor landen met een relatief kleine bevolking.

Mondiaal energieverbruik en CO2-uitstoot. Bron: Hansen et al. (2023).[3] Creative Commons License BY 4.0.

Fossiele brandstoffen leveren wereldwijd de meeste energie en produceren de meeste CO2-uitstoot.

Veel rijke landen beroepen zich erop dat ze maar een klein aandeel hebben in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat mag waar zijn voor ieder van die landen afzonderlijk maar bij elkaar opgeteld, stoten ze meer uit dan China, zoals deze grafiek laat zien. Daar komt bij dat een groot deel van de uitstoot waarvoor die '2%-landen' verantwoordelijk zijn, plaatsvindt in het mondiale zuiden. Daar worden de goederen geproduceerd die hier worden geconsumeerd.

Uitstoot van broeikasgassen in 2023 als percentage van de wereldwijde uitstoot. Databron PRIMAP-Hist.[4]

Superrijken

Ook binnen landen bestaat grote ongelijkheid wat betreft individuele bijdragen aan uitstoot van broeikasgassen.[5] Voor extreme gebeurtenissen droeg de top 10% (1%) 7 (26) keer meer bij aan de toename van maandelijkse 1-op-100-jarige hitte-extremen wereldwijd en 6 (17) keer meer aan droogtes in het Amazonegebied.[6] De rijkste 10 procent van de huishoudens is verantwoordelijk voor ongeveer 50 procent van alle uitstoot – ook in Nederland. De armste 50 procent is slechts voor 7 procent verantwoordelijk.

Een studie in de VS zet dit in perspectief.[7]

Gemiddelde uitstoot per huishouden in de VS (t CO2e) in 2019 per inkomensgroep. Inkomensgroepen zijn ingedeeld op basis van percentielen: de onderste 90% is verdeeld in delen van 10%, daarna de volgende 9%, en de top 1% is opgesplitst in de volgende 0,9% en de top 0,1%. De breedte van elke inkomensgroep op de x-as komt overeen met het aandeel van elke groep in de nationale emissies. De kleuren geven de inkomenscategorieën weer. Bron: PLOS.[7] Creative Commons License BY 4.0

Het genereren van slechts 15 dagen inkomen voor de bovenste 0,1 procent van de rijkste huishoudens in de Verenigde Staten veroorzaakt evenveel koolstofvervuiling als het inkomen dat de armste 10 procent van de bevolking in de loop van een mensenleven verdient.[8]

Een Oxfam‑rapport van 2025[9] toont aan dat het vermogen van miljardairs in 2024 drie keer sneller groeide dan in 2023, met een verwachte toename tot vijf biljonairs binnen tien jaar. Terwijl de armoede sinds 1990 nauwelijks afneemt, komt 60 % van hun rijkdom voort uit erfenissen, vriendjespolitiek, corruptie of monopolies.

Een eerder Oxfam‑rapport (2024)[10] benadrukt dat het drastisch verkleinen van wereldwijde ongelijkheid cruciaal is voor klimaatactie en sociale rechtvaardigheid. Het document legt de schuld bij de rijkste 1%, vooral de 50 rijkste miljardairs, wiens luxe jachten, privéjets en vervuilende investeringen enorme CO₂‑uitstoot veroorzaken. Deze overmatige emissies leiden tot economische verliezen van meer dan een biljoen dollar, catastrofale oogsten en miljoenen vroegtijdige sterfgevallen, waarbij de armste en onzekere bevolkingsgroepen onevenredig lijden. Oxfam pleit voor verplichte emissiereductie en financiële compensatie van de superrijken voor de schade aan mens en planeet.

De Britse site Climate Resistance maakt die extreme verschillen in welvaart tussen het handjevol oligarchen en de rest van de wereldbevolking duidelijk met een teller op de homepage. [11]

Het vermogen van de tien rijkste mannen ter wereld groeide gemiddeld met bijna 100 miljoen dollar per dag en zelfs als ze van de ene op de andere dag 99 procent van hun vermogen zouden verliezen, zouden ze nog steeds miljardair zijn.

47% van de wereldbevolking leeft van minder dan 6,85 dollar per dag.

Climate Resistance laat aan duidelijkheid niets te wensen over:

Belast hun miljarden. Financier onze toekomst.

Op dit moment verzamelen superrijke oligarchen extreme rijkdom, wakkeren de vlammen van de klimaatcrisis aan met hun extravagante levensstijl en exploiteren ze mensen en de planeet voor winst. Vervolgens manipuleren ze het politieke systeem in hun voordeel door de media op te kopen en politici te financieren.

Bronnen:

Uitstoot stijgt nog steeds

Totale netto antropogene broeikasgas uitstoot 1990-2022. F-gases = fluorinated gases, LULUCF = land-use change and forestry. Gepubliceerd met toestemming van United Nations Environment Programme (UNEP).[1]

De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is van 2021 tot 2022 met 1,2 procent gestegen tot een nieuw record van 57,4 gigaton CO2-equivalent (GtCO2eq).[1]

De uitstoot is nog niet verminderd.[2] De mondiale concentratie van CO2, gemiddeld over alle 12 maanden van 2024, steeg met 2,9 ppm in de loop van het jaar. Dit was het 13e achtereenvolgende jaar dat CO2 met meer dan 2 ppm steeg (met een dipje tijdens de pandemie). De CO2-concentratie is nu meer dan 50% hoger dan pre-industriële niveaus.

Onze acties in dit decennium bepalen de ambitie die nodig is in de volgende ronde van nationaal vastgestelde bijdragen (NDC's) voor 2035, en de haalbaarheid van het bereiken van de langetermijndoelstelling van het Akkoord van Parijs.

Huidige en historische bijdragen aan klimaatverandering. Gepubliceerd met toestemming van United Nations Environment Programme (UNEP).[1]

Als de huidige trends doorzetten is de kans “vrijwel nul” om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C volgens het Milieuprogramma van de VN (UNEP). Emissies zijn zeer ongelijk verdeeld binnen en tussen landen; een weerspiegeling van enorme wereldwijde ongelijkheid.[1]

Als het huidige tekortschietende beleid wordt voortgezet, koerst de wereld naar een catastrofale opwarming van 3°C. Als alle onvoorwaardelijke en voorwaardelijke beloften voor 2030 worden nagekomen, daalt deze schatting tot een nog steeds rampzalige 2,6 tot 2,8 °C, en als alle netto-nul beloften worden nagekomen, daalt de schatting tot 2 °C.

Om onder de 2 °C opwarming te blijven, zou de wereldwijde uitstoot tussen nu en 2030 met ongeveer 28% moeten dalen, en met ongeveer 43% om op 1,5 °C te blijven, wat een “onvoorstelbaar snelle transformatie van het wereldwijde energiesysteem” vereist. Volgens het UNEP Emission Gap Report 2024 is een daling in 2030 van 42% nodig en van 57% in 2035 om het 1,5 °C doel van Parijs te halen. De verantwoordelijkheid ligt primair bij de G20 landen.[3]

"Het onvermogen om de uitstoot in landen met hoge inkomens drastisch te verminderen en om verdere groei van de uitstoot in landen met lage en middeninkomens te voorkomen, betekent dat alle landen dringend de koolstofarme transformatie van hun economie moeten versnellen om de langetermijndoelstelling van het Akkoord van Parijs te halen."

Verder uitstel van strenge wereldwijde reducties van broeikasgasemissies zal de toekomstige afhankelijkheid van koolstofdioxideverwijdering vergroten om de langetermijndoelstelling van het Akkoord van Parijs te halen.

Datacenters

Big tech-bedrijven hebben de afgelopen jaren ambitieuze claims gedaan over hun uitstoot van broeikasgassen. Echter, met de groeiende energiebehoefte door de opkomst van kunstmatige intelligentie, wordt het steeds moeilijker om de daadwerkelijke kosten van hun datacenters, die de technologische revolutie aandrijven, te verbergen.

Uit een analyse van The Guardian[4] blijkt dat de werkelijke uitstoot van de datacenters van bedrijven zoals Google, Microsoft, Meta en Apple tussen 2020 en 2022 waarschijnlijk 7,62 keer meer was dan officieel gerapporteerd. Door de explosieve groei van AI is de energiebehoefte van de datacenters sindsdien nog harder gegroeid.

AI heeft niet alleen een negatieve invloed op het klimaat.[5] Inderdaad drijft de groeiende vraag naar rekenkracht – vooral voor grote taal‑ en beeldmodellen – de elektriciteitsconsumptie van datacentra sterk op. Als die stroom uit fossiele brandstoffen komt, stijgt de CO₂‑uitstoot. Aan de andere kant biedt AI krachtige instrumenten om de klimaatcrisis te bestrijden: nauwkeurigere weer‑ en klimaatsvoorspellingen, dynamische integratie van wind‑ en zonne‑energie, optimalisatie van netwerken en vraag‑respons, en efficiëntere datacentra‑beheer die energie per taak verlaagt.

Het netto‑effect hangt af van de energie‑mix en het beheer van AI‑workloads. Wanneer AI‑infrastructuur wordt aangedreven door 100 % hernieuwbare energie – zoals bij veel grote cloud‑providers en Europese datacentra – en workloads slim worden getimed op momenten met overvloedige groene stroom, kan AI een netto‑klimaatvoordeel opleveren. Zonder dergelijke maatregelen blijft AI echter een significante bron van extra emissies. De sleutel is groene stroom, efficiënte planning en AI‑toepassingen die direct emissies reduceren.

Bronnen:

Westerse economie

Er wordt niet genoeg gedaan om de opwarming te beperken — zelfs niet bijna. De oplossingen zijn beschikbaar, maar de vooruitgang wordt belemmerd door grote bedrijven en een economisch en geopolitiek systeem dat groei en macht boven leefbaarheid en rechtvaardigheid stelt.

Een internationale studie in Climate Policy verzamelde gegevens over de winsten die 93 van de grootste fossiele brandstofbedrijven wereldwijd in 2022 hebben gerapporteerd. Het blijkt dat in 2022 een totaal van $490 miljard aan ´superwinsten´ werd behaald. Dat wil zeggen het bedrag aan winsten boven verwachting, dus de behaalde winst min de verwachte winst. Die extreme winsten werden grotendeels behaald door de gestegen energieprijzen na de invasie in Oekraïne. Van die superwinsten ging bijna $300 miljard naar particuliere bedrijven in ontwikkelde landen, terwijl de rest naar staatsbedrijven elders ging. De ‘superwinsten’ van dat jaar waren bijna vijf keer zo groot als de jaarlijke $100 miljard die industrielanden hebben beloofd aan ontwikkelende landen om hen te helpen klimaatverandering tegen te gaan.[1] (Een bedrag dat ze vervolgens niet hebben betaald…)

Shell boekte in de eerste drie maanden van 2024 $7,7 miljard winst — meer dan $1 miljard hoger dan experts hadden voorspeld — en zei dat het zijn aandeelhouders zou belonen door hen $3,5 miljard terug te geven.

Volgens het Institute for Public Policy Research (IPPR) laten de laatste cijfers zien dat er slechts 438 miljoen dollar (329 miljoen pond) is uitgegeven aan duurzame energie.

Dr. George Dibb (IPPR) zegt:

"Het is glashelder dat Shell, als het aan zichzelf wordt overgelaten, niet kan worden vertrouwd als aanjager van de groene transitie. Voor elke £1 die ze in het laatste kwartaal aan duurzame energie hebben uitgegeven, hebben ze £11 aan overtollig geld naar de aandeelhouders overgeheveld."

"Het is tijd voor de regering om in te grijpen en een belasting op het terugkopen van aandelen in te voeren, zodat het Verenigd Koninkrijk de middelen heeft om een groot programma van groene investeringen uit te voeren."

Planeetslopers

Slechts 20 landen zijn verantwoordelijk voor bijna 90 procent van de kooldioxide-vervuiling door nieuwe olie- en gasvelden en fracking putten die gepland staan tussen 2023 en 2050. Van deze 20 landen springen vijf regeringen van noordelijke landen eruit als de grootste “klimaathypocrieten” en “planeetslopers” (Planet Wreckers): de Verenigde Staten, Canada, Australië, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Dat blijkt uit het rapport Planet Wreckers van Oil Change International uit 2023.[2]

Aandeel in de verantwoordelijkheid voor geplande olie- en gasexpansie per land. Bron: Planet Wreckers Report.[2]

Het rapport benadrukt de dringende noodzaak tot het aanpakken van de enorme uitbreiding van de olie- en gasproductie die door 20 landen is gepland. Die 20 landen zouden verantwoordelijk zijn voor bijna 90% van de CO2-uitstoot uit nieuwe olie- en gasvelden. Als deze regeringen zouden stoppen met nieuwe olie- en gasprojecten, zou 173 miljard ton CO2-uitstoot — gelijk aan de uitstoot van 1100 kolencentrales ofwel de totale uitstoot van de VS gedurende 30 jaar — vermeden kunnen worden.

Van deze landen onderscheiden vijf landen met een hoog inkomen — de Verenigde Staten, Canada, Australië, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk — zich door hun onevenredige bijdragen, die goed zijn voor 51% van de geplande uitbreiding, ondanks hun economische mogelijkheden om de productie af te bouwen. Het rapport bestempelt hun als “klimaathypocrieten” en dringt er bij hen op aan om de uitbreiding te stoppen, het voortouw te nemen bij het afbouwen van de productie en een rechtvaardige wereldwijde energietransitie te financieren.

De VS, ook wel de “Planet Wrecker In Chief” genoemd, is verantwoordelijk voor meer dan een derde van de geplande wereldwijde olie- en gasexpansie, gevolgd door Canada en Rusland. Ondanks hun rol als COP-voorzitter behoren de Verenigde Arabische Emiraten ook tot de top expansie veroorzakers, wat in tegenspraak is met hun belofte om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C.

De omvang van de geplande expansie ondermijnt de inspanningen om de opwarming te beperken tot 1,5°C. De verwachte koolstofvervuiling overschrijdt het budget met 190%, waardoor de planeet afstevent op een catastrofale stijging van meer dan 2°C. Zelfs zonder nieuwe projecten zouden bestaande velden 140% meer CO2 uitstoten dan de drempel van 1,5°C.

Om de klimaatdoelstellingen te halen, moeten regeringen niet alleen stoppen met nieuwe projecten, maar ook bestaande activiteiten afbouwen. Dit zou de wereldwijde olie- en gasproductie halverwege deze eeuw jaarlijks met 2-5% verminderen, waardoor de uitstoot in lijn wordt gebracht met een veiliger klimaattraject.

‘Public Enemies’

in 2024 verscheen een gezamenlijk rapport van Oil Change International en Friends of the Earth, waaraan ook Milieudefensie meewerkte: Public Enemies: Assessing MDB and G20 international finance institutions’ energy finance.[3] Het rapport onderzoekt de publieke financiering van fossiele brandstoffen door G20-landen en multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB's) tussen 2020 en 2022. Het onthult dat deze instellingen nog steeds jaarlijks minstens $47 miljard investeren in olie, gas en kolen. Vooral Canada, Korea en Japan behoren tot de grootste investeerders. Het grootste deel van de financiering loopt via nationale Exportkrediet Agentschappen (ECA’s) van G20-landen, samen verantwoordelijk voor 65% van de totale fossiele financiering. Onder de MDB's draagt voornamelijk De Wereldbank bij, jaarlijks gemiddeld $1,2 miljard, voornamelijk aan aardgasprojecten.

Jaarlijkse internationale overheidsfinanciering van G20-landen en multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB's) voor fossiele, schone en andere energie, 2013-2022, in miljarden USD. Bron: OCI.[3] Copyright © 2025 Oil Change International.

De meeste financiering gaat naar aardgas (54%) en gecombineerde olie- en gasprojecten (32%), met een groot deel gericht op dure infrastructuurprojecten zoals pijpleidingen en vloeibaar-gas-schepen.

Tijdens de klimaatconferentie COP26 in Glasgow (2021) is het Clean Energy Transition Partnership opgericht. 39 landen en instellingen committeerden zich om te stoppen met internationale publieke financiering van fossielebrandstofprojecten. Aangesloten landen zijn o.a. het VK, de VS, Australië, Canada, Noorwegen en 12 EU-lidstaten waaronder Nederland. Hoewel sommige coalitiepartners binnen de Clean Energy Transition Partnership stappen zetten in het beëindigen van fossiele financiering, laten andere landen het fors afweten. De VS schonden hun belofte het meest, en de beleidsmaatregelen van Italië en Duitsland zijn ronduit zwak te noemen. Investeringen in schone energie stegen tot $34 miljard per jaar, maar dit blijft onvoldoende. Slechts 3% hiervan ging naar lage-inkomenslanden.

Het rapport benadrukt dat coalitiebeleid kan leiden tot een verschuiving van $26 miljard weg van fossiele brandstoffen tegen eind 2024. Echter, zwakke punten in beleid en gebrekkige implementatie blijven de overgang naar schone energie belemmeren.

Bronnen:

Waarschuwingen in de wind geslagen

Rapport Club van Rome

De Club van Rome is een informele non-profitorganisatie van intellectuelen en leiders uit het bedrijfsleven die zich toelegt op het kritisch bespreken van mondiale kwesties. De Club van Rome werd in 1968 opgericht in de Accademia dei Lincei in Rome, Italië. De Club telt honderd volwaardige leden, waaronder huidige en voormalige staatshoofden en regeringsleiders, VN-bestuurders, hooggeplaatste politici en regeringsfunctionarissen, diplomaten, academici, economen en bedrijfsleiders uit de hele wereld.

De Nederlandse website van de Club van Rome[1] vat de visie samen:

Om het bestaan en de vrijheid van handelen van toekomstige generaties te bewaken en te verbeteren is een mentaliteitsverandering van de huidige generatie noodzakelijk.

Er dient meer rekening gehouden te worden met;

  • de kwetsbaarheid van de biosfeer en daarmee het leven zelf
  • de eindigheid van de aarde
  • het opbouwen van een rechtvaardige samenleving

Het is de verantwoordelijkheid van de hele mensheid om de biosfeer en de vrijheid van menselijk handelen in stand te houden.

De wereldproblematiek vraagt om een verdieping van inzicht en verandering van mentaliteit op zowel lokaal als mondiaal niveau.

De Club van Rome kreeg veel publieke aandacht toen ze in 1972 het eerste rapport, Grenzen aan de Groei, publiceerden (The limits to growth: a report for the club of Rome's project on the predicament of mankind).[2] Het rapport stelde de ongemakkelijke vraag: wat gebeurt er als de groei de draagkracht van de planeet overschrijdt?

De auteurs, onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology onder leiding van Dennis en Donella Meadows, gebruikten computersimulaties om aan te tonen dat het onmogelijk was om de productie en consumptie eeuwig te laten groeien, omdat we dan geen grondstoffen meer zouden hebben of de vervuilingsniveaus te hoog zouden worden. Met behulp van hun computermodel World3 voorspelden ze een maatschappelijke ineenstorting in de tweede helft van de 21e eeuw.

Een van de figuren uit Limits to Growth (1972). Dit is een model simulatie van de gevolgen van het uitputten van natuurlijke hulpbronnen. Bron: Wikipedia.

De simulatie laat zien hoe de bevolking (zwarte lijn) aanvankelijk exponentieel groeit in reactie op de exponentiële groei van de productie (geel). De uitputting van grondstoffen (rood) die daarvan het gevolg is, wordt gevolgd door afname van de bevolking.

De oliecrisis van 1973 maakte de mensen nog bezorgder over dit probleem. Van het rapport werden 30 miljoen exemplaren verkocht in meer dan 30 talen, waardoor het het best verkochte milieuboek ooit werd.

De Club van Rome had enige invloed bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), maar omdat ze de waarde van groei in twijfel trokken, kwam de OESO in moeilijkheden en keerden sommige mensen zich tegen hen. In 1973 publiceerde de OESO een boekje over milieukwesties. Daarin stond dat regeringen nu een beleid voor economische groei moeten ontwikkelen dat ook het milieu beschermt. De OESO had afstand genomen van de Club van Rome en streeft sindsdien naar ongebreidelde groei.

Een analyse van Graham Turner (2008) bevestigt in grote lijnen de conclusies van Limits to Growth. Hij vergeleek de modelresultaten met metingen in de werkelijkheid. De werkelijke ontwikkelingen — industriële productie, milieuvervuiling, broeikasgasemissie en bevolkingsgroei — wijken weinig af van de modelresultaten.[3]

In 2022 kwam er een vervolg op het rapport van de Club van Rome.[4] Twee van de oorspronkelijke auteurs van Limits to Growth, Dennis Meadows en Jørgen Randers, voegden zich bij 19 andere auteurs om Limits and Beyond te schrijven. Ze zeggen:

“De wereldwijde ontwikkelingen van het klimaat en het milieu laten zien dat het rapport nu nog relevanter is dan in 1972. Niettemin hebben de waarschuwingen van de Club van Rome weinig uitgehaald. De communicatie tussen wetenschap en beleid is vrijwel volledig stilgevallen. De wetenschappers en andere auteurs van deze boeken hebben hard gewerkt om hun boodschap te verspreiden. Maar ondanks hun harde werk zijn ze meestal genegeerd, zelfs door mensen die weten wat klimaatverandering is en wat het inhoudt.”

Nog steeds is het heersende paradigma: onbegrensde groei en vrijheid van ondernemerschap. Men gaat er daarbij gemakshalve van uit dat verdere economische groei mogelijk is zonder de aarde uit te putten en het klimaat uit de rails te laten lopen. En dat juist meer economische groei nodig is om de benodigde klimaatmaatregelen te kunnen betalen. Illustratief voor deze benadering is de benaming van het nieuwste ministerie in Nederland: ´klimaat en groene groei´.

Bronnen:

Eigen onderzoek van oliebedrijven

Meer dan 50 jaar geleden probeerden wetenschappers van grote fossiele brandstofbedrijven uit te zoeken hoe klimaatverandering een rol zou moeten spelen bij beslissingen over de winning van nieuwe fossiele brandstoffen. Hun zorgen kwamen overeen met wat de toenmalige nieuwste wetenschap zei, namelijk dat er een verband was tussen fossiele brandstoffen en de opwarming van de aarde.[1]

Maar de leidinggevenden bij de bedrijven luisterden niet. In plaats daarvan probeerden ze het bewijs van klimaatverandering te bagatelliseren en begonnen ze een decennialange campagne tegen klimaatmaatregelen. Ze deden van alles, van nepwetenschap tot wetenschappers verdacht maken en het creëren van onzekerheid die niet gebaseerd was op wetenschap. Ook nu nog verspreiden de industrie en verwante organisaties valse informatie over klimaatverandering, terwijl lobbyisten uit het bedrijfsleven politici en beleidsmakers beïnvloeden. En dit alles gebeurt met geld en steun van grote fossiele brandstofbedrijven.

Klimaatwetenschappers, zoals Michael Mann, werd het leven lastig gemaakt en zij werden soms juridisch vervolgd. Het is opmerkelijk hoeveel aanvallen op Mann direct terug te voeren zijn op betrokkenheid van de fossiele brandstofindustrie.[2]

Christopher Horner, een advocaat die beweert dat de aarde aan het afkoelen is, staat binnen de wetenschappelijke gemeenschap bekend om zijn jacht op klimaatwetenschappers met meedogenloze onderzoeken en publieke spot, waarbij hij wetenschappers vaak belachelijk maakt als “communisten” en fraudeurs. Uit rechtbankdocumenten blijkt dat Horner wordt gefinancierd vanuit de kolenindustrie.[3]

Ondertussen rapporteerden wetenschappers van enkele grote oliemaatschappijen over eigen onderzoek naar de gevolgen van de uitstoot van broeikasgassen. Deze interne rapporten zijn pas in 2015 naar buiten gekomen toen onderzoeksjournalisten van Inside Climate News en de Los Angeles Times onthulden dat grote oliemaatschappijen zoals ExxonMobil al in de jaren 1960 wisten dat het verbranden van fossiele brandstoffen een grote bijdrage leverde aan klimaatverandering.[4]

In 2017 verscheen in Environmental Research Letters (ERL) een artikel dat bevestigde dat wat ExxonMobil intern wist over klimaatverandering kwantitatief sterk verschilde van hun publieke verklaringen.[5] Onderzoekers Geoffrey Supran en Naomi Oreskes ontdekten dat minstens 80 procent van de interne documenten tussen 1977 en 2014 consistent waren met de stand van de wetenschap. Die interne documenten bevestigden dat klimaatverandering echt is en veroorzaakt wordt door menselijk handelen. Ook identificeerden ze “redelijke onzekerheden” waar elke klimaatwetenschapper het op dat moment mee eens zou zijn. Toch was meer dan 80 procent van de betaalde advertentorials van ExxonMobil in dezelfde periode specifiek gericht op het zaaien van onzekerheid en twijfel, zo bleek uit het onderzoek.

Het artikel concludeert:

"Beschikbare documenten laten een discrepantie zien tussen wat de wetenschappers en leidinggevenden van ExxonMobil privé en in academische kringen bespraken over klimaatverandering, en wat het bedrijf aan het grote publiek presenteerde. De peer-reviewed, niet-peer-reviewed en interne communicatie van het bedrijf volgde consequent de ontwikkelingen in de klimaatwetenschap: in grote lijnen werd erkend dat antropogene opwarming echt is, door mensen wordt veroorzaakt, ernstig is en oplosbaar, terwijl er redelijke onzekerheden werden benoemd die de meeste klimaatwetenschappers op dat moment zonder meer erkenden."

De advertorials van ExxonMobil in de NYT legden daarentegen een overweldigende nadruk op alleen de onzekerheden en promootten een verhaal dat niet strookte met de opvattingen van de meeste klimaatwetenschappers, inclusief die van ExxonMobil zelf.

Dit wordt de Scientific Certainty Argumentation Method (SCAM) genoemd[6] — een tactiek om het vertrouwen van het publiek in wetenschappelijke kennis te ondermijnen door te eisen dat een beleidsmaatregel pas genomen mag worden als er wetenschappelijke zekerheid (bewijs) is geleverd. Zoals bekend is vrijwel alle wetenschap omgeven met nuanceringen en kansen. Daardoor is SCAM een veel gebruikte tactiek om wetenschappelijk onderbouwde maatregelen onderuit te halen. De conclusie is dat de communicatie van ExxonMobil over klimaatverandering misleidend was.

"Dit artikel is de eerste systematische beoordeling ooit van de klimaatprojecties van een bedrijf dat fossiele brandstoffen produceert, de eerste keer dat we een getal kunnen plakken op wat ze wisten," zegt Geoffrey Supran, hoofdauteur van het genoemde artikel in ERL en voormalig onderzoeker in de geschiedenis van de wetenschap aan Harvard. "Wat we hebben gevonden is dat tussen 1977 en 2003 uitstekende wetenschappers binnen Exxon de opwarming van de aarde hebben gemodelleerd en voorspeld met, eerlijk gezegd, schokkende vaardigheid en nauwkeurigheid, maar dat het bedrijf vervolgens de volgende paar decennia die klimaatwetenschap heeft ontkend."

Een nieuwe analyse in 2023 laat zien dat wetenschappers bij ExxonMobil al in 1977 de huidige opwarming nauwkeurig hadden voorspeld. Zie de volgende grafiek.[7]

Alle projecties van de opwarming van de aarde die tussen 1977 en 2003 door wetenschappers van ExxonMobil zijn gerapporteerd in interne documenten (grijze lijnen), gesuperponeerd op historisch waargenomen temperatuurveranderingen (rood). Ononderbroken grijze lijnen geven projecties van de opwarming aan die door wetenschappers van ExxonMobil zelf zijn gemodelleerd; onderbroken grijze lijnen geven projecties aan uit onafhankelijk academische publicaties. Grijstinten met begindata van de modellen, van vroegst (1977: lichtst) tot laatst (2003: donkerst). Bron: Harvard Gazette.[8]

Die studie stelde vast dat 63 tot 83% van de klimaatprojecties die door wetenschappers van ExxonMobil werden gerapporteerd, accuraat waren in het voorspellen van de opwarming van de aarde. De gemiddelde voorspelde opwarming door ExxonMobil was 0,20° ± 0,04°C per decennium, wat overeenkomt met de opwarming volgens onafhankelijke academische en overheidsprognoses gepubliceerd tussen 1970 en 2007.

Bovendien bleek dat de wetenschappers van ExxonMobil de mogelijkheid van een komende ijstijd correct afwezen ten gunste van een “door kooldioxide veroorzaakt ‘super-interglaciaal’”; dat ze nauwkeurig voorspelden dat de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde voor het eerst waarneembaar zou zijn in het jaar 2000 ± 5; en dat ze een redelijke schatting maakten van de hoeveelheid CO2 die tot een gevaarlijke opwarming zou leiden.

Wat de onderzoekers van ExxonMobil wisten over klimaatverandering was dus in tegenspraak met wat het bedrijf het publiek liet geloven. Maar terwijl wetenschappers zich inspanden om bekend te maken wat ze wisten, deed ExxonMobil er alles aan om het te ontkennen - inclusief het benadrukken van onzekerheden, het denigreren van klimaatmodellen, het mythologiseren van afkoeling van de aarde, het veinzen van onwetendheid over de waarneembaarheid van door de mens veroorzaakte opwarming en het zwijgen over de mogelijkheid van gestrande fossiele brandstoffen in een koolstofarme wereld.

Deze bevindingen hebben geleid tot een onderzoek door een commissie van de Amerikaanse Senaat.[9] De belangrijkste conclusies van het rapport:

  • Documenten tonen voor het eerst aan dat fossiele brandstofbedrijven intern niet betwisten dat ze op zijn minst al sinds de jaren '60 begrijpen dat het verbranden van fossiele brandstoffen klimaatverandering veroorzaakt en vervolgens tientallen jaren hebben gewerkt om het publieke begrip van dit feit te ondermijnen en de onderliggende wetenschap te ontkennen.
  • De misleidingscampagne van Big Oil evolueerde van expliciete ontkenning van de basiswetenschap die ten grondslag ligt aan klimaatverandering naar misleiding, desinformatie en het ondermijnen van vertrouwen in de wetenschap.
  • De fossiele brandstoffenindustrie gebruikt haar brancheorganisaties om verwarrende en misleidende verhalen te verspreiden en om te lobbyen tegen klimaatmaatregelen.
  • De fossiele brandstoffenindustrie werkt strategisch samen met universiteiten om haar misleidingscampagnes een aura van geloofwaardigheid te geven en tegelijkertijd stemmen van de oppositie het zwijgen op te leggen.
  • Alle zes betrokken partijen — Exxon, Chevron, Shell, BP, API en de Kamer — hebben het onderzoek van de Commissie belemmerd en vertraagd.

Zes keer 'Ja, maar' van Shell

Milieudefensie[10] zette zes smoezen van Shell om gevaarlijke het veroorzaken van gevaarlijke klimaatverandering goed te praten, op een rijtje. Het is onderdeel van de rechtzaak van Milieudefensie tegen Shell. We nemen een groot deel van het stuk, met toestemming, over.

De wetenschap is duidelijk: elk nieuw olie- of gasveld is er 1 te veel. Zelfs als we alléén nog olie en gas uit bestaande velden gebruiken, stijgt de temperatuur al ver voorbij 1,5 graad.

Toch blijft Shell nieuwe olie- en gasprojecten starten. Waarom? Het bedrijf komt telkens met dezelfde 'ja, maars'. Hieronder lees je er zes, én waarom ze niet kloppen.

Ja maar 1

“Ja, maar zonder olie en gas krijgen mensen wereldwijd geen energie.”

Onderzoeken, zoals die van het Internationaal Energieagentschap (IEA), laten zien: de wereld heeft genoeg energie met de olie- en gasvelden die er al zijn. Nieuwe projecten zijn dus helemaal niet nodig, tenzij voor winst. Niet voor mensen.

Ja maar 2

"Ja, maar LNG is 'low-carbon', een zogenaamd klimaatvriendelijke brandstof."

LNG staat voor Liquefied Natural Gas ofwel vloeibaar aardgas. LNG is gewoon een aardgasproduct en dus een fossiele brandstof. Er bestaan géén duurzame fossiele brandstoffen. LNG veroorzaakt net als andere fossiele brandstoffen gevaarlijke klimaatverandering.

Ja maar 3

“Ja, maar LNG is nodig voor de energietransitie.”

Als Shell nieuwe olie- en gasvelden opent, blijven we vastzitten aan fossiele energie. Dat belemmert de overstap naar duurzame bronnen. Dit stelde ook de rechter in hoger beroep. LNG helpt de energietransitie niet, het vertraagt die juist.

Ja maar 4

”Ja, maar LNG vervangt kolen, die nog vervuilender zijn.”

Alle fossiele brandstoffen moeten snel worden afgebouwd om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Dus ook gas. Uit onderzoek blijkt: gas concurreert vooral met hernieuwbare energie, en níet met kolen. Dus: méér gas = mínder duurzame groei.

Ja maar 5

“Ja, maar Shell wil in 2050 een energiebedrijf met netto-nul uitstoot zijn.”

Hoe dan?

  • Shell heeft maar liefst 700 nieuwe olie- en gasvelden die het in gebruik kan nemen, blijkt uit recent onderzoek. Als Shell stopt met nieuwe olie- en gasvelden aanboren, zou dit maar liefst 5,2 miljard ton CO2-uitstoot voorkomen. Dat is evenveel als 36 keer de jaarlijkse uitstoot van heel Nederland!
  • Shell heeft momenteel geen plannen hoe zijn bedrijf in 2050 op netto-nul uitkomt. Ons onderzoek laat zien wat de rechter ook heeft gezegd: de uitstoot van Shell kan tot 2030 zelfs nog groeien. Die uitstoot moet nu in het kritieke decennium voor 2035 naar beneden.
  • Shell investeert elk jaar minder in wind- en zonne-energie. De duurzame ambitie verdwijnt steeds verder naar de achtergrond.

Ja maar 6

“Ja, er moet iets gebeuren, maar het heeft geen zin om je op 1 bedrijf te richten. Wat nodig is, is een goede samenwerking tussen overheid, bedrijf en consument.”

De rechter was duidelijk: Shell heeft een eigen, juridische verplichting om zijn uitstoot terug te dringen. Die staat los van wat overheden of consumenten doen. Shell kan zich niet achter anderen verschuilen – maar doet dat keer op keer toch.

Ook andere grote vervuilers moeten aan de bak volgens de rechter. Elk groot bedrijf moet een eigen bijdrage leveren aan het behalen van het Parijsakkoord. Ook worden er wereldwijd andere zaken tegen bedrijven gestart.

Steun de nieuwe zaak tegen Shell

Bronnen:

Huidig klimaatonderzoek genegeerd

Signalen uit huidig klimaatonderzoek worden onvoldoende serieus genomen. Droogtes en overstromingen worden consequent gepresenteerd als weersextremen en niet gekoppeld aan klimaatverandering.

Regeringen negeren klimaatwetenschappers en -activisten vaak onder politieke en industriële druk. In de VS hebben wetenschappers bijvoorbeeld te maken gehad met censuur door de overheid en de olie-industrie, waardoor het vertrouwen van het publiek in de klimaatwetenschap is ondermijnd. De Britse regering is bekritiseerd omdat ze het werk van het Climate Change Committee verkeerd heeft gepresenteerd en belangrijke benoemingen heeft uitgesteld, wat erop wijst dat niet geluisterd wordt naar deskundig advies. Bovendien zijn er op grote klimaatconferenties veel meer lobbyisten voor fossiele brandstoffen dan klimaatvertegenwoordigers, wat de invloed van bedrijfsbelangen op wetenschappelijke adviezen benadrukt.

Verschillende Europese landen hebben onlangs hun klimaatbeleid afgezwakt.

Sommige EU-landen probeerden de implementatie van regelgeving gericht op het terugdringen van methaanemissies uit de olie- en gassector uit te stellen, door langere termijnen voor te stellen voor noodzakelijke onderzoeken en controles, in tegenstelling tot de urgentie die door klimaatwetenschappers wordt benadrukt.[1]

De Poolse regering heeft zich actief verzet tegen klimaatinitiatieven van de EU, zoals de Natuurherstelwet en strengere emissiedoelstellingen, wat wijst op een bredere weerstand tegen strenge klimaatmaatregelen vanwege politieke druk.

Tijdens de COP26 klimaattop in november 2021 hebben landen gelobbyd om een belangrijk klimaatrapport te veranderen. Uit een groot aantal uitgelekte documenten blijkt hoe landen proberen een cruciaal wetenschappelijk rapport over de aanpak van klimaatverandering te veranderen.[2] Het lek onthult dat Saoedi-Arabië, Japan en Australië tot de landen behoren die de VN vragen om de noodzaak om snel af te stappen van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het laat ook zien dat sommige rijke landen twijfelen over het betalen van meer geld aan armere landen om over te stappen op groenere technologieën.

Uitkomsten van een onderzoek door de Europese Commissie onder burgers van alle EU landen.[3] Creative Commons License BY 4.0

Rechts-populistische partijen in Europa die tegen klimaatmaatregelen zijn, worden steeds machtiger en populairder. Deze partijen hebben een grote invloed op wat mensen denken over het klimaat en beginnen veel polariserende debatten. Echter, in de meeste gevallen is hun invloed beperkt door bestaande nationale en EU-regels, problemen met samenwerken en het feit dat het heel moeilijk is om hun extreme campagne-ideeën in daden om te zetten. Toch hebben ze het moeilijker gemaakt om klimaatbeleid met kracht voort te zetten op lokaal, regionaal en nationaal niveau en wordt hun invloed steeds groter. Terwijl de meeste mensen in Europa klimaatmaatregelen nog steeds belangrijk vinden,[3] proberen deze partijen te profiteren van de twijfels van mensen over specifieke maatregelen.[4]

Een coalitie van tien EU-landen, waaronder Duitsland en Denemarken, waarschuwde voor pogingen om het klimaatbeleid binnen de EU af te zwakken, uit angst dat compromissen de ambitieuze klimaatdoelen zouden kunnen doen ontsporen.[5]

De recente uitwassen van de regering Musk-Trump zijn een ernstige bedreiging voor klimaat- en milieuwetenschappers die ook gevolgen heeft voor de wetenschap in de rest van de wereld. Zie bijvoorbeeld de sabotage van het IPCC.

Bronnen:

Kritische wetenschappers

Klimaatwetenschappers hebben met verschillende strategieën gereageerd op de inactiviteit en regelrechte censuur door de overheid:

1. Getuigen voor het parlement. Wetenschappers zoals James Hansen hebben getuigd voor het Congres en benadrukt hoe politieke inmenging de wetenschappelijke integriteit corrumpeert en het begrip van klimaatverandering bij het publiek verwart.[1]

2. Verzet tegen censuur. Sommige wetenschappers, zoals die van de National Park Service, hebben ervoor gekozen om zich tegen censuur te verzetten, zelfs als dit hun carrière op het spel zet, om ervoor te zorgen dat hun onderzoek transparant blijft. In landen als Duitsland hebben wetenschappers allianties gevormd om collega's te steunen die te maken hebben met censuur, om zo een cultuur van openheid en samenwerking onder onderzoekers te bevorderen.[2] [3] [4] [5] [6]

3. Wetenschappers mobiliseren. Wetenschappers zoeken steeds meer steun bij collega's en media om hun stem te versterken en censuur tegen te gaan, waardoor een cultuur van solidariteit tegen politieke druk ontstaat. Organisaties zoals de European Academies Science Advisory Council (EASAC) mobiliseren wetenschappers in heel Europa om onafhankelijk wetenschappelijk advies te geven aan beleidsmakers, om ervoor te zorgen dat wetenschappelijk bewijs het klimaatbeleid informeert ondanks druk van de overheid.[7] [8]

4. Transparantie en verantwoording. Initiatieven van groepen zoals CAN Europe pleiten voor transparantie en verantwoording bij klimaatmaatregelen, door wetenschappers in staat te stellen hun bevindingen rechtstreeks aan het publiek en beleidsmakers te communiceren.[9]

Deze strategieën zijn erop gericht om de wetenschappelijke integriteit hoog te houden en het beleid te beïnvloeden ondanks politieke uitdagingen.

Bronnen: