Strategieën tegen klimaatverandering: verschil tussen versies
Geen bewerkingssamenvatting |
|||
| Regel 171: | Regel 171: | ||
Hierbij bestaat het gevaar dat bedrijven CCS zullen gebruiken als alternatief voor het verminderen van de broeikasuitstoot: een vorm van greenwashing. | Hierbij bestaat het gevaar dat bedrijven CCS zullen gebruiken als alternatief voor het verminderen van de broeikasuitstoot: een vorm van greenwashing. | ||
[[Bestand:Emission balloons.jpg|gecentreerd|miniatuur|650x650px|''Te verwachten temperatuurstijging bij afbouw van broeikasgas uitstoot volgens drie scenario’s: Stated Policies Scenario (STEPS), Announced Pledges Scenario (APS) en Net Zero Emissions by 2050 (NZE). De lijntjes op de manden onder de ballonnen geven de spreiding aan van de verwachte temperaturen. Bron: IEA, World Energy Outlook 2024.''<ref>[https://www.iea.org/reports/world-energy-outlook-2024<nowiki>World Energy Outlook 2024 | IEA]</nowiki></ref>]] | |||
= Adaptatie = | = Adaptatie = | ||
Versie van 21 jul 2025 16:35
Eenvoudig uitgelegd
Klimaatverandering is een grote bedreiging voor onze planeet. We moeten veel verschillende dingen doen om de schade die klimaatveranderign veroorzaakt te beperken en met de gevolgen om te gaan.
- Eén manier om dit te doen is het verminderen van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering, wat het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen betekent.
- Het is ook belangrijk om hernieuwbare energiebronnen zoals zonne- en windenergie te gaan gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen.
- Ook kunnen we de uitstoot verminderen door efficiënter gebruik te maken van energie in gebouwen en op transport.
- Het is belangrijk om bossen te beschermen en meer bomen te planten omdat ze kooldioxide absorberen, wat helpt om de hoeveelheid CO2 in de lucht te verminderen.
- Landbouwpraktijken moeten verbeterd worden, zodat vee minder methaangas produceert en de bodem gezonder wordt.
We moeten voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Dit omvat:
- Het ontwerpen van infrastructuur die bestand is tegen extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen en stormen.
- Het verbeteren van systemen voor vroegtijdige waarschuwing kan gemeenschappen helpen zich beter voor te bereiden op rampen en er effectiever op te reageren.
- Beter waterbeheer, zodat we kunnen omgaan met veranderende neerslagpatronen en droogtes.
- Het ontwikkelen van gewassen die bestand zijn tegen stijgende temperaturen om ervoor te zorgen dat we genoeg voedsel kunnen verbouwen op plaatsen waar het warmer wordt.
Geo-engineering, hoewel controversieel, biedt mogelijke oplossingen door het klimaatsysteem van de aarde te beïnvloeden:
- Eén idee is het gebruik van stralingsbeheer, dat zonlicht van de aarde weerkaatst, en een ander idee is het opvangen en opslaan van CO2.
- Deze methoden hebben grote risico's en onzekerheden, dus we moeten er goed over nadenken en meer onderzoek doen.
Het is dus belangrijk om mitigatie (dingen doen om klimaatverandering te verminderen), adaptatie (onze gemeenschappen en economieën in staat stellen om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering) en het onderzoeken van geoengineering op een zorgvuldige manier te combineren. Samenwerken en nieuwe oplossingen vinden zijn belangrijk als we onze planeet willen beschermen voor toekomstige generaties.
Strategieën tegen klimaatverandering
Het is zeker niet zo dat de situatie hopeloos is. We weten hoe het klimaatsysteem werkt. We weten wat de oorzaken zijn van de huidige opwarming. We weten wat we eraan kunnen doen. Weliswaar is het terugdraaien van de gevolgen van klimaatverandering op de korte termijn niet mogelijk, maar we hebben wel invloed op hoe ernstig die gevolgen zullen zijn.
Introductie: mitigatie, adaptatie, veerkracht
Dit zijn de drie strategieën om klimaatverandering en de gevolgen ervan te verminderen en te weerstaan.
Mitigatie is wanneer mensen het gehalte aan broeikasgassen en andere schadelijke stoffen proberen te verminderen. Dit kan zijn door de uitstoot te verminderen of de opname in ecosystemen (‘putten’) te vergroten. (Zie Mitigatie.)
Adaptatie is wanneer een natuurlijk of menselijk systeem zich aanpast als reactie op het klimaat, door feitelijke of verwachte veranderingen. Dit kan de schade beperken of kansen creëren. (Zie Adaptatie.)
Veerkracht is het vermogen van mensen en sociale, economische en ecologische systemen om gevaren te weerstaan, te absorberen of op te vangen, zich aan te passen en tijdig en efficiënt te herstellen van de gevolgen van een gevaar, onder andere door het behoud en herstel van de essentiële basisstructuren en -functies, terwijl het vermogen tot aanpassing, leren en transformatie behouden blijft.
Stoppen met fossiel
De strategie waarover alle serieuze wetenschappers het eens zijn en die zeker werkt, is het direct minderen van de uitstoot van broeikasgassen door het verbranden van fossiele brandstoffen. De verschillende IPCC scenario’s laten zien wat de gevolgen zijn van meer of minder snel stoppen met fossiel.
Behalve stoppen met fossiel zijn er verschillende methoden om de de gevolgen van klimaatverandering te verminderen (mitigatie). Sommige kunnen meteen worden toegepast, zoals overgaan naar hernieuwbare energiebronnen en efficiënter gebruik van energie, herbebossing en duurzame landbouw. Andere, zoals koolstofafvang, zijn nog in ontwikkeling en vinden plaats op een veel te kleine schaal om enig effect te maken.
Dat laatste geldt ook voor de verschillende vormen van klimaatengineering die als doel hebben de hoeveelheid inkomende zonnestraling te verminderen. Er bestaan nog geen praktisch toepasbare technieken op voldoende grote schaal. Bovendien zijn de meeste onbetaalbaar.
Omdat klimaatverandering, met alle schadelijke gevolgen van dien, niet binnen een of enkele generaties terug te draaien is, wordt in een groot deel van de wereld aanpassing (adaptatie) aan de nieuwe omstandigheden onvermijdelijk. Grote gebieden worden onleefbaar en onveilig. Systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor gevaarlijke situaties moeten worden uitgebreid. Infrastructuur moet worden verbeterd en aangepast aan extreme omstandigheden. Waterbeheer moet worden aangepast aan een afwisseling van extreme droogte- en neerslagperioden.
En tenslotte, misschien wel het belangrijkst, zal de kapitalistische groeieconomie moeten plaatsmaken voor een duurzame, rechtvaardige samenleving. De postgroei economie benadrukt welzijn, duurzaamheid en gelijkheid boven economische groei.
Niets doen is duurder dan klimaatactie
In de jaren tachtig bedroegen de gemiddelde kosten van rampen in Europa ongeveer 8 miljard euro per jaar. Recent onderzoek toont aan dat deze jaarlijkse schade door extreme weersomstandigheden en natuurrampen in 2021 en 2022 meer dan 50 miljard euro bedroeg. Dit benadrukt dat de kosten van nietsdoen nu al aanzienlijk hoger zijn dan de kosten van klimaatactie. Het illustreert dat preventieve maatregelen om klimaatverandering te bestrijden niet alleen cruciaal zijn voor het voorkomen van toekomstige rampen, maar ook voor het beperken van de economische impact ervan.
Tegelijkertijd heeft de EU moeite om snel op te treden tegen klimaatverandering en stuit ze op politieke weerstand in veel lidstaten. Milieukwesties en maatregelen zoals regelgeving rond huisverwarming en landbouwvervuiling worden steeds vaker bekritiseerd.
The Green Deal, het uitgebreide EU-plan om als eerste continent tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, staat onder toenemende druk van critici die het te ambitieus en te kostbaar vinden. Populistische en extreem-rechtse partijen grijpen het plan aan als kritiekpunt op de EU-instellingen.
EU Crisis Management Commissioner Janez Lenarcic benadrukte dat de urgentie van de kwestie overduidelijk is. “We leven in een Europa dat zowel overstroomt als in brand staat. Deze extreme weersomstandigheden zijn nu bijna een jaarlijks terugkerend fenomeen,” zei hij. “De wereldwijde realiteit van klimaatafbraak dringt door tot in het dagelijks leven van de Europeanen.”[1]
Klimaatactie is goed voor de economie
Uit onderzoek van de denktank van 38 van de belangrijkste kapitalistische landen, de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), is gebleken dat krachtige maatregelen om de klimaatcrisis aan te pakken de economische groei van landen zal doen toenemen. Dit ondanks beweringen van critici van klimaatmaatregelen dat het de economie zal schaden.
Als landen ambitieuze doelen stellen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en vervolgens het beleid uitstippelen om deze doelen te bereiken, zou dit rond 2040 resulteren in een nettogroei van het wereldwijde BBP. Dit staat in een gezamenlijk rapport van de OECD en het Ontwikkelingsprogramma van de VN.[2] [3] De berekening van de nettowinst van 0,23% in 2040 zou in 2050 nog groter zijn, als de baten van het terugdringen van de uitstoot voor de economie zou worden meegerekend.
Tegen 2050 zou het BBP per hoofd van de bevolking van de rijkste landen met 60% toenemen, terwijl in landen met lagere inkomens die toename in 2050 ten opzichte van 2025 124% zou zijn. Ook ontwikkelingslanden zouden profiteren, met in 2030 175 miljoen minder mensen onder de armoedegrens, als regeringen nu zouden investeren in het terugdringen van emissies.
Daarentegen zou het mondiale BBP deze eeuw met éénderde kunnen dalen als we de klimaatcrisis ongecontroleerd laten voortduren.[4]
Daarbij is het de vraag of economische groei wenselijk is. Zie een kritische bespreking van 'Groene Groei' en Ontgroeien (degrowth) en postgroei.
Bronnen:
- ↑ EU warns deadly flooding and wildfires show climate breakdown is fast becoming the norm | AP
- ↑ Tackling climate crisis will increase economic growth, OECD research finds | The Guardian
- ↑ Investing in Climate for Growth and Development | OECD
- ↑ Why Investing in Climate Action Makes Good Economic Sense | BCG
Internationale verdragen
Sinds de jaren ‘80 van de vorige eeuw zijn verschillende internationale overeenkomsten tot stand gekomen om vervuiling en klimaatverandering aan te pakken door internationale samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Protocol van Montreal
Het Protocol van Montreal,[1] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.
United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC)
Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC)[2] is een internationaal milieuverdrag dat in 1992 werd aangenomen om klimaatverandering aan te pakken. Het uiteindelijke doel is om de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op een niveau dat gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem voorkomt. Het UNFCCC vormt de basis voor de jaarlijkse Conferences of the Parties (COPs), waarin alle aangesloten landen de wereldwijde klimaatonderhandelingen voeren, nationale commitments voor broeikasgasreductie afspreken en onderhandelen over financiering van klimaatschade en klimaatmaatregelen in ontwikkelingslanden. Ook wordt daar de stand opgemaakt van de resultaten van de acties tegen klimaatverandering tot nu toe.
De meest recente COP, nummer 29, was die in Bakoe, november 2024. COP28 in 2023 in Dubai maakte geschiedenis doordat voor het eerst, ondanks de aanwezigheid van duizenden lobbyisten van de fossiele industrie, werd afgesproken fossiele brandstoffen op termijn uit te faseren. COP30 zal plaatsvinden in november 2025 in Belem, Brazilië.
De belangrijkste resultaten van deze jaarvergaderingen zijn het Kyoto-protocol (1997) en de Overeenkomst van Parijs (2015). Ze bepalen de internationale samenwerking op het gebied van klimaatmitigatie en adaptatie en de steun aan ontwikkelingslanden.
Het IPCC (zie de uitgebreide wikipagina over de scenario's van het IPCC) is een wereldomvattend wetenschappelijk samenwerkingsverband van ongekende omvang en relevantie, dat de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering evalueert en samenbrengt en zo de basis legt onder het UNFCCC. Het IPCC produceert rapporten die een overzicht geven van de huidige staat van kennis over klimaatverandering, de impact ervan en opties voor adaptatie en mitigatie. Deze rapporten zijn cruciaal voor het informeren van beleidsmakers en onderhandelaars binnen het UNFCCC-proces.
Kyoto-protocol
Het Kyoto-protocol,[3] aangenomen in 1997, is een internationale overeenkomst die gekoppeld is aan het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering (UNFCCC). Het verplicht de ondertekenende landen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen op basis van de principes van het verdrag. Het protocol introduceerde bindende emissiereductiedoelstellingen voor ontwikkelde landen, met als doel de emissies in de periode 2008-2012 met gemiddeld 5% te verlagen ten opzichte van 1990. Het stelde ook marktmechanismen in zoals de handel in emissierechten om deze doelen te helpen bereiken. Het Kyoto-protocol was een belangrijke stap in het mondiale klimaatbeleid, hoewel de effectiviteit ervan wordt betwist vanwege de verschillende niveaus van deelname en naleving.
Overeenkomst van Parijs
De Overeenkomst van Parijs,[4] aangenomen in 2015, is een internationaal verdrag binnen het kader van het UNFCCC dat als doel heeft de opwarming van de aarde te beperken tot "goed beneden" 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau, met inspanningen om de stijging te beperken tot 1,5 graden. In het verdrag verplichten alle deelnemende landen zich om bij te dragen aan het verminderen van broeikasgasemissies en het aanpassen aan klimaatverandering, door middel van Nationally Determined Contributions (NDCs). Deze NDCs worden door de deelnemende landen zelf vastgesteld. De Overeenkomst introduceert ook een mechanisme om de inspanningen elke vijf jaar te verhogen en bevordert financiering en technologische ondersteuning voor ontwikkelingslanden.
Protocol van Montreal
Het Protocol van Montreal,[5] aangenomen in 1987, is een internationaal verdrag gericht op het beschermen van de ozonlaag door het geleidelijk afschaffen van de productie en het gebruik van ozonafbrekende stoffen zoals chloorfluorkoolstoffen (cfk's). Het verdrag heeft bijgedragen aan het herstel van de ozonlaag en is een succesvol voorbeeld van internationale samenwerking om milieuproblemen aan te pakken. Het heeft ook bijgedragen aan de bestrijding van klimaatverandering door het verminderen van broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde.
Deze overeenkomsten vertegenwoordigen belangrijke internationale inspanningen om klimaatverandering aan te pakken door samenwerking en inzet om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Biodiversiteit
Naast de COPs in het kader van de UNFCCC is er ook sprake van Conferences of the Parties (COPs) binnen het UN Verdrag inzake Biologische Diversiteit. Dit verdrag is tot stand gekomen op de VN conferentie inzake milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro (1992) en is ondertekend door alle lidstaten van de Verenigde Naties behalve de VS. De meest recente Conferentie van de Partijen van dit verdrag (COP16)[6] vond plaats eind oktober 2024 in Cali, Colombia, en leverde belangrijke resultaten op. Inheemse volken werden erkend voor hun rol in bescherming van de biodiversiteit, wat leidde tot een nieuw programma en een permanent orgaan. Het Cali-fonds werd opgezet om de voordelen van digitale genetische informatie te delen, met industriële bijdragen.
Uiteindelijk, na hervatting van de conferentie in februari 2025, werd overeenstemming bereikt over de financiering van 200 miljard dollar per jaar tot 2030 aan ontwikkelingslanden voor de instandhouding van de biodiversiteit. Volgens critici is dit onvoldoende.[7]
Bronnen:
- ↑ Montreal Protocol | Wikipedia
- ↑ UN Climate Change
- ↑ What is the Kyoto Protocol? | UN Climate Change
- ↑ The Paris Agreement | UN Climate Change
- ↑ OzonAction | UNEP
- ↑ United Nations Biodiversity Conference | Convention on Biological Diversity
- ↑ Cop16 nature summit agrees deal at 11th hour but critics say it is not enough | The Guardian
Achterstand
Najaar 2024 kwam editie 15 van het Emission Gap Report van het UN Environmental Programme uit, getiteld ‘Emissions Gap Report 2024: No more hot air … please!’.[1] Het rapport vindt dat landen drastisch meer ambitie en actie moeten leveren in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions, anders is het doel van 1,5°C van het Akkoord van Parijs binnen een paar jaar niet meer haalbaar. In het rapport wordt gekeken naar hoeveel landen moeten beloven om broeikasgassen terug te dringen en hoeveel ze moeten waarmaken in de volgende ronde van Nationally Determined Contributions (NDC's), die begin 2025 moeten worden ingediend in de aanloop naar COP30. Er is een reductie nodig van 42 procent in 2030 en 57 procent in 2035 om op schema te komen voor 1,5°C.

Volgens het UNEP rapport zou het nog technisch mogelijk zijn om op een pad van 1,5°C te komen, waarbij zonne-energie, windenergie en bossen veelbelovende mogelijkheden bieden voor een drastische en snelle emissiereductie. Om dit potentieel waar te maken, moeten de deelnemende landen voldoende ambitieuze NDC's formuleren en ondersteunen door een overheidsbrede aanpak, maatregelen die de sociaaleconomische en ecologische nevenvoordelen maximaliseren, door een versterkte internationale samenwerking die een hervorming van de mondiale financiële architectuur omvat, krachtige actie van de particuliere sector en een minimale verzesvoudiging van de investeringen in emissiereductie. De landen van de G20, met name de landen met de grootste uitstoot, zouden het zware werk moeten doen.
Zoals elders wordt aangegeven, wordt die ambitie steeds onwaarschijnlijker.
Europa
Volgens een analyse van BloombergNEF[3] zou Europa zijn energiegerelateerde CO₂-emissieplafond voor 2030 met negen procent kunnen overschrijden. Als de broeikasgasemissies van andere sectoren worden meegerekend, kan de overschrijding oplopen tot 29 procent (702 miljoen ton CO₂-equivalent) – in plaats van de beoogde emissiereductie van 55 procent in 2030.

De redenen voor het missen van de doelen zijn, volgens Bloomberg:
- Trage elektrificatie, bijvoorbeeld met betrekking tot warmtepompen, elektrische voertuigen en uitbreiding van het elektriciteitsnet.
- Lage investeringen in hernieuwbare energie, netwerkinfrastructuur en koolstofopslag (CCS).
- Technologische achterstand: Belangrijke technologieën zoals waterstofproductie en duurzame brandstoffen voor de lucht- en scheepvaart zijn nog niet volwassen of rendabel.
Volgens analisten van Bloomberg blijft de EU ver achter bij de ambitie om netto nul ton broeikasgas uit te stoten in 2050. Om in 2050 op een net-nul pad te blijven, zou de EU de uitstoot van de energiesector met 84 procent moeten verminderen tot slechts een halve gigaton CO₂ in 2040.
Het Net Zero scenario van Bloomberg, waarin de energiesector in 2050 volledig koolstofvrij is gemaakt, vereist ook dat de investeringen in hernieuwbare energie vanaf 2024 met 23 procent toenemen ten opzichte van 2023, terwijl de uitgaven voor de verkoop van elektrische voertuigen en oplaadinfrastructuur moeten in de periode tot 2050 verdrievoudigen.
Bronnen:
Mitigatie
Om klimaatverandering tegen te gaan zijn er verschillende strategieën nodig om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en koolstofputten te verbeteren. Hier zijn enkele belangrijke methoden:
Overgang naar hernieuwbare energie: Overschakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie, windenergie, waterkracht en geothermische energie. Dit vermindert de uitstoot bij de energieproductie.
Energie-efficiëntie: Het verbeteren van de energie-efficiëntie in gebouwen, transport en industriële processen om het totale energieverbruik te verminderen.
Bescherming van natuurlijke ecosystemen: Het behoud van ecosystemen zoals wetlands, mangroves en veengebieden die grote hoeveelheden koolstof opslaan.
Herbebossing: Het aanplanten van nieuwe bossen en het herstellen van beschadigde bossen om de vastlegging van koolstof te verbeteren. Bossen fungeren als koolstofputten en absorberen CO2 uit de atmosfeer.
Duurzame landbouw: Landbouwpraktijken toepassen die de uitstoot verminderen, zoals precisielandbouw, vruchtwisseling en minder grondbewerking.
Elektrische voertuigen en openbaar vervoer: Het gebruik van elektrische voertuigen stimuleren en de infrastructuur voor openbaar vervoer verbeteren om de uitstoot van de transportsector te verminderen.
Afvalbeheer: Het verbeteren van afvalbeheerpraktijken om de methaanuitstoot van stortplaatsen te verminderen en het bevorderen van recycling en compostering.
Internationale samenwerking: Wereldwijd samenwerken via overeenkomsten zoals de Overeenkomst van Parijs om emissiereductiedoelen te stellen en te behalen.
Koolstofheffingen: Het implementeren van koolstofbelastingen of cap-and-trade systemen om de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te stimuleren.
Technologische innovatie: Investeren in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologieën die de uitstoot kunnen verminderen of koolstof uit de atmosfeer kunnen verwijderen.
Koolstofafvang en -opslag (CCS): Het opvangen van CO2-emissies die ontstaan door het gebruik van fossiele brandstoffen bij de opwekking van elektriciteit en industriële processen, het transporteren ervan en het opslaan buiten de atmosfeer.
Onderwijs en bewustwording: Bewustwording creëren over klimaatverandering en het publiek voorlichten over duurzame praktijken en het belang van individuele acties.
Gecombineerd kunnen deze methoden aanzienlijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering en het bereiken van een duurzamere toekomst.
Koolstofbudget
Wetenschappers pleiten er in alle toonaarden voor dat landen hun uitstoot zo snel mogelijk moeten verminderen om de klimaatdoelstellingen te halen. Om te voldoen aan de afspraken van het Akkoord van Parijs moet de uitstoot van broeikasgassen drastisch worden verminderd:
- Koolstofbudget voor 1,5 °C: Om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C kan de mensheid vanaf 2020 maximaal nog ongeveer 500 gigaton (Gt) CO2 uitstoten. Als de uitstoot op het huidige niveau blijft (ongeveer 40 Gt per jaar), zal dit budget begin 2030 uitgeput zijn. Volgens the Global Carbon Budget bedroeg de totale CO2-uitstoot in 2024 41,6 gigaton CO2, een lichte stijging ten opzichte van 2023.
- Koolstofbudget voor 2 °C: Om de opwarming te beperken tot 2°C is het budget ongeveer 1.350 Gt CO2 vanaf 2020. Met een ongewijzigd uitstootniveau zouden we dit budget halverwege de jaren 2050 overschrijden.
Het gebruik van koolstofafvang en -opslag (CCS) als tegenwicht voor emissies die moeilijk volledig te elimineren zijn, zoals methaan uit de rijstteelt, zal volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) “onvermijdelijk” zijn als de wereld netto nul wil bereiken.
Hierbij bestaat het gevaar dat bedrijven CCS zullen gebruiken als alternatief voor het verminderen van de broeikasuitstoot: een vorm van greenwashing.

Adaptatie
Ontgroeien
Technologische innovaties
Klimaatengineering
Duurzame energie
Zie de wikipagina Duurzame energie.
- ↑ [https://www.iea.org/reports/world-energy-outlook-2024World Energy Outlook 2024 | IEA]