Experts zijn het eens: verschil tussen versies

Uit Klimaatwiki
Eva (overleg | bijdragen)
Geen bewerkingssamenvatting
Eva (overleg | bijdragen)
Regel 38: Regel 38:
De samenleving heeft steeds minder vertrouwen in wetenschappelijk onderzoek en in de mensen die beleid maken. Dit wantrouwen kan worden veroorzaakt door grote bedrijven of door ''influencers'' die veel volgers hebben, die uitspraken doen om deskundig over te komen. Meestal hebben ze noch de juiste kwalificaties noch juist onderbouwde ideeën.<ref>[https://www.nature.com/articles/s41567-020-0788-x Some studies are more equal than others | Nature Physics]</ref>
De samenleving heeft steeds minder vertrouwen in wetenschappelijk onderzoek en in de mensen die beleid maken. Dit wantrouwen kan worden veroorzaakt door grote bedrijven of door ''influencers'' die veel volgers hebben, die uitspraken doen om deskundig over te komen. Meestal hebben ze noch de juiste kwalificaties noch juist onderbouwde ideeën.<ref>[https://www.nature.com/articles/s41567-020-0788-x Some studies are more equal than others | Nature Physics]</ref>


Het boek ''Why Trust Science?'' van Naomi Oreskes<ref>Oreskes, N. (2021). ''Why trust science? with a new preface by the author''. Princeton University Press.</ref> gaat over waarom wetenschap en wetenschappers vertrouwd moeten worden om ons te vertellen wat we weten over de natuurlijke wereld. Ze zegt dat wetenschap niet het werk is van slechts één persoon, maar een deel van de samenleving waarin iedereen het met elkaar eens is en zichzelf kent. De kracht van deze wetenschap komt van de verschillende meningen die mensen hebben.
Het boek ''Why Trust Science?'' van Naomi Oreskes<ref>Oreskes, N. (2021). ''Why trust science? with a new preface by the author''. Princeton University Press.</ref> gaat over waarom wetenschap en wetenschappers vertrouwd moeten worden om ons te vertellen wat we weten over de natuurlijke wereld. Ze zegt dat wetenschap niet het werk is van slechts één persoon, maar het resultaat van collectieve inspanning en overeenstemming binnen een gemeenschap van deskundigen. De kracht van deze wetenschap komt van de verschillende meningen die mensen hebben.


Oreskes zegt dat wetenschap afhankelijk is van overeenstemming. Echte vooruitgang in de wetenschap is gebaseerd op veel experimenten en mensen, zelfs als één persoon heel belangrijk is. Wetenschappers werken het beste als ze veel verschillende ideeën van veel verschillende mensen meenemen.Twee voorbeelden van theorieën waarvan later bleek dat ze fout waren, zijn de beperkte energietheorie (die zei dat vrouwen meer studeerden omdat ze geen kinderen wilden krijgen) en eugenetica.  
Oreskes zegt dat wetenschap afhankelijk is van overeenstemming. Echte vooruitgang in de wetenschap is gebaseerd op veel experimenten en mensen, zelfs als één persoon heel belangrijk is. Wetenschappers werken het beste als ze veel verschillende ideeën van veel verschillende mensen meenemen. Twee voorbeelden van theorieën waarvan later bleek dat ze fout waren, zijn de beperkte energietheorie (die stelde dat studeren schadelijk zou zijn voor de vruchtbaarheid van vrouwen) en eugenetica.  


Mensen die niet geloven in klimaatverandering gebruiken dit voorbeeld vaak om te beweren dat de wetenschap onbetrouwbaar is. Oreskes legt echter uit dat deze theorieën nooit zijn geaccepteerd door de wetenschappelijke gemeenschap. In plaats daarvan werden ze gepromoot door een groep mensen die veel privileges hadden en van deze ideeën profiteerden. In feite waren er belangrijke onderzoeken die aantoonden dat deze theorieën fout waren, maar de mensen die deze theorieën verspreidden, negeerden deze onderzoeken vaak.
Mensen die niet geloven in klimaatverandering gebruiken dit voorbeeld vaak om te beweren dat de wetenschap onbetrouwbaar is. Oreskes legt echter uit dat deze theorieën nooit zijn geaccepteerd door de wetenschappelijke gemeenschap. In plaats daarvan werden ze gepromoot door een groep mensen die veel privileges hadden en van deze ideeën profiteerden. In feite waren er belangrijke onderzoeken die aantoonden dat deze theorieën fout waren, maar de mensen die deze theorieën verspreidden, negeerden deze onderzoeken vaak.
Regel 46: Regel 46:
“Veel van wat we identificeren als ‘wetenschap’”, zegt Oreskes, “zijn sociale praktijken en beoordelingsprocedures die ontworpen zijn om ervoor te zorgen — of in ieder geval om te proberen de kans te vergroten — dat het proces van beoordeling en correctie voldoende robuust is om te leiden tot empirisch betrouwbare resultaten.”
“Veel van wat we identificeren als ‘wetenschap’”, zegt Oreskes, “zijn sociale praktijken en beoordelingsprocedures die ontworpen zijn om ervoor te zorgen — of in ieder geval om te proberen de kans te vergroten — dat het proces van beoordeling en correctie voldoende robuust is om te leiden tot empirisch betrouwbare resultaten.”


Peer review is een voorbeeld van zo'n praktijk: door middel van peer review worden wetenschappelijke beweringen kritisch ondervraagd. Tenure is een ander voorbeeld: we evalueren het werk van wetenschappers om te beoordelen of ze het waard zijn om deel uit te maken van de gemeenschap van wetenschappers op hun vakgebied, in feite om gecertificeerd te worden als experts. Tenure is in feite de academische versie van het verlenen van licenties.
Peer review is een voorbeeld van zo'n praktijk: door middel van peer review worden wetenschappelijke beweringen kritisch ondervraagd. Een ander voorbeeld is het proces waarbij we het werk van wetenschappers evalueren om te beoordelen of ze het waard zijn om een permanente positie binnen de wetenschappelijke gemeenschap te verkrijgen, in wezen om gecertificeerd te worden als experts. Tenure is in feite de academische versie van het verlenen van licenties.


Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) — nu een van 's werelds grootste groepen wetenschappers — maakt er een bijzonder punt van om geografische, nationale, raciale en genderdiversiteit te zoeken in de teams die de hoofdstukken schrijven. Hoewel de beweegredenen voor inclusiviteit deels politiek kunnen zijn, suggereert het wijdverspreide karakter van inclusiepraktijken dat veel wetenschappelijke gemeenschappen nu erkennen dat diversiteit ten goede komt aan epistemische doelen.
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) — nu een van 's werelds grootste groepen wetenschappers — maakt er een bijzonder punt van om geografische, nationale, raciale en genderdiversiteit te zoeken in de teams die de hoofdstukken schrijven. Hoewel de beweegredenen voor inclusiviteit deels politiek kunnen zijn, suggereert het wijdverspreide karakter van inclusiepraktijken dat veel wetenschappelijke gemeenschappen nu erkennen dat diversiteit ten goede komt aan wetenschappelijke doelen.


Dat gezegd hebbende, waarschuwt Naomi Oreskes: “Buiten hun vakgebied zijn wetenschappers niet beter geïnformeerd dan gewone mensen. Sterker nog, ze kunnen minder goed geïnformeerd zijn omdat hun intensieve training op het ene gebied ertoe kan leiden dat ze op andere gebieden onderopgeleid zijn.”
Dat gezegd hebbende, waarschuwt Naomi Oreskes: “Buiten hun vakgebied zijn wetenschappers niet beter geïnformeerd dan gewone mensen. Sterker nog, ze kunnen minder goed geïnformeerd zijn omdat hun intensieve training op het ene gebied ertoe kan leiden dat ze op andere gebieden onderopgeleid zijn.”


=== Waarom zouden we wetenschappers vertrouwen? ===
=== Waarom zouden we wetenschappers vertrouwen? ===
Oreskes: "Een opvatting van wetenschappelijke kennis als de consensus van experts brengt ons onvermijdelijk bij de vraag wie wetenschappers zijn en op welke basis ze vertrouwd moeten worden. Wetenschappers beschouwen zulke vragen meestal als ad hominem en daarom als illegitiem. Maar als we de conclusie dat wetenschap een sociaal proces van consensus is serieus nemen, dan doet het ertoe wie wetenschappers zijn."
Oreskes: "Het opvatten van wetenschappelijke kennis als de consensus van experts brengt ons onvermijdelijk bij de vraag wie wetenschappers zijn en op welke basis ze vertrouwd moeten worden. Wetenschappers beschouwen zulke vragen meestal als aanval op de persoon en daarom als illegitiem. Maar als we de conclusie dat wetenschap een sociaal proces van consensus is serieus nemen, dan doet het ertoe wie wetenschappers zijn."


"Wetenschappers moeten bereid zijn om de basis van hun beweringen uit te leggen en open te staan voor de mogelijkheid dat ze bewijs ten onrechte verwerpen of buiten beschouwing laten. Als iemand — of dat nu een collega-wetenschapper, een amateur-wetenschapper, een journalist of een geïnformeerde burger is — een geloofwaardige zaak heeft, en bewijsmateriaal wordt afgewezen of asymmetrisch gewogen, dan zou dat ons moeten verontrusten."  
"Wetenschappers moeten bereid zijn om de basis van hun beweringen uit te leggen en open te staan voor de mogelijkheid dat ze bewijs ten onrechte verwerpen of buiten beschouwing laten. Als iemand — of dat nu een collega-wetenschapper, een amateur-wetenschapper, een journalist of een geïnformeerde burger is — een geloofwaardige zaak heeft, en bewijsmateriaal wordt afgewezen of asymmetrisch gewogen, dan zou dat ons moeten verontrusten."  
Regel 70: Regel 70:
Wetenschappers zijn het er ook in hoge mate over eens dat het ontwikkelen van nieuwe olie- en gasvelden onverenigbaar is met het doel de opwarming onder de 1,5 °C te houden.<ref>[https://www.carbonbrief.org/new-fossil-fuels-incompatible-with-1-5c-goal-comprehensive-analysis-finds/ New fossil fuels ‘incompatible’ with 1.5C goal, comprehensive analysis finds | Carbon Brief]</ref>
Wetenschappers zijn het er ook in hoge mate over eens dat het ontwikkelen van nieuwe olie- en gasvelden onverenigbaar is met het doel de opwarming onder de 1,5 °C te houden.<ref>[https://www.carbonbrief.org/new-fossil-fuels-incompatible-with-1-5c-goal-comprehensive-analysis-finds/ New fossil fuels ‘incompatible’ with 1.5C goal, comprehensive analysis finds | Carbon Brief]</ref>


Een paar procent van de publicaties in de peer-reviewed literatuur is afkomstig van wetenschappers die ontkennen dat de huidige opwarming door de mens wordt veroorzaakt. Een paper in 2015 rapporteert over pogingen de resultaten van die publicaties te reproduceren.<ref>[https://link.springer.com/article/10.1007/s00704-015-1597-5 Learning from mistakes in climate research | Theoretical and Applied Climatology]</ref>
Een klein percentage van de publicaties in de peer-reviewed literatuur is afkomstig van wetenschappers die ontkennen dat de huidige opwarming door de mens wordt veroorzaakt. Een paper in 2015 rapporteert over pogingen de resultaten van die publicaties te reproduceren.<ref>[https://link.springer.com/article/10.1007/s00704-015-1597-5 Learning from mistakes in climate research | Theoretical and Applied Climatology]</ref>


Een gemeenschappelijke noemer lijkt het ontbreken van contextuele informatie of het negeren van informatie die niet past bij de conclusies, of het nu gaat om ander relevant werk of gerelateerde geofysische gegevens. In veel gevallen zijn de tekortkomingen te wijten aan onvoldoende evaluatie van het model, wat leidt tot resultaten die niet universeel geldig zijn maar eerder een artefact zijn van een bepaalde experimentele opstelling. Andere typische tekortkomingen zijn valse dichotomieën, ongeschikte statistische methoden of het baseren van conclusies op verkeerd begrepen of onvolledige fysica.
Een gemeenschappelijke noemer in deze publicaties lijkt het ontbreken van contextuele informatie of het negeren van informatie die niet past bij de beoogde conclusies, zoals ander relevant werk of gerelateerde geofysische gegevens. In veel gevallen zijn de tekortkomingen te wijten aan onvoldoende evaluatie van het model, wat leidt tot resultaten die niet universeel geldig zijn maar eerder een artefact zijn van een bepaalde experimentele opstelling. Andere typische tekortkomingen zijn valse dichotomieën, ongeschikte statistische methoden of het baseren van conclusies op verkeerd begrepen of onvolledige fysica. Hierin valt een aantal van de argumenten uit de elders besproken [[Reageer op klimaatsceptici#Taxonomie|Taxonomie van Klimaatontkenning]] te herkennen. Sommige wetenschappers zijn het niet eens met het gepresenteerde bewijs, maar hebben geen tegenbewijs geleverd. Ze laten zich wel op allerlei podia luid horen.  


Hierin valt een aantal van de argumenten uit de elders besproken [[Reageer op klimaatsceptici#Taxonomie|Taxonomie van Klimaatontkenning]] te herkennen.
Het is het beleid van gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften om nieuw onderzoek te publiceren als het controversieel en baanbrekend is. Het gepresenteerde bewijs moet echter gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijs, niet op politieke standpunten. De politieke discussie over wat we moeten doen tegen de antropogene opwarming van de aarde is een heel andere vraag.<blockquote>'''Bronnen:'''
 
Sommige wetenschappers zijn het niet eens met het gepresenteerde bewijs, maar hebben geen tegenbewijs geleverd. Ze laten zich wel op allerlei podia luid horen. Het is de vraag of deze individuen als wetenschappers beschouwd kunnen worden.
 
Het is het beleid van gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften om nieuw onderzoek te publiceren als het controversieel en baanbrekend is. Het gepresenteerde bewijs moet echter gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijs, niet op politieke meningen. De politiek van wat we moeten doen aan de antropogene opwarming van de aarde is een heel andere vraag.<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
<references />
</blockquote>
</blockquote>


== Betrouwbaarheid ==
== Betrouwbaarheid ==
Hoewel klimaatverandering moeilijk te voorspellen is, kunnen we, op grond van algemeen bekende natuurkundige principes, betrouwbare uitspraken doen over de oorzaken en gevolgen. De onzekerheid zit hem vooral in (1) de invloed van en de snelheid van de verandering van verschillende elementen, zoals temperatuur, neerslag, wind, bewolking en oceaanstromingen, en (2) de locaties waar deze veranderingen merkbaar zijn. Binnen duidelijk aangegeven onzekerheidsmarges wijzen alle trends in dezelfde richting: door de mens veroorzaakte, versnelde opwarming van de aarde.
Hoewel klimaatverandering moeilijk te voorspellen is, kunnen we op basis van algemeen aanvaarde natuurkundige principes betrouwbare uitspraken doen over de oorzaken en gevolgen. De onzekerheid zit vooral in (1) de invloed en de snelheid van veranderingen in elementen zoals temperatuur, neerslag, wind, bewolking en oceaanstromingen, en (2) de locaties waar deze veranderingen merkbaar zijn. Binnen duidelijk aangegeven onzekerheidsmarges wijzen alle trends echter in dezelfde richting: door de mens veroorzaakte, versnelde opwarming van de aarde.
 
In de jaren 1970 berichtten populaire media dat er in de decennia erna een nieuwe ijstijd zou kunnen aanbreken. Dit is natuurlijk nooit gebeurd. We zitten nu midden in een snelle opwarming van de aarde, grotendeels als gevolg van antropogene uitstoot van broeikasgassen. Onzekerheid over klimaatverandering in de jaren 1970 doet niets af aan de realiteit van de huidige opwarming.<ref>[https://science.feedback.org/review/uncertainties-about-future-climate-change-1970s-does-not-invalidate-today-evidence-reality-global-warming/ Uncertainties about future climate change in the 1970’s does not invalidate today’s evidence on the reality of global warming | Science Feedback]</ref>
 
Sommige klimaatwetenschappers in de jaren 1970 waren bezorgd over het afkoelende effect van atmosferische aerosolen en onderzochten de hypothese dat dit zou kunnen leiden tot een afkoeling van de aarde. De meerderheid van de wetenschappers voorspelde in die tijd echter correct de toekomstige opwarming van de aarde. In feite waarschuwen wetenschappers al sinds de 19e eeuw dat verhoogde broeikasgassen de opwarming van de aarde zouden veroorzaken. Overweldigend observationeel bewijs heeft geleid tot de wetenschappelijke consensus dat de opwarming van de aarde echt is en dat menselijke activiteiten, voornamelijk door de uitstoot van broeikasgassen, de belangrijkste oorzaak zijn.
 
Klimaatmodellen zijn essentieel voor het begrijpen van toekomstige klimaatveranderingen. In ''Carbon Brief'' en ''Geophysical Research Letters'' evalueren Zeke Hausfather en collega’s de prestaties van verschillende modellen, gepubliceerd tussen de jaren 1970 en 2000, met een focus op hun voorspellingen van de opwarming van de aarde. Een vergelijking van de klimaatmodellen met waargenomen temperatuurveranderingen in 2019 laat zien dat modelonderzoek uit die tijd opmerkelijk goed scoort in het voorspellen van de huidige klimaatverandering.<ref name=":1">[https://www.carbonbrief.org/analysis-how-well-have-climate-models-projected-global-warming/ Analysis: How well have climate models projected global warming? | Carbon Brief]</ref> <ref>[https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1029/2019GL085378 Evaluating the Performance of Past Climate Model Projections | Geophysical Research Letters]</ref>
 
Hoewel modellen over het algemeen goed presteerden in het voorspellen van de opwarming, zijn er variaties in de relatie tussen temperatuur en atmosferische CO<sub>2</sub>. Dit onderzoek helpt om publieke verwarring over klimaatmodellen te verminderen en versterkt ons vertrouwen in hun nauwkeurigheid.
 
Real Climate publiceert een jaarlijkse update van vergelijkingen tussen modellen en observaties.<ref>[https://www.realclimate.org/index.php/climate-model-projections-compared-to-observations/ Model-Observation Comparisons | Real Climate]</ref>


Een van de eerste voorspellingen van de toekomstige opwarming kwam van John Sawyer van het Britse Met Office in 1972. In een artikel dat in 1972 in ''Nature'' werd gepubliceerd, stelde hij dat de wereld tussen 1969 en 2000 0,6 °C zou opwarmen en dat de hoeveelheid CO<sub>2</sub> in de atmosfeer met 25% zou toenemen. Sawyer ging uit van een klimaatgevoeligheid - hoeveel opwarming op de lange termijn zal plaatsvinden per verdubbeling van het CO<sub>2</sub>-niveau in de atmosfeer - van 2,4 °C, wat niet ver af ligt van de beste schatting van 3 °C die tegenwoordig wordt gebruikt door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).<ref>[https://www.nature.com/articles/239023a0 Man-made Carbon Dioxide and the “Greenhouse” Effect | Nature]</ref>
Toch wordt de betrouwbaarheid van die wetenschap soms betwijfeld, vaak met verwijzing naar het verleden. Zo wordt er soms aangehaald dat in de jaren 1970 werd gesproken over het mogelijk aanbreken van een nieuwe ijstijd in de daaropvolgende decennia. Dit is natuurlijk nooit gebeurd. We zitten nu midden in een snelle opwarming van de aarde, grotendeels als gevolg van antropogene uitstoot van broeikasgassen. Onzekerheid over klimaatverandering in de jaren 1970 doet niets af aan de realiteit van de huidige opwarming.<ref>[https://science.feedback.org/review/uncertainties-about-future-climate-change-1970s-does-not-invalidate-today-evidence-reality-global-warming/ Uncertainties about future climate change in the 1970’s does not invalidate today’s evidence on the reality of global warming | Science Feedback]</ref>


Deze en andere klimaatprojecties komen volledig overeen met die van [[De mens is verantwoordelijk#Eigen onderzoek van oliebedrijven|wetenschappers in de olie industrie]] in de jaren ‘70.
Bovendien waren die berichten over een nieuwe ijstijd vooral afkomstig van populaire media. Een aantal klimaatwetenschappers in de jaren 1970 was wel bezorgd over het afkoelende effect van atmosferische aerosolen en onderzocht de hypothese dat dit zou kunnen leiden tot een afkoeling van de aarde. De meerderheid van de wetenschappers voorspelde in die tijd echter correct de toekomstige opwarming van de aarde. In feite waarschuwen wetenschappers al sinds de 19e eeuw dat verhoogde broeikasgassen de opwarming van de aarde zouden veroorzaken. Overweldigend observationeel bewijs heeft geleid tot de wetenschappelijke consensus dat de opwarming van de aarde echt is en dat menselijke activiteiten, voornamelijk door de uitstoot van broeikasgassen, de belangrijkste oorzaak zijn.


Een artikel dat Jim Hansen en collega's in 1988 publiceerden,<ref>[https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1029/JD093iD08p09341 Global climate changes as forecast by Goddard Institute for Space Studies three-dimensional model | Journal of Geophysical Research: Atmospheres]</ref> was een van de eerste moderne klimaatmodellen. Het verdeelde de wereld in discrete rastercellen van acht breedtegraden bij tien lengtegraden, met negen verticale lagen van de atmosfeer. Het omvatte aerosolen, verschillende broeikasgassen naast CO<sub>2</sub> en een basisdynamiek van wolken.
Om toekomstige klimaatveranderingen te begrijpen, zijn klimaatmodellen essentieel. In ''Carbon Brief'' en ''Geophysical Research Letters'' evalueren Zeke Hausfather en collega’s hoe goed modellen uit de jaren 1970 tot 2000 de opwarming van de aarde voorspelden. Ze vergeleken deze klimaatmodellen met waargenomen temperatuurveranderingen in 2019, en lieten zien dat modelonderzoek uit die tijd opmerkelijk goed scoort in het voorspellen van de huidige klimaatverandering.<ref name=":1">[https://www.carbonbrief.org/analysis-how-well-have-climate-models-projected-global-warming/ Analysis: How well have climate models projected global warming? | Carbon Brief]</ref> <ref>[https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1029/2019GL085378 Evaluating the Performance of Past Climate Model Projections | Geophysical Research Letters]</ref> Hoewel er variaties zijn in de relatie tussen temperatuur en atmosferische CO<sub>2</sub>, is duidelijk dat klimaatmodellen over het algemeen goed presteren in het voorspellen van de opwarming. Deze vergelijkingen helpen om publieke verwarring over klimaatmodellen te verminderen en versterkt ons vertrouwen in hun nauwkeurigheid. Real Climate draagt hieraan bij door jaarlijks een update te publiceren van vergelijkingen tussen modellen en observaties.<ref>[https://www.realclimate.org/index.php/climate-model-projections-compared-to-observations/ Model-Observation Comparisons | Real Climate]</ref>


Hansen et al. presenteerden drie verschillende scenario's voor verschillende toekomstige broeikasgasemissies. Scenario B wordt in de grafiek hieronder weergegeven als een dikke zwarte lijn, terwijl scenario's A en C worden weergegeven door dunne grijze lijnen. Scenario A had een exponentiële groei in emissies, met CO<sub>2</sub>- en andere broeikasgas concentraties die aanzienlijk hoger waren dan nu.
Een van de eerste voorspellingen van de toekomstige opwarming kwam van John Sawyer van het Britse Met Office in 1972. In een artikel dat in 1972 in ''Nature'' werd gepubliceerd, stelde hij dat de wereld tussen 1969 en 2000 0,6 °C zou opwarmen en dat de hoeveelheid CO<sub>2</sub> in de atmosfeer met 25% zou toenemen. Sawyer ging uit van een klimaatgevoeligheid - hoeveel opwarming op de lange termijn zal plaatsvinden per verdubbeling van het CO<sub>2</sub>-niveau in de atmosfeer - van 2,4 °C, wat niet ver af ligt van de beste schatting van 3 °C die tegenwoordig wordt gebruikt door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).<ref>[https://www.nature.com/articles/239023a0 Man-made Carbon Dioxide and the “Greenhouse” Effect | Nature]</ref> Deze en andere klimaatprojecties komen volledig overeen met die van [[De mens is verantwoordelijk#Eigen onderzoek van oliebedrijven|wetenschappers in de olie industrie]] in de jaren ‘70.
[[Bestand:Hansen 1988.png|gecentreerd|miniatuur|500x500px|''Prognoses van Hansen et al., 1988 vergeleken met waarnemingen door NASA, Hadley/UEA, NOAA, Cowtank&Way en Berkeley. Bron: Carbon Brief.''<ref name=":1" />]]
Er kan dan ook zeker worden geconcludeerd dat zelfs 50 jaar oude klimaatmodellen in staat waren de klimaatverandering  nauwkeurig te voorspellen, inclusief de weersextremen die inmiddels aan de orde van de dag zijn.<ref>[https://www.science.org/content/article/even-50-year-old-climate-models-correctly-predicted-global-warming Even 50-year-old climate models correctly predicted global warming – Study debunks idea that older models were inaccurate | Science Adviser]</ref>


Ook het werk van Jim Hansen en collega's uit 1988 was een mijlpaal.<ref>[https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1029/JD093iD08p09341 Global climate changes as forecast by Goddard Institute for Space Studies three-dimensional model | Journal of Geophysical Research: Atmospheres]</ref> Zij publiceerden een van de eerste moderne klimaatmodellen. Hun model verdeelde de wereld in discrete rastercellen van acht breedtegraden bij tien lengtegraden, met negen verticale lagen van de atmosfeer. Het omvatte aerosolen, verschillende broeikasgassen naast CO<sub>2</sub> en een basisdynamiek van wolken. Zij presenteerden drie verschillende scenario's voor verschillende toekomstige broeikasgasemissies. Scenario B wordt in de grafiek hieronder weergegeven als een dikke zwarte lijn, en ging uit van broeikasgasemissies die vergelijkbaar zijn met de huidige emissies. Hieruit kan zeker worden geconcludeerd dat zelfs 50 jaar oude klimaatmodellen in staat waren de klimaatverandering nauwkeurig te voorspellen, inclusief de weersextremen die inmiddels aan de orde van de dag zijn.<ref>[https://www.science.org/content/article/even-50-year-old-climate-models-correctly-predicted-global-warming Even 50-year-old climate models correctly predicted global warming – Study debunks idea that older models were inaccurate | Science Adviser]</ref>[[Bestand:Hansen 1988.png|gecentreerd|miniatuur|500x500px|''Prognoses van Hansen et al., 1988 vergeleken met waarnemingen door NASA, Hadley/UEA, NOAA, Cowtank&Way en Berkeley. Bron: Carbon Brief.''<ref name=":1" />]]
Dankzij krachtige supercomputers is het tegenwoordig mogelijk klimaatmodellen door te rekenen die de interactie van land, oceaan en atmosfeer veel nauwkeuriger weergeven dan met eerdere hardware mogelijk was. De Utrechtse onderzoekers René van Westen, Michael Kliphuis en Henk Dijkstra hebben voor hun simulatie om een AMOC-tipping event te vinden het Community Earth System Model (CESM; versie 1.0.5) gebruikt. Deze CESM-versie heeft horizontale resoluties van 1° voor de oceaan/zee-ijs en 2° voor de atmosfeer/land componenten.<blockquote>'''Bronnen:'''
Dankzij krachtige supercomputers is het tegenwoordig mogelijk klimaatmodellen door te rekenen die de interactie van land, oceaan en atmosfeer veel nauwkeuriger weergeven dan met eerdere hardware mogelijk was. De Utrechtse onderzoekers René van Westen, Michael Kliphuis en Henk Dijkstra hebben voor hun simulatie om een AMOC-tipping event te vinden het Community Earth System Model (CESM; versie 1.0.5) gebruikt. Deze CESM-versie heeft horizontale resoluties van 1° voor de oceaan/zee-ijs en 2° voor de atmosfeer/land componenten.<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
<references />
Regel 112: Regel 97:
Over het algemeen is er bij het publiek een redelijk tot groot vertrouwen in de wetenschap. Echter, uit recent onderzoek blijkt dat er minder vertrouwen is in klimaatwetenschappers dan in andere wetenschappers.
Over het algemeen is er bij het publiek een redelijk tot groot vertrouwen in de wetenschap. Echter, uit recent onderzoek blijkt dat er minder vertrouwen is in klimaatwetenschappers dan in andere wetenschappers.


De afgelopen decennia hebben tegenbewegingen op het gebied van klimaatverandering actief geprobeerd om het vertrouwen in klimaatwetenschappers en hun bevindingen te ondermijnen. Toch is er weinig bekend over de vraag of het vertrouwen in klimaatwetenschappers verschilt van het vertrouwen in wetenschappers in het algemeen over de hele wereld. Deze vraag is onderzocht met gegevens uit het TISP Many Labs onderzoek, dat gegevens bevat van meer dan 71.000 deelnemers in 68 landen.<ref>[https://osf.io/preprints/osf/6ay7s_v1 Trust in scientists and their role in society across 68 countries | Preprint]</ref> <ref>[https://www.tisp-manylabs.com/home TISP]</ref>  
Dit verschil in vertrouwen komt niet uit het niets. De afgelopen decennia hebben tegenbewegingen rond klimaatverandering actief geprobeerd om het vertrouwen in klimaatwetenschappers en hun bevindingen te ondermijnen. Toch was er tot voor kort weinig bekend over of het vertrouwen in klimaatwetenschappers wereldwijd verschilt van het vertrouwen in wetenschappers in het algemeen. Deze vraag is onderzocht met gegevens uit het TISP Many Labs onderzoek, dat gegevens bevat van meer dan 71.000 deelnemers in 68 landen.<ref>[https://osf.io/preprints/osf/6ay7s_v1 Trust in scientists and their role in society across 68 countries | Preprint]</ref> <ref>[https://www.tisp-manylabs.com/home TISP]</ref>  
 
Er is een significante vertrouwenskloof tussen klimaatwetenschappers en wetenschappers in het algemeen. Van de 68 onderzochte landen toonden 43 een lager vertrouwen in klimaatwetenschappers vergeleken met wetenschappers in het algemeen, 19 toonden geen significant verschil in vertrouwenswaardering en 6 toonden een hoger vertrouwen in klimaatwetenschappers. (N.B. preprint, nog niet peer-reviewed.)


Dit verschil kan worden verklaard door politieke ideologie. In de meeste landen waren rechtse ideologie en conservatisme sterkere negatieve voorspellers van vertrouwen in klimaatwetenschappers dan vertrouwen in wetenschappers.
De resultaten laten een significante vertrouwenskloof zien tussen klimaatwetenschappers en wetenschappers in het algemeen. In 43 van de 68 landen is het vertrouwen in klimaatwetenschappers significant lager dan het vertrouwen in wetenschappers in het algemeen. In 19 landen is er geen significant verschil, en in 6 landen is er juist een hoger vertrouwen in klimaatwetenschappers. (N.B. preprint, nog niet peer-reviewed.)


Bovendien gingen rechtse ideologie en conservatisme gepaard met een groter verschil in vertrouwen tussen wetenschappers en klimaatwetenschappers.<blockquote>'''Bronnen:'''
Dit verschil kan worden verklaard door politieke ideologie. In de meeste landen waren rechtse ideologie en conservatisme sterkere voorspellers voor een laag vertrouwen in klimaatwetenschappers, dan voor een laag vertrouwen in wetenschappers in het algemeen. Bovendien gingen rechtse ideologie en conservatisme gepaard met een groter verschil in vertrouwen tussen wetenschappers en klimaatwetenschappers.<blockquote>'''Bronnen:'''
<references />
<references />
</blockquote>
</blockquote>

Versie van 13 mei 2025 21:25

Eenvoudig uitgelegd

Bijna 99% van de klimaatwetenschappers is het erover eens dat de mens de klimaatverandering veroorzaakt (ook wel wetenschappelijke consensus genoemd). Deze overeenstemming is gebaseerd op sterke bewijzen en zorgvuldig onderzoek. Dit is waarom we de (klimaat)wetenschap kunnen vertrouwen:

  • Wetenschappers hebben veel gegevens verzameld van temperatuurmetingen, satellieten, sediment- en ijsmonsters, die allemaal aantonen dat de aarde warmer wordt. Ze gebruiken betrouwbare methoden om deze gegevens te analyseren en andere experts controleren hun werk dubbel om er zeker van te zijn dat het nauwkeurig is.
  • We zien de gevolgen van klimaatverandering overal, zoals een stijgende zeespiegel en extremer weer. Deze veranderingen komen overeen met wat wetenschappers voorspelden. Door het verleden te bestuderen weten we dat natuurlijke oorzaken de huidige opwarming niet kunnen verklaren.
  • Verschillende soorten wetenschap, van natuurkunde tot biologie, wijzen allemaal op dezelfde conclusie.
  • Als er nieuwe informatie binnenkomt, passen wetenschappers hun bevindingen aan, waardoor de wetenschap nog betrouwbaarder wordt.

Deze consensus toont aan dat wetenschappers het eens zijn dat we dringend iets moeten doen aan de klimaatverandering en dat er actie ondernemen moet worden om onze planeet en toekomstige generaties te beschermen.

Experts zijn het eens

We hoeven niet de meest sombere scenario’s uit de kast te halen om de wereld te overtuigen van de ernst van de situatie. Zelfs in het meest optimistische scenario van maximaal 1,5 °C opwarming in 2050 — dat vrijwel zeker onhaalbaar is — zijn de gevolgen ernstig. Bovendien duurt het daarna nog tientallen tot honderden jaren voor het klimaatsysteem hersteld is. Intussen is er wereldwijd onherstelbare schade aangericht aan mens en natuur.

Het huidige wetenschappelijke feitenmateriaal pleit ondubbelzinnig voor ongekende, snelle en ambitieuze klimaatmaatregelen om de risico's van omslagpunten in het klimaatsysteem aan te pakken (OECD, 2022).[1]

Een hartenkreet van Prof. Stefan Rahmstorf. Hoofd van Earth System Analysis, Potsdam Instituut voor Klimaatonderzoek:

“Soms heb ik deze droom. Ik ga wandelen en ontdek een afgelegen boerderij die in brand staat. Kinderen roepen om hulp vanuit de bovenste ramen. Dus bel ik de brandweer. Maar ze komen niet, omdat een of andere gek blijft zeggen dat het vals alarm is. De situatie wordt steeds wanhopiger, maar ik kan de brandweermannen niet overtuigen om aan de slag te gaan. Ik kan niet wakker worden uit deze nachtmerrie.”

Meer van zulke hartenkreten van bezorgde wetenschappers vind je op de site Is This How You Feel?[2]

Bronnen:

De wetenschap is eenduidig en betrouwbaar

De principes van het broeikaseffect en de gevolgen van het verbranden van fossiele brandstoffen op het Systeem Aarde zijn al heel lang bekend en begrepen. Het zijn geaccepteerde natuurkundige principes en ze behoren inmiddels tot de standaard kennis van iedere eerstejaarsstudent aard-, milieu- en klimaatwetenschappen. (Zie Het broeikaseffect.)

Meer dan een eeuw geleden verschenen er in de kranten al berichten over het broeikaseffect. Zie dit bericht uit 1912 in een krant in Nieuw Zeeland dat gebaseerd is op een artikel in Popular Mechanics van dat jaar.

De geschiedenis van de ontdekking van het broeikaseffect begon meer dan twee eeuwen geleden, blijkt uit onderstaand overzicht van Skeptical Science. De eerste die met experimenten het broeikaseffect demonstreerde was een vrouwelijke Amerikaanse wetenschapper, Eunice Foote, in 1856.[1]

Dit overzicht laat zien hoe wetenschappers sinds begin 19e eeuw stap voor stap hebben bijgedragen aan ons begrip van de rol van kooldioxide in het broeikaseffect.[2]

Voor een uitvoerig historisch overzicht van de klimaatwetenschap, zie de site van Skeptical Science.[2]

Bronnen:

Consensus

De samenleving heeft steeds minder vertrouwen in wetenschappelijk onderzoek en in de mensen die beleid maken. Dit wantrouwen kan worden veroorzaakt door grote bedrijven of door influencers die veel volgers hebben, die uitspraken doen om deskundig over te komen. Meestal hebben ze noch de juiste kwalificaties noch juist onderbouwde ideeën.[1]

Het boek Why Trust Science? van Naomi Oreskes[2] gaat over waarom wetenschap en wetenschappers vertrouwd moeten worden om ons te vertellen wat we weten over de natuurlijke wereld. Ze zegt dat wetenschap niet het werk is van slechts één persoon, maar het resultaat van collectieve inspanning en overeenstemming binnen een gemeenschap van deskundigen. De kracht van deze wetenschap komt van de verschillende meningen die mensen hebben.

Oreskes zegt dat wetenschap afhankelijk is van overeenstemming. Echte vooruitgang in de wetenschap is gebaseerd op veel experimenten en mensen, zelfs als één persoon heel belangrijk is. Wetenschappers werken het beste als ze veel verschillende ideeën van veel verschillende mensen meenemen. Twee voorbeelden van theorieën waarvan later bleek dat ze fout waren, zijn de beperkte energietheorie (die stelde dat studeren schadelijk zou zijn voor de vruchtbaarheid van vrouwen) en eugenetica.

Mensen die niet geloven in klimaatverandering gebruiken dit voorbeeld vaak om te beweren dat de wetenschap onbetrouwbaar is. Oreskes legt echter uit dat deze theorieën nooit zijn geaccepteerd door de wetenschappelijke gemeenschap. In plaats daarvan werden ze gepromoot door een groep mensen die veel privileges hadden en van deze ideeën profiteerden. In feite waren er belangrijke onderzoeken die aantoonden dat deze theorieën fout waren, maar de mensen die deze theorieën verspreidden, negeerden deze onderzoeken vaak.

“Veel van wat we identificeren als ‘wetenschap’”, zegt Oreskes, “zijn sociale praktijken en beoordelingsprocedures die ontworpen zijn om ervoor te zorgen — of in ieder geval om te proberen de kans te vergroten — dat het proces van beoordeling en correctie voldoende robuust is om te leiden tot empirisch betrouwbare resultaten.”

Peer review is een voorbeeld van zo'n praktijk: door middel van peer review worden wetenschappelijke beweringen kritisch ondervraagd. Een ander voorbeeld is het proces waarbij we het werk van wetenschappers evalueren om te beoordelen of ze het waard zijn om een permanente positie binnen de wetenschappelijke gemeenschap te verkrijgen, in wezen om gecertificeerd te worden als experts. Tenure is in feite de academische versie van het verlenen van licenties.

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) — nu een van 's werelds grootste groepen wetenschappers — maakt er een bijzonder punt van om geografische, nationale, raciale en genderdiversiteit te zoeken in de teams die de hoofdstukken schrijven. Hoewel de beweegredenen voor inclusiviteit deels politiek kunnen zijn, suggereert het wijdverspreide karakter van inclusiepraktijken dat veel wetenschappelijke gemeenschappen nu erkennen dat diversiteit ten goede komt aan wetenschappelijke doelen.

Dat gezegd hebbende, waarschuwt Naomi Oreskes: “Buiten hun vakgebied zijn wetenschappers niet beter geïnformeerd dan gewone mensen. Sterker nog, ze kunnen minder goed geïnformeerd zijn omdat hun intensieve training op het ene gebied ertoe kan leiden dat ze op andere gebieden onderopgeleid zijn.”

Waarom zouden we wetenschappers vertrouwen?

Oreskes: "Het opvatten van wetenschappelijke kennis als de consensus van experts brengt ons onvermijdelijk bij de vraag wie wetenschappers zijn en op welke basis ze vertrouwd moeten worden. Wetenschappers beschouwen zulke vragen meestal als aanval op de persoon en daarom als illegitiem. Maar als we de conclusie dat wetenschap een sociaal proces van consensus is serieus nemen, dan doet het ertoe wie wetenschappers zijn."

"Wetenschappers moeten bereid zijn om de basis van hun beweringen uit te leggen en open te staan voor de mogelijkheid dat ze bewijs ten onrechte verwerpen of buiten beschouwing laten. Als iemand — of dat nu een collega-wetenschapper, een amateur-wetenschapper, een journalist of een geïnformeerde burger is — een geloofwaardige zaak heeft, en bewijsmateriaal wordt afgewezen of asymmetrisch gewogen, dan zou dat ons moeten verontrusten."

"Wetenschappers moeten open blijven staan voor de mogelijkheid dat ze een fout hebben gemaakt of iets belangrijks over het hoofd hebben gezien. Het belangrijkste punt is dat de basis voor ons vertrouwen niet ligt in wetenschappers als wijze of rechtschapen individuen, maar in de wetenschap als een sociaal proces dat beweringen rigoureus doorlicht."

Bronnen:

  1. Some studies are more equal than others | Nature Physics
  2. Oreskes, N. (2021). Why trust science? with a new preface by the author. Princeton University Press.

97%

Over de vraag naar de oorzaken van de huidige klimaatverandering bestaat grote wetenschappelijke consensus. Een rondvraag in 2021 onder bijna 3000 aardwetenschappers wees uit dat 97-98% van alle wetenschappers die zich daadwerkelijk met klimaatonderzoek bezighouden, ervan overtuigd is dat menselijk handelen de oorzaak is van de opwarming.[1]

De vraag naar de mate van consensus in de peer-reviewed literatuur werd beantwoord in een andere studie uit 2021. Uit een dataset van 88125 klimaatgerelateerde artikelen die zijn gepubliceerd sinds 2012, toen deze vraag voor het laatst uitgebreid aan bod kwam, onderzochten de auteurs een gerandomiseerde subset van 3000 van zulke publicaties. Uit die deelverzameling van 3000 werden vier artikelen beoordeeld als impliciet of expliciet sceptisch over de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde.[2]

In een steekproef met vooraf geïdentificeerde sceptische trefwoorden werden 28 artikelen gevonden die impliciet of expliciet sceptisch waren. Met een hoge statistische betrouwbaarheid kan worden geconcludeerd dat de wetenschappelijke consensus over door de mens veroorzaakte hedendaagse klimaatverandering, uitgedrukt als percentage van het totaal aantal publicaties, meer dan 99% bedraagt in de peer-reviewed wetenschappelijke literatuur.

Wetenschappers zijn het er ook in hoge mate over eens dat het ontwikkelen van nieuwe olie- en gasvelden onverenigbaar is met het doel de opwarming onder de 1,5 °C te houden.[3]

Een klein percentage van de publicaties in de peer-reviewed literatuur is afkomstig van wetenschappers die ontkennen dat de huidige opwarming door de mens wordt veroorzaakt. Een paper in 2015 rapporteert over pogingen de resultaten van die publicaties te reproduceren.[4]

Een gemeenschappelijke noemer in deze publicaties lijkt het ontbreken van contextuele informatie of het negeren van informatie die niet past bij de beoogde conclusies, zoals ander relevant werk of gerelateerde geofysische gegevens. In veel gevallen zijn de tekortkomingen te wijten aan onvoldoende evaluatie van het model, wat leidt tot resultaten die niet universeel geldig zijn maar eerder een artefact zijn van een bepaalde experimentele opstelling. Andere typische tekortkomingen zijn valse dichotomieën, ongeschikte statistische methoden of het baseren van conclusies op verkeerd begrepen of onvolledige fysica. Hierin valt een aantal van de argumenten uit de elders besproken Taxonomie van Klimaatontkenning te herkennen. Sommige wetenschappers zijn het niet eens met het gepresenteerde bewijs, maar hebben geen tegenbewijs geleverd. Ze laten zich wel op allerlei podia luid horen.

Het is het beleid van gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften om nieuw onderzoek te publiceren als het controversieel en baanbrekend is. Het gepresenteerde bewijs moet echter gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijs, niet op politieke standpunten. De politieke discussie over wat we moeten doen tegen de antropogene opwarming van de aarde is een heel andere vraag.

Bronnen:

Betrouwbaarheid

Hoewel klimaatverandering moeilijk te voorspellen is, kunnen we op basis van algemeen aanvaarde natuurkundige principes betrouwbare uitspraken doen over de oorzaken en gevolgen. De onzekerheid zit vooral in (1) de invloed en de snelheid van veranderingen in elementen zoals temperatuur, neerslag, wind, bewolking en oceaanstromingen, en (2) de locaties waar deze veranderingen merkbaar zijn. Binnen duidelijk aangegeven onzekerheidsmarges wijzen alle trends echter in dezelfde richting: door de mens veroorzaakte, versnelde opwarming van de aarde.

Toch wordt de betrouwbaarheid van die wetenschap soms betwijfeld, vaak met verwijzing naar het verleden. Zo wordt er soms aangehaald dat in de jaren 1970 werd gesproken over het mogelijk aanbreken van een nieuwe ijstijd in de daaropvolgende decennia. Dit is natuurlijk nooit gebeurd. We zitten nu midden in een snelle opwarming van de aarde, grotendeels als gevolg van antropogene uitstoot van broeikasgassen. Onzekerheid over klimaatverandering in de jaren 1970 doet niets af aan de realiteit van de huidige opwarming.[1]

Bovendien waren die berichten over een nieuwe ijstijd vooral afkomstig van populaire media. Een aantal klimaatwetenschappers in de jaren 1970 was wel bezorgd over het afkoelende effect van atmosferische aerosolen en onderzocht de hypothese dat dit zou kunnen leiden tot een afkoeling van de aarde. De meerderheid van de wetenschappers voorspelde in die tijd echter correct de toekomstige opwarming van de aarde. In feite waarschuwen wetenschappers al sinds de 19e eeuw dat verhoogde broeikasgassen de opwarming van de aarde zouden veroorzaken. Overweldigend observationeel bewijs heeft geleid tot de wetenschappelijke consensus dat de opwarming van de aarde echt is en dat menselijke activiteiten, voornamelijk door de uitstoot van broeikasgassen, de belangrijkste oorzaak zijn.

Om toekomstige klimaatveranderingen te begrijpen, zijn klimaatmodellen essentieel. In Carbon Brief en Geophysical Research Letters evalueren Zeke Hausfather en collega’s hoe goed modellen uit de jaren 1970 tot 2000 de opwarming van de aarde voorspelden. Ze vergeleken deze klimaatmodellen met waargenomen temperatuurveranderingen in 2019, en lieten zien dat modelonderzoek uit die tijd opmerkelijk goed scoort in het voorspellen van de huidige klimaatverandering.[2] [3] Hoewel er variaties zijn in de relatie tussen temperatuur en atmosferische CO2, is duidelijk dat klimaatmodellen over het algemeen goed presteren in het voorspellen van de opwarming. Deze vergelijkingen helpen om publieke verwarring over klimaatmodellen te verminderen en versterkt ons vertrouwen in hun nauwkeurigheid. Real Climate draagt hieraan bij door jaarlijks een update te publiceren van vergelijkingen tussen modellen en observaties.[4]

Een van de eerste voorspellingen van de toekomstige opwarming kwam van John Sawyer van het Britse Met Office in 1972. In een artikel dat in 1972 in Nature werd gepubliceerd, stelde hij dat de wereld tussen 1969 en 2000 0,6 °C zou opwarmen en dat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer met 25% zou toenemen. Sawyer ging uit van een klimaatgevoeligheid - hoeveel opwarming op de lange termijn zal plaatsvinden per verdubbeling van het CO2-niveau in de atmosfeer - van 2,4 °C, wat niet ver af ligt van de beste schatting van 3 °C die tegenwoordig wordt gebruikt door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).[5] Deze en andere klimaatprojecties komen volledig overeen met die van wetenschappers in de olie industrie in de jaren ‘70.

Ook het werk van Jim Hansen en collega's uit 1988 was een mijlpaal.[6] Zij publiceerden een van de eerste moderne klimaatmodellen. Hun model verdeelde de wereld in discrete rastercellen van acht breedtegraden bij tien lengtegraden, met negen verticale lagen van de atmosfeer. Het omvatte aerosolen, verschillende broeikasgassen naast CO2 en een basisdynamiek van wolken. Zij presenteerden drie verschillende scenario's voor verschillende toekomstige broeikasgasemissies. Scenario B wordt in de grafiek hieronder weergegeven als een dikke zwarte lijn, en ging uit van broeikasgasemissies die vergelijkbaar zijn met de huidige emissies. Hieruit kan zeker worden geconcludeerd dat zelfs 50 jaar oude klimaatmodellen in staat waren de klimaatverandering nauwkeurig te voorspellen, inclusief de weersextremen die inmiddels aan de orde van de dag zijn.[7]

Prognoses van Hansen et al., 1988 vergeleken met waarnemingen door NASA, Hadley/UEA, NOAA, Cowtank&Way en Berkeley. Bron: Carbon Brief.[2]

Dankzij krachtige supercomputers is het tegenwoordig mogelijk klimaatmodellen door te rekenen die de interactie van land, oceaan en atmosfeer veel nauwkeuriger weergeven dan met eerdere hardware mogelijk was. De Utrechtse onderzoekers René van Westen, Michael Kliphuis en Henk Dijkstra hebben voor hun simulatie om een AMOC-tipping event te vinden het Community Earth System Model (CESM; versie 1.0.5) gebruikt. Deze CESM-versie heeft horizontale resoluties van 1° voor de oceaan/zee-ijs en 2° voor de atmosfeer/land componenten.

Bronnen:

Vertrouwen in de wetenschap

Over het algemeen is er bij het publiek een redelijk tot groot vertrouwen in de wetenschap. Echter, uit recent onderzoek blijkt dat er minder vertrouwen is in klimaatwetenschappers dan in andere wetenschappers.

Dit verschil in vertrouwen komt niet uit het niets. De afgelopen decennia hebben tegenbewegingen rond klimaatverandering actief geprobeerd om het vertrouwen in klimaatwetenschappers en hun bevindingen te ondermijnen. Toch was er tot voor kort weinig bekend over of het vertrouwen in klimaatwetenschappers wereldwijd verschilt van het vertrouwen in wetenschappers in het algemeen. Deze vraag is onderzocht met gegevens uit het TISP Many Labs onderzoek, dat gegevens bevat van meer dan 71.000 deelnemers in 68 landen.[1] [2]

De resultaten laten een significante vertrouwenskloof zien tussen klimaatwetenschappers en wetenschappers in het algemeen. In 43 van de 68 landen is het vertrouwen in klimaatwetenschappers significant lager dan het vertrouwen in wetenschappers in het algemeen. In 19 landen is er geen significant verschil, en in 6 landen is er juist een hoger vertrouwen in klimaatwetenschappers. (N.B. preprint, nog niet peer-reviewed.)

Dit verschil kan worden verklaard door politieke ideologie. In de meeste landen waren rechtse ideologie en conservatisme sterkere voorspellers voor een laag vertrouwen in klimaatwetenschappers, dan voor een laag vertrouwen in wetenschappers in het algemeen. Bovendien gingen rechtse ideologie en conservatisme gepaard met een groter verschil in vertrouwen tussen wetenschappers en klimaatwetenschappers.

Bronnen: