De mens is verantwoordelijk: verschil tussen versies
Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Er is geen twijfel dat de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde het gevolg is van de stijging van de concentratie van CO<sub>2</sub> in de atmosfeer sinds het begin van de industriële revolutie. Geochemisch onderzoek laat zien dat die toename het gevolg is van het gebruik van fossiele brandstoffen. Zie: Verdieping: Fossiele koolstof herkennen. Met andere woorden, het staat vast dat de huidige klimaatverandering het gevolg is van menselijke activi…' |
|||
| Regel 47: | Regel 47: | ||
=== Ongelijkheid === | === Ongelijkheid === | ||
De uitstoot per capita van de landen in het globale zuiden blijft ver achter bij die van de rijke landen, inclusief China. In 2022 stootte de VS 14,91 ton CO<sub>2</sub> per hoofd van de bevolking/jaar uit. Nederland zit met 7,11 ruim boven de mondiale uitstoot (4,71) en boven die van de EU (6,21). | De uitstoot per capita van de landen in het globale zuiden blijft ver achter bij die van de rijke landen, inclusief China. In 2022 stootte de VS 14,91 ton CO<sub>2</sub> per hoofd van de bevolking/jaar uit. Nederland zit met 7,11 ruim boven de mondiale uitstoot (4,71) en boven die van de EU (6,21). | ||
[[Bestand:Co-emissions-per-capita.png|gecentreerd|miniatuur|500x500px|''CO<sub>2</sub>-uitstoot per hoofd van de bevolking, 2023. Uitstoot van kooldioxide (CO<sub>2</sub>) door fossiele brandstoffen en industrie. Veranderingen in landgebruik zijn niet inbegrepen. Bron: World in Data.''<ref>[https://ourworldindata.org/co2-emissions-metrics<nowiki>Per capita, national, historical: how do countries compare on CO2 metrics? | Our World in Data]</nowiki></ref> ]] | |||
''CO<sub>2</sub>-uitstoot per hoofd van de bevolking, 2023. Uitstoot van kooldioxide (CO<sub>2</sub>) door fossiele brandstoffen en industrie. Veranderingen in landgebruik zijn niet inbegrepen. | [[Bestand:CO2 emission per capita.jpg|gecentreerd|miniatuur|500x500px|''CO<sub>2</sub>-uitstoot per hoofd van de bevolking, 2023 vergeleken met die in 2023. Bron: Emissions Database for Global Atmospheric Research (EDGAR).''<ref>[https://edgar.jrc.ec.europa.eu/report_2024<nowiki>GHG emissions of all world countries | EDGAR - Emissions Database for Global Atmospheric Research]</nowiki></ref>]] | ||
De grootste CO<sub>2</sub>-uitstoters per hoofd van de bevolking ter wereld zijn de grote olieproducerende landen; dit geldt met name voor landen met een relatief kleine bevolking. | De grootste CO<sub>2</sub>-uitstoters per hoofd van de bevolking ter wereld zijn de grote olieproducerende landen; dit geldt met name voor landen met een relatief kleine bevolking. | ||
[[Bestand:Global energy consumption and CO2 emissions.png|gecentreerd|miniatuur|500x500px|''Mondiaal energieverbruik en CO<sub>2</sub>-uitstoot. Bron: Hansen et al. (2023).''<ref>[https://academic.oup.com/oocc/article/3/1/kgad008/7335889<nowiki>Global warming in the pipeline | Climate Change]</nowiki></ref>]] | |||
''Mondiaal energieverbruik en CO<sub>2</sub>-uitstoot.'' | |||
Fossiele brandstoffen leveren wereldwijd de meeste energie en produceren de meeste CO<sub>2</sub>-uitstoot. | Fossiele brandstoffen leveren wereldwijd de meeste energie en produceren de meeste CO<sub>2</sub>-uitstoot. | ||
=== Uitstoot stijgt nog steeds === | === Uitstoot stijgt nog steeds === | ||
''Totale netto antropogene broeikasgas uitstoot 1990-2022.'' | [[Bestand:GHG emissions 1990-2022.png|gecentreerd|miniatuur|500x500px|''Totale netto antropogene broeikasgas uitstoot 1990-2022. F-gases = fluorinated gases, LULUCF = land-use change and forestry. Bron: UNEP.''<ref name=":0">[https://wedocs.unep.org/handle/20.500.11822/43922<nowiki>Emissions Gap Report 2023: Broken Record – Temperatures hit new highs, yet world fails to cut emissions (again) | UNEP]</nowiki></ref>]] | ||
De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is van 2021 tot 2022 met 1,2 procent gestegen tot een nieuw record van 57,4 gigaton CO<sub>2</sub>-equivalent (GtCO<sub>2</sub>e).<ref name=":0" /> | |||
De | De uitstoot is nog niet verminderd.<ref>[https://climate.copernicus.eu/global-climate-highlights-2024<nowiki>Global Climate Highlights 2024 | Copernicus]</nowiki></ref> De mondiale concentratie van CO<sub>2</sub>, gemiddeld over alle 12 maanden van 2024, steeg met 2,9 ppm in de loop van het jaar. Dit was het 13e achtereenvolgende jaar dat CO<sub>2</sub> met meer dan 2 ppm steeg. De CO<sub>2</sub>-concentratie is nu meer dan 50% hoger dan pre-industriële niveaus. | ||
Actie in dit decennium bepaalt de ambitie die nodig is in de volgende ronde van nationaal vastgestelde bijdragen (NDC's) voor 2035, en de haalbaarheid van het bereiken van de langetermijndoelstelling van het Akkoord van Parijs. | Actie in dit decennium bepaalt de ambitie die nodig is in de volgende ronde van nationaal vastgestelde bijdragen (NDC's) voor 2035, en de haalbaarheid van het bereiken van de langetermijndoelstelling van het Akkoord van Parijs. | ||
[[Bestand:Current and historic contributions to climate change.png|gecentreerd|miniatuur|400x400px|''Huidige en historische bijdragen aan klimaatverandering. Bron: UNEP.''<ref name=":0" />]] | |||
Als de huidige trends doorzetten is de kans om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C “vrijwel nul” volgens het Milieuprogramma van de VN (UNEP). De huidige en historische emissies zijn zeer ongelijk verdeeld binnen en tussen landen, wat wereldwijde ongelijkheid weerspiegelt.<ref name=":0" /> | |||
Als het huidige tekortschietende beleid wordt voortgezet, koerst de wereld naar een catastrofale opwarming van 3°C. Als alle onvoorwaardelijke en voorwaardelijke beloften voor 2030 worden nagekomen, daalt deze schatting tot een nog steeds rampzalige 2,6 tot 2,8 °C, en als alle netto-nul beloften worden nagekomen, daalt de schatting tot 2 °C. (Zie [[Wat staat ons deze eeuw te wachten?]]) | |||
Als het huidige tekortschietende beleid wordt voortgezet, koerst de wereld naar een catastrofale opwarming van 3°C. Als alle onvoorwaardelijke en voorwaardelijke beloften voor 2030 worden nagekomen, daalt deze schatting tot een nog steeds rampzalige 2,6 tot 2,8 °C, en als alle netto-nul beloften worden nagekomen, daalt de schatting tot 2 °C. (Zie Wat staat ons deze eeuw te wachten?) | |||
Om onder de 2 °C opwarming te blijven, zou de wereldwijde uitstoot tussen nu en 2030 met ongeveer 28% moeten dalen, en met ongeveer 43% om op 1,5 °C te blijven, wat een “onvoorstelbaar snelle transformatie van het wereldwijde energiesysteem” vereist. Volgens het UNEP Emission Gap Report 2024 is een daling in 2030 van 42% nodig en van 57% in 2035 om het 1,5% doel van Parijs te halen. De verantwoordelijkheid ligt primair bij de G20 landen. | Om onder de 2 °C opwarming te blijven, zou de wereldwijde uitstoot tussen nu en 2030 met ongeveer 28% moeten dalen, en met ongeveer 43% om op 1,5 °C te blijven, wat een “onvoorstelbaar snelle transformatie van het wereldwijde energiesysteem” vereist. Volgens het UNEP Emission Gap Report 2024 is een daling in 2030 van 42% nodig en van 57% in 2035 om het 1,5% doel van Parijs te halen. De verantwoordelijkheid ligt primair bij de G20 landen. | ||
Versie van 28 feb 2025 17:49
Er is geen twijfel dat de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde het gevolg is van de stijging van de concentratie van CO2 in de atmosfeer sinds het begin van de industriële revolutie. Geochemisch onderzoek laat zien dat die toename het gevolg is van het gebruik van fossiele brandstoffen. Zie: Verdieping: Fossiele koolstof herkennen. Met andere woorden, het staat vast dat de huidige klimaatverandering het gevolg is van menselijke activiteit.
Grafiek door Ed Hawkins, Climate Lab Book.
*12.1 De argumenten op een rij
Dit overzicht uit het laatste IPCC Assessment Report (2022) geeft de keten van oorzaak en gevolg weer van uitstoot naar opwarming.
De causale keten van emissies tot opwarming. Van onder naar boven: (a) De uitstoot van broeikasgassen, met name van fossiele brandstoffen en de industrie, is de afgelopen decennia snel toegenomen. (b) Deze emissies hebben geleid tot een toename van de atmosferische concentraties van verschillende broeikasgassen, waaronder de drie belangrijkste broeikasgassen CO2, CH4 en N2O (jaarlijkse waarden). (c) De mondiale oppervlaktetemperatuur (weergegeven als jaarlijkse afwijking ten opzichte van de basiswaarde van 1850-1900) is sinds 1850-1900 met ongeveer 1,1°C gestegen. (d) Formele detectie- en attributiestudies synthetiseren informatie van klimaatmodellen en waarnemingen en laten zien dat de beste schatting is dat alle waargenomen opwarming tussen de perioden 1850-1900 en 2010-2019 is veroorzaakt door de mens.
De volgende grafiek van Carbon Brief laat zien dat de bijdrage aan de opwarming door natuurlijke factoren ver achterblijft bij antropogene factoren.
Wereldgemiddelde oppervlaktetemperaturen van Berkeley Earth (zwarte stippen) en gemodelleerde invloed van verschillende factoren (gekleurde lijnen), evenals de combinatie van alle factoren (grijze lijn) voor de periode van 1850 tot 2017. Bron: Zeke Hausfather, Carbon Brief.
De analyse door Carbon Brief komt tot de volgende conclusies:
- Sinds 1850 kan bijna alle opwarming op lange termijn worden verklaard door de uitstoot van broeikasgassen en andere menselijke activiteiten.
- Als alleen de uitstoot van broeikasgassen de planeet zou opwarmen, zouden we ongeveer een derde meer opwarming verwachten dan in werkelijkheid is opgetreden. Ze worden gecompenseerd door afkoeling als gevolg van atmosferische aerosolen die door menselijke activiteit worden gevormd, bv. bij verbranding.
- Het gehalte aan deze aerosolen zal naar verwachting aanzienlijk afnemen tegen 2100, waardoor de totale opwarming door alle factoren dichter in de buurt komt van de opwarming door broeikasgassen alleen.
- Het is onwaarschijnlijk dat natuurlijke variabiliteit in het klimaat van de aarde een grote rol speelt bij de opwarming sinds 1850.
Deze argumenten brengen wetenschappers tot de uitspraak dat menselijke activiteit voor 100% verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde.
*12.2 ‘Wij’ zijn verantwoordelijk
Het voelt heel natuurlijk om het woord "wij" te gebruiken als we het over klimaatverandering hebben. "Wij veroorzaken klimaatverandering." "We stoten meer kooldioxide uit dan ooit." "We moeten de uitstoot terugbrengen naar netto nul om de opwarming van de aarde te stoppen bij de doelstelling van het Akkoord van Parijs van ruim onder de 2 graden Celsius."
Gezien het feit dat mens de huidige klimaatverandering veroorzaakt, is de impuls om het woord "wij" te gebruiken logisch. Maar er is een echt probleem mee: het schuldige collectief dat ermee wordt aangeduid bestaat niet. Het "wij" dat verantwoordelijk is voor klimaatverandering is een fictieve constructie, die een vertekend beeld geeft en gevaarlijk is. Dit schrijft Genevieve Guenther in haar boek The language of Climate Politics.
Klimaatslopers
Door te verhullen wie echt verantwoordelijk is voor de crisis, geeft het woord "wij" politieke dekking aan de mensen die er zelfs het vernietigen van een leefbaar klimaat voor over hebben om meer winst en macht te vergaren.
Het is belangrijk om de ware verantwoordelijken voor de klimaatcrisis te bestrijden — de fossiele industrie en de overheden en instanties die deze op allerlei manieren in stand houden.
‘Onze’ verantwoordelijkheid
Dat neemt niet weg dat iedereen, dus niet alleen de grote vervuilers, zich verantwoordelijk kan voelen voor de wereld die we voor toekomstige generaties achterlaten. Dat betekent op zijn minst dat we stemmen voor partijen die zich inspannen om de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Het kan ook betekenen dat we ons aansluiten bij bewegingen die strijden voor een betere wereld.
Verbranding van fossiele energiebronnen
De Emissions Database for Global Atmospheric Research (EDGAR) is een veelzijdige, onafhankelijke, wereldwijde database van antropogene emissies van broeikasgassen en luchtverontreiniging op aarde. Met behulp van internationale statistieken en een consistente IPCC-methodologie biedt EDGAR onafhankelijke emissieramingen. EDGAR bevat tijdreeksen van broeikasgasemissies voor alle landen en voor alle sectoren van 1970 tot 2023, inclusief emissies en afvang door landgebruik en bosbouw.
Wereldwijde trends in broeikasgasemissies per sector en sleuteljaren.
Uitstoot van broeikasgassen en bijdrage van de zes grootste uitstotende economieën en de rest van de wereld in 2023 (in Gt CO2eq en percentage van het mondiale totaal).
Uitstoot van broeikasgassen in economieën met de hoogste uitstoot en geschatte onzekerheid (gekleurde banden), 1970-2023 (in Gt CO2eq).
Kooldioxide in de atmosfeer vanaf 1750 (blauw), voor het begin van de Industriële Revolutie (260 ppm), vergeleken met de jaarlijkse uitstoot (grijs). NB: de linker verticale as begint niet bij 0.
Ongelijkheid
De uitstoot per capita van de landen in het globale zuiden blijft ver achter bij die van de rijke landen, inclusief China. In 2022 stootte de VS 14,91 ton CO2 per hoofd van de bevolking/jaar uit. Nederland zit met 7,11 ruim boven de mondiale uitstoot (4,71) en boven die van de EU (6,21).


De grootste CO2-uitstoters per hoofd van de bevolking ter wereld zijn de grote olieproducerende landen; dit geldt met name voor landen met een relatief kleine bevolking.

Fossiele brandstoffen leveren wereldwijd de meeste energie en produceren de meeste CO2-uitstoot.
Uitstoot stijgt nog steeds

De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is van 2021 tot 2022 met 1,2 procent gestegen tot een nieuw record van 57,4 gigaton CO2-equivalent (GtCO2e).[4]
De uitstoot is nog niet verminderd.[5] De mondiale concentratie van CO2, gemiddeld over alle 12 maanden van 2024, steeg met 2,9 ppm in de loop van het jaar. Dit was het 13e achtereenvolgende jaar dat CO2 met meer dan 2 ppm steeg. De CO2-concentratie is nu meer dan 50% hoger dan pre-industriële niveaus.
Actie in dit decennium bepaalt de ambitie die nodig is in de volgende ronde van nationaal vastgestelde bijdragen (NDC's) voor 2035, en de haalbaarheid van het bereiken van de langetermijndoelstelling van het Akkoord van Parijs.

Als de huidige trends doorzetten is de kans om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C “vrijwel nul” volgens het Milieuprogramma van de VN (UNEP). De huidige en historische emissies zijn zeer ongelijk verdeeld binnen en tussen landen, wat wereldwijde ongelijkheid weerspiegelt.[4]
Als het huidige tekortschietende beleid wordt voortgezet, koerst de wereld naar een catastrofale opwarming van 3°C. Als alle onvoorwaardelijke en voorwaardelijke beloften voor 2030 worden nagekomen, daalt deze schatting tot een nog steeds rampzalige 2,6 tot 2,8 °C, en als alle netto-nul beloften worden nagekomen, daalt de schatting tot 2 °C. (Zie Wat staat ons deze eeuw te wachten?)
Om onder de 2 °C opwarming te blijven, zou de wereldwijde uitstoot tussen nu en 2030 met ongeveer 28% moeten dalen, en met ongeveer 43% om op 1,5 °C te blijven, wat een “onvoorstelbaar snelle transformatie van het wereldwijde energiesysteem” vereist. Volgens het UNEP Emission Gap Report 2024 is een daling in 2030 van 42% nodig en van 57% in 2035 om het 1,5% doel van Parijs te halen. De verantwoordelijkheid ligt primair bij de G20 landen.
"Het onvermogen om de uitstoot in landen met hoge inkomens drastisch te verminderen en om verdere groei van de uitstoot in landen met lage en middeninkomens te voorkomen, betekent dat alle landen dringend de koolstofarme transformatie van hun economie moeten versnellen om de langetermijndoelstelling van het Akkoord van Parijs te halen."
Verder uitstel van strenge wereldwijde reducties van broeikasgasemissies zal de toekomstige afhankelijkheid van koolstofdioxideverwijdering vergroten om de langetermijndoelstelling van het Akkoord van Parijs te halen.
Datacenters
Big tech-bedrijven hebben de afgelopen jaren ambitieuze claims gedaan over hun uitstoot van broeikasgassen. Echter, met de groeiende energiebehoefte door de opkomst van kunstmatige intelligentie, wordt het steeds moeilijker om de daadwerkelijke kosten van hun datacenters, die de technologische revolutie aandrijven, te verbergen.
Uit een analyse van The Guardian blijkt dat de werkelijke uitstoot van de datacenters van bedrijven zoals Google, Microsoft, Meta en Apple tussen 2020 en 2022 waarschijnlijk 662% hoger was dan officieel gerapporteerd, oftewel 7,62 keer meer. Door de explosieve groei van AI is de energiebehoefte van de datacenters sindsdien nog harder gegroeid.
*12.3 Westerse economie
Er wordt niet genoeg gedaan om de opwarming te beperken — zelfs niet bijna. De oplossingen zijn beschikbaar, maar de vooruitgang wordt belemmerd door grote bedrijven en een economisch en geopolitiek systeem dat groei en macht boven leefbaarheid en rechtvaardigheid stelt.
Een internationale studie in Climate Policy verzamelde gegevens over de winsten die 93 van de grootste fossiele brandstofbedrijven wereldwijd in 2022 hebben gerapporteerd. Het blijkt dat in 2022 een totaal van $490 miljard aan ´superwinsten´ werd behaald. Dat wil zeggen het bedrag aan winsten boven verwachting, dus de behaalde winst min de verwachte winst. Die extreme winsten werden grotendeels behaald door de gestegen energieprijzen na de invasie in Oekraïne. Van die superwinsten ging bijna $300 miljard naar particuliere bedrijven in ontwikkelde landen, terwijl de rest naar staatsbedrijven elders ging. De ‘superwinsten’ van dat jaar bedroegen dus het drievoudige van wat industrielanden per jaar hebben toegezegd om ontwikkelende landen te helpen om klimaatverandering tegen te gaan. (en vervolgens niet hebben betaald…)
Shell boekte in de eerste drie maanden van 2024 $7,7 miljard winst — meer dan $1 miljard hoger dan experts hadden voorspeld — en zei dat het zijn aandeelhouders zou belonen door hen $3,5 miljard terug te geven.
Volgens het Institute for Public Policy Research (IPPR) laten de laatste cijfers zien dat er slechts 438 miljoen dollar (329 miljoen pond) is uitgegeven aan duurzame energie.
Dr. George Dibb (IPPR) zegt:
"Het is glashelder dat Shell, als het aan zichzelf wordt overgelaten, niet kan worden vertrouwd als aanjager van de groene transitie. Voor elke £1 die ze in het laatste kwartaal aan duurzame energie hebben uitgegeven, hebben ze £11 aan overtollig geld naar de aandeelhouders overgeheveld."
"Het is tijd voor de regering om in te grijpen en een belasting op het terugkopen van aandelen in te voeren, zodat het Verenigd Koninkrijk de middelen heeft om een groot programma van groene investeringen uit te voeren."
Planeetslopers
Slechts 20 landen zijn verantwoordelijk voor bijna 90 procent van de kooldioxide (CO2) vervuiling door nieuwe olie- en gasvelden en fracking putten die gepland staan tussen 2023 en 2050. Van deze 20 landen springen vijf regeringen van noordelijke landen eruit als de grootste “klimaathypocrieten” en “planeetslopers” (Planet Wreckers): de Verenigde Staten, Canada, Australië, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Dat blijkt uit het rapport Planet Wreckers van Oil Change International uit 2023.
Aandeel in de verantwoordelijkheid voor geplande olie- en gasexpansie per land. Bron: Planet Wreckers Report.
Het rapport benadrukt de dringende noodzaak om de enorme uitbreiding van de olie- en gasproductie aan te pakken die door 20 landen is gepland. Die 20 landen zouden verantwoordelijk zijn voor bijna 90% van de CO2-uitstoot uit nieuwe olie- en gasvelden. Als deze regeringen zouden stoppen met nieuwe olie- en gasprojecten, zou 173 miljard ton CO2-uitstoot — gelijk aan de uitstoot van 1100 kolencentrales ofwel de totale uitstoot van de VS gedurende 30 jaar — vermeden kunnen worden.
Van deze landen onderscheiden vijf landen met een hoog inkomen — de Verenigde Staten, Canada, Australië, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk — zich door hun onevenredige bijdragen, die goed zijn voor 51% van de geplande uitbreiding, ondanks hun economische mogelijkheden om de productie af te bouwen. Het rapport bestempelt hun als “klimaathypocrieten” en dringt er bij hen op aan om de uitbreiding te stoppen, het voortouw te nemen bij het afbouwen van de productie en een rechtvaardige wereldwijde energietransitie te financieren.
De VS, ook wel de “Planet Wrecker In Chief” genoemd, is verantwoordelijk voor meer dan een derde van de geplande wereldwijde olie- en gasexpansie, gevolgd door Canada en Rusland. Ondanks hun rol als COP-voorzitter behoren de Verenigde Arabische Emiraten ook tot de top expansie veroorzakers, wat in tegenspraak is met hun belofte om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C.
De omvang van de geplande expansie ondermijnt de inspanningen om de opwarming te beperken tot 1,5°C. De verwachte koolstofvervuiling overschrijdt het budget met 190%, waardoor de planeet afstevent op een catastrofale stijging van meer dan 2°C. Zelfs zonder nieuwe projecten zouden bestaande velden 140% meer CO2 uitstoten dan de drempel van 1,5°C.
Om de klimaatdoelstellingen te halen, moeten regeringen niet alleen stoppen met nieuwe projecten, maar ook bestaande activiteiten afbouwen. Dit zou de wereldwijde olie- en gasproductie halverwege deze eeuw jaarlijks met 2-5% verminderen, waardoor de uitstoot in lijn wordt gebracht met een veiliger klimaattraject.
‘Public Enemies’
in 2024 verscheen een gezamenlijk rapport van Oil Change International en Friends of the Earth, waaraan ook Milieudefensie meewerkte: Public Enemies: Assessing MDB and G20 international finance institutions’ energy finance. Het rapport onderzoekt de publieke financiering van fossiele brandstoffen door G20-landen en multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB's) tussen 2020 en 2022. Het onthult dat deze instellingen nog steeds jaarlijks minstens $47 miljard investeren in olie, gas en kolen. Vooral Canada, Korea en Japan behoren tot de grootste investeerders.
Jaarlijkse internationale overheidsfinanciering van G20-landen en multilaterale ontwikkelingsbanken (MDB's) voor fossiele, schone en andere energie, 2013-2022, in miljarden USD. Bron: OCI.
De meeste financiering gaat naar aardgas (54%) en gecombineerde olie- en gasprojecten (32%), met een groot deel gericht op dure infrastructuurprojecten zoals pijpleidingen en LNG-schepen. Exportkrediet Agentschappen (ECA’s) zijn de grootste boosdoeners, goed voor 65% van de fossiele financiering. De Wereldbank droeg jaarlijks gemiddeld $1,2 miljard bij, voornamelijk aan aardgasprojecten.
Tijdens de klimaatconferentie COP26 in Glasgow (2021) is het Clean Energy Transition Partnership opgericht. 39 landen en instellingen committeerden zich om te stoppen met internationale publieke financiering van fossiele brandstof projecten. Aangesloten landen zijn oa. UK, VS, Australië, Canada, Noorwegen en 12 EU lidstaten waaronder Nederland. Hoewel coalitiepartners binnen de Clean Energy Transition Partnership stappen zetten in het beëindigen van fossiele financiering, laten andere landen het fors afweten. De VS schonden hun belofte het meest, terwijl de beleidsmaatregelen van Italië en Duitsland ronduit zwak e noemen zijn. Investeringen in schone energie stegen tot $34 miljard per jaar, maar dit blijft onvoldoende. Slechts 3% hiervan ging naar lage-inkomenslanden.
Het rapport benadrukt dat coalitiebeleid kan leiden tot een verschuiving van $26 miljard weg van fossiele brandstoffen tegen eind 2024. Echter, zwakke punten in beleid en gebrekkige implementatie blijven de overgang naar schone energie belemmeren.
*12.4 Waarschuwingen in de wind geslagen
Rapport Club van Rome
De Club van Rome is een informele non-profitorganisatie van intellectuelen en leiders uit het bedrijfsleven die zich toelegt op het kritisch bespreken van mondiale kwesties. De Club van Rome werd in 1968 opgericht in de Accademia dei Lincei in Rome, Italië. De Club telt honderd volwaardige leden, waaronder huidige en voormalige staatshoofden en regeringsleiders, VN-bestuurders, hooggeplaatste politici en regeringsfunctionarissen, diplomaten, academici, economen en bedrijfsleiders uit de hele wereld.
De Nederlandse website van de Club van Rome vat de visie samen:
Om het bestaan en de vrijheid van handelen van toekomstige generaties te bewaken en te verbeteren is een mentaliteitsverandering van de huidige generatie noodzakelijk.
Er dient meer rekening gehouden te worden met;
· de kwetsbaarheid van de biosfeer en daarmee het leven zelf
· de eindigheid van de aarde
· het opbouwen van een rechtvaardige samenleving
Het is de verantwoordelijkheid van de hele mensheid om de biosfeer en de vrijheid van menselijk handelen in stand te houden.
De wereldproblematiek vraagt om een verdieping van inzicht en verandering van mentaliteit op zowel lokaal als mondiaal niveau.
De Club van Rome kreeg veel publieke aandacht toen ze in 1972 het eerste rapport, Grenzen aan de Groei, publiceerden (The limits to growth: a report for the club of Rome's project on the predicament of mankind). Het rapport stelde de ongemakkelijke vraag: wat gebeurt er als de groei de draagkracht van de planeet overschrijdt?
De auteurs, onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology onder leiding van Dennis en Donella Meadows, gebruikten computersimulaties om aan te tonen dat het onmogelijk was om de productie en consumptie eeuwig te laten groeien, omdat we dan geen grondstoffen meer zouden hebben of de vervuilingsniveaus te hoog zouden worden. Met behulp van hun computermodel World3 voorspelden ze een maatschappelijke ineenstorting in de tweede helft van de 21e eeuw.
Een van de figuren uit Limits to Growth (1972). Dit is een model simulatie van de gevolgen van het uitputten van natuurlijke hulpbronnen. Bron: Wikipedia.
De simulatie laat zien hoe de bevolking (zwarte lijn) aanvankelijk exponentieel groeit in reactie op de exponentiële groei van de productie (geel). De uitputting van grondstoffen (rood) die daarvan het gevolg is, wordt gevolgd door afname van de bevolking.
De oliecrisis van 1973 maakte de mensen nog bezorgder over dit probleem. Van het rapport werden 30 miljoen exemplaren verkocht in meer dan 30 talen, waardoor het het best verkochte milieuboek ooit werd.
De Club van Rome had enige invloed bij de OESO, maar omdat ze de waarde van groei in twijfel trokken, kwam de OESO in moeilijkheden en keerden sommige mensen zich tegen hen. In 1973 publiceerde de OESO een boekje over milieukwesties. Daarin stond dat regeringen nu een beleid voor economische groei moeten ontwikkelen dat ook het milieu beschermt. De OESO had afstand genomen van de Club van Rome en streeft sindsdien naar ongebreidelde groei.
Een analyse van Graham Turner (2008) bevestigt in grote lijnen de conclusies van Limits to Growth. Hij vergeleek de modelresultaten met metingen in de werkelijkheid. De werkelijke ontwikkelingen — industriële productie, milieuvervuiling, broeikasgasemissie en bevolkingsgroei — wijken weinig af van de modelresultaten.
In 2022 kwam er een vervolg op het rapport van de Club van Rome. Twee van de oorspronkelijke auteurs van Limits to Growth, Dennis Meadows en Jørgen Randers, voegden zich bij 19 andere auteurs om Limits and Beyond te schrijven. Ze zeggen:
“De wereldwijde ontwikkelingen van het klimaat en het milieu laten zien dat het rapport nu nog relevanter is dan in 1972. Niettemin hebben de waarschuwingen van de Club van Rome weinig uitgehaald. De communicatie tussen wetenschap en beleid is vrijwel volledig stilgevallen. De wetenschappers en andere auteurs van deze boeken hebben hard gewerkt om hun boodschap te verspreiden. Maar ondanks hun harde werk zijn ze meestal genegeerd, zelfs door mensen die weten wat klimaatverandering is en wat het inhoudt.”
Nog steeds is het heersende paradigma: onbegrensde groei en vrijheid van ondernemerschap. Men gaat er daarbij gemakshalve van uit dat verdere economische groei mogelijk is zonder de aarde uit te putten en het klimaat uit de rails te laten lopen. En dat economische groei nodig is om de benodigde klimaatmaatregelen te kunnen betalen. Illustratief voor deze benadering is de benaming van het nieuwste ministerie in Nederland: ´klimaat en groene groei´.
Eigen onderzoek van oliebedrijven
Meer dan 50 jaar geleden probeerden wetenschappers van grote fossiele brandstofbedrijven uit te zoeken hoe klimaatverandering een rol zou moeten spelen bij beslissingen over de winning van nieuwe fossiele brandstoffen. Hun zorgen kwamen overeen met wat de toenmalige nieuwste wetenschap zei, namelijk dat er een verband was tussen fossiele brandstoffen en de opwarming van de aarde.
Maar de leidinggevenden bij de bedrijven luisterden niet. In plaats daarvan probeerden ze het bewijs van klimaatverandering te bagatelliseren en begonnen ze een decennialange campagne tegen klimaatmaatregelen. Ze deden van alles, van nepwetenschap tot wetenschappers verdacht maken en het creëren van onzekerheid die niet gebaseerd was op wetenschap. Ook nu nog verspreiden de industrie en verwante organisaties valse informatie over klimaatverandering, terwijl lobbyisten uit het bedrijfsleven politici en beleidsmakers beïnvloeden. En dit alles gebeurt met geld en steun van grote fossiele brandstofbedrijven.
Klimaatwetenschappers zoals Michael Mann werd het leven lastig gemaakt en soms juridisch vervolgd. Het is opmerkelijk hoeveel aanvallen op hem direct terug te voeren zijn op betrokkenheid van de fossiele brandstofindustrie.
Christopher Horner, een advocaat die beweert dat de aarde aan het afkoelen is, staat binnen de wetenschappelijke gemeenschap bekend om zijn jacht op klimaatwetenschappers met meedogenloze onderzoeken en publieke spot, waarbij hij wetenschappers vaak belachelijk maakt als “communisten” en fraudeurs. Uit rechtbankdocumenten blijkt dat Horner wordt gefinancierd vanuit de kolenindustrie.
Intussen rapporteerden wetenschappers van enkele grote oliemaatschappijen over eigen onderzoek naar de gevolgen van de uitstoot van broeikasgassen. Deze interne rapporten zijn pas in 2015 naar buiten gekomen toen onderzoeksjournalisten van Inside Climate News en de Los Angeles Times onthulden dat grote oliemaatschappijen zoals ExxonMobil al in de jaren 1960 wisten dat het verbranden van fossiele brandstoffen een grote bijdrage leverde aan klimaatverandering.
In 2017 verscheen in Science een artikel dat bevestigde dat wat ExxonMobil intern wist over klimaatverandering kwantitatief sterk verschilde van hun publieke verklaringen. Onderzoekers Geoffrey Supran en Naomi Oreskes ontdekten dat minstens 80 procent van de interne documenten tussen 1977 en 2014 consistent waren met de stand van de wetenschap. Die interne documenten bevestigden dat klimaatverandering echt is en veroorzaakt wordt door menselijk handelen. Ook identificeerden ze “redelijke onzekerheden” waar elke klimaatwetenschapper het op dat moment mee eens zou zijn. Toch was meer dan 80 procent van de betaalde advertentorials van ExxonMobil in dezelfde periode specifiek gericht op het zaaien van onzekerheid en twijfel, zo bleek uit het onderzoek.
Het artikel concludeert:
Beschikbare documenten laten een discrepantie zien tussen wat de wetenschappers en leidinggevenden van ExxonMobil privé en in academische kringen bespraken over klimaatverandering en wat het bedrijf aan het grote publiek presenteerde. De peer reviewed, niet-peer reviewed en interne communicatie van het bedrijf volgde consequent de ontwikkelingen in de klimaatwetenschap: in grote lijnen werd erkend dat antropogene opwarming echt is, door mensen wordt veroorzaakt, ernstig is en oplosbaar, terwijl er redelijke onzekerheden werden benoemd die de meeste klimaatwetenschappers op dat moment zonder meer erkenden.
De advertorials van ExxonMobil in de NYT legden daarentegen een overweldigende nadruk op alleen de onzekerheden en promootten een verhaal dat niet strookte met de opvattingen van de meeste klimaatwetenschappers, inclusief die van ExxonMobil zelf.
Dit wordt de Scientific Certainty Argumentation Method (SCAM) genoemd — een tactiek om het vertrouwen van het publiek in wetenschappelijke kennis te ondermijnen door te eisen dat een beleidsmaatregel pas genomen mag worden als er wetenschappelijke zekerheid (bewijs) is geleverd. Zoals bekend is vrijwel alle wetenschap omgeven met nuanceringen en kansen. Daardoor is SCAM een veel gebruikte tactiek om wetenschappelijk onderbouwde maatregelen onderuit te halen (Freudenburg cs, Socological inquity 78 (2008). De conclusie is dat de communicatie van ExxonMobil over klimaatverandering misleidend was.
"Dit artikel is de eerste systematische beoordeling ooit van de klimaatprojecties van een bedrijf dat fossiele brandstoffen produceert, de eerste keer dat we een getal kunnen plakken op wat ze wisten," zegt Geoffrey Supran, hoofdauteur van het genoemde artikel in Science en voormalig onderzoeker in de geschiedenis van de wetenschap aan Harvard. "Wat we hebben gevonden is dat tussen 1977 en 2003 uitstekende wetenschappers binnen Exxon de opwarming van de aarde hebben gemodelleerd en voorspeld met, eerlijk gezegd, schokkende vaardigheid en nauwkeurigheid, maar dat het bedrijf vervolgens de volgende paar decennia die klimaatwetenschap heeft ontkend."
Een nieuwe analyse in 2023 laat zien dat wetenschappers bij ExxonMobil al in 1977 de huidige opwarming nauwkeurig hadden voorspeld. Zie de volgende grafiek.
Alle projecties van de opwarming van de aarde die tussen 1977 en 2003 door wetenschappers van ExxonMobil zijn gerapporteerd in interne documenten (grijze lijnen), gesuperponeerd op historisch waargenomen temperatuurveranderingen (rood). Ononderbroken grijze lijnen geven projecties van de opwarming aan die door wetenschappers van ExxonMobil zelf zijn gemodelleerd; onderbroken grijze lijnen geven projecties aan uit onafhankelijk academische publicaties. Grijstinten met begindata van de modellen, van vroegst (1977: lichtst) tot laatst (2003: donkerst).
Die studie stelde vast dat 63 tot 83% van de klimaatprojecties die door wetenschappers van ExxonMobil werden gerapporteerd, accuraat waren in het voorspellen van de opwarming van de aarde. De gemiddelde voorspelde opwarming door ExxonMobil was 0,20° ± 0,04°C per decennium, wat overeenkomt met de opwarming volgens onafhankelijke academische en overheidsprognoses gepubliceerd tussen 1970 en 2007.
Bovendien bleek dat de wetenschappers van ExxonMobil de mogelijkheid van een komende ijstijd correct afwezen ten gunste van een “door kooldioxide veroorzaakt ‘super-interglaciaal’”; dat ze nauwkeurig voorspelden dat de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde voor het eerst waarneembaar zou zijn in het jaar 2000 ± 5; en dat ze een redelijke schatting maakten van de hoeveelheid CO2 die tot een gevaarlijke opwarming zou leiden.
Wat de onderzoekers van ExxonMobil wisten over klimaatverandering was dus in tegenspraak met wat het bedrijf het publiek liet geloven. Maar terwijl wetenschappers zich inspanden om bekend te maken wat ze wisten, deed ExxonMobil er alles aan om het te ontkennen - inclusief het benadrukken van onzekerheden, het denigreren van klimaatmodellen, het mythologiseren van afkoeling van de aarde, het veinzen van onwetendheid over de waarneembaarheid van door de mens veroorzaakte opwarming en het zwijgen over de mogelijkheid van gestrande fossiele brandstoffen in een koolstofarme wereld.
Deze bevindingen hebben geleid tot een onderzoek door een commissie van de Amerikaanse Senaat. De belangrijkste conclusies van het rapport:
- Documenten tonen voor het eerst aan dat fossiele brandstofbedrijven intern niet betwisten dat ze op zijn minst al sinds de jaren '60 begrijpen dat het verbranden van fossiele brandstoffen klimaatverandering veroorzaakt en vervolgens tientallen jaren hebben gewerkt om het publieke begrip van dit feit te ondermijnen en de onderliggende wetenschap te ontkennen.
- De misleidingscampagne van Big Oil evolueerde van expliciete ontkenning van de basiswetenschap die ten grondslag ligt aan klimaatverandering naar misleiding, desinformatie en het ondermijnen van vertrouwen in de wetenschap.
- De fossiele brandstoffenindustrie grbruikt haar brancheorganisaties om verwarrende en misleidende verhalen te verspreiden en om te lobbyen tegen klimaatmaatregelen.
- De fossiele brandstoffenindustrie werkt strategisch samen met universiteiten om haar misleidingscampagnes een aura van geloofwaardigheid te geven en tegelijkertijd stemmen van de oppositie het zwijgen op te leggen.
- Alle zes betrokken partijen — Exxon, Chevron, Shell, BP, API en de Kamer — hebben het onderzoek van de Commissie belemmerd en vertraagd.
*12.5 Klimaatontkenning, klimaatscepticisme
Klimaatontkenning (climate denial) — eigenlijk een vreemde term — is een afkorting van ‘ontkenning van klimaatverandering veroorzaakt door menselijk handelen’. Een andere benaming is klimaatscepticisme.
Gecoördineerde acties van klimaatontkenning hebben een belangrijke rol gespeeld bij de verspreiding van verkeerde informatie en het uitstellen van zinvolle actie om klimaatverandering tegen te gaan. Onderzoek suggereert dat verkeerde informatie over het klimaat leidt tot een aantal negatieve gevolgen, zoals verminderde kennis over het klimaat, polarisatie bij het publiek, het verdringen van correcte informatie, het versterken van het stilzwijgen over het klimaat en het beïnvloeden van de manier waarop wetenschappers zich publiekelijk uitspreken.
Taxonomie
Een omvangrijke analyse van 20 jaar publicaties op websites van conservatieve denktanks en blogs van klimaatontkenners leverde een taxonomie van vormen van klimaatontkenning.
Uit het onderzoek blijkt dat de beweringen die worden gebruikt door conservatieve denktanks en blogs van klimaatontkenners zich hebben gericht op het aanvallen van de integriteit van de klimaatwetenschap en klimaatwetenschappers en, in toenemende mate, het klimaatbeleid en het stimuleren van hernieuwbare energie hebben aangevochten. Ook laat het de invloed van financiering door bedrijven en stichtingen zien op de productie en verspreiding van specifieke sceptische beweringen.
Taxonomie van beweringen door klimaatontkenners.
De analyse levert vijf grote categorieën van beweringen op: (1) het gebeurt niet, (2) het ligt niet aan ons, (3) het is niet erg, (4) oplossingen zullen niet werken en (5) klimaatwetenschap/wetenschappers zijn onbetrouwbaar. Deze categorieën zijn de vijf belangrijkste overtuigingen van klimaatontkenners. Ze staan tegenover de vijf belangrijkste, wetenschappelijk gefundeerde klimaatovertuigingen die het onderzoek identificeert. Binnen deze categorieën op het hoogste niveau zijn er twee subniveaus (27 subclaims, 49 sub-subclaims), die een gedetailleerde afbakening van verschillende specifieke argumenten mogelijk maken.
De site van Skeptical Science geeft uitgebreide toelichtingen bij deze taxonomie van beweringen, ondersteund door peer reviewed referenties.
New Denial
Klimaatontkenners zijn de afgelopen jaren van tactiek veranderd, blijkt uit een analyse van 12.000 YouTube video’s. Dit onderzoek werd uitgevoerd door het Center for Countering Digital Hate (VK) en verscheen in 2024 onder de titel The New Climate Denial.
Het AI-gestuurde onderzoek van CCDH laat zien dat teksten gebaseerd op deze nieuwe klimaatontkenning nu ruim twee derde uitmaken van alle klimaatontkenning content op YouTube in 2023, tegen 35% in 2018. Klimaatontkenners zijn overgestapt van Old Denial (Oude Ontkenning):
- De opwarming van de aarde gebeurt niet.
- Door de mens gegenereerde broeikasgassen veroorzaken de opwarming van de aarde niet.
naar New Denial:
- De gevolgen van de opwarming van de aarde zijn gunstig of onschadelijk.
- Klimaatoplossingen zullen niet werken.
- Klimaatwetenschap en de klimaatbeweging zijn onbetrouwbaar.
Dit wordt gedreven door aanvallen op klimaatoplossingen, wetenschappers en de klimaatbeweging.
YouTube blijft winst maken met advertenties op inhoud van Old Denial en New Denial. Youtube verdient tot 13,4 miljoen dollar per jaar aan advertenties op de onderzochte kanalen. Hun beleid verbiedt het te gelde maken van Old Denial, maar heeft geen betrekking op New Denial.
*12.6 Huidig klimaatonderzoek genegeerd
Signalen uit huidig klimaatonderzoek worden onvoldoende serieus genomen. Droogtes en overstromingen worden consequent voorgesteld als weersextremen en niet gekoppeld aan klimaatverandering.
Regeringen negeren klimaatwetenschappers en activisten vaak onder politieke en industriële druk. In de VS hebben wetenschappers bijvoorbeeld te maken gehad met censuur door de overheid en de olie-industrie, waardoor het vertrouwen van het publiek in de klimaatwetenschap is ondermijnd. De Britse regering is bekritiseerd omdat ze het werk van het Climate Change Committee verkeerd heeft voorgesteld en belangrijke benoemingen heeft uitgesteld, wat duidt op een gebrek aan betrokkenheid bij deskundig advies. Bovendien zijn er op grote klimaatconferenties veel meer lobbyisten voor fossiele brandstoffen dan klimaatvertegenwoordigers, wat de invloed van bedrijfsbelangen op wetenschappelijke adviezen benadrukt.
Verschillende Europese landen hebben onlangs hun klimaatbeleid afgezwakt.
Sommige EU-landen probeerden de implementatie van regelgeving gericht op het terugdringen van methaanemissies uit de olie- en gassector uit te stellen, door langere termijnen voor te stellen voor noodzakelijke onderzoeken en controles, in tegenstelling tot de urgentie die door klimaatwetenschappers wordt benadrukt.
De Poolse regering heeft zich actief verzet tegen klimaatinitiatieven van de EU, zoals de Natuurherstelwet en strengere emissiedoelstellingen, wat wijst op een bredere weerstand tegen strenge klimaatmaatregelen vanwege politieke druk.
Tijdens de COP26 klimaattop in november 2021 hebben landen gelobbyd om een belangrijk klimaatrapport te veranderen. Uit een groot aantal documenten die zijn uitgelekt blijkt hoe landen proberen een cruciaal wetenschappelijk rapport over de aanpak van klimaatverandering te veranderen.
Het lek onthult dat Saoedi-Arabië, Japan en Australië tot de landen behoren die de VN vragen om de noodzaak om snel af te stappen van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het laat ook zien dat sommige rijke landen twijfelen over het betalen van meer geld aan armere landen om over te stappen op groenere technologieën.
Rechts-populistische partijen in Europa die tegen klimaatmaatregelen zijn, worden steeds machtiger en populairder. Deze partijen hebben een grote invloed op wat mensen denken over het klimaat en beginnen veel polariserende debatten. Echter, in de meeste gevallen is hun invloed beperkt door bestaande nationale en EU-regels, problemen met samenwerken en het feit dat het heel moeilijk is om hun extreme campagne-ideeën in daden om te zetten. Toch hebben ze het moeilijker gemaakt om klimaatbeleid met kracht voort te zetten op lokaal, regionaal en nationaal niveau en wordt hun invloed steeds groter. Terwijl de meeste mensen in Europa klimaatmaatregelen nog steeds belangrijk vinden, proberen deze partijen te profiteren van de twijfels van mensen over specifieke maatregelen.
Uitkomsten van een onderzoek door de Europese Commissie onder burgers van alle EU landen.
Een coalitie van tien EU-landen, waaronder Duitsland en Denemarken, waarschuwde voor pogingen om het klimaatbeleid binnen de EU af te zwakken, uit angst dat compromissen de ambitieuze klimaatdoelen zouden kunnen doen ontsporen.
De recente uitwassen van de regering Musk-Trump zijn een ernstige bedreiging voor klimaat- en milieuwetenschappers die ook gevolgen heeft voor de wetenschap in de rest van de wereld. Zie bijvoorbeeld de sabotage van het IPCC.
Kritische wetenschappers
Klimaatwetenschappers hebben met verschillende strategieën gereageerd op de inactiviteit en regelrechte censuur door de overheid:
1. Wetenschappers zoals James Hansen hebben getuigd voor het Congres en benadrukt hoe politieke inmenging de wetenschappelijke integriteit corrumpeert en het begrip van klimaatverandering bij het publiek verwart.
2. Sommige wetenschappers, zoals die van de National Park Service, hebben ervoor gekozen om zich te verzetten tegen censuur en hun carrière op het spel te zetten om hun onderzoek transparant te houden. In landen als Duitsland hebben wetenschappers allianties gevormd om collega's te steunen die te maken hebben met censuur, om zo een cultuur van openheid en samenwerking onder onderzoekers te bevorderen.
3. Wetenschappers zoeken steeds meer steun bij collega's en media om hun stem te versterken en censuur tegen te gaan, waardoor een cultuur van solidariteit tegen politieke druk ontstaat. Organisaties zoals de European Academies Science Advisory Council (EASAC) mobiliseren wetenschappers in heel Europa om onafhankelijk wetenschappelijk advies te geven aan beleidsmakers, om ervoor te zorgen dat wetenschappelijk bewijs het klimaatbeleid informeert ondanks druk van de overheid.
4. Initiatieven van groepen zoals CAN Europe pleiten voor transparantie en verantwoording bij klimaatmaatregelen, door wetenschappers in staat te stellen hun bevindingen rechtstreeks aan het publiek en beleidsmakers te communiceren.
Deze strategieën zijn erop gericht om de wetenschappelijke integriteit hoog te houden en het beleid te beïnvloeden ondanks politieke uitdagingen.
- ↑ [https://ourworldindata.org/co2-emissions-metricsPer capita, national, historical: how do countries compare on CO2 metrics? | Our World in Data]
- ↑ [https://edgar.jrc.ec.europa.eu/report_2024GHG emissions of all world countries | EDGAR - Emissions Database for Global Atmospheric Research]
- ↑ [https://academic.oup.com/oocc/article/3/1/kgad008/7335889Global warming in the pipeline | Climate Change]
- ↑ 4,0 4,1 4,2 4,3 [https://wedocs.unep.org/handle/20.500.11822/43922Emissions Gap Report 2023: Broken Record – Temperatures hit new highs, yet world fails to cut emissions (again) | UNEP]
- ↑ [https://climate.copernicus.eu/global-climate-highlights-2024Global Climate Highlights 2024 | Copernicus]